Stukjes 2016

174 Boze onderklasse stemt vooral rechts. Slim is het niet.

9 december 2016 

Een grote groep burgers schijnt boos. Het wordt zo vaak herhaald, dat het steeds normaler lijkt om boos te zijn. Wil je er een beetje bij horen dan moet je boos zijn. De media besteden veel aandacht aan deze bozen. Elke dag weer. Bijna nooit aan de tevredenen. Te pas en te onpas wordt ook gezegd dat we die boosheid serieus moeten nemen. Omdat die mensen ook het recht hebben om gehoord te worden. Maar op wie zijn ze nu eigenlijk boos? En waarom? En is dat ook terecht of redelijk? 

Het beeld dat ontstaat als je luistert naar de exegeten van boos Nederland, dan richt die boosheid zich vooral op:

  • Politici die ‘niet luisteren’, die ‘niet weten wat er speelt’, die ‘de verkeerde dingen doen’, die ‘er een chaos van maken’, die ‘alleen hun zakken vullen’, die ‘de pechvogels in de steek laten’, ‘die er in de zorg een potje van maken’ en die ‘vluchtelingen belangrijker vinden dan de eigen mensen’
  • Europa, dat ‘ons teveel de wet voorschrijft’, waar ‘teveel dure bureaucraten zitten’, dat ‘ons teveel kost, maar te weinig oplevert’, dat ‘de migratie van goedkope arbeid stimuleert’ en dat ‘vluchtelingenstromen toelaat’
  • De euro, die ‘ons leven duurder heeft gemaakt’ en die ‘zorgt voor de transfer van veel geld naar de zuidelijke landen, die hun zaakjes financieel niet op orde hebben’
  • De globalisering, ‘waardoor hier vele banen aan de onderkant verdwijnen’ en ‘waardoor steeds meer vaste banen worden vervangen door onzekere slecht betaalde flexbanen’, 
  • De elite’, die ‘alleen aan zichzelf denkt’, die ‘een steeds groter deel van de inkomens naar zich toeharkt’, die ‘elkaar de mooie  baantjes toeschuift’ en die ‘zich niets aantrekt van noden van het volk’
  • “Vreemden”, waar zo’n beetje alles onder wordt verstaan dat valt onder de categorieën vluchtelingen, arbeidsmigranten en moslims

De boosheid op deze fenomenen is voor een (klein) deel begrijpelijk en zelfs terecht. Maar voor een groot deel ook ongenuanceerd en onredelijk. Soms slaat de kritiek helemaal nergens op.

“Elk voordeel ‘heb’ z’n nadeel” gaat zeker op voor de globalisering, Europa en de euro. Degenen die in de hoek zitten waar de klappen vallen, zijn terecht boos op politici (of ‘de elite’) die tot dusver veel te weinig hebben gedaan om hun lot te verbeteren. Dat ze daarbij alle politici over één kam scheren is onterecht en onredelijk, maar als je het politieke bedrijf niet dagelijks volgt, zie je de beroepsgroep en alle instituties die daarmee annex zijn blijkbaar als één pot nat. Wel grappig is dat Wilders, een van de langstzittende 'plucheklevers', er niet bij lijkt te horen. 

Feit is dat er door rechtse politici en het bedrijfsleven te weinig compassie getoond met de slachtoffers van de globalisering, die overigens wel in alle landen per saldo meer welvaart heeft opgeleverd. Veel eerder had er meer werk gemaakt moeten worden van een beleid gericht op  ‘meer banen’, ‘meer baanzekerheid” en ‘een betere verdeling van de welvaart”. En de sterkste schouders hadden de gevolgen van de economische crisis veel meer voor hun kap moeten nemen. Maar hoe dwing je al deze zaken af? Door politiek links zo sterk mogelijk te maken.

Maar wat nu het meest bizarre is: er kunnen al vele jaren bijna nergens meer in Europa (linkse) politieke meerderheden worden georganiseerd die een beter beleid voor de zwakkeren af kunnen dwingen. Omdat teveel boze burgers. m.n. aan de onderkant, hun stemmen geven aan rechtse en populistische partijen. Slim is het niet. Verstandig links (‘sterk en sociaal’) kan daardoor al jaren nergens meer een vuist kan maken.

De kwetsbaren en bozen stemmen dus steeds weer tegen hun eigen belangen in. En dat lijkt alleen maar erger te worden. Rechts trekt daardoor, al dan niet samen met extreem rechts, bijna alle macht naar zich toe.

De gedepriveerden worden hier het eerste slachtoffer van. Misschien geeft het ze een triomfantelijk gevoel, dat ze de ‘elite’ een poepie hebben laten ruiken. Denken ze.  Maar het is ook irrationeel. Want de rijken/ machthebbers/neoliberalen kunnen door het uitschakelen van de progressieven de welvaart nog meer naar zich toeharken. Jammer voor de bozen die daar te laat achter zullen komen. (jv) 

173 Francis Fukuyama

”De liberale elites die het systeem hebben gecreëerd, moeten meer luisteren naar de boze stemmen aan de poorten en zich realiseren dat sociale gelijkheid en identiteit de meest urgente kwesties zijn die ze moeten aanpakken. Hoe dan ook hebben we een paar zware jaren voor de boeg.” Francis Fukuyama over de VS na de verkiezing van Trump  in The New York Times (7/12/2016)

172 Oud maar vitaal sterven ze in het harnas.

9 december 2016 

Hoe oud waren ze nog maar, de ‘jongens’ die ons kort geleden verlieten? Lou Reed (71), David Bowie (79), Leonard Cohen (82), BB King (91), Toets Tielemans (94). Prachtige artiesten die op z’n minst een deel van hun leven behoorden tot de groep van heel stevige rokers, drinkers, snuivers of spuiters. Het was ze niet echt aan te zien en ze  waren tot in hun laatste jaar nog uitermate creatief en vitaal. Optredend en nummers makend tot vlak voor hun laatste ademstoot. Wat een leven.  

Maar ook in die wereld zijn er altijd types die ‘baas boven baas’ zijn. De ‘onsterfelijken’. Zij van de buitencategorie. Nog steeds optredend als in hun jonge jaren. Sommige uren achtereen. In maanden lange, uitputtende tournees door de hele wereld. Hordes fans opzwepend. Drie generaties tegelijk bedienend. Surrealistisch. Magic.

Bob Dylan (75), Keith Richards (73), Mick Jagger (73) , Paul McCartney (74), Eric Burden (75), Van Morrisson (71), Neil Young (71), Rod Stewart (71), Eric Clapton (71). En nog vele andere 70+ rockers.

Met meer miljoenen op de bank dan ze ooit kunnen opmaken, al worden ze 150. Ze gaan maar door. Waarom? Voor het plezier. Voor de fans. Voor de schijnwerpers. Voor de geschiedenis. Omdat ze niet anders kunnen. Hoe houden ze het vol?

Wat is hun geheim? Jet zijn de drugs wordt er dan gefluisterd. Lijkt me sterk. Je moet immers kei-fit zijn, wil je zulke prestaties ‘on the stage’ nog kunnen leveren. Met (alleen) drugs gaan die Levende Legendes het niet redden. Dan kun je zulke fysieke en creatieve prestaties echt niet meer leveren. Dat tast je ‘brein en fysiek' teveel aan. Ze zouden er juist eerder door in de goot belanden. Of, nog erger, in het verzorgingshuis suffend, half dement, omringt door artsen en verpleegsters, met tandeloze bekkies hun songs murmelend.  M.u.v. Keith denk ik dat ze het, naast hel veel mazzel met genenpakketje, vooral van de sportschool moeten hebben. De meesten zien er ook behoorlijk afgetraind uit.

Het wordt nu wel spannend. In welke volgorde zullen ze het loodje leggen? Wie gaat er nu eerst? Die sympathieke Keith? Een ‘zak met in whisky gemarineerde botten’, maar nog steeds vrolijk en bij de tijd. Je hoopt natuurlijk dat ze ‘on the stage’ in het harnas sterven. “Time is on my side.”

Maar hoe snel ze ook van het toneel verdwijnen: ze zullen nooit verdwijnen uit het collectieve geheugen van een hele jarenzestig generatie. Na elke dooie zal hun muziek alleen maar meer beluisterd worden. En zullen er alleen maar meer herinneringen komen bovendrijven. De klassieke muziek van het jaar 2200. (jv) . 

171 Wie kan wat doen tegen nepnieuws en verdachtmakingen?

8 december 2016 

“Wie kan wat doen tegen nepnieuws?” is de kop boven een artikel in de Volkskrant van vandaag. Het gaat over de veelheid van verzonnen ‘feiten’ en berichten op facebook, die voor hele volksstammen ‘de waarheid’ zijn. Er worden volstrekt irreële complottheorieën bedacht en velen geloven die. Zo ontstaan parallelle werelden die niets meer met de werkelijkheid te maken hebben, maar die wel bepalend zijn voor het wereldbeeld, het gedrag, de omgangsvormen, de politieke voorkeuren en het stemgedrag van grote groepen. Groepen die niets met elkaar hebben en niet meer met elkaar communiceren. Levensgevaarlijk.

Overheid, sociale media, onderwijs  en traditionele media hebben, zo wordt in de VK betoogd, elk hun eigen rol als het er om gaat de burger verantwoord door het oerwoud van meningen, feiten, halve waarheden en leugens te leiden. Maar het gaat niet alleen om het uit elkaar halen van kloppende feiten en verzonnen berichten. Ook het permanent negatief framen baart zorgen. B.v. van politici. Hier wordt in het VK-artikel helaas geen aandacht aan besteed.

Dat negatief framen gebeurt niet alleen door politieke tegenstanders of sociale media. Daar doen ook de traditionele media behoorlijk aan mee. Een paar uitzendingen van Pauw, DWDD en Wakker Nederland maken dat wel duidelijk. Langzaam gaat het negatief framen over in laster en leugen. Een paar voorbeelden.

Als politici doen waarvoor ze zijn gekozen, namelijk zoveel mogelijk van hun programma proberen te realiseren en daarvoor strijden, argumenteren en met elkaar van mening  verschillen dan worden ze vaak neergezet als ruziemakers die vooral met zich zelf en hun eigen gelijk bezig zijn i.p.v. met het landsbelang.

Maar als diezelfde politici doen waarvoor ze ook zijn ‘ingehuurd’, namelijk naar compromissen zoeken om het land bestuurbaar te houden, dan is het daar in Den Haag één pot nat, breken ze verkiezingsbeloftes, sjoemelen ze in achterkamertjes en zijn ze dus onbetrouwbaar.

Als politici op basis van voortschrijdend inzicht of veranderende omstandigheden tot andere oordelen komen dan zijn het windvanen of bedriegers.

Als politici na één termijn hun ervaring ook een tweede termijn willen inzetten, dan zijn het plucheplakkers en zakkenvullers. Maar houden ze het na één termijn voor gezien en stappen ze over naar b.v. het bedrijfsleven dan zijn het carrièremakers.

Kortom: het is niet goed of het deugt niet. Politici moeten hoe dan ook vooral worden afgeschilderd als onbetrouwbare of incompetente zakkenvullers. Als dergelijke negatieve oordelen maar vaak genoeg herhaald worden, gaan ook de gewone burgers geloven dat er geen enkele politicus te vertrouwen is.

Dit verdacht maken ondermijnt, evenzeer als halve waarheden of evidente leugens, de geloofwaardigheid van (ook) de goede politici en daarmee van de democratie (jv). 

170 Komen de kiezers nog tijdig bij zinnen?

5 december 2016 

Als de peilingen van Maurice de Hond van 27 november j.l. de verkiezingsuitslagen van 15 maart 2017 zouden zijn, dan wordt het een bizarre kabinetsformatie die op enig moment wel moet uitmonden in een onorthodoxe coalitie. Een paar combinaties op een rij (tussen haken de scores in de peilingen van 27/11) :

1   PVV (33) + VVD (25) = 58 kamerzetels

2   PVV (33) + VVD (25) + 50 PLUS (11) = 69

3   PVV (33) + VVD (25) + 50 PLUS (11) + SGP (3) = 72

4   VVD (25) + CDA (15) + D66 (15) = 55

5   VVD (25) + CDA (15) + D66 (15) + 50PLUS (11) + CU (6)= 72

6   VVD (25) + CDA (15) + D66 (15) + PvdA (9) + CU (6) = 70

7   VVD (25) + CDA (15) + D66 (15) + Gr Links (14) + PvdA (9) = 78

8   Gr Links (14) + SP (11) + PvdA (9) + D66 (15) + CU (6) = 55

Bij deze ‘uitslag’ en daarop gebaseerde combinaties zijn wel een paar kanttekeningen te plaatsen:

  • Zelfs als de VVD haar belofte breekt en toch weer wel met de PVV in het bootje wil stappen, zullen de serieus denkbare combinaties met de PVV geen meerderheid opleveren
  • Een centrum rechtse coalitie met VVD, CDA, D66 ligt met 55 zetels wel heel ver van de 76 zetels af
  • Een linksige coalitie, aangevuld met D66 en de CU zal met de 55 zetels in de peilingen wel een fata morgana blijven
  • De enige coalitie van serieuze partijen die uitgaande van deze peilingen op een meerderheid kan rekenen (78 zetels) is een niet heel erg waarschijnlijke combinatie. Groen Links zal niet snel bij de VVD in de boot stappen, zeker niet samen met een CDA dat zich de afgelopen vier jaar nog rechtser heeft opgesteld dan de VVD. En de PvdA zal er voorlopig al helemaal niet aan moeten denken. Die kunnen misschien ook beter vier jaar hun wonden likken.
  • Maar al deze bespiegelingen verliezen hun waarde als de kiezers de komende drie maanden hun voorkeuren sterk gaan wijzigen. Krabbelt de PvdA nog een beetje op? Gaat de PVN met Jan Roos veel stemmen bij de PVV weghalen? Wat gaan Denk, Partij voor de Dieren en Forum voor Democratie doen. Blijven zij steken op 0 tot  3 zetels of breekt één van deze kleintjes sterk door. En ten koste van welke partij?

Als de versplintering gewoon door gaat (en dat ligt in de rede) dan heeft elke nieuwe coalitie minstens vijf, maar misschien wel zeven partijen nodig voor een kamermeerderheid. (jv) 

169 Een clown? Een half dement oudje? Of een neofascist?

5 december 2016 

Welke les kunnen we uit het verlies van Renzi in Italië trekken? In ieder geval dat kiezers ook nu weer een referendum gebruikten om hun onvrede over andere zaken te uiten. M.n. de immigratie en de werkloosheid. In het referendum werd ondersteuning gevraagd voor een hervorming van het politieke systeem, met name de Senaat. De voorstellen kunnen, zo blijkt uit meerdere onderzoeken, in grote lijnen op een meerderheid van de bevolking rekenen. Eindelijk zou een einde gemaakt worden aan een systeem dat de politieke besluitvorming eindeloos vertraagt. Wel was er de nodige kritiek op één onderdeel uit het pakket voorstellen: de overheveling van macht van de regio naar het centrale overheid.

Maar het feest gaat nu niet door. Opgejut door de clown Grillo van de Vijfsterrenbeweging, de neofascist Salvini van Lega Nord en de populist Berlusconi van Forza Italia besloot een groot deel van het volk zich tegen Renzi te keren. En ‘nee’ te stemmen. Leve het referendum.  

Renzi treedt nu af. Wellicht een overgangsregering? Nieuwe verkiezingen? En dan? Komt de half demente Berlusconi weer terug? Of profiteert vooral de neofascist Salvini  van het  extreem rechtse klimaat in Europa? Of gaat de niet serieus te nemen linkse warhoofd Grillo er met de grootste buit van door?

Voor EU, de euro, de stabiliteit in Europa en de welvaart van de Italianen is een politiek experiment met elk van deze drie heren het slechts denkbare scenario. Maar welllicht komen de Italianen volgend jaar nog op tijd bij zinnen en nemen zij Renzi, een van de weinige serieus te nemen politici in Italië, weer in genade aan. (jv)

168 Oostenrijk gidsland voor extreem rechts?

4 december 2016 

Welke les is er uit de Oostenrijkse presidentsverkiezingen te trekken? In ieder geval dat extreem rechts zich dieper in de democratische instituties heeft ingevreten dan we tot voor een paar jaar geleden voor mogelijk hadden gehouden. Niet alleen in Oostenrijk, maar ook in Duitsland, Frankrijk, Hongarije en wie weet volgend jaar in Nederland. Hofer, die openlijk flirt met het neonazistische gedachtengoed, heeft weliswaar nipt de verkiezingen verloren, maar wel ca 46% van de stemmen gehaald. Bizar. Het land met een diep bruin verleden en Hitler ’s trouwste bondgenoot heeft niets van haar geschiedenis geleerd.

Het scheelde toch slechts een paar procent of  Hofer was president geworden. Terwijl Oostenrijk mede door de EU economisch sterk gegroeid is en maar heel weinig problemen heeft. De gemiddelde Oostenrijker heeft het nog nooit zo goed gehad en toch gaan ze volgend jaar zeer waarschijnlijk de enge extreem rechtse FPO de grootste partij maken.

Norbert Hofer heeft sympathieën voor neonazi’s. Wilders en Baudet hebben hun sympathie voor Hofer niet onder stoelen of banken gestoken. De vrienden van vrienden zijn mijn vrienden?  De bruinhemden staan overal voor de poorten en willen er in. Om onze democratie en rechtstaat van binnenuit te slopen. Waar zullen ze als eerste ook regeringsmacht krijgen? Waarschijnlijk in Oostenrijk na de parlementsverkiezingen volgend jaar. Het besmettingsgevaar is groot. (jv)

167 De leugen van een nationale identiteit.

3 december 2016 

Dat gezever over het belang van onze nationale identiteit ergert me. Heb ook nooit in die ene Nederlandse identiteit geloofd. Daarvoor waren er teveel groepen in ons land met normen, waarden en gedrag waar ik totaal niets mee had. Nog steeds niets mee heb. Ik schaam me zelfs voor een bepaald soort Nederlander. Wil er niet bij horen.

Ooit dacht ik wel dat er een aantal gemeenschappelijk basiswaarden bij de Nederlanders te herkennen waren: Nederlanders vechten ruzies niet fysiek uit, maar ze spreken het uit en daarna is het over, ze zijn er erg individualistisch, ze accepteren niet zomaar iets, maar vragen altijd naar het waarop, ze vinden vrijheid een groot goed en accepteren ‘rare dingen’ van de ander. Dacht ik. 

Maar ik ben er inmiddels wel achter dat deze zogenaamd typisch Nederlandse eigenschappen, die je kunt ophangen aan het kapstokjes ‘tolerantie’, voor veel Nederlanders alleen voor de ‘eigen groep’ gelden. Schijntolerantie.

De Nederlandse identiteit bestaat dus niet. Heeft nooit bestaan. Nederland is al van vanaf de Republiek in de 17-de eeuw een multi-culturele samenleving, waarin totaal verschillende groepen redelijk vreedzaam naast elkaar leefden, elkaar tolereerden. Om maar een paar groepen te noemen: vluchtelingen vanwege het geloof vanuit het zuiden, gastarbeiders vanuit het oosten, katholieken, protestanten, joden en vele andere geloven. Iedereen leefde hier binnen zijn eigen groep. Met de eigen identiteit. Misschien was dat toen wel de gemeenschappelijke Nederlandse identiteit: men tolereerde elkaar. In de landen om ons heen werden andersdenkenden vervolgd, gemarteld, onthoofd, gevierdendeeld of verbrand. 

Die situatie heeft zich voortgezet tot en met de periode die bekend staat  als ‘de verzuiling’. We hadden de liberale, christelijke en socialistische zuil. Iedere zuil met haar eigen krant, partij, verenigingen en culturele gewoontes. Leven en laten leven. Maar met types van de andere zuil ging je niet om.  Dat waren vreemde mensen. Pas na WO II zijn die zuilen ontmanteld.

Kregen we na de verzuiling dan wel een herkenbare nationale identiteit? Helemaal niet. De verschillen tussen groepen bleven. Alleen liepen ze nu veel minder langs de geloofslijnen. Opleiding werd het onderscheidend criterium. Dat werd steeds pregnanter. Hoog opgeleiden leven tegenwoordig in een andere cocon dan laagopgeleiden. Het zijn totaal verschillende werelden.

De verschillen zien we niet alleen terug komen in de verschillen in inkomen en gezondheid (hoogopgeleiden leven zes jaar langer dan laagopgeleiden), maar ook in politieke en culturele voorkeuren en in levensstijl. Laagopgeleiden geven vaker de voorkeur aan populistische/nationalistische partijen, zijn vaker ontevreden over ‘de politiek’ en zijn tegen Europa en mondialisering. Ze lezen minder, richten hun huis anders in, hebben ander hobby’s, luisteren naar andere muziek, kleden zich anders, hebben andere omgangsvormen, eten en drinken anders, kijken naar andere tv-programma’s, etc etc.  

Hoog en laag opgeleiden gaan nauwelijks nog met elkaar om, ontmoeten elkaar niet meer, trouwen steeds minder met elkaar. Hoog opgeleiden pushen hun kinderen naar de hoogst mogelijke opleiding, laag opgeleiden doen dat veel minder en kunnen hun kinderen ook veel minder (laten) ondersteunen tijdens het leerproces. De scheiding wordt alarmerend groot. Een hoogopgeleide uit Nederland heeft waarschijnlijk een betere klik met een hoogopgeleide allochtoon waar ie ook vandaan komt, dan met een laag opgeleide autochtoon.

Maar als de nationale identiteit niet bestaat, waarom hameren nogal wat politieke partijen hier dan zo op? Het is politieke retoriek bedoeld voor politiek gewin, bedoeld om een ‘wij gevoel’ te creëren. Tegen ‘zij’, het deel dat uitgesloten moet worden. En als je de leugen van de nationale identiteit maar vaak genoeg herhaalt, gaan steeds meer mensen het ook geloven.

Het is in de geschiedenis een bekend recept: via het smeden van een kunstmatige nationale identiteit kan er richting andere groepen die daar niet binnen mogen passen een vijandsbeeld worden gecreëerd. Het is ook altijd de voedingsbodem geweest voor de pogroms op de Joden, die in geen enkel land paste binnen het concept van de nationale identiteit. Ze waren voor de machthebbers  in problemen een makkelijk en dankbaar object om de volkswoede op af te laten koelen.

Nu zijn het andere etnische groepen die de pispaal zijn en buiten de bedachte abstractie NI vallen. We mogen op dit punt nog heel wat onmenselijks vrezen. (jv)

 

166 “De stuiptrekkingen van een bevolkingsgroep in stervensnood”?

2 december 2016

In zijn Volkskrant Voetnoot van 1 december j.l. vraag Arnold Grunberg zich af of mannen die leiden aan alcoholisme, diabetes en overwicht ook oververtegenwoordigd zijn onder PVV stemmers. Zijn hypothese luidt: ja. In combinatie met het profiel van een deel van de Trump en Brexit stemmers komt hij met een tweede hypothese, namelijk dat we te maken hebben met de gevaarlijke stuiptrekkingen van een bevolkingsgroep in stervensnood. Is deze gedachte misschien wat te vergaand?

Ik denk van niet en zie ook wel ondersteunend bewijs voor Grunberg’s hypotheses. Allereest het bewezen feit dat de laag opgeleiden, die oververtegenwoordigd zijn bij de PVV, ook in de gezondheidsstatistieken in toenemende mate hoog=slecht scoren als het gaat om ongezond eten, veel roken en stevig drinken. Generatie op generatie. Dat kan alleen maar fataal aflopen.

Tweedens: als je in allerhande programma’s zelfverklaarde ‘gewone’ PVV-ers hoort en ziet, dan valt het vaak op dat ze er nogal dikkig/ongezond uitzien en moeite hebben om drie lopende zinnen achter elkaar te formuleren, laat staan een coherent verhaal. Dit kan duiden op langdurig en overmatig drankgebruik.

Toch ook enige twijfel bij Grunberg’s tweede hypothese. Bij het soort PVV-ers dat ik regelmatig schuimbekkend tekeer zie gaan over vluchtelingen, anders gekleurden en de elite, denk ik nooit dat we hier te maken hebben met “de stuiptrekkingen van een bevolkingsgroep in stervensnood”. Integendeel en helaas. (jv)

165 De een verdient het. De ander moet zich schamen.

30 november 2016 

Bijzondere mensen mogen bijzonder verdienen. Zeker als ze het zelf ‘uit de markt halen’ en consumenten/afnemers bereid zijn om de gevraagde prijzen te betalen. Ik vind het krankzinnige bedragen maar heb er vrede mee als Paul McCartney jaarlijks gemiddeld € 35 mln bij elkaar weet te harken. Unieke man. Unieke songs. Ik hoef zijn nummers niet te kopen. Miljoenen mensen doen dat wel. Geheel vrijwillig.

Maar het wordt onaanvaardbaar als de veelverdiener uit de staatsruif eet en bij een publieke organisatie werkt. Als de belastingbetaler het geld moet opbrengen voor middelmatige mensen die maar een paar uur per dag werken in weinig complexe banen, dan past grote terughoudendheid. Vooral omdat wij daar als ‘afnemers’ geen invloed op kunnen uitoefenen zoals bij Sir Paul. In publieke functies (buiten de gezondheidszorg) zijn salarissen boven de Balkenende norm, € 178.000,   niet te pruimen. Dat heet dan graaien.

Ik noem een paar van die megaverdieners die uit de publieke ruif worden gefinancierd:

  • Matthijs van Nieuwkerk € 580.000 per jaar !!!??
  • Giel Belen € 560.000
  • Jeroen Pauw € 270.000
  • Paul de Leeuw € 230.000

Krankzinnige bedragen, die nog ongepaster worden als je ze vergelijk met mensen die voor de publieke zaak echt presteren en een veel complexere job hebben met een veel grotere impact op de samenleving. Zoals: 

  • Diederrik Samsom € 116.00
  • Mark Rutte € 157.000
  • Francois Hollande € 179.000
  • Angela Merkel € 220.000
  • Barack Obama € 350.000

Zouden de publieke veelverdieners zich ook een beetje schamen als ze deze verschillen met ministers en Kamerleden zien? Forget it. Het zijn graaiers die mensen met tig meer inhoud en verantwoordelijkheid elke week weer met dedain voor joker proberen te zetten. Ze kakken er op. Pauw en van Nieuwkerk voorop. Aan de schandpaal ermee. (jv) 

164 20 januari, de inauguratie: wie komen er?

29 november 2016 

De inauguratie van nieuwe presidenten is altijd een bijzondere, bijna sacrale gebeurtenis. Hij is immers democratische gekozen via vrije verkiezingen en vertegenwoordigt 317 miljoen Amerikanen. Daarvan waren er 250 miljoen stemgerechtigd, waarvan er 125 miljoen ook daadwerkelijk hebben gestemd (50%). Iets minder dan de helft daar weer van stemde op de nieuwe president, die dus de steun heeft van 25% van de stemgerechtigden. Een smalle basis. Toch zien de meeste Amerikanen ‘van de andere partij’ bij de start de nieuwe president ook als ‘hun’ president. Ook deze keer?

Gezien de persoonlijkheid en het ‘onorthodoxe’ optreden van de nieuwe president tijdens de campagne en na de verkiezingen is het maar zeer de vraag of het op 20 januari een inauguratie zal worden zoals alle andere. Velen zien de nieuwe president dit keer helemaal niet als een echte president, laat staan als ‘hun’ president. Ja, hij is gekozen, dus je zult het met ‘m moeten doen, maar minstens de helft van de Amerikanen vindt ’m vulgair, gevaarlijk en incompetent voor zijn nieuwe job. Een groot deel schaamt zich voor deze president. Dat is uniek in de Amerikaanse geschiedenis. Wat zal daar van te merken zijn op de dag van de inauguratie?

Wat betreft de formele inauguratie, en m.n. de eedaflegging, zal alles wel volgens de gebruikelijke procedure verlopen. Maar daarna?

Wat nu al bijna zeker is, is dat de festiviteiten met artiesten die de president op deze dag toezingen niet erg gesmeerd gaan lopen. Normaal gesproken staan de ‘grote’ artiesten in de rij om voor een president op te treden. Bij deze nieuwe president is dat tot dusver niet het geval. Diverse artiesten, zoals de Stones en Bruce Springstien hebben al laten weten een eventuele uitnodiging niet te aanvaarden. Elton John, die al gevraagd is, heeft geweigerd.  Hij zal het dus waarschijnlijk moeten doen met wat derderangs artiesten in de country en western sfeer.

Op de social media worden allerlei suggesties gedaan voor artiesten op 20 januari. Pussy Riot b.v. Ook wordt de nieuwe president voorgesteld om een dj in te huren. Die kan dan plaatjes draaien, zoals het nummer van R.E.M. “It’s The End Of The World”. Gelukkig mogen we ook ,zelfs met deze man,  de nodige humor verwachten. Dat zullen we hard nodig hebben. (jv) 

163 Obama’s erfenis: ondanks massieve tegenwerking redelijk succesvol.

28 november 2016 

“Die Obama heeft in acht jaar ook niet veel bereikt”. Het is de riedel van veel Nederlandse columnisten en zelfbenoemde VS experts als het gaat om de prestaties van Barack Obama. Los van het feit dat Obama een uitermate fatsoenlijke, integere, humane, innemende, humoristische en intelligente persoonlijkheid was/is (eigenschappen die we nog heel erg gaan missen), zijn er ook insiders die zijn erfenis als (zeer) positief beoordelen.

Iemand die Obama acht jaar op de voet heeft gevolgd en veel gesprekken met hem en zijn entourage heeft gevoerd is de hoofdredacteur van The New Yorker, David Remnick. Ook de laatste weken voor de verkiezingen en de dagen er na heeft hij uitgebreid met de president en zijn naaste adviseurs gesproken. De neerslag van deze gesprekken is 28 november gepubliceerd in The New Yorker. In een on-Nederlands lang en diepgravend artikel. Wat een verademing vergeleken met de doorgaans ‘snelle stukjes’ over belangrijke politieke vraagstukken in onze kranten en tijdschriften. Het artikel biedt veel inzicht in de werkwijze van Obama en zijn opvattingen over belangrijke vraagstukken.  

Over Obama’s erfenis schrijft Remnick het volgende.  “Long before Election Day, books were being published about Obama’s legacy: an economy steered clear of a beckoning Depression, the rescue of the automobile industry, Wall Street reform, the banning of torture, the passage of Obamacare, marriage equality, the end of the war in Iraq, heavy investment in renewable-energy technologies, the appointment of Sonia Sotomayor and Elena Kagan to the Supreme Court, the killing of Osama bin Laden, the Iran nuclear deal, the opening of Cuba, the Paris agreement on climate change, two terms long on dignity and short on scandal. Obama’s approval ratings reached a new high.”

Deze selectie schetst toch een ander beeld dan het zure: “hij heeft niet veel kunnen bereiken”. Waarbij ook nog bedacht moet worden dat de republikeinse meerderheden in Senaat en Huis van Afgevaardigden zes jaar lang vele voorstellen succesvol hebben vertraagd, afgezwakt of geblokkeerd. Dat maakt wat er bereikt is nog unieker.

En dan nu z’n opvolger. Tijdens de campagne omschreef Obama hem als “uniquely unqualified” and “temperamentally unfit” to be Commander-in-Chief— when to win, eight years of accomplishment would go out the window”. Scherper kan niet. Maar dan wel na de uitslag alles doen om de transitie naar het nieuwe presidentschap soepel te laten verlopen. In het belang van het land en de wereld. Je moet het maar kunnen opbrengen. Klasse. Klasse vent.

De hoge waarderingscijfers die hij nu, aan het eind van zijn termijn, in de polls krijgt, moeten een schrale troost voor ‘m zijn. Hij zal 20 januari waardig vertrekken. Of de inauguratie van zijn opvolger ook waardig zal verlopen, is nog maar de vraag. (jv) 

162 Somberaars leiden vaak aan historische bijziendheid

27 november 2016 

Ze kunnen er zelf weinig aan doen, de somberaars. Het is een stemming die ze overkomt of misschien wel overvalt. Met zo nu en dan een somber buitje valt goed te leven, maar als het geprangde gemoed voortdurend elke vrolijkheid wegdrukt en ontaardt in structureel negativisme, wordt het wel een dingetje. Het is treurig voor de somberaar zelf, maar ook voor zijn/haar omgeving. Iemand die zelfs bij een goed gevuld glas alleen maar oog heeft voor dat kleine lege gedeelte, gaat op de zenuwen werken.

Het gesomber en daaruit voortvloeiend geklaag is vooral irritant als het voortkomt uit gevoelens, beelden, angsten, verwachtingen of opvattingen die gebaseerd zijn op feiten die evident niet kloppem. Je wilt best begrip opbrengen voor de handicap van sombermans, maar zou dan ook wel willen dat er zo nu en dan toch een poging wordt gedaan tot reflectie. Dat er rationeel nagedacht wordt over het waarom van die somberheid. Komt het voort uit ontevredenheid? Of uit de vrees dat er ooit ‘wel eens’ iets ergs kan gebeuren? Of uit zorgen over verslechterende in de wereld?

Via reflectie zou je jezelf in ieder geval indringend kunnen afvragen of er in jouw specifieke situatie echt redenen zijn voor ontevredenheid en zo ja, of je daar dan zelf niet iets meer aan zou kunnen doen. Als de somberheid voortkomt uit de vrees dat er misschien ‘wel eens’ iets ergs kan gebeuren, dan moet je jezelf er toch van kunnen overtuigen dat je beter pas kunt gaan somberen als hetgeen gevreesd wordt zich ook daadwerkelijk heeft voorgedaan. Voor die tijd is het zonde van de tijd. Zeker als later blijkt dat het gevreesde zich nooit heeft voorgedaan.

Somber zijn omdat de toestand in de wereld ‘steeds erger’ wordt, kan vrij eenvoudig worden geattaqueerd, door je te beseffen dat die toestand sinds het begin van de menselijke beschaving juist alleen maar beter is geworden. De ellende was vroeger overal en over de hele linie erbarmelijk, maar de werels is gaandeweg voor steeds grotere groepen steeds leefbaarder geworden. Met name de laatste 40 jaar hebben we over de hele wereld mega sprongen gemaakt.

Over deze toestand in wereld stond zaterdag j.l. in de Volkskrant een mooi, ontnuchterend, interview met de Zweedse historicus/schrijver Johan Norberg: “Het gaat fantastisch met de wereld. Zolang je maar zicht houdt op het grote plaatje”. Hij onderbouwt deze stelling met een veelheid van feiten en cijfers in zijn nieuwste boek “Vooruitgang”. Wij leiden volgens Norberg aan “historische bijziendheid": omdat we onze kijk op de wereld bijna volledig baseren op de ellende die via de krantenkoppen tot ons komt, zien we nauwelijks meer wat er in 80% van de wereld echt gebeurt. En we vergelijken het al helemaal nooit met 'hoe het vroeger was'. Geen idee van de progressie die we op bijna alle fronten hebben gemaakt. 

Zie het oorlogsgeweld: uitgedrukt in aantallen slachtoffers van oorlogsgeweld is de situatie in de wereld nu vele malen beter dan 30 of 40 jaar geleden. Nu 1.5 doden per 100 duizend mensen, toen 5 doden.

En die vooruitgang geldt voor bijna alle indicatoren die de kwaliteit van het leven van de mensen op onze aarde bepalen: vrijheid, gezondheid, ouderenzorg, veiligheid, levensverwachting, geletterdheid, welvaart en luxe. Op al deze  indicatoren is het na WO II steeds heel veel beter gegaan. Niet in elke regio, maar wel in de gebieden waar 80% van de wereldbevolking woont.Dit is met objectieve, controleerbare cijfers aan te tonen. Iedereen kan het opzoeken. 

Nog nooit hadden zo veel mensen het dus zo goed als in deze tijd. De somberaars zouden dit soort feiten eens wat meer moeten meewegen i.p.v. de stemming met name te laten bepalen door de kranten, journaals en talkshows waarin vooral de ellende altijd in geconcentreerde vorm aan bod komt en nooit ‘het grotere plaatje’.  (jv) 

161 Het volk, de elite en de meerderheid.

26 november 2016 

We zullen het de komende maanden steeds vaker moeten aanhoren: het verhaal van het boze volk dat het niet meer pikt versus de elite die maar niet wil luisteren.

Ooit, heel vroeger, dacht ik dat we bijna allemaal tot ‘het volk’ behoorden en dat ‘elite’ bestond uit heel klein groepje dat een groot deel van de welvaart naar zich toeharkte en op belangrijke posities beslissingen kon nemen. De elite, dat was die 0,1%. Deze elite stemde keurig op vooral de VVD en de rest, ‘het volk’, bijna iedereen dus, verdeelde haar stemmen over een bonte stoet van partijen. Meestal netjes verdeeld over links, rechts en het centrum. De oude elite had wel veel invloed, maar kreeg nooit de volledige politieke macht omdat ‘haar’ partij altijd andere partijen nodig had om te regeren. Ze waren met te weinig om in het parlement veel potten te breken.  

Maar heden ten dage heeft extreem rechts, ondersteund door een deel van de  media, aan het begrippenpaar 'elite/volk' een heel andere betekenis gegeven. De populisten vinden dat de elite, die ze ook wel de gevestigde orde noemen, de groep is die tegen een belangen van volk verkwanselt. De elite heeft het voor het zeggen en gaat haar gang maar. Waar? In het parlement?  Maar dat wordt toch democratisch gekozen? Blijkbaar geeft de overgrote meerderheid van de kiezers toch de voorkeur aan de gevestigde partijen? What's  the problem? Gewoon de uitkomst van een democratisch proces.

Het begrip ‘volk’ hebben de populisten terug gebracht tot hun eigen aanhang: boze blanken die het niet meer pikken en die de gevestigde orde ‘naar huis zullen sturen’. De partijen die in ons land van deze slogan hun core-business hebben gemaakt zijn de PVV en de PVN. In de meest deprimerende peilingen hebben we het in Nederland dan over ca 37 TK-zetels, ofwel 25% van het electoraat. Dat is dus het ‘volk’ van de populisten. Een kleine minderhed. 

Maar zelfs in dit scenario stemt dus 75% van de kiezers dus nog op één van de 13 (?) fatsoenlijke gevestigde partijen.

De ‘gevestigde orde van 75%’  zal zich echt niet zo snel laten wegblazen door het ‘volk’ van 25%. Dit ondanks het treurige gegeven dat als de PVV op 15 maart de grootste wordt, de media een stemming zullen creëren van: “het kan toch niet zo zijn dat de grootste partij niet mee gaat doen in de regering?”

Nee jongens, jammer dan, maar die grootste partij gaat niet mee doen. Waarom niet niet? Omdat 75% van de kiezers vindt dat het land wel fatsoenlijk bestuurd moet worden en omdat we hier geen etnische groepen gaan uitsluiten. We gaan ook niet alle moskeen sluiten en we gaan de Koran niet verbieden. Want dan worden we het Noord-Korea van Europa. Paria. Besmet. Gemeden. Geboycot.

Kunnen we, als menselijk gebaar en om ze kwijt te raken, misschien ergens in Europa een blank gebied voor alle populisten reserveren, waar ze hun goddelijke gang kunnen gaan? Zonder zwarten, moslims, joden, socialisten, liberalen, vluchtelingen, elite en alles waar ze de pest aan hebben. Wel met ontwikkelingshulp natuurlijk. (jv) 

160 Watertekorten + vleesconsumptie = vluchtelingenstromen

25 november 2016 

De mondiale waterconsumptie neemt heel snel toe en de beschikbare watervoorraden nemen snel af, vooral in de nu al droge gebieden. Op dit moment leven al meer dan 1 miljard mensen met een extreem tekort aan water. De opwarming van de aarde en de klimatologische gevolgen daarvan (extreme droogte) vergroten dit probleem alleen maar. Het gaat binnen afzienbare tijd dus heel erg verkeerd als er geen drastische matregelen worden genomen.

Milieubewust als we zijn, doen wij consumenten in eigen huis natuurlijk aan ‘minder, minder, minder’ water. Maar douchen, wc doorspoelen, auto wassen, tuin sproeien en alle ander huishoudelijk waterverbruik slurpt slechts 1% van ons mondiale waterverbruik op. Dus daarop besparen is vooral ‘voor het gevoel’. Vooral hier, waar we meer dan genoeg water hebben, zethet dus nauwelijks zoden aan de dijk.

 

De mondiale landbouw en veeteelt is verantwoordelijk voor 90% van het wereldwaterverbruik. Van het beschikbare drinkwater op aarde wordt 70% gebruikt voor irrigatie van landbouwgebieden.

Als je alles optelt, aftrekt en doorrekent, wordt 99% van het drinkbare water op deze aardbol gebruikt voor de productie van consumptiegoederen. Het gaat hier dus om de hele keten: irrigatie van de gewassen, bedoeld als consumptie voor mens of dier, de verwerking tot consumptiegoederen en het transport van dit alles. Een groot deel van onze voedselproductie is waterintensief. Een paar voorbeelden uit het boek “10 miljard”  van Steven Emmett:

  • De productie 1 liter frisdrank vraagt 100 liter water, want de productie van suiker vergt veel water
  • Voor de productie van 150 gram biefstuk  is 3000 liter water nodig
  • Voor de productie van een kilo kip 9000 liter water
  • Voor een kilo chocola  27.000 liter water
  • Voor de productie van koffie voor een kop koffie 100 liter water

Als we weten dat de productie van vlees gemiddeld 2000  liter water kost en de productie van plantaardig eten met dezelfde voedingswaarde 800 liter water dan weten we in ieder geval met welke veranderingen in ons consumptiepatroon we het waterverbruik substantieel kunnen terugdringen .

De waterproblemen worden nu heel snel het meest acuut in de droge gebieden waar men toch al moet krabbelen om het hoofd boven water te houden. Miljoenen gaan hier ‘on the move’ als het water in hun gebieden nog schaarser wordt en ze niets meer kunnen verbouwen.

Willen we een humanitaire ramp en grote vluchtelingenstromen voorkomen, dan zullen we als een speer al onze technologische vindingrijkheid in de strijd moeten gooien, maar vooral ook ons consumptiepatroon moeten veranderen. Aan het waterverbruik in elke schakel van de hele voedselketen kun je opmaken dat het heel veel uitmaakt wat we eten en drinken.  Minimaliseer de vleesconsumptie. (jv) 

159 De elite: iedereen die nadenkt en tegen Wilders is?

24 november 2016 

Wat de populisten met de elite bedoelen, blijft redelijk onduidelijk. Bedoelen ze iedereen die niet in het PVV-riool wil kruipen? Of iedereen die nog niet boos en bang is en weigert te vallen voor de PVV-verlokkingen? “De elite? Dat is iedereen met een verkeerde mening” zei een populist tegen Tom-Jan Meeus in het NRC van vandaag.

Ik ga voor de omschrijving van de micro-bioloog en overtuigd VVD-lid Rosane Hertzberger in haar NRC-colum van 12 november j.l.. Zij omschrijft de elite als: “iedereen die nadenkt, die studeert, elke intellectueel, elke geleerde, iedereen die weigert mensen uit te schelden, of zwart te maken, die zijn ideeën met feiten onderbouwt, die niet beledigt en bedriegt, die wetenschap serieus neemt. Als dat zo is, dan ben ik apetrots om onderdeel te zijn van die elite. Tijd voor een nieuwe hastag: #Proudtobeelite”.

Onder deze omschrijving valt misschien wel 75 % van de Nederlandse kiezer, zijnde alle niet-Wilders stemmers.  (jv)

 

158 Wilders en ‘zijn volk’.

24 november 2016 

"U vonnist over miljoenen. Spreek mij vrij. Spreek ons vrij." Aldus Wilders in zijn pleitrede gisteren. Op z’n minst erg gezwollen. Duidelijk preluderend op een heldenstatus in onze vaderlande geschiedenis. En w.b. die ‘miljoenen’ (wat ie later zelfs uitbreidde tot ‘het Nederlandse volk’ ) overdrijft ie ook een beetje. Als Wilders op enig moment 25 zetels bemachtigt, hebben ongeveer 1.5 miljoen kiezers daar voor gezorgd. Maar tegenover de 1.5 miljoen Wilders-stemmers uit ‘het volk’ staan dan 5.5 miljoen kiezers die op een andere partij hebben gestemd. Een mixje, lijkt me, van volk en elite. In ieder geval zijn er in Nederland heel veel meer gematigde kiezers dan Wilders en zijn aanhang ons elke keer weer willen doen geloven. (jv)

157 Minder, minder, minder: Marokkanen versus Joden.

23 november 2016 

In Pauw van woensdagavond spraken o.a. strafpleiter Gerard Spong en een PVV-sympathisant over het ‘minder, minder, minder’-proces. De eerste vond de uitspraak van Wilders strafbaar. De tweede vond dat de uitspraak moest kunnen. De heren stonden (voorspelbaar) lijnrecht tegenover elkaar w.b. de legitimiteit van de strafeis, maar erg interessant werd het gesprek niet.

Tot Spong ‘m vroeg: “En als een politicus nu zou roepen ‘minder Joden’, zou het dan ook moeten kunnen?’ De PVV-er was even van slag, wist zich geen raad met de vraag, kwam er op eigen kracht niet uit en de vraag bleef een beetje hangen. Iemand zei dat als het om de Joden zou gaan het in de context van de oorlog moest worden geplaatst. Die escape nam de PVV-sympathisant maar over. Dus als het over Marokkanen ging moest Wilders’ uitspraak kunnen, als het over Joden ging niet.

De tafel ging er niet op door. Spong liet het er ook maar bij. En Pauw ging snel naar een volgend onderwerp. Je kon merken dat niemand zich hier echt aan wilde branden. Maar er bleef toch zo iets hangen van: de Marokkanen moeten eerst maar eens hetzelfde leed hebben meegemaakt als de Joden in de oorlog en pas dan hebben ze recht van spreken. (jv) 

156 Fractiediscipline of mag iedereen van alles roepen?

22 november 2016 

Het opstellen van de lijsten met kandidaten voor de nieuwe Tweede Kamer is geen makkelijke klus. De meeste partijen besteden dat uit aan een commissie. Die komt met een voordracht. En daar kan een partijcongres dan verandering in aanbrengen. Niets mis met zo’n procedure, zou je zeggen. Toch is het vaak ondankbaar werk. Het geeft meestal gedoe. Je kunt het als commissie nooit voor iedereen goed doen. Altijd zijn er ontevredenen. De media sneren over achterkamertjes politiek. Zittende Kamerleden die niet meer gekandideerd worden of op een naar hun mening te lage plaats zijn gezet, gaan mokken of zoeken de media.

De media stoken deze vuurtjes maar al te graag op, geven de ontevredenen ruim baan en klagen lekker mee dat de ’partijelite’ dwarsdenkers van de lijst wil weren. En er een eenheidsworst van jaknikkers van wil maken. Ze noemen Kamerleden die zich hier tegen verzetten ‘dapper’ (Martin Sommer in VK zaterdag jl).  Maar als een gekozene later querulant blijkt te zijn, die voortdurend met eigen standpunten naar buiten komt, partijstandpunten aan z’n laars lapt en uiteindelijk dreigt uit de fractie te treden om onder eigen naam verder te gaan, dan honen de media over een amateuristisch selectiebeleid. Waar staat dat media consistent moeten zijn?

Politieke partijen proberen bij het opstellen van de kandidatenlijsten een beetje de gulden middenweg te zoeken. Wel zoveel mogelijk creatieve Kamerleden met eigen ideeën, maar ook weer niet zo ‘wild en ongeleid’ dat je als partij teveel risico loopt, dat ze op enig moment geheel hun eigen gang gaan. Je ontkomt als partij niet aan een zekere fractiediscipline en de afspraak dat elk lid de vrijheid heeft om zijn eigen opvattingen in te brengen, maar dat als er na intern debat een bepaalde lijn gekozen wordt, iedereen zich daar dan wel aan committeert. Zonder zo’n afspraak wordt het een zootje. Als iedereen maar zo’n beetje z’n eigen goddelijke gang gaat en bij stemmingen over voorstellen doet wat hem of haar goeddunkt, zit geen enkele coalitie er langer dan een jaar. We worden een bananenrepubliek.

Helaas bieden afspraken over een zekere fractiediscipline geen garanties dat het soms niet hopeloos mis gaat. Maar daar krijg je dan wel veel voor terug. Een bizarre wildgroei aan nieuwe partijtjes zoals Denk, PVV, VNL en de groep Monasch. De versplintering gaat maar door. Wel erg levendig allemaal, maar of de democratie er beter door gaat functioneren, mag je betwijfelen. (jv)

155 Simon Schama over Trump.

21 november 2016 

In het NRC van zaterdag j.l. een lang en boeiend interview met Simon Schama n.a.v. zijn laatste boek: Het gezicht van een wereldrijk. Groot-Brittannië in Portretten. Het interview ging natuurlijk vooral over dit boek, maar Schama wilde ook wel wat kwijt over Trump. Hij vreest dat we nu een politieke ineenstorting gaan meemaken en trekt paralellen met 1933 en 1939. Op de vraag van het NRC : “Gaan we die kant weer op?” reageert Schama met:

“Jazeker. Niet omdat Trump een tweede Hitler is, dat is hij niet. Trump is een psychopathische narcist met de aandachtsspanne van een vlieg. Maar fascisme komt in vele gedaanten. Trump heeft een stem gegeven aan authentieke, hardcore fascisten. Ultranationalisten die immigranten willen uitzetten, die tegenstanders criminaliseren. Het is een Poetin-achtig fascisme dat zich nu ook snel verspreidt in heel Europa. Volgend jaar kan het alleen maar erger worden, als er verkiezingen zijn in Nederland, Frankrijk en Duitsland."

"Trump heeft uitspraken gedaan die voorheen ongehoord waren. Extremistische ideeën zijn nu binnengedrongen in het mainstream discours. Hij heeft het plezier van de haat doen opvlammen. Door zijn uitspraken worden zaken gelegitimeerd, uitlatingen waar men zich vroeger dood voor zou schamen of die je alleen tegen vrienden durfde te zeggen als je heel dronken was. Je ziet het ook bij Wilders-aanhangers. Dus ja, dit is precies zo’n situatie als in de jaren dertig. Er komt een laag eelt over onze beschaving te liggen."

"Het idee dat er ook een andere, mildere Donald Trump bestaat, is absurd”

Aldus de historicus Simom Schama, o.a. bekend van zijn boek “Overvloed en Onbehagen” over de Republiek Holland in  Gouden Eeuw 

154 Arnold Grunberg versus Martin Sommer

20 november

Op zaterdag een paar vaste rituelen en één daarvan is de volgorde waarin ik de Volkskrant lees. Vaste prik is dat ik start met de Voetnoot van Arnold Grunberg op het voorblad, waarna ik snel doorblader naar “Opinie & Debat voor Vrij Zicht, de wekelijkse bijdrage van Martin Sommer, twintig pagina’s verder. 

De Voetnoot is een ministukje van ca 150 woorden, bijna altijd lucide, verrassend en betekenisvol. Vaak blijft de inhoud nog lang hangen. Het is razend knap om elke dag in zo weinig woorden zo veel te zeggen. Grunberg is een van de weinige erudiete  schrijvers in ons land die ook rake kanttekeningen weet te plaatsen bij maatschappelijke en politieke vraagstukken. De meeste schrijvers vinden het te ordinair om zich tot de politiek te verlagen. Of schrijven er met veel dedain over. Nederland is een van de weinig landen waar schrijvers nauwelijks meedoen in het maatschappelijke debat. Grunberg gelukkig wel.

Als ik mij aan de Voetnoot heb gelaafd, schiet ik door naar zijn tegenpool Martin Sommer. Martin Somber was toepasselijker geweest. Waar Grunberg in weinig woorden relativerend, verrassend, filosofisch en in de kern optimistisch is, is Somber met veel woorden voorspelbaar, cynisch en pessimistisch. Er deugt, als je zijn stukken leest, maar heel weinig in ons land.

Waarom ga ik dan toch zaterdag zo snel naar Somber? Misschien omdat ik onbewust denk: dan heb ik die ergernis maar alvast gehad. Misschien ook omdat ie altijd onderwerpen behandelt die mij in hoge mate interesseren en ik nieuwsgierig ben naar wat ‘rechts Nederland’ er van vindt. 

Zaterdag jl ging ie los tegen de wijze waarop politieke partijen hun kandidaten selecteren voor de Tweede Kamer. Zoals altijd als Somber het over politici heeft, droop het cynisme er ook nu weer van af. Hij constateerde voor de zoveelste keer dat de steun voor politieke partijen “miserabel” is, want…. “Zij staan voor gebroken beloftes, plucheplakkerij, en wij-regelen-het-onder-elkaar-wel”. Ja, als types als Somber dit er elke week bij lezers, kijkers en luisteraars in rammen, dan is het logisch dat er niet heel positief over deze beroepsgroep wordt gedacht.

 Het is niet moeilijk, maar vast heel bevredigend, om in een snel gemaakt stukje een karikatuur van het politieke bedrijf te maken. Het kost veel meer tijd en het is veel saaier om duidelijk te maken hoe de dagelijkse politieke processen in het echt verlopen. Er wordt in vele, meestal openbare, vergaderingen over tientallen onderwerpen gedebatteerd, onderhandeld en besloten. Dat gaat bijna altijd erg professioneel, fatsoenlijk, gepassioneerd en met veel deskundigheid. Verschillen in visie en opvattingen worden goed duidelijk gemaakt. Kortom: de meeste kamerleden en bewindslieden doen dag in dag uit waarvoor ze ingehuurd zijn. Alles live te volgen via de site van de Tweede Kamer. Dat heeft helaas weinig invloed op de beeldvorming, want er blijken maar een handjevol geinteresseerden naar te kijken.  

Maar in de media komen alleen die paar onderwerpen, waar men erg verschillend over denkt en niet direct uitkomt. Die worden dan uitvergroot, waarbij verschillen van mening altijd als ‘ruzie maken’ wordt geframed. “Doen ze daar in Den Haag nog iets anders dan ruzie maken?” zegt het volk de media dan na. 

Martin Sommer zou, als ie het over politiek heeft, misschien eens wat meer de diepte in moeten en wat minder voorspelbaar zijn stokpaardjes moeten bereiden. (jv) 

153 Geert Jan Knoops bagatelliseert 6500 aangiftes

20 november 2016

In de Volkskrant van zaterdag jl stond dat Wilders’ advocaat Geert Jan Knoops er in zijn pleidooi op had gewezen dat weliswaar 6500 mensen aangifte tegen zijn cliënt hadden gedaan, maar dat volgens zijn berekening (dus) 16.9 miljoen mensen geen aangifte hadden gedaan. “Dat is de andere kant” had ie er vervolgens over gezegd. Vond ik een tamelijk onnozele uitspraak van deze briljante advocaat. Of zit er een diepe betekenis in dit statement dat mij volkomen is ontgaan? Maar stel, we beschouwen het als een scherpzinnige vondst om de 6500 bezwaarmakers te bagatelliseren: dan gaan we deze redenering ook consequent doortrekken. Als er volgend jaar maart 1 miljoen Nederlanders op Wilders stemmen, dan hebben er dus 15.9 miljoen Nederlanders niet op ‘m gestemd, waarvan 12 miljoen kiesgerechtigden. Dus dan geen gezwam meer over de grote steun die hij heeft onder de bevolking. Het is maar een heel klein deeltje van de bevolking dat bereid is op 'm te stemmen.  (jv)

 

 

152 Hoe voorkomen we de revolutie?

19 november 2016 

Er is weinig fantasie of inlevingsvermogen voor nodig om een deel van de boze burgers te begrijpen. Niet zozeer de querulanten die het redelijk goed hebben, maar wel altijd lopen te zeiken. Overal negatief commentaar op, maar nooit een constructieve gedachte. Deze kankeraars maken de samenleving niet beter en zeker niet leuker, maar stoken, gefaciliteerd door de media, wel een gevaarlijke veenbrand op.  

De empathie geldt wel voor de sneue types die aan de onderkant zitten, in de buurt van het afvoerputje van onze samenleving. Geen baan of een rottig, onzeker, slecht betaald flexbaantje, zonder perspectieven en afhankelijk van de grillen van een baas zonder sociaal gevoel. Misschien ook de pech dat ze in een slecht huis en een slechte buurt wonen met veel ‘vreemde kostgangers’. Dat maakt het leven er voor hen niet leuker op. En als ze dan ook nog eens problemen hebben met de partner, de kinderen moeilijk doen en de schulden oplopen, dan is er weinig om vrolijk van te worden. En nergens een reddingsboei. Niemand die een hand uitsteekt. Ze voelen zich terecht in de steek gelaten. Zij hebben ze een punt. Een groot punt.

Maar helaas. Ze zoeken hun heil vooral bij types die hen niets te bieden hebben. En ze zoeken zondebokken. Die zondebokken zijn, met dank aan populisten, snel gevonden. Migranten. Europa. Maar vooral de elite. Het is allemaal de schuld van de elite in het algemeen en de politici in het bijzonder.

Die laatste groep, pispaal voor volk en media, wordt vaak met veel irrationele haat bejegend. Dat is treurig en onrechtvaardig. Maar toch kunnen zij zich niet aan hun verantwoordelijkheid onttrekken. Politici kunnen niet alle problemen van mensen in klote situaties oplossen, maar kunnen er wel meer doen dan ze tot nu toe doen. Daarvoor is veel meer eensgezindheid nodig.

Waar willen de politici heen met Nederland? Daar moeten ze nog beter over communiceren met ‘de gewone man’. Ze moeten:

  • meer moeite doen om een begrijpelijke en aansprekende visie uit te leggen
  • duidelijker maken waar de grenzen liggen van wat een overheid kan doen
  • durven zeggen dat er keuzes gemaakt moeten worden en die ook uitleggen
  • expliciet kiezen voor de probleemgroepen die het moeilijk hebben

Als je mensen in het verdomhoekje echt wilt helpen dan zul je er in ieder geval niet aan ontkomen om welvaart en welzijn in ons land rechtvaardiger te verdelen. De nationale koek die de komende jaren maar heel langzaam zal groeien, moet voor een groter deel ingezet worden op burgers die nu geen baan, een te laag inkomen of te weinig opleiding en zekerheden hebben.

De overheid kan maar in beperkte mate zelf banen creëren, maar kan wel veel meer geld investeren in infrastructuur, leger, politie, zorg, scholen huisvesting en buurten. Dat schept direct veel banen, ook bij bedrijven. Ook de koopkracht van modaal en alles daaronder zal substantieel omhoog moeten. Om dat allemaal te financieren zullen de vermogens van bovenmodaal extra belast moeten worden en zal er via de belastingen veel meer genivelleerd moeten worden. Een andere weg is er niet.

Politici, denkers en media kunnen zich het hoofd breken over de vraag hoe ze de boze burger in de media vaker aan het woord kunnen laten, maar dat is slechts een modegrilletje dat niet gaat werken. De bozen aan de onderkant kunnen misschien zo wat stoom afblazen, maar zullen ook steeds bozer worden omdat hun omstandigheden niet veranderen.

Het lijkt me veel effectiever als politici samen gaan uitleggen hoe ze het leven van de burgers aan de onderkant concreet gaan verbeteren. En tegelijkertijd, ook samen, de burgers aan de bovenkant gaan vertellen, dat zij daar een prijs voor moeten betalen.

Omdat alleen zo een ‘onaangenaam Nederland’, of misschien zelfs wel een revolutie, kan worden voorkomen.  (jv) 

151 Zijn alle wereldbeelden en opvattingen even prima?

18 november 2016 

In een uitgebreid artikel in de Correspondent van 10 november geeft Rob Wijnberg ons een boodschap mee n.a.v. de uitverkiezing van Trump.  “Tegen alle progressieven zou ik zeggen: dit is een goed moment om alvast afscheid te nemen van drie misvattingen in ons denken. Mensen die jouw wereldbeeld niet delen, zijn niet dom. Mensen die jouw wereldbeeld niet delen, zijn niet slecht. En dat ze jouw wereldbeeld niet delen, ligt minstens voor de helft aan jou. Waar de verkiezing van Trump om vraagt - en dat zeg ik ook tegen mezelf - is oprechte nieuwsgierigheid naar elkaar en elkaars werkelijkheid en een gesprek met elkaar over hoe het beter kan. Van generaliseren, polariseren en vingerwijzen profiteert vooral de man die daar president mee werd. Tot zover de wijze woorden van Wijnberg.

Het pleidooi van Wijnberg voor een oprechte interesse in elkaars werkelijkheid kan ik in beginsel onderschrijven. Die interesse is noodzakelijk om de ander te kunnen begrijpen. En alleen als je de ander begrijpt kun je een vruchtbaar gesprek voeren en standpunten en argumenten uitwisselen. Maar een standpunt begrijpen is nog wat anders dan er begrip voor hebben. En dan stuit ik op verschillende passages in het stuk van Wijnberg waarvan ik denk: hier worden verschillen in opvattingen zo gerelativeerd en van een zodanige context voorzien, dat het blijkbaar niet meer zoveel meer uitmaakt wat je denkt of vindt. Iedereen heeft nu eenmaal recht op zijn eigen meninkje en zijn eigen feiten. En die zijn dus allemaal even legitiem. 

Met zulk een relativisme heb ik niets, kan ik niets. Je hebt heel wat mensen die er standpunten op na houden, die je vanuit breed aanvaarde ethische uitgangspunten wel degelijk ‘gemankeerd’ kunt noemen: racisme, seksisme, xenofobie, mensen vanwege hun geaardheid of etniciteit willen uitsluiten, mensen in armoe laten creperen, de rijken rijker maken, het klimaat vraagstuk ontkennen, dreigen met de inzet van kernwapens …...En zo kan ik nog hele trits opvattingen/beleidswensen opnoemen waarvan je kunt stellen: als je deze zaken verdedigt, dan mankeert er of iets aan je ethisch besef of je wilt bewust onwetend blijven of je bent dom.

Hoe je het ook wendt of keert: bij de republikeinen zitten er heel veel mensen die er opvattingen op na houden die je ‘ethisch gemankeerd’ kunt noemen. Veel mensen daar hebben ook die een hekel hebben aan experts. En veel mensen die feiten alleen geloven als ze in hun kraam te pas komen.

Wijnberg wil op al die ‘vreemde’, gevaarlijke en inhumane republikeinse opvattingen niet de labels ‘slecht’ of ‘dom’ plakken. Is zijn goed recht. Maar moeten we dan op al die punten doen alsof het eigenlijk niet zoveel uitmaakt wat je denkt of doet? En dat het een niet beter/verantwoorder/ethischer is dan het ander? Dat gaat mij toch wel een brug te ver. Een paar bruggen zelfs. Want wat zijn de uiterste consequenties van dit relativeren? Kunnen we het ook uitbreiden naar de opvattingen en praktijken van andere abjecte wereldbeelden, zoals die van de nazi’s en de maoïsten? Ligt het voor de helft aan mij dat deze groepen mijn wereldbeeld niet delen? Ik vind dit een vreemde stelling van Wijnberg.

Kortom, anders dan Wijnberg vind ik dat je bepaalde wereldbeelden, opvattingen of beleidsmaatregelen wel degelijk ‘volstrekt onverantwoord’ , ‘inhumaan’ of ‘slecht’ kunt noemen. En ook kun je bepaalde mensen wel degelijk ‘slecht geïnformeerd’ noemen, of misschien zelfs ‘wreed’ of  ‘gevaarlijk dom’. Maar natuurlijk pas als je er ‘oprechte belangstelling’ voor hebt getoond. (jv)

150. Zonder Wilders in kabinet geen democratie?

17 november 2016

In "Pauw" ging het gisterenavond over democratie. Met oa Jesse Klaver en de opgeblazen zwamneus Maurice de Hond. De laatste vindt dat onze democratie niet meer werkt. Vindt ie al 20 jaar, zei ie er bij. Inderdaad, een repeterende breuk. Maar ook gisterenavond weer geen serieuze alternatieven voor ons systeem van 'n gehoord. Als voorbeeld voor het niet functioneren van onze democratie ging het volgende over tafel: als Wilders volgend jaar de grootste partij wordt en hij komt niet in het kabinet, ja, wie gelooft er dan nog in democratie?

Zo'n redenering, die er bij de aanhangers van Wilders natuurlijk in gaat als koek, is erg onlogisch. Slaat eigenlijk nergens op. De essentie van onze democratie is toch dat er meerderheden gevormd moeten worden rond een aantal belangrijke issues? En dat zal met het extreme programma van de PVV niet lukken. Dat kun je vooraf al inschatten. Alleen als de PVV zometeen 51% van de stemmen krijgt, zit het premierschap er voor 'm in. Dan kan ie democratisch z'n gang gaan. Zonder de andere partijen, die hij zelf keer op keer op een botte manier afserveert.

In de voor de PVV mooiste peilingen staat de partij nu op 37 zetels. Dat is 25 % van de stemmen. Dus 75% van de stemmen gaat naar andere partijen. Partijen met standpunten, waarvan er heel wat niet met die van de PVV zijn te verengingen. Op ethisch gebied zal het niet lukken. Op economisch gebied niet. En wat betreft de geopolitieke vraagstukken ook niet.

De PVV wil dus blijkbaar een beleid wat de overgrote meerderheid van de Tweede Kamer/bevolking niet wil. Er zijn dan geen compromissen mogelijk. Wilders staat alleen. En komt niet een kabinet. Dan kun je toch niet zeggen: de democratie functioneert niet? Die functioneert uitstekend. 

Moet je dan, om de democratie te redden, die 25% PVV-stemmers het beleid laten bepalen? Helaas ook bij Pauw geen alternatief voor onze huidige democratie gehoord. Alleen weer het oppoken van onvrede. Als je een leugen maar vaak genoeg herhaalt, dan gaan steeds meer mensen het geloven. (jv)

149 Hoe ver willen we het laten komen?

17 november 2016

Een paar prangende vragen aan onze fatsoenlijke politici. Waarom gaan ze de strijd met de haatzaaiende PVV-leider niet harder aan? Haatzaaien is toch strafbaar? De haatzaaier sluit toch bewust een deel van de bevolking uit? Dat zijn toch die Nederlanders met een ‘etnische afwijking’, moslims? Wat wil ie daarmee? Hun moskeeën echt afbreken? Hun Koran echt verbieden? Onze eigen Kristalnacht organiseren? Laten we dat gebeuren? En wat daarna? Deporteren? Waar naar toe? En als dat niet lukt? Wat dan? Kampen? Bewaakte wijken? Ovens? Laten die 1 miljoen moslims dat ook lijdzaam gebeuren? En als ze daartegen in opstand komen? Met aanslagen? Een burgeroorlog? Kunnen we die ellende niet beter voorkomen? En er in harmonie uitkomen? Bepaalt het ‘minder minder minder’ –proces welke afslag we nemen? Maar ook: welke afslag 'zij' nemen? (jv)

 

148 Feiten van experts en de elite? De media voeden het wantrouwen.

16 november 2016 

Corrie van Brenk, ex-FNV en nu nummer vier op de lijst van 50Plus, heeft weer iets origineels ontdekt om het nieuws te halen. Het CBS neemt ons volgens haar in de maling. Wij worden niet steeds ouder. Dat 'steeds ouder worden' moet het CBS van de regering zo berekenen opdat de AOW leeftijd dan omhoog kan, ouderen langer door moeten werken en de overheid minder kosten heeft. Ze zegt nog net niet: zodat de politieke elite meer geld overhoud om in eigen zak te steken. Met haar ontdekking wordt het pleidooi van 50Plus onderbouwd om de AOW-leeftijd weer naar 65 jaar terug te brengen. Wat een slim plan zeg.  

Waar had Corrie haar wijsheid vandaan? Van een blog!!. Zo, van een blog, ja dat maakt indruk. Dus direct aan de Telegraaf doorgegeven en die weet daar wel raad mee. Reacties van de deskundigen van het CBS, die onderbouwd duidelijk maken dat het bericht echt apekool is en dat de gemiddelde levensverwachting sterk blijft stijgen, maken geen indruk. In tegendeel. Het zijn volgens de complotdenkers immers juist die experts die ons in opdracht van de politieke elite van alles proberen wijs te maken.

Wat is er aan dit soort complotdenken te doen? Weinig vrees ik. Het vreet steeds dieper in en nog even en ook het denkende deel van de natie wordt er mee besmet. Want ook in de gevestigde media rukt het snel op.

Sheila Sitalsing heeft het in haar column in de Volkskrant van vanmorgen ook over nepnieuws, flauwekulberichten, complotdenken en de pogingen om dit alles uit de nieuwsbrij te zeven. Zij verwacht daar niet veel van …”omdat ook politici die uitstekend kunnen rekenen en nadenken gretig tegemoet komen aan ‘het gevoel’ en ‘de perceptie’ van mensen in het land”. Ook voor hen zijn de feiten blijkbaar niet altijd meer heilig. Hoor hoe ze, volgens Sitalsing, de burger soms benaderen.  “De economie groeit, het is meestal veilig op straat, de mensen worden steeds ouder, asielzoekers zijn doorgaans geen verkrachter,  maar als jij dat anders voelt jongen, dan zeggen we toch dat het zo is.”

Want we moeten de boze en verwarde burger vooral niet teveel tegenspreken. Dan wordt ie nog bozer en verwarder. We moeten naar ze luisteren en begripvol knikken.   Sitalsing ziet het somber in wat betreft het echte nieuws.  Dat verdwaalt volgens haar “…in een doolhof van meningen, veronderstellingen, wensdenken en achterdocht.”

Maar zoals Karl Popper al zei: “Optimism is a moral duty." Dus gewoon te hoop blijven lopen tegen leugenaars, feitenverdraaiers en onwetenden. De nieuwe volwassenen zijn  steeds hoger opgeleid. Je mag toch hopen dat die steeds beter fictie van feiten weten te onderscheiden?  Optimisme tegen beter weten in? (jv)

147 De racistische ratten komen uit het riool.

15 november 2016 

Hij is nog niet eens in functie, maar op de sites van de kranten in de VS kun je nu de stortvloed van racistische twitters lezen. Een hele ‘leuke’ is die van ene Pamela Ramsey Taylor, directeur van een stichting voor ouderen en armen. Na de overwinning van Trump verzond ze een tweet met de inhoud ,,Het zal zo verfrissend zijn om een elegante, beeldschone en deftige First Lady in het Witte Huis te hebben," zei ze over voormalig naaktmodel Melania Trump:  “Ik ben die aap op hoge hakken zat." De burgemeester van Beckly in West Virginia reageerde daarop met: ”You make my day Pam"

Maar het meest bizarre is nog de reactie van de burgemeester toen het bericht viral ging. Ja, wat doe je dan als je onder vuur komt te liggen en moet vrezen voor je baantje? Dan probeer je terug te krabbelen: “ Ik verontschuldig me als ik hier iemand mee heb gekwetst. Iedereen die mij kent, weet dat ik geen racist ben." O, echt? Waarom zou je met zo'n opmerking iemand kwetsen? Wat een type. Wat moet je nog meer doen om een racist te zijn? 

Typisch een gevalletje van wijven die dom of slecht zijn. De racistische ratjes denken dat de kust nu veilig is en komen uit het riool tevoorschijn. Maar ze waren vergeten dat het nog even te vroeg is. Hadden nog een paar maanden moeten wachten. Nu werd Pammetje nog ontslagen. Na de inauguratie van de held van de KKK durft geen baas dat meer en kun je pas echt los gaan. (jv) 

146 Asscher versus Samsom. Doorgestoken kaart?

 15 november 2016 

“Asscher pakt Samsom hard aan” kopten de kranten vanmorgen.

“Beide heren hebben natuurlijk gewoon al met elkaar afgesproken dat Asscher gaat winnen. Voor de bühne gaan ze er zogenaamd een strijd van maken. Maar met Asscher gaan ze beter scoren bij de verkiezingen, dus die moet het worden. Dat is vast al zo geregeld”

“Waarom zou je  twijfelen aan de oprechtheid van beide heren? Waarom moet  alles wat politici zeggen gewantrouwd worden? Waarom moet overal een complot achter gezocht worden om de kiezer te belazeren?”

“Ik zeg niet dat het een complot is. Maar ik denk gewoon dat afgesproken is dat Asscher gaat winnen. En waarom zou dat niet zo zijn? Wat zijn jouw argumenten om te denken dat het een echte strijd is?’

“Dus nu moet ik beargumenteren waarom ik denk dat beide heren gewoon de waarheid spreken. Daar ga ik altijd van uit, tot ik goede argumenten c.q. bewijzen heb om daar aan te twijfelen. Het lijkt me de normale gang van zaken dat degenen die vinden dat Asscher en Samsom de kluit belazeren en een toneelstuk opvoeren dat ook hard maken. In de rechtspraak hoef je ook nooit zelf te bewijzen dat je iets niet gedaan hebt. Degenen die verdenkingen koesteren moeten jouw schuld bewijzen.”

“……”

“Overigens, als die afspraak al zou zijn gemaakt: hoe wil je de PvdA-stemmers dan zo manipuleren dat ze in meerderheid op Asscher gaan stemmen? Verkiezingen vervalsen? En hoe wil je afdwingen dat al die betrokken adviseurs er nooit iets over naar buiten brengen? Het zou gedaan zijn met de geloofwaardigheid van de beide heren en die van de PvdA. Dus erg voor de hand ligt zo’n afspraak niet.”  (jv)

145 Nog meer luisteren naar de ‘gewone man’?

14 november 2016 

“De publieke omroep gaat leren van Trump” staat er boven het stuk van Shula Rijxman, voorzitter in de VK van vandaag.  Het zal toch niet waar zijn, denk je bij zo’n kop. Rijxman is voorzitter van de Raad van Bestuur van de Publieke Omroep. Zij vraagt zich af waarom de opiniepeilers in de VS er zo naast zaten. En in het verlengde hiervan stelt zij vragen over de rol van de media. Namen die de aanhang van Trump wel serieus? Sloten ze hun geluid niet teveel uit? Mevrouw Rijxman vraagt zich ook af of de journalisten nog wel weten hoe onze samenleving in elkaar zit? En daarom gaat zij hierover “het gesprek aan” met de omroepen.

Ik hou mijn hart vast over de uitkomst van deze gesprekken. Nog meer straatgesprekjes met boze landgenoten uit de probleemwijken die in de microfoon mogen blèren dat al die politici alleen maar hun zakken vullen? In de talkshows nog meer ‘volkse mensen’ die bozig, weinig coherent en zonder kennis van zaken mogen aanschoppen tegen de gevestigde orde “die er een puinhoop van maakt”? Nog vaker riedels van populisten die de boel gewoon mogen opjutten en kunnen liegen zonder dat ze tot de orde worden geroepen? Ik zou zeggen: er is een overaanbod van deze protestgeluiden op radio en tv. Het maakt de media steeds onverteerbaarder.

Ik zou er daarom juist voor willen pleiten om enkele minimale eisen te stellen aan mensen die gevraagd worden om in de media hun mening te geven. Ze moeten een paar elementaire fatsoensnormen in acht nemen. Beweringen, maar zeker beschuldigingen moeten worden onderbouwd met argumenten. Feiten moeten kloppen. En men moet in staat zijn een enigszins coherent praatje te houden. Kortom: geen fact free gescheld en het moet een toegevoegde waarde hebben. Laten de omroepbazen voorkomen dat de fatsoenlijke media de kant op gaan van het twitterriool. (jv) 

144 Het verschil tussen licht en donker: twee staten en 144.000 stemmen

12 november 2016 

De aftermath van de presidentsverkiezingen in de VS is nu al uitermate irritant. En dat wordt alleen maar erger. Vaker dan een normaal mens kan verdragen lacht die stupide tronie je dag in dag uit in de media tegemoet. Steeds vaker zullen we worden geconfronteerd met de babbels van de reactionaire zeloten die hij op strategische posities gaat benoemen. De klimaatontkenners. De militaire haviken. De muurbouwers. De lobbyisten voor meer fossiele energie, voor meer defensie-uitgaven en voor lagere belastingen voor de rijken. En natuurlijk de ministers die van toeten noch blazen weten, van het type Sarah Palin. Gaan we zo’n periode in die Barbara Tuchman beschreef in The March Of The Folly, die prachtige verhandeling over de niet te bevatten dwaasheid en het bestuurlijk onvermogen van megalomane leiders? 

Alles wat er in acht jaar moeizaam is opgebouwd door een integere president zal in no time weer worden afgebroken door een pragmatische coalitie van harteloze graaiers met een abjecte moraal en geloofsfanaten. Als er over enkele maanden is gezorgd voor een conservatieve meerderheid in het Suprême Court kunnen deze cowboys aan de afbraak van de rechtstaat beginnen. Met meerderheden in Senaat, Huis van Afgevaardigden en Suprême Court is alles mogelijk. Alle checks en balances zijn dan uit het systeem verdwenen.

Ook onverdraaglijk zijn de zogenaamde experts die voor 8 november nog kwamen uitleggen waarom Clinton niet kon verliezen en nu elke dag komen vertellen waarom ze niet kon winnen. Hun verhaal: Clinton was een slechte kandidaat en het grootste deel van de  60 miljoen stemmers op Trump wilde de gevestigde orde een lesje leren. Het lijkt mij onzin. Ten eerste omdat voor de verkiezingsdag bijna iedereen vond dat Clinton een van de best geprepareerde  presidentskandidaten ooit was. Dus hoezo “ze was een slechte kandidaat”?

En de tweede verklaring kan ook niet kloppen: de meerderheid van de Trump stemmers behoort namelijk zelf tot de gevestigde orde. Het zijn traditionele Republikeinen: de diep gelovigen, de blanke middenklassers, de rijken en de racisten. Ja, en er zijn in enkele staten meer boze blanken uit de onderklasse naar de stembus gegaan dan de peilingen hadden voorspeld. Die stemden vroeger niet of op de democraten. En hebben nu op Trump gestemd. Tegen hun eigen belangen in hebben ze gestemd op de ‘club’ die zich nooit om de armen heeft bekommerd. In tegendeel: Republikeinen zijn de uitvinders van de vrijhandel, van de lage lonen, van het  verplaatsen van banen naar het buitenland en van het laten verrekken van de armen. Het zijn de veroorzakers van de economische crisis van 2008. En de partij die die rommel mocht opruimen, is op 8 november afgestraft.

Het was een dubbeltje op z’n kant. Als Clinton in Michigan 17.500 stemmen meer had gehad en in Florida 126.500 stemmen meer, dan had zij alle kiesmannen van beide staten gehad en de verkiezingen gewonnen. Dus het lot van de VS en de wereld blijkt te zijn bepaald door 144.000 stemmen. Op 132  miljoen uitgebrachte stemmen, waarvan Clinton er 62 mln kreeg. 1 mln meer dus dan Trump. De ene kandidaat had gewoon veel mazzel en de ander veel pech. Zo kn dat gaan in een districtenstelsel. 

Op 20 december komen de 538 gekozen kiesmannen bijeen om formeel de nieuwe president te kiezen. De kiesmannen hebben niet de wettelijke verplichting om op die kandidaat te stemmen die in hun staat de meeste stemmen had. Dus er is nog een theoretische mogelijkheid dat……Maar dan breekt de pleuris in het land pas echt uit. (jv)

143 Het verdampen van slimme gedachten.

11 november 2016 

Hoe zou het komen? Redeneringen die in je brein nog een originele, creatieve of zelfs slimme indruk maakten, verschrompelen tot iets ‘gewoons’ als je die gedachten wilt overzetten naar het gesproken of geschreven woord. Je vertelt je redenering aan iemand, je hoort jezelf praten en denkt daarna: dat stelt toch minder voor dan wat ik dacht. Waar is die essentie gebleven die zoeven nog zo bijzonder leek? Gewoon verdwenen?

Als je een ‘briljante’ gedachte op wilt schrijven, verloopt het proces wéér anders. Je kunt er dan rustig voor gaan zitten en je proberen te herinneren: wat dacht ik ook al weer precies? Je transformeert vervolgens je gedachten naar geschreven zinnen. Je kunt er meer tijd voor nemen en het beter doordenken dan bij het gesproken woord. En natuurlijk kun je nog heel wat schaven aan die tekst. Nog even wat dieper in dat brein peuren. Net zo lang tot er iets aanvaardbaars staat. Maar ook in dat denk- en schrijfproces blijkt er vaak heel wat verloren te gaan. Zo bijzonder als het leek voordat de gedachten het brein verlieten, wordt het ook op papier meestal niet. Het blijven meestal ‘net niet’ teksten.

Heel heel soms gebeurt ook wel eens het omgekeerde. Je schrijft een paar gedachten op, krijgt opeens een brainwave, de ene passage lokt een andere passage uit en ineens staat er een stukje tekst dat beter is dan wat je oorspronkelijk dacht. Dat overkomt je. Kun je niet forceren. Is toeval.

Echt frustrerend is het totaal verdampen van ‘heldere’ gedachten ’s morgens bij het wakker worden. Dat verdampen gaat vaak heel rigoureus. In de doezelfase na het wakker worden schieten er allerlei bijzondere gedachten door het brein. Complexe problemen worden ingenieus ontrafeld. Redeneringen kloppen als een bus. Niemand heeft argumenten die beter zijn dan de jouwe. En dat weet je in die doezelfase dan ook zeker. 

Maar dan zit je na een zekere tijd ‘echt wakker’ op de rand van het bed, je weet, soms vaag soms scherp, met welk vraagstuk je zoeven aan het stoeien was, maar je bent totaal kwijt welke redeneringen en argumenten er door dat brein gingen. Alleen het wezenloze gevoel dat het allemaal zo goed klopte herinner je je nog.

Het is met al die slimme gedachten net zoals met die miljarden mannelijke zaadcellen na een lozing: bijna alles gaat verloren nog voor er iets zinnigs mee gedaan kan worden. (jv)

142 Baas over eigen leven. Drion revisited.

10 november 2016 

Het heeft niets met de verkiezing van Trump te maken, maar meer dan ooit wil ik dat die pil van Drion nu snel geregeld wordt. Iedereen die nog bij zijn volle verstand is moet een pil kunnen aanschaffen waarmee ie er stilletjes tussenuit kan piepen. Zonder daar artsen, familie of treinpersoneel mee lastig te hoeven vallen. Baas over eigen leven. Het is toch niet meer dan vanzelfsprekend? Het kabinet heeft nu heel voorzichtig de discussie hierover geopend. Te voorzichtig.

Zo komen ze met het idee om op redelijke en rationele mensen die het wel gezien hebben en er uit willen stappen zorgcoaches af te sturen. Van die zweverige beroepslullers die je dan moeten proberen over te halen om nog een poosje te wachten…..Die wil tocht niet op bezoek krijgen? Waar bemoeien ze zich mee?

De hypocrisie bij dit onderwerp is ongekend. Je mag wel probleemloos, legaal en in ruime mate genotsmiddelen aanschaffen waarmee je jezelf langzaam dood rookt, eet of drinkt, maar een verlossende pil waarmee je de lijdensweg kunt verkorten, moet ons onthouden worden. Waarom? Het simpele, christelijk geïnspireerde antwoord is: omdat de mens moet lijden voor ie definitief mag vertrekken. En wel zo lang mogelijk lijden. Er met een soort LSD-trip relaxed voortijdig tussenuit knijpen wordt door overheden en andere bemoeiallen te gemakkelijk gevonden. The easy way out moet worden afgesneden.

Maar omdat dit argument formeel natuurlijk niet kan worden gebruikt, worden er andere gezocht. Zo zou een pil van Drion niet veilig zijn en door familie misbruikt kunnen worden om hun half demente moeder die hinderend werkt bij het beschikbaar komen van de erfenis, vroegtijdig te elimineren. Is een aandachtspuntje. Maar hier moeten simpele maatregelen ‘ter voorkoming van oneigenlijk gebruik’ voor te bedenken zijn.

Overheden, medici en bedrijven kom met een pil die je alleen als je nog bij je volle verstand bent, kunt aanschaffen, plus desnoods een tweede pil, waarmee je het effect van de eerste ongedaan kunt maken als je er bij nader inzien toch nog even mee wilt wachten. Een interessante gedachte van een hoogleraar medische nanotechnologie is ook om een lichaamsspecifieke pil te maken. Die is voorzien van ‘eigen’ DNA en werkt alleen ie heeft vastgesteld dat ie in het goede lichaam zit. Iemand stiekem met jouw pil aan z’n einde helpen, is dan ook niet meer mogelijk.

Maar voor elke oplossing wordt er natuurlijk weer een nieuw probleem bedacht. Want voor Kees van der Staaij en z’n gristelijke makkers gaat dit natuurlijk allemaal veel te  ver. En helaas wilde ook de commissie o.l.v. de toch behoorlijke liberale Paul Schnabel er niet aan. Lijden zullen we. Dus het zal nog een taaie politieke strijd worden tegen deze bevoogding. Maar gelukkig heeft dit kabinet wel een eerste stapje gezet. (jV)

Wim T Schipper: “In je slaap doodgaan? Nee, alsjeblieft niet zeg. Dood gaan maak je maar 1x mee. Dan ga je toch niet liggen slapen?”

141 De reis naar het einde van de nacht?

 9 november 9.00 uur 

Toen vannacht om 5 uur de meeste staten, inclusief de swing states, rood kleurden, heb ik de dekens maar over m’n hoofd getrokken. Maar om 7 uur moest de nieuwe werkelijkheid worden aanvaard. Die twee uur doezelen was te kort voor een nachtmerrie, dus het was de real world. Zij krijgt waarschijnlijk de meeste stemmen. Hij wint de meeste kiesmannen en dus de verkiezingen.

De boze blanken, rijken en gelovigen hebben gewonnen. De boze blanken hopen nu dat alles weer wordt zoals vroeger in de jaren 50 en 60, dat er in de mijnen en staalindustrie weer nieuwe banen worden gecreëerd, dat de zwarten minder praatjes krijgen en dat de Mexicanen het land uit worden gezet. De rijken hopen dat zij via lagere belastingen nog rijker kunnen worden. En de gelovigen hopen dat het land nu eindelijk weer terug kan naar de tijd van Adam en Eva met god en de bijbel als richtsnoer voor alle handelen. Een soort Iran, maar dan met de enige echte god als leidsman.

De nieuwe president kan over drie maanden aan de slag met alles wat ie heeft beloofd: het klimaatverdrag opzeggen, de handelsverdragen met China openbreken, de Mexicaanse muur bouwen, razzia’s op illegale migranten organiseren en ze opsluiten en/of deporteren, moslims bashen, onwelgevallige media de mond snoeren, Clinton laten vervolgen, de NAVO-afspraken ter discussie stellen, vriendjes met Poetin worden, de nucleaire deal met Iran opzeggen, IS vernietigen, de belastingen voor de rijken verlagen, de sociale voorzieningen afknijpen,  Obamacare beëindigen, drie nieuwe opperrechters benoemen en alle ‘progressieve ‘wetgeving terugdraaien.

De spanningen binnen en buiten de VS zullen toenemen. De wereldeconomie zal inkakken. De chaos in het Midden-Oosten zal nog groter worden. De relaties met Europa verslechteren. Poetin zal zijn kansen in de Oekraine en de Baltische staten zien en grijpen. China zal zich bedreigd voelen en zich nog sneller bewapenen. 

De nieuwe president zal het allemaal niet kunnen overzien. Hij zal de grip op de ontwikkelingen verliezen. Steeds onvoorspelbaarder worden. Maar de boze blanken zullen het niet beter krijgen. Onvrede en de polarisatie zullen alleen maar toenemen. En de populisten in Europa zullen veel nieuwe wind in de zeilen krijgen. De  doemscenario's laten zich makkelijk uittekenen. 

Wordt de VS geleidelijk aan een eng land? Of is het het begin van een revolutie die in the end ook nog iets goeds brengt? Want met alle ellende die ons te wachten staat: er moet daar wel iets gebeuren aan die heilloze partijpolarisatie.  (jv) 

140 Wouter Bos behandelt het populisme

4 november 2016 

Voor de liefhebber gisterenavond een boeiende Pauw met als enige gast Wouter Bos.  Misschien wel de beste premier die we nooit gehad hebben. Bos was geen ‘gast’ in de normale betekenis van het woord, want hij droeg het programma van begin tot eind en had alles tot in de puntjes voorbereid. Hij was 80% van de tijd aan het woord en had alle beeldfragmenten ter ondersteuning van zijn verhaal zelf uitgekozen. Bos had de regie en Pauw stelde zich met zo nu en dan een aanvullende vraag bescheiden op. Was voor zijn doen zelfs vriendelijk, terwijl hij er bij PvdA politici toch meestal met gestrekt been in gaat. De heren maakte de indruk dat ze elkaar wel lagen of zelfs mochten. Toch werd het nooit saai of klef.

Het centrale thema was het populisme. Wat is het? Waarom komt het zo sterk op? Hoe erg is het? Wat kunnen de ‘normale’ politici er aan doen? En wat moeten ze vooral niet doen? Kun je zonder populisme en zonder ‘een beetje jokken en overdrijven’ je boodschap nog wel kwijt en voldoende kiezers trekken? Waarom komen populisten altijd weg met hun gelieg en waarom worden de gevestigde politici altijd gewantrouwd ook als ze de waarheid spreken? 

Het werd geen geleerd of ingewikkeld college van Bos, maar hij wist met korte beschouwingen en filmfragmenten, waarin vooral politici acteerden, het populisme, populisten en hun aanhangers in een begrijpelijk perspectief te plaatsen. Plezierig was ook dat hij zichzelf niet spaarde. Zelfreflectie, laat staan zelfkritiek, is niet direct de meest opvallende eigenschap van politici, maar Bos schroomde niet om duidelijk te maken waar en wanneer hij in zijn politieke leven de plank mis sloeg, zaken verkeerd inschatte, overdreef om zijn opponenten schaakmat te zetten of met een naïeve eerlijkheid tegenstanders een kans voor open doel gaf. Maxim Verhagen: “Met Bos ben je de klos”. En dus ging Bos in 2003 in de peilingen van 63 naar 42 zetels. Hoe eerlijk kun je zijn?

Het onderwerp is te complex om in 50 minuten alle relevante vragen diepgaand te beantwoorden, maar er gingen heel wat interessante inzichten over tafel die zich goed lenen voor meerdere aanvullende uitzendingen. Kan Bos hier niet voor worden ingehuurd?  Als tegenwicht tegen al die voorspelbare verkiezingsretoriek de we van nu tot maart gaan krijgen.

Misschien toch één wijsheid’ noemen die diverse keren terug kwam in het verhaal van Bos: je kunt begrip hebben voor de boosheid of angsten van burgers die achter populisten aanlopen, je moet ze zelfs serieus nemen, maar je moet ze nooit naar de mond praten en altijd blijven zeggen wat er naar jouw mening wel en niet haalbaar is. En je moet ook nooit meegaan in het aanwakkeren van angsten of agressie richting andere bevolkingsgroepen, alleen om de populisten de wind uit de zeilen te nemen, want dan gaan we met z’n allen naar een niveau waarin samenleven niet meer mogelijk is.

Als het gaat om de stijgende populariteit van populisten bleef er één aspect ten onrechte sterk onderbelicht: de rol van de media. Bos gaf wel een aanzetje door te verwijzen naar een uitzending van Pauw van deze week waarin ie een vol getatoeëerde baas van de motormaffia No Surrender aan tafel had. Deze dikke uitvoeirng van Tedje van Es  wilde de politiek in "omdat ze er daar in Den Haag niets van begrepen" en had daartoe een pamflet geschreven. De man wist van god noch zoete peren, gooide er onbegrijpelijke wartaal uit, maar werd door Pauw als een serieuze politicus in spé bejegend. En aardiger bejegend dan ie bij de meeste serieuze politici doet.

Bos zei te begrijpen dat talkshows met dit soort mensen beter scoort dan met serieuze politici die tijd nodig hebben om een ingewikkeld probleem uit te leggen. Dat wordt natuurlijk saai gevonden. Maar….

Vervolgens keek hij naar Pauw, ik denk in de hoop dat daar een serieuze reactie op zou komen. Maar die kwam niet. En de rol van de media bij het op het schild heffen van 'kleuurijke' populisten kwam niet meer aan de orde. Iets voor een volgende uitzending? (jv) 

139 Japanners zijn best een leuk volkje.

24 oktober 2016 

In het boeiende boek, “Japan advances”,  dat gaat over de geschiedenis, economie en cultuur van Japan, lees ik een prachtige passage over de collectieve instelling van de Japanners. Vertaald naar het Nederlands staat er:  “Japanners gooien nooit troep op de straat, ze eten niet in het openbaar, in de metro kun je een spelt horen vallen, ze zijn beleefd naar elkaar, tonen respect, zinloos geweld en hooliganisme komt er niet voor en buitenlanders worden vriendelijk bejegend. Japanners gedragen zich zo als ze zelf zouden willen dat iedereen zich zou gedragen”.  Exotische nazaten van Kant lijkt het.

Als je dit leest is de eerst reactie: leken de doorsnee Nederlanders maar een beetje op die Jappies. Dan zouden we hier een nog leuker landje hebben.

Maar vervolgens weet je ook welke wreedheden, moordpartijen en mega oorlogsmisdaden ze tussen 11938 en 1945 hebben gepleegd in Mansjoerije, China en de rest van Azië.  En je bent genezen van de rare gedachte dat de ene  etnische groep ‘beter’ is dan de andere.

Maar dat waren we natuurlijk al toen we lazen over de oorlogsmisdaden van onze eigen grootouders in Indonesië. De onontkoombare onafhankelijkheid moest in bloed worden gesmoord. Om daarna onder het tapijt te worden geveegd. Net zoals de even beschaafde Jappies dat toenmaals deden.   (jv) 

138 Asscher een betere leider dan Samsom? Het zijn de peilingen stupid

22 oktober 2016 

Lijsttrekkersverkiezingen in de PvdA. Een pijnlijke vergissing of noodzakelijk om een verouderd systeem te vernieuwen? De huidige leiding van de PvdA ziet het waarschijnlijk als een laatste strohalm om iets te doen aan de behoorlijk deprimerende peilingen. De verwachting is dat er een dynamisch elan van uit zal gaan, die partij weer een beetje op de kaart zet. Vooral door de media aandacht die er door zal worden gegenereerd. Dat zal ongetwijfeld gebeuren, maar de vraag is hoe de interne strijd door de media zal worden begeleid. Tot dusver ziet de framing er niet goed uit. Echt positieve reacties van buiten de PvdA heb ik er nog niet over gehoord of gelezen. Maar wel heel vaak behoorlijk negatieve: “wat een circus”, “een schijnvertoning” , “er zal een verscheurde partij zichtbaar worden”  en “niet bestande verschillen tussen Asscher en Samsom zullen op een doorzichtige manier worden opgeklopt”. En nog veel meer van dit soort cynisme. Het voorspelt niet veel goeds. 

Een reactie die nogal wat aandacht kreeg, was een ingezonden brief  in de Volkskrant van 13 oktober. “Geef ons maar Lodewijk Asscher” vond een aantal lokale bestuurders. De insteek was erg selectief en uitermate opportunistisch. Ik vrees dat het de opmaat was voor de surrealistische vertoning die ons te wachten staat. De pleitbrief was selectief omdat alleen sterke punten van Asscher werden genoemd en daar niet die van Samsom tegenover werden gezet. Dus op basis van deze brief kun je geen beargumenteerde keuze maken. Verder golden de meeste van de genoemde  pluspunten van Asscher ook voor Samsom. De belangrijke dossiers  die als verdienste van Asscher werden genoemd, worden ook door Samsom onderschreven, een aantal is zelfs door hem ingestoken.

Niemand heeft voor de belangrijkste PvdA-successen van dit kabinet zo gepassioneerd gelobbyd als Samsom. Niemand heeft, om dit kabinet door moeilijke fases heen te slepen, zo zijn nek uitgestoken als Samsom. Dat is zelfs de reden waarom hij voor een groot deel van de PvdA-achterban ook de impopulaire kop-van-jut werd. Terwijl Asscher in het kabinet vooral met ‘veilige’ dossiers bezig was die breed werden ondersteund, en zijn staatssecretaris de moeilijkste klussen met veel afbreukrisico deed, rende Samsom als brandweerman, olieman, reparateur en creatieve bedenker van schier onmogelijke oplossingen heen en weer. Ondertussen allerlei beuken van cynici in zijn eigen partij opvangend. Samsom brak niet. In tegendeel.

En dan kom ik bij mijn tweede punt van kritiek op degenen die Asscher op het schild willen hijsen: het bijna gênante opportunisme. Het gaat de Asscher aanhangers natuurlijk maar om een ding: de peilingen. Alleen omdat Asscher daarin momenteel beter scoort dan Samsom moet laatstgenoemde opgeofferd worden. In plaats van de huidige partijleider op alle mogelijke manier te steunen en te prijzen voor zijn moed, passie, onvermoeibare inzet, dossierkennis en bereikte resultaten wordt hem een stok tussen de benen gestoken. Dit komt op niet-partijleden weinig ethisch over. Het beeld dat zo van de PvdA ontstaat, is die van een partij die slecht met zijn leiders omgaat en ze snel afdankt.

Niet de verdienste is blijkbaar bepalend, maar de cijfertjes van Maurice de Hond. (jv)

137 De keuze: als Europa concurrerend meedoen of er niet meer zijn.

20 oktober 2016 

Hillary Clinton maakte zich altijd sterk voor TTIP en andere voorstellen om de mondiale handel te vergroten. Althans, voordat zij voor het presidentschap ging. Maar omdat de anti-globaliseringsstandpunten van Sanders en Trump ook onder democraten brede steun kregen, werd ze voorzichtiger. Ze begon steeds meer slagen om de arm te houden. Politiek verstandig misschien. Want je kunt in dat doldwaze circus niet al te opzichtig tegen de stroom van nationale sentimenten oproeien. Maar je mag hopen dat zij en het denkende deel van de VS na de verkiezingen weer bij zinnen komen. Zonder vrijhandel kachelen we allemaal achteruit.

“Make America great again”. Volgens Trump is het grote verlies van banen in de verouderde delen van de VS-economie vooral te wijten aan de vrijhandelsverdragen, zoals die tussen China en de VS.  Daar zit, los van alle domme retoriek, een kern van waarheid in. Maar Trump’s oplossing, opzeggen van de verdragen, zal desastreus uitpakken voor beide landen, en de wereld. 

Heleen Mees schetst in de Volkskrant van gisteren met een aantal aansprekende cijfers de gevolgen van vrijhandel voor de wereld, China en de VS. Mondiaal heeft de globalisering en de handelsverdragen die daaraan ten grondslag liggen vooral winnaars opgeleverd. Miljarden winnaars. Die zitten vooral in China, India, de BRIC-landen en de hogere middenklasse in de Westerse landen. In 1990 leefde 30% van de wereld bevolking van € 1.90 per dag. In 2013 was dat nog maar 10%. In China is dat nu nog slechts 2%. En dat was in 1990 65%!!! Spectaculair. In 25 jaar zijn 700 miljoen Chinezen uit de diepe armoede gekomen.

Voor de hele wereldbevolking geldt: nooit in de geschiedenis is in zo’n korte tijd de armoede van de zovelen zo sterk gereduceerd. En nooit is het inkomen in de  ontwikkelde wereld zo snel gestegen. Maar ook: nooit werd die globale inkomensstijging zo ongelijk verdeeld. En dat laatste is de echte probleem.

Voor deze spectaculaire ontwikkeling, zo analyseert Mees, heeft een deel van de arbeidersklasse in de VS wel een hoge prijs betaald. Want sinds 2001 is 33% van de industriebanen in de VS verdwenen en is het inkomen van de lagere inkomensgroepen met 20% gedaald. In Europa zijn dankzij de sociale vangnetten, de rechtvaardiger belastingstelsels en slimmer beleid de gevolgen veel minder groot. Maar de sentimenten bij bepaalde groepen zijn er niet minder virulent.

Verliezers van economische dynamiek zijn er overigens de hele geschiedenis door geweest. Altijd zijn er hele sectoren en dus vele banen verdwenen door technologische  vooruitgang en andere consumentenvoorkeuren. Arbeiders verloren hun baan en moesten elders weer een nieuwe vinden. Als je dit proces stop wilt zetten, gaan we weer terug naar de Middeleeuwen.

Maar willen we het politieke draagvlak voor verdere globalisering behouden, dan moeten de verliezers wel beter gecompenseerd worden dan tot dusver het geval was. Zeker in de VS. En we zullen nog veel meer moeten inzetten op scholing, op het snel kunnen wisselen van baan en op innovatie.

Want als China de innovatiekloof met de Westen weet te dichten en wij zetten alleen muren om onze landjes om te behouden wat we hebben, dan worden we volledig weggeblazen. Voor het sterk vergrijzende Europa is het de vraag of we het behoeftige bejaardentehuis van de wereld willen worden of dat we een robuuste en duurzame economie willen opbouwen.

We hebben als Europa, met slechts 8% van de wereldbevolking, wel veel praatjes, maar zijn geopolitiek een klein spelertje, nauwelijks in staat om op het grote wereldtoneel de eigen strategische belangen te verdedigen. En we dreigen door onze verdeeldheid ook economisch ver achterop te raken. Zie het getreuzel bij en de hetzes tegen vitale handelsverdragen zoals CETA en TTIP.

We zullen politiek, militair en economisch de krachten nog veel meer moeten bundelen. Het is ‘in the end’ een overzichtelijke keuze: als een sterke global player Europa concurrerend meedoen of er op termijn niet meer zijn. (jv) 

136 Fukuyama weet ook niet hoe de lemmingen in de VS moeten worden gestopt.

18 oktober 2016 

Verleden week een mooi interview in het Belgische Weekblad De Tijd met Amerikaanse politicoloog Francis Fukuyama. Fukuyama publiceerde in 1989, aan het einde van de Koude Oorlog, zijn beroemde boek het 'Einde van de geschiedenis'. Hierin werkte hij de these uit dat het westerse systeem van democratisch kapitalisme alle andere ideologieën had overwonnen. Het bleek immers een superieur systeem dat veel welvaart produceerde en via de rechtstaat de mensenrechten beschermde. Iedere wereldburger wilde dat ook. Geen enkel ander systeem kon die zelfde verworvenheden bieden.

Daar zijn na 1989, na de val van de muur, heel wat ‘dingetjes’ tussengekomen. In ieder geval stonden en staan de leiders van het steeds machtiger wordende China, het gefrustreerde Rusland en de Islamitische staten niet te trappelen om de toenmalige these van Fukuyama te onderschrijven. Er is in een betrekkelijk korte tijd van 25 jaar veel veranderd in de wereld. En bepaald niet in het voordeel van Westerse democratie.

Maar Fukuyama heeft sinds zijn beroemde boek veel nieuw werk, met nieuwe inzichten geproduceerd en is in de kringen ‘die er toe doen’ nog steeds gezaghebbend. In het interview met De Tijd gaat het vooral over binnenlandse kwesties in de VS. Hoewel geen fan van Clinton beziet hij de opkomst van Trump met afgrijzen, zegt ie. Populistisch, gevaarlijk en onvoorspelbaar.

Fukuyama vraagt zich zelfs af of de VS immuun zullen zijn voor anti-democratische ontwikkelingen zoals we die zagen tijdens de diepe economische crisis van de jaren dertig, met de opkomst van Hitler een Mussolini.  Zijn analyse is als volgt kort samen te vatten:

  • Vanuit een bepaald perspectief is de opstand tegen de Westerse elite, ook in de VS, goed te begrijpen en zelfs gerechtvaardigd. Er is namelijk een bevolkingslaag, t.w. de blanke lagere middenklasse, die vooral nadelen heeft ondervonden van de globalisering. Hun banen zijn verdwenen en ze zijn daarvoor niet gecompenseerd. Die klasse is in een positie terechtgekomen van onzekerheid en armoede. Zij zien vooral de sociale cohesie en welvaartsstaat eroderen. In de jaren dertig was er ook armoe, maar wel sociale cohesie.
  • De blanke middenklasse geeft ten onrechte de schuld van hun positie aan immigranten en zij verzet zich tegen allerlei veranderingen, m.n. culturele veranderingen. Zij voelen zich onzeker en niet meer thuis in eigen land.
  • De Republikeinen bedienen vooral de kiezers die hebben geprofiteerd van de globalisering en de Democraten bouwen hun machtsbasis op rond een coalitie van vrouwen en etnische minderheden. Alleen voor de blanke arbeidersklasse komt, zo lijkt het, niemand expliciet op. In dat gat springt Trump.
  • Toch heeft Obama ook voor die blanke arbeiders gedaan wat binnen zijn mogelijkheden lag met o.a. Obamacare, het redden van de auto-industrie en het voorkomen van een financiële meltdown in 2009. Maar alle andere noodzakelijke hervormingen om de blanke middenklasse te compenseren voor hun welvaartsverlies zijn door het Congres tegen gehouden. Toch kiest die gedepriveerde groep tegen hun eigen belangen in massaal voor de Republikeinen.
  • De nieuwe president moet in ieder geval komen met robuuste investeringen in de infrastructuur, met maatregelen om illegalen te legaliseren en een veel eerlijker belastingsysteem. De ongelijkheid in de VS wordt onaanvaardbaar groot en dit remt de groei en sloopt de sociale cohesie.
  • Maar voor structurele veranderingen is het noodzakelijk dat de verhoudingen in het Huis en de Senaat drastisch veranderen. Of Clinton moet met zodanig ruime marges winnen, dat de Democraten een grote meerderheid in beide organen krijgen, of de Republikeinen moeten redelijker worden en bereid zijn tot akkoorden.

De analyse is bekend. De prioriteiten zijn bekend. De politieke barrières die verstandige en noodzakelijke maatregelen frustreren zijn bekend. Maar ook Fukuyama heeft geen nieuwe ideeën om die barrières af te breken. Pragmatische consensuspolitiek zit er voorlopig niet in. De Republikeinen slepen de VS verder mee naar de rand van de klif. En Clinton wordt de nieuwe zondebok. (jv) 

135 Hoe komen biografen tot betrouwbare verhalen?

17 oktober 2016 

Elke biograaf, historicus of forensisch psychiater krijgt te maken met de vraag: welke feiten moet ik selecteren om te komen tot een adequate analyse, een zo volledig mogelijk beeld en betrouwbare conclusies? Een welke gegevens kan ik weglaten? Zo’n selectie vereist heldere criteria. Dat blijkt vaak een groot probleem

In zijn nieuwste boek “Als mijn geheugen mij niet bedriegt” werkt Douwe Draaisma dit probleem uit via het verhaal van de Unabomber Ted Kaczynski die tussen 1979 en 1987 tien bomaanslagen in de VS pleegde met de nodige slachtoffers (doden en gewonden). Uiteindelijk krijgen ze hem te pakken. Om de  doodstraf te ontlopen, zetten zijn familie en advocaten vol in op zijn geestelijke gestoordheid. Uiteindelijk werd er een schikking getroffen.

Maar in de loop der tijd werd er een overstelpende hoeveelheid feiten over de Unabomber verzameld en werden er vele verklaringen voor Kaczynski’s ontspoorde gedrag ‘bedacht’ en onderzocht. Was ie schizofreen, autist, psychopaat of narcist? Of werd ie emotioneel verwaarloost in zijn jeugd? Zijn vroegere buren hadden nooit ‘raar gedrag’ bij ‘m kunnen ontdekken. En zelf gaf hij tijdens de vele gesprekken met onderzoekers aan dat hij de aanslagen pleegde uit haat tegen de moderne technologie en de verwoesting van het milieu. Een soort Folkert van der G. dus.

Draaisma legt uit hoe de biografen en forensisch psychiaters in hun onderzoeken van de Unabomber te werk gingen bij het selecteren van de feiten. Degenen die uit gingen van een neurologisch defect bij de bommenlegger kozen geheel andere feiten en waarnemingen uit zijn verleden, dan de onderzoekers die de oorzaak voor zijn deviante gedrag vooral in een verwaarloosde jeugd zochten. En wie uit ging van het syndroom van Asperger selecteerde weer andere gegevens dan zij die vermoedden dat Ted leed aan schizofrenie. Met andere woorden: de aanname vooraf inzake de belangrijkste oorzaak voor zijn gedrag had een sturend aandeel in wat de onderzoekers wel of niet in hun analyse opnamen.

Je kunt je afvragen of je dergelijke onderzoeken nog echt wetenschappelijk kunt noemen. Er werd toch in zekere zin toe geredeneerd naar een bepaalde uitkomst. Draaisma stelt deze vraag naar het wetenschappelijke integriteit niet, maar laat wel zien dat je bij zo’n benadering het gevaar loopt dat alleen die informatie wordt opgenomen die de oorspronkelijke verwachting bevestigt. Mij doet deze tamelijk vooringenomen en selectieve werkwijze sterk denken aan rechercheurs  die een onschuldige verdachte via een tunnelvisie naar een veroordeling leiden. Alleen de belastende feiten selecteren en niet de ontlastende. En niet meer o pzoek gaan naar een andere dader. 

De onderzoekers hadden er ook voor kunnen kiezen om w.b. de oorzaken voor Kaczynski's atypische gedrag meerdere opties open te houden en daar ook het belastende en ontlastende materiaal bij te selecteren. Dan had aan het eind wellicht de best onderbouwde keuze gemaakt kunnen worden.

Biografen, historici en forensisch psychiaters die zich bij hun analyses en conclusies vooral moeten baseren op geschreven bronnen hebben dus als eerste probleem: wat selecteer ik wel en wat niet. En ze moeten zich steeds weer in alle eerlijkheid afvragen in hoeverre de zaken die ze weglaten het beeld kunnen vervormen? Maar hun tweede probleem is eigenlijk even lastig: wat is de kwaliteit van die bronnen? Hoe ‘waar” of betrouwbaar zijn de feiten die zijn vastgelegd in de stukken die worden geraadpleegd? Dat vraagt soms om een onderzoek op zich.

En als er voor het onderzoek ook nog eens een beroep moet worden gedaan op de herinneringen van diverse betrokkenen, dus op het geheugen, hebben we te maken met het grootste probleem: hoe betrouwbaar zijn onze herinneringen? Daar moeten we m.i. bij voorbaat geen al te hoge verwachtingen van hebben.

Onze herinneringen aan vele specifieke gebeurtenissen vervagen of vervormen. We zijn een gebeurtenis totaal vergeten of herinneren ons nog slechts flarden, maar kunnen de context niet meer terug halen. We verwarren onze eigen inbreng met die van anderen. We halen tijden, plaatsen en personen door elkaar. Het kan daarboven in het brein soms echt een rommelpotje zijn, waar we weinig ‘waarheid’ uit kunnen halen. Heel vervelend voor biografen, want garbage in, garbage out. (jv) 

134 A Hard Rain’s A-Gonna Fall.

15 oktober 2016 

Het is natuurlijk schier onmogelijk om uit die enorme verzameling bijzondere nummers ‘het beste nummer’ van Bob Dylan te kiezen. Er zijn zoveel ‘beste nummers’. Zo'n keuze is ook nog eens afhankelijk van stemming en invalshoek. Ben je in wat somber en zoek je naar een tekst waarin virulent racisme wordt gezongen, dan kom je natuurlijk uit bij “The Lonesome Death of Hattie Carroll. Sterke tekst die direct binnen komt. Qua impact vergelijkbaar met "Strange fruit" van Billy Holiday. Het zijn beide sonsg die je nog somberder maken  dan je als was, en bozer en machtelozer. Je gaat ze haten, die racisten in het Zuiden. Het is de macht van woorden. Versterkt door de stem van een charismatische bard. 

Het lot van de uitgebuite en machteloze industrie arbeider wordt in weinig songs beter bezongen dan in “North Country Blues”. Schrijnende uitbuiting. Als de bazen in andere regio’s arbeiders vinden die voor 10 dollarcent per uur minder willen werken dan sluiten ze de fabriek, ontslaan de 'te dure' adeiders en verkassen. Het zijn de slavendrijver 2.0. Actueel tot op de dag van vandaag.  Trumpstemmers hebben hier toch wel een puntje denk je stiekem.

Is de invalshoek de liefde, dan is “Sara” een van de mooiste op muziek gezette liefdesgedichten. “Sara,  so easy to look at, so hard to define.”  In 45 regels bezingt Dylan op meeslepende wijze zijn liefde voor de vrouw bij wie hij twee kinderen heeft. Je begrijpt na zo’n tekst niet waarom ze uit elkaar zijn gegaan. Hij schreef de song 10 jaar na de scheiding. 

Deze nummers zijn gezongen gedichten, met heldere en goed te duiden teksten. Ver boven de middelmaat. Maar voor “Dylan de Nobelprijs winnaar” leggen we de lat natuurlijk nog hoger. Dan moet het gaan om complexe, meerdimensionale teksten die zich niet simpel laten duiden.  Woorden en zinnen  waarvan je je steeds weer afvraagt wat er mee bedoeld kan worden. Teksten waar je heerlijk over kunt blijven filosoferen, teksten met meerdere lagen die zich pas na verloop van tijd een beetje laten afpelen. En dan nog kan iedereen er het zijne in ontdekken. Dylan heeft veel van deze buitencategorie gedichten gemaakt. In deze categorie staat voor mij numero uno “A Hard Rain’s A-Gonna Fall”, met direct daar achter Chimes of Freedom. (luister, luister)

“A Hard Rain’s A-Gonna Fall”. Waar gaat het over? Ik heb er in de afgelopen 50 jaar talloze malen naar geluisterd. In begin kon ik het niet goed volgen. Ik liet het allemaal gewoon over me heen komen. De stem. De nasale klanken. Het onheilspellende refrein. De raadselachtige zinnen. De nieuwe woorden. Het riep steeds weer stemmingen op waar ik me altijd goed bij heb gevoeld. Een gevoel van vrijheid. Van laat maar komen. Van we zullen de wereld eens een poepie laten ruiken. Maar dat komt misschien ook omdat ik alles nog moest ontdekken. Het was, naast studeren, ook de periode muziek, drank en discussiëren. En maar naar Dylan luisteren. Hij bezong mijn nieuwe wereld.

Maar op de momenten dat ik serieus naar de teksten ging luisterde, dacht ik er elke keer weer iets anders in te horen. Dylan wilde zelf nooit  zeggen wat ie er mee bedoelde. We moesten het zelf maar uitzoeken. Zo hoort het ook. Geen profeten die je voorzeggen wat je moet denken. Denk zelf. De ene keer wist ik zeker dat "A Hard Rain" ging over de hallucinaties van iemand die de ervaringen tijdens een LSD-trip probeerde uit te leggen. Dan weer dacht ik dat Dylan ons gewoon een beetje in de maling probeerde te nemen. Maar hoe vaker ik naar de teksten luisterde, hoe zekerder ik wist wat hij wilde zeggen. Er zat een onheilspellende boodschap in dit gedicht. 

Het gaat over de Apocalyps. Het einde van de wereld. In A Hard Rain’s A-Gonna Fall schetst Dylan de wereld, na het vallen van de  atoombom (‘The hard rain”). De mensheid is bijna volledig weggevaagd, maar hier en daar dolen er nog wat groepjes overlevenden verwilderd rond. Op de surrealistische puinhopen van de verdwenen beschaving is de zanger op zoek naar zijn “blue eyed son”. En als ie hem heeft gevonden en hem bij elk couplet een vraag stelt, krijgt hij hallucinerende antwoorden:

Oh, where have you been, my blue-eyed son?

And where have you been my darling young one?

I've stumbled on the side of twelve misty mountains

I've walked and I've crawled on six crooked highways

I've stepped in the middle of seven sad forests

I've been out in front of a dozen dead oceans

I've been ten thousand miles in the mouth of a graveyard

And it's a hard, it's a hard, it's a hard, and it's a hard

It's a hard rain's a-gonna fall.

Oh, what did you see, my blue eyed son?

And what did you see, my darling young one?

I saw a newborn baby with wild wolves all around it

I saw a highway of diamonds with nobody on it

I saw a black branch with blood that kept drippin'

I saw a room full of men with their hammers a-bleedin'

I saw a white ladder all covered with water

I saw ten thousand talkers whose tongues were all broken

I saw guns and sharp swords in the hands of young children

And it's a hard, it's a hard, it's a hard, and it's a hard

It's a hard rain's a-gonna fall

And what did you hear, my blue-eyed son?

And what did you hear, my darling young one?

I heard the sound of a thunder that roared out a warnin'

I heard the roar of a wave that could drown the whole world

I heard one hundred drummers whose hands were a-blazin'

I heard ten thousand whisperin' and nobody listenin'

I heard one person starve, I heard many people laughin'

I heard the song of a poet who died in the gutter

I heard the sound of a clown who cried in the alley

And it's a hard, it's a hard, it's a hard, it's a hard

And it's a hard rain's a-gonna fall.

Oh, what did you meet my blue-eyed son ?

Who did you meet, my darling young one?

I met a young child beside a dead pony

I met a white man who walked a black dog

I met a young woman whose body was burning

I met a young girl, she gave me a rainbow

I met one man who was wounded in love

I met another man who was wounded in hatred

And it's a hard, it's a hard, it's a hard, it's a hard

And it's a hard rain's a-gonna fall.

And what'll you do now, my blue-eyed son?

And what'll you do now my darling young one?

I'm a-goin' back out 'fore the rain starts a-fallin'

I'll walk to the depths of the deepest black forest

Where the people are a many and their hands are all empty

Where the pellets of poison are flooding their waters

Where the home in the valley meets the damp dirty prison

And the executioner's face is always well hidden

Where hunger is ugly, where souls are forgotten

Where black is the color, where none is the number

And I'll tell and speak it and think it and breathe it

And reflect from the mountain so all souls can see it

And I'll stand on the ocean until I start sinkin'

But I'll know my song well before I start singing

And it's a hard, it's a hard, it's a hard, and it's a hard

It's a hard rain's a-gonna fall.

133 Geloof als splijtzwam

14 oktober 2016 

Gisteren zag ik op Youtube een prachtige documentaire  van een twintigtal kinderen die samen muziek maakten. Een schitterend orkest. Prachtige muziek. Mooie en lachende kinderen. Ontroerend. Ze waren rond de twaalf jaar. Het waren pleegkinderen, oorlogswezen, die vanaf hun vijfde bij elkaar waren, samen naar school gingen, sporten, bij elkaar op bezoek kwamen, lief en leed deelden. Hun overleden ouders waren van verschillende geloven. Joods, Christen, Moslim. Die hadden elkaar in de driehoek Israël- Libanon-Syrië op leven en dood bestreden. De ouders van de muziek spelende kinderen waren vijanden voor het leven. Hun geloof was een barrière voor het leven. De kinderen werden vrienden voor het leven. Het geloof speelde bij hen splijtende geen rol meer.  (jv) .

 

132 Homo's dood---god lacht. Over aardige maar geschifte gelovigen.

14 oktober 2016 

Als je het geloof nog een beetje serieus wilt nemen, moet je niet kijken, maar als je je wilt laten verbijsteren over de verpletterende schade die het geloof in het menselijke brein kan aanrichten dan moet je ‘via uitzending gemist’ kijken naar de documentaire “The most hated family in America” van Louis Theroux. Ja, de zoon van….De VPRO zond de documentaire gisterenavond uit.

Theroux trok een maand op met familie Phelps, bestaande uit 71 leden en wonend in een welvarende buitenwijk van de stad Topeka in Kansas. De familie heeft een diepe, door god en de bijbel geïnspireerde haat tegen soldaten en homo’s (fags). Hun boodschap steken ze niet onder stoelen of banken. In tegendeel, als ze maar even kunnen, dan demonstreren ze overal waar ze hun vijanden vermoeden met borden waarop staat : 'Thank god for dead soldiers' en 'Fags die---god laughs'. Zo gaan ze naar begrafenissen van gesneuvelde soldaten waar ze er hun haat uitspuwen. Ze roepen natuurlijk veel tegenhaat op, maar dat deert ze niet. Ze leven voor hun missie. In opdracht van god.

Dochter Shirley dankt haar god voor 9/11 en de gesneuvelde soldaten in het Midden-Oosten. Deze dertig plusser heeft 11 kinderen, bij wie de haat er met de paplepel wordt ingebracht. Kleuters van vier lopen te demonstreren met borden waarop staat dat hun god homo’s haat. Dus verknipte gelovigen voeden kinderen op tot even verknipte gelovigen. En dat gaat nog generaties zo door. 

Maar het meest bizarre is dat al die zeloten die Theroux gastvrij ontvangen, zonder uitzondering aardige en helder formulerende mensen zijn. Lachend, relaxed en heel precies vertellen ze hem over hun vreselijke missie. Hun interpretatie van de bijbel heeft hen volstrekt geschift gemaakt en ontmenselijkt. Ze zouden, denk ik, mochtten ze denken dat god dat zou willen, ook lachend kunnen doden. Het verschil met de moordende sekte van Charles Manson lijkt me slechts gradueel.

Wie er nog niet van overtuigd was dat religie het ergste is wat de mensheid is overkomen, moet na het zien van deze briljante documentaire toch voorgoed genezen zijn. Elke religie heeft haar eigen schare zeloten die precies weten hoe het zit en dat ook anderen willen laten weten. (jv) 

131 Onzin geloven staat vrij, maar val anderen er niet mee lastig.

11 oktober 2016 

De Goulag Archipel en de Holocaust zijn even aan Zijn aandacht ontsnapt. Kan gebeuren. Toch niet zo almachtig? Of moest er even flink afgestraft worden? En de kans om Aleppo en andere oorlogshellen te voorkomen moest ie ook laten gebeuren. Maar er dan toch prat op gaan dat ie het heelal, de planten, dieren en mensen heeft geschapen!! In een weekje nog wel!!?? Het zijn pathologische opscheppers, al die Goden, en zij die er in geloven zijn wel erg goedgelovig. Dat zou niet eens zo’n probleem zijn, maar sommige van die misleide geesten willen niet-gelovigen en anders gelovigen ook nog eens dwingen om in hun versie van die onzin te geloven. De strijd hier tegen kan niet hard genoeg gevoerd worden. Iedereen mag in zijn eigen onzin geloven, maar laat anderen met rust. Dat kan er ook zonder frequent gebruik van de de ‘pleur-op-doctrine ingehamerd worden.

Schrijvers, cabaretiers, opiniemakers en politici zouden de religies wat vaker op een humoristsiche, rationele, W.F.Hermans-achtige manier, moeten 'relativeren'. Dus er niet 1 geloof uitpikken en dan vooral de gelovigen beledigen, maar alle geloven op de hak nemen en de goedgelovigen daarbij zoveel mogelijk sparen. Want zij kunnen het ook niet helpen.  (jv)

130 De waarheid moet weer de norm worden.

10 oktober 2016 

Er wordt heden ten dage wat afgelogen. Want iedereen heeft immers recht op “zijn eigen waarheid”. Maar eindelijk is er weer eens iemand die zich druk maakt over het grote belang van waarheidsvinding en duidelijk maakt dat de waarheid geen 'ouderwets' begrip is. 

In de Vonk-bijlage van de Volkskrant van afgelopen zaterdag gaat de directeur van de Argumentenfabriek, Kees Kraaijeveld, in op de teloorgang van de waarheid. De weggepoetste waarheid staat er boven het artikel.

Kraaijeveld legt uit dat het mooi is dat we onze Westerse kernwaarden vrijheid, democratie, gelijkheid en tolerantie telkens met verve aan de man brengen, maar dat we steeds vaker vergeten daar onze vijfde basiswaarde aan toe te voegen: het belang van de waarheid.

De waarheid/waarheidsvinding is fors gezakt in de onze hiërarchie van waarden. Zowel bij politici als bij journalisten. Bij iedereen eigenlijk. De leugens regeren. We zien het in het groot en in het klein. Bij de Brexit, het Oekraïne referendum en de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Belangrijke feiten blijken niet te kloppen, maar de leugenaars komen er altijd mee weg, ook als ze ontmaskerd worden. Fact free politics wordt steeds minder een uitzondering. Massaal protest blijft uit.

Maar ook in talkshows of nieuwsrubrieken kan er ongegeneerd gelogen worden, zonder dat er kritisch tegengas gegeven wordt. Zo kan de vaak hyperventilerende SP-er Leijten liegen alsof ze het zelf gelooft. Een paar dagen geleden beweerde bij Pauw en Nieuwsuur dat het basispakket in de zorg de afgelopen 10 jaar kleiner is geworden, terwijl het voor iedereen te controleren is, dat dat pakket juist sterk is gegroeid. Maar de beweringen van Leijten worden voor zoete koek geslikt. Want zij heeft immers ook recht op haar eigen waarheid, waarbij het niet meer gaat om kloppende feiten, maar om emotie, beeldvorming en framing. Journalisten laten het lopen omdat ze zich vooraf niet in de feiten verdiepen en het zelf dus ook niet weten.

De waarheid is ‘uit’ volgens Kraaijeveld. Politici, opiniemakers en ‘gewone mensen’ zitten gevangen in het dodelijke relativisme: “jij hebt jouw waarheid, ik heb de mijne”. Bij D66 staat het zelfs in haar beginselen: “Niemand heeft de waarheid in pacht”. Wat betekent dit? Bestaat de waarheid dan niet? Maar als je kunt aantonen dat iets waar is, dan kan iemand die iets geheel anders beweert toch geen gelijk hebben? Iets kan toch niet tegelijkertijd ‘waar’ en ‘onwaar’ zijn? Leugens, halve waarheden of vermoedens hebben in het debat toch een andere betekenis dan geverifieerde feiten?  Of is het allemaal 1 pot nat, omdat niemand de waarheid in pacht heeft?

Het streven naar waarheid betekent dat we op basis van feiten en argumenten onderkennen dat de ene uitspraak ‘meer waar’ is dan de andere. Dus niet iedere mening telt even zwaar. En niet iedere zienswijze is even waardevol. 

In het verlengde van het ‘ieder-z’n eigen-waarheid’ past volgens Kraaijeveld ook de minachting voor experts. De mening van een professor die ergens jaren op heeft gestudeerd weegt tegenwoordig even zwaar als die van iemand die op dat onderwerp een uurtje heeft gegoogeld. Ze worden in radio- en tv-programma's zodanig tegenover elkaar gezet, dat een expert het vaak aflegt. Want is 'ook maar een mening'. En snelle slogans winnen het tegenwoordig altijd van het goed uitleggen van een complex vraagstuk. 

Kraaijeveld geeft tot slot aan wat iedereen zelf kan doen als het gaat om de waarheid weer in ere te herstellen.

  • Maak consequent onderscheid tussen feiten en meningen
  • Streef naar waarheid en naar consensus over de feiten
  • Bestrijd relativisme en cynisme
  • Zoek actief naar feiten en onderbouw die zo cijfermatig mogelijk
  • Neem niets voor waar aan zonder onderbouwing
  • Trek niet zonder reden de waarheden van experts in twijfel

We moeten gewoon de waarheid weer invoeren als bepalend criterium om te bepalen of beweringen en feiten kloppen. En de uitkomst daarvan bepaalt weer of een mening er toe doet en of een zienswijze waardevol is. Terug naar de uitgangspunten van de klassieke filosofen en de Verlichting. Want het relativisme is een doodlopende steeg. (jv) 

129 Ook fysiek en cultureel profileren hoort niet

8 oktober 2016 

Vanmorgen weer mijn zaterdagse boodschappenronde gedaan. Zoals elke week. Een uitje. Alleen de makkelijke en aangename boodschappen. Met café-restaurant de Beurs als tussenstop. Daar lees ik  die kranten die ik weiger te kopen. Mijn actieradius beperkt zich op zaterdagmorgen tot de markt en een straal van 150 meter daar omheen. Ik bezoek mijn favoriete kaasboer, slijter, boekhandel en traiteur. C’est tout. Binnen anderhalf uur uit en thuis. Waarvan de meeste tijd in de Beurs. Dit rondje doe ik nu al zo’n 35 jaar. Moge ik blind worden, dan kan ik deze huishoudelijke klus vast nog wel klaren. Mitsgaders ik als blinde door zou willen leven. Wat vrij zeker niet het geval is. Maar dit terzijde.

Vanmorgen rond 9 uur kocht ik bij de kraam van Koekoek mijn kaas. De markt is op dit tijdstip nog vrij leeg, maar bij de aanpalende viskraam staat een kalende man vol overgave in een grote gefrituurde ‘lekkerbek’ te happen. Om 9 uur!!? Met open mond kauwt hij de vis snel naar binnen. Hap. Snap. Als een schrokkerig etende hond met een hongerige collega hond naast ‘m. Heeft ie haast of is dit zijn normale manier van ‘eten’?  

Ik kan mijn ogen niet van de man afhouden. Kan het eigenlijk niet aanzien, maar moet kijken. Het vet sijpelt vanuit zijn hoorbaar smakkende mond omlaag en druipt verder langs de drie onderkinnen, die op een wat curieuze manier onder zijn ovale kop lubberen.  De onderkinnen gaan, bij gebrek aan een zichtbare nek, direct over in een breed en peervormig lijf, met aan de onderkant een prominente skippybal waarover vrij strak een vlekkerig T-shirt is getrokken. 

Het T-shirt van ‘dikkie’ is te kort om de broekband te halen, dus er is op navelhoogte nog een ruime reep hagelwitte buik te zien. Het geheel is vreemd ‘afgekleed’ met een scheef hangend oranje (!!!)) colbertje. Het kruis van de ruim zittende spijkerbroek hangt zodanig laag dat er nog een behoorlijk stuk bilspleet is te zien. Holkijken. Het oogt onsmakelijk.

De lucht van gebakken vis zo vroeg op de morgen bezorgt me elke zaterdag een weeïg gevoel, wat geen enkel probleem is, maar het beeld van die vies etende vetzak roept een kort durend gevoel van walging op, direct gevolgd door schaamte over dat gevoel. Die schaamte is er vooral omdat ik me niet kan verzetten tegen het verwerpelijke cultureel profileren waar mijn brein zich nu in een split second schuldig aan maakt.

Deze man, zoals ie daar staat met die gefrituurde vis, dat amorfe lijf en die sneue uitstraling, wordt door het brein direct geprofileerd als ongezond, laag opgeleid, pro-Zwarte Piet en (natuurlijk) PVV-stemmer, als ie al stemt. Het brein ziet hem wonen in een slecht onderhouden huisje in Oude Pekela, levend van een uitkering. Hangend, rokend, drinkend en bunkerend. Scheldend op al die luie uitvreters en graaiende politici. En natuurlijk op de vluchtelingen en op Europa. Een Europa waar hij, die zelfs Pekela niet op de kaart  kan vinden, helemaal niets van weet omdat hij nooit een krant leest en altijd weg zapt als er iets ‘moeilijks’ op de buis is.

Dit waren verwerpelijke, politiek incorrecte gedachten waarmee het brein mij vanmorgen bij de kraam van Koekoek zeker een minuut of 3 lastig viel. Op mijn nuchtere maag. Maar, en dit is geen excuus, het waren wel hersens die nog even warm moesten draaien.

Daarom snel naar de Beurs. De Telegraaf lezen. Met diepgravende artikelen tegen al dat linkse gezeur over etnisch profileren en Zwarte Piet. (jv)

128 “Het is de frituur, weet Lelystad”

5 oktober 2016 

“Het is de frituur, weet Lelystad”. Een intrigerende kop boven een stuk in de Volkskrant van vandaag. Het gaat over de grote regionale zorgverschillen in ons land. Waarom liggen de zorgkosten per persoon in Lelystad 25% boven het landelijk gemiddelde en die in Zuid-West Fryslan 30% er onder? Een verschil dat per zorgvrager neerkomt op € 1400 per jaar. Dit soort grote verschillen zien we over het hele land. Waarom scoort de ene regio veel slechter dan de andere? Ligt dat echt aan de verschillen in de consumptie van patat, pizza’s en andere ongezonde rommel? Of is er meer? In het VK-artikel wordt er vooral een relatie met armoede gelegd. Mensen met weinig geld moeten wel ongezond leven. Logische dus die extra zorgvraag. Is het zo simpel?

In de periodieke rapportages van het Sociaal Cultureel Planbureau kun je lezen dat er in ons land heel wat concentratiegebieden zijn met ‘slechte’ buurten waarin veel laagopgeleiden, werklozen en uitkeringstrekkers, vaak met schulden, wonen in slechte huizen. Buurten ook  waar ze bovengemiddeld veel roken, drinken en ongezond eten. En nauwelijks aan sport doen. Juist in deze buurten en wijken wonen ook relatief veel ongezonde mensen en liggen de zorgkosten (aanzienlijk) boven het landelijk gemiddelde. Dus dat er een samenhang is, moet haast wel.

Maar die samenhang zegt nog weinig over oorzaak en gevolg. Want hebben de mensen in die specifieke buurten een ongezonde levensstijl c.q. doen ze groter beroep op de gezondheidszorg vooral omdat ze werkloos zijn en/of geldproblemen hebben? Of zijn die mensen juist werkloos omdat ze ongezond leven, daardoor allerlei kwalen hebben en om die reden geen puf meer hebben om te werken? Kip of ei. Het VK-artikel geeft er geen antwoord op.

Niemand kiest er natuurlijk bewust voor om in die onfortuinlijke omstandigheden te leven. Meestal overkomt het mensen. Ze zitten vaak al vanaf hun geboorte in die achtergebleven positie. Alles zit ze tegen. Ze hebben vooral pech. Pech met hun ouders, hun vriendjes, hun hersencapaciteit, hun doorzettingsvermogen, hun buurt en hun opleiding. En dan wordt er in het gezin ook nog eens slecht gegeten. Gezond leven is wel het laatste waaraan gedacht wordt. Wie kun je hier nu eigenlijk wat kwalijk nemen?

De genetische en culturele component blijkt hier allesbepalend. De levensstijl en alles wat er mee samenhangt worden gewoon doorgegeven aan de kinderen en de kinderen van de kinderen. Men zit gevangen in een systeem waaruit het moeilijk is te ontsnappen.

Zonder veel wetenschappelijk onderzoek kun je je met je gezond verstand wel iets voorstellen bij de klem waarin deze ‘gedepriveerden’ zitten. Als je vader en moeder vaak in de lorum zijn, geen fatsoenlijke opvoeding kunnen geven, vooral frites en pizza eten, geen krant lezen, geen enkele algemene ontwikkeling hebben en nooit werken, moet  je als kind wel over heel bijzondere gaven beschikken om zelf redelijk Nederlands te leren spreken, om een kansrijke opleiding te kunnen afmaken, om inspirerende vriendjes te vinden en om gezond te leven. De kans dat je ook een ongezonde loser wordt, is toch wat groter. Zonder goede voorbeelden in je directe omgeving en hulp van buitenaf zijn je kansen niet groot. Slechts een paar mazzelpikkies weten hieraan te ontsnappen.  

Oplossingen voor de grote ‘regionale verschillen in zorgvraag’ worden er in het VK-artikel helaas niet genoemd. Je kunt natuurlijk van alles bedenken, maar daar tegelijkertijd ook weer je vraagtekens bij plaatsen. Geef al die uitkeringstrekkers er b.v. € 300 per maand bij en saneer hun schulden. Maar gaan ze dan gezonder eten kopen of juist meer alcohol en pizza’s? Biedt ze een Melkertbaan aan. Zouden ze die echt willen? Kunnen ze een gezondere levensstijl opbrengen? Je kunt hun buurten en huizen opknappen. maar gaan ze er dan ook zelf beter voor zorgen? Al dit 'goede'  moet natuurlijk gebeuren, maar of het gaat helpen….ik ben er niet gerust op.

Misschien is een bepaalde generatie niet meer te helpen en moet je beginnen bij de kinderen. Haal ze uit dat deprimerende milieu, doorbreek die vicieuze cirkel, zet er een speciaal programma en coaches op, geef ze extra kansen, trek ze voor op de kinderen die het al goed hebben. Positieve discriminatie. Haal alles uit de kast. 

Teveel moeite en kosten allemaal? Blijven we hameren om ieders eigen verantwoordelijkheid en het mantra dat we niet moeten pamperen? Oké. Maar dan niet meer zeuren over die ongezonde leeftijl en steeds hoger wordende zorgkosten in veel probleembuurten. Het is gewoon een simpele kosten-baten-analyse met ook een morele compenent(jv)

NB. Er zijn natuurlijk ook heel wat mensen die over voldoende middelen beschikken, een mooie opleiding hebben gevolgd, in een normaal huis wonen, werk hebben en toch behoorlijk ongezond leven. En dus ook een meer dan gemiddeld beroep op de gezondheidszorg doen. Die zijn gewoon dom en hardleers en moeten extra stevig worden aangeslagen bij de zorgpremie en het eigen risico. 

127 Onbedoeld toch nog een goede daad verricht. Met dank aan de drank

2 oktober 2016 

Reeuwijk. Zomer 1970. Ergens in de tuin bij vrienden van vriendin hadden we een feestje. Ik zou een week later naar Groningen verhuizen om m'n studie daar te vervolgen. Dus het werd in zekere zin ook een soort afscheidsfeestje. En zoals dat gebruikelijk was in die tijd: er werd ook wat bij gedronken. Dat begon bescheiden, maar als je maar lang genoeg 'bescheiden' door gaat, kan het opgeteld toch meer worden dan je van plan was.

Ik sluit dan ook niet uit dat wij gaandeweg de avond niet meer op een heldere en logische-consistente wijze over Marx en z’n makkers debatteerden. Ik wil zelfs niet uitsluiten dat het intellectuele niveau na verloop van tijd dramatisch daalde. Misschien waren we op enig moment wel gewoon dom aan het zwammen.

Dat vond in ieder geval de buurvrouw van degene bij wie het feestje werd gegeven. Ook zij zat die mooie zomeravond in de tuin. En kon volop 'meegenieten' met alles wat er bij ons besproken werd. Heel toevallig gingen wij een paar dagen later op bezoek bij die buurvrouw, een soort tante van vriendin. Ik had beter niet kunnen meegaan. Was niet goed voor het ego.

'Tante', die ik kende als een vriendelijke vijftiger, begon nog wel aardig met de mededeling dat ze altijd een hoge pet van mij had opgehad. Zij en haar man hadden tegen me opgezien: omdat ik zo keurig formuleerde, leuke vrienden had, de HBS had gedaan, studeerde etcetc. Ze hadden mij, zei ze, tegenover anderen zo’n beetje ‘verkocht’ als de ideale schoonzoon. Na dit introotje begon ik al wat nattigheid te voelen. Want de toon werd zodanig schamper dat er wel een ‘maar….’ moest volgen.

En inderdaad, na haar inleidende zinnen was het met de aardigheid wel over. Want vervolgens maakte ze in verschillende varianten duidelijk dat ze mij en al die andere "zogenaamde studenten" in de tuin vreselijk had horen "bazelen" (haar woorden). Ze kon het na verloop van tijd niet langer aanhoren en was maar naar binnen gegaan. Ze had zich vreselijk geërgerd en gegeneerd, zei ze: “Ik heb er gewoon geen woorden voor.”

Dat ze er geen woorden voor had, klopte echt niet. Ze had er meer dan genoeg woorden voor. Teveel woorden. Ze ging er uitgebreid en met gestrekt been in. Liet zich helemaal gaan. Van 'opkijken tegen' was niets meer te merken. Ik voelde eerder het omgekeerde: een zekere minachting. En ik merkte ook een soort opluchting bij haar dat ze mij dat ook allemaal kon zeggen. Het moest er uit. Het spoot er uit. Ze had w.b. “die studenten met al hun kapsones” blijkbaar eindelijk het licht had gezien. Pas nu wist ze dat die studentenpoespas eigenlijk niets voorstelde.

Haar redeloze felheid had ook zeker te maken haar statusgevoeligheid. Ze had altijd opgekeken tegen het wereldje van de universiteit, studeren en studenten. Waarschijnlijk zette zij dit af tegen de wereld van man Wim en zoon Kees. Wim werkte bij Prodent en was landelijk vertegenwoordiger in tandpasta en tandenborstels en Kees maakte met moeite de ULO af. Zij keek, eufemistisch gezegd, bepaald nooit tegen hen op. En dat liet ze in gesprekken ook merken. Je kreeg er plaatsvervangende schaamte van.

Maar nu ze ons daar in die tuin had gehoord, was haar reactie: "We kunnen wel neerbuigend doen over Kees en zijn lage opleiding, maar zo raar en dom als jullie heb ik hem nooit horen praten. En ook zo grof. Ik schaamde me gewoon voor jullie." By the way: wij deden nooit neerbuigend over Wim en Kees. Dat deed alleen zij.

Toen was ik wat gepikeerd over haar filippica, wat ik natuurlijk niet liet merken. Ik zal er wat dommig om gelachten hebben, denk ik.  Maar later kon ik me haar reactie ook wel weer voorstellen. Discussies over Marx en Engels waren in die tijd (en nog steeds) zonder drank op al niet om te harden, maar met een paar slokken op moet het helemaal als bizarre wartaal zijn overgekomen. En als die wartaal dan ook op luide toon wordt rondgetoeterd en iedereen die onzin het liefst tegelijk uitbrult zonder naar elkaar te luisteren, dan is het logisch dat buitenstaanders zich in een besloten inrichting wanen en gaan twijfelen aan het verstand van die lallende praatjesmakers.

Wij dronkaards in die tuin hebben 'tante' toen een zodanige cultuurschok bezorgd, dat ze haar eigen Wim en Kees waarschijnlijk meer is gaan waarderen. Misschien hebben we haar zelfs een beetje van haar minderwaardigheidscomplex afgeholpen. Dat geeft met terugwerkende kracht ook wel weer een goed gevoel. Kees en Wim mogen ons wel dankbaar zijn. (jv)

126 Medische technologie komt steeds meer ons huis binnen.

28 september 2016 

Je toilet, badkamerspiegel, iphone en zelfs je kleding zullen in de nabije toekomst meer medische chips en sensoren bevatten dan een gemiddeld ziekenhuis van vandaag de dag. In de New Scientist van deze week een informatief artikel over de nieuwste ontwikkelingen op het terrein van de gezondheidszorg.

Vooral de ‘slimme wc’ is wel een vinding om naar uit te kijken. De wc is de beste plek om onze darmflora te analyseren. ’s Morgens relaxed zittend op de wc kijk je naar het scherm op de  deur dat aangeeft dat jouw urine en ontlasting vandaag van uitstekende kwaliteit zijn. Aangegeven wordt hoe staat met het gehalte aan suiker, zout, vet en vezels. Tevens wordt een grafiekje gepresenteerd van de scores op deze punten in afgelopen weken. Stabiel goed. Vervolgens wordt de ontlasting ook nog eens gescand op aanwijzingen voor ‘enge’ ziektes. Gelukkig: ik hoef me geen zorgen te maken over sporen van darmkanker. In Japan zijn er al slimme wc’s te koop.

Hoe lang zal het duren voor ze hier ook te koop zijn? Een kwestie van een paar jaar? En zijn er ook nadelen aan verbonden? De New Scientist noemt als nachtmerriescenario een hacker die een digitaal virus in onze wc plaatst die ons wijs maakt dat een dodelijk virus door ons lichaam dwaalt. Beetje vergezocht? De vraag die wel blijft is: zullen deze ontwikkelingen de dure specialisten ontlasten omdat je veel eerder met serieuze klachten bij de arts komt en er dus minder dure ingrepen behoeven te worden gedaan, dan wanneer je wacht tot de ziekte in een vergevorderd stadium is? Of komen er door al die thuisonderzoeken zoveel extra mensen bij de arts, waarvan de meesten bij nader inzien niets bijzonders blijken hebben, dat het systeem verstopt raakt.  

Maar wat we er ook van vinden: als de slimme wc ook hier op de markt komt, dan zal het ‘ding’ verkocht worden. Mijn inschatting is dat er veel vraag naar zal zijn en dat het de volksgezondheid naar een hoger niveau zal tillen. Als je elke dag op het scherm leest, dat je drol weer niet deugt omdat er te weinig vezels en te veel suiker in zit, dan ga je toch echt iets aan je eetgewoonten doen. Of niet?

Een interessante vinding is ook de slimme hartaanval-app op je iphone die op basis van kleine toonveranderingen in je stemgeluid kan voorspellen dat je binnen een week een hartaanval krijgt. In Israël is men er ver mee. Dus binnenkort ga je richting medisch centrum met de mededeling: “ik verwacht een hartaanval, wat gaan we daaraan doen?”

Ook wordt er gewerkt aan medische sensoren en chips in de badkamerspiegel. Door alleen maar op de spiegel te tikken of te blazen zal bijvoorbeeld de aanwezigheid van bepaalde kankercellen in je lichaam ontdekt kunnen worden.

Door dit soort ontwikkelingen zal de rol van de huisarts en specialist veranderen. Artsen zullen moeten begrijpen dat de patiënt steeds meer zelf aan het roer komt te staan en zelf de informatie aanlevert. De huisarts krijgt meer een begeleidende en duidende rol. En de talloze dure onderzoeken in medische centra in veel te late stadia, worden steeds meer vervangen door vroegtijdige informatie van de patiënten zelf. Het systeem gaat een kanteling maken van curatief naar preventief. En dus van ‘duur’ naar ‘goedkoper’.  (jv)

125 Kun je over water lopen? Alleen in mindf***ck

27 september 2016

Jammer dat er ten tijde van Mohammed en Jezus nog geen vloggers waren. Als dan bekend was geworden dat er een vreemde snuiter ronddwaalt die beweert dat ie over water kan lopen en dat ook wel eens even zou laten zien, waren er ongetwijfeld vloggers ter plaatse geweest die  stiekem opnamen zouden hebben gemaakt van een bijna verdrinkende profeet. En reken maar die opschepperij van Jezus van N. dan genadeloos viral was gegaan. En dat geldt voor al die onwaarschijnlijke wonderen in die tijd. De charlatans zouden worden ontmaskerd. Weg mystiek. Weg christendom, Islam etc?  

Vergeet het maar. De echte gelovigen kun je alles wijsmaken, als maar ‘in naam van…’ is. Ze hebben geen bewijzen nodig, willen geen bewijzen. Het is juist ‘hoe onwaarschijnlijk  de wonderlijke gebeurtenis, hoe groter hun heiland’. 

Het geeft de gelovigen zelfs niet te denken dat er geen wonderen meer worden waargenomen sinds de uitvinding van de audiovisuele technieken waarmee alles kan worden vastgelegd. De goden en profeten durven het blijkbaar niet meer aan. De enige wonderen die ik het afgelopen jaar heb gezien, was in het programma Mindf****ck. (jv) 

124 Autocratische heersers zijn net maffiabazen

21 september

Deze week twee films gezien waarin de fenomenen ‘macht en geweld’ centraal stonden.  In de boeiende serie Gomorra probeert de maffiabaas, Pietro Savastano, die tijdens zijn verblijf in de gevangenis de absolute macht over zijn stadsdeel is kwijtraakt, die macht weer terug te krijgen. Met alle middelen. Zo liet hij een kind van zijn rivaal vermoorden. En vele anderen. In een documentaire over tsaar Peter de Grote (1682-1725) wordt getoond hoe deze absoluut heersende Russische tsaar met zijn omgeving omgaat. Ook een beetje eng naar onze maatstaven. Zo martelde hij zelf zijn zoon dood en liet ie natuurlijk ook iedereen vermoorden die ‘m in de weg stond. Toch hebben we hem hier in ons land toenmaals met veel egards ontvangen. We waren er trots op dat ie hier kennis kwam ophalen. 

Opvallend is dat maffiabazen zoals Savastano bijna altijd worden opgevoerd als bloeddorstige schurken (wat ze ook zijn), maar dat autocratisch heersers vaak met een zekere begripvolle sympathie worden behandeld, als een ‘stukje’ geschiedenis, waarbij vooral hun grootse daden en hun strategische visie worden belicht. Stoer afgebeeld op indrukwekkende schilderijen. Naarmate ze verder weg in de geschiedenis acteerden, wordt hun abjecte gedrag minder een issue.

Toch is het aantal overeenkomsten tussen de doorsnee maffiabaas en veel autocratische leiders erg groot. Natuurlijk, de een runt slechts een economische georiënteerde organisatie, zoals een drugsbende,  en de ander een land, maar  eigenlijk is er geen wezenlijk verschil  op het punt van de machtspolitiek. Ze gaan op een vergelijkbare manier te werk als het gaat om het verkrijgen, behouden en uitbreiden van hun macht. Het doel, alle macht, heiligt altijd alle middelen. De belangrijkste overeenkomsten tussen maffiabazen en autocratische leiders op een rij:

  • De volstrekte afwezigheid van morele principes. Het gaat alleen om belangen. Economische of geopolitieke. Morele principes verzwakken de positie. En de zwakkeren zijn de prooi. ‘Je eet mee, of je staat op het menu”.
  • Alles is geoorloofd. Moord, marteling en geweld op grote schaal. Om rivalen uit de weg te ruimen, om angst aan te jagen, om de wind er onder te houden of uit wraak
  • Op vaak intelligente en ingenieuze wijze worden coalities gesmeed, met iedereen die in het machtsspel behulpzaam kan zijn.  En partijen worden slim en nietsontziend tegen elkaar uitgespeeld.
  • Zonder enig gevoel laten ze kinderen afslachten, maar ze worden kinderlijk emotioneel  als hun lievelingsdier gewond raakt.
  • Ze propageren clantrouw boven alles; tot een clanlid niet meer betrouwbaar is of lijkt, dan wordt ie geliquideerd 
  • Symbolen en rituelen vinden ze belangrijk, maar ze lichten er de hand mee als het even niet uitkomt.
  • Smerige acties en de voorbereiding ervan vinden in het geniep plaats.

Het rijtje ziet er niet fraai uit voor zachtaardige democraten. Het zijn de principes van Nicollo Machiavellie, toegepast in de ruwe praktijk van alle dag. Alleen in systemen met democratische spelregels, een onafhankelijk rechtspraak, machtsmonopolie bij de overheid en een grondwet die de rechten van het individu beschermt, krijgen de maffiose autocraten weinig kans. Maar dan moet de overheid de wet wel strak kunnen handhaven.

Kun je met deze democratische principes op termijn ook een complexe staat runnen? Ofwel: wat zijn de politieke systemen van de toekomst? Kunnen westerse democratieën in the end overeind blijven tegenover autoritaire systemen, waarin alle moraliteit en humanistische principes ondergeschikt zijn gemaakt aan de (geopolitiek) machtsvraag? Hoe verdedigen we ons daartegen? En kan dat zonder zelf ook een beetje Machiavellistischer te worden? (jv) 

123 Afvallige moslims en vrouwen hebben niets aan de cultuurrelativisten.

19 september 2016 

Kunnen we de normen, waarden en gewoontes die we binnen onze eigen cultuur slecht of ongewenst vinden binnen een andere cultuur ineens als acceptabel beschouwen? Geldt dan de redenering: “Dat is nu eenmaal hun cultuur, daar hebben ze recht op, dus daar moeten wij niet teveel van vinden?” Hier is m.i. veel op af te dingen.   

Maar de westerse cultuurrelativisten, goed vertegenwoordigd in de sociaal wetenschappelijke gremia, vinden dat we de cultuur en dus ook cultuuruitingen van andere volkeren/etnische groepen moeten respecteren. Maar tot hoe ver gaan we daarin? Als die cultuuruitingen evident in strijd zijn met de Universele Rechten van de Mens: moet dat dan ook kunnen? En moeten we die cultuuruitingen ook accepteren als die etnisch groepen ze niet alleen ‘daar’, in hun regio van herkomst praktiseren, maar ook als ze zich hier vestigen? Kortom: waar liggen welke grenzen?

Je bent geneigd om te zeggen: wat wel of niet acceptabel is, ligt aan de specifieke cultuuruiting waar we het over hebben. We hebben hier in het westen natuurlijk de grondwettelijke vrijheid van godsdienst, maar als moslims hun religie willen koppelen aan de sharia, is dat hier grondwettelijk niet mogelijk. De cultuurrelativisten zijn echter van mening dat wij ons in beginsel geen waardeoordeel moeten aanmeten over zaken zoals de sharia, een vorm van rechtspraak die niet onafhankelijk is en die mannen bevoordeelt boven vrouwen. Zouden vrouwen zich daar echt in kunnen vinden als ze vrij mochten kiezen?

Maar hoe zit het, los van de sharia, dan met andere cultuuruitingen die nog steeds gepraktiseerd worden in de regio’s waar de Islam dominant is? Zoals de steniging tot de dood er op volgt van vrouwen bij vermeend overspel of verkrachting, veelwijverij, vrouwenbesnijdenis, meisjes verbieden naar school te gaan, eerwraak, stokslagen bij het minste geringste, het afhakken van de dievenhanden, homo’s van een toren smijten of de doodstraf voor geloofsafvalligen? Allemaal ‘dingetjes’ die nu eenmaal horen bij een bepaalde cultuur? Dus accepteren?  

De cultuurrelativisten zijn hier ruimhartig van mening dat je het gedrag en de opvattingen van mensen altijd moeten beoordelen binnen de context van hun specifieke cultuur. Ook als die gebruiken al eeuwen worden opgelegd door een religieuze dictatuur? De relativisten vinden het acceptabel dat veel zaken die het fundament van een seculiere rechtstaat vormen in moslimlanden met voeten worden getreden. Meten met twee maten is de essentie van het relativisme.

De elementaire mensenrechten zijn in de visie van de relativisten blijkbaar afhankelijk van de plaats waar je wiegje heeft gestaan. Soms heb je dan mazzel, maar meestal pech. Je zal maar vrouw of geloofsafvallige zijn. Dan heb je niet veel aan die relativisten met hun ruime denkraam.

Een beter te verdedigen redenering lijkt mij dat in alle regio’s en culturen op z’n minst de grondslagen van de Universele Rechten van de Mens moeten worden geëerbiedigd. Daar moeten we geen concessies aan willen doen. En wanneer vertegenwoordigers van een andere cultuur zich in Nederland hebben gevestigd dan gelden ook voor hen onze wetten en kernwaarden. Cultuuruitingen die niet sporen met onze Grondwet kunnen niet worden geaccepteerd. Cultuurrelativisten  zullen deze lijn ongetwijfeld gaan nuanceren. (jv)

122 Hoe Joost Karhof zijn eigen fake-nieuws maakt.

15 september 2016 

Presentator Joost Karhof in zijn aankondiging van de onderwerpen die we na 16.00 uur op Radio 1 zullen horen: ”We hebben zo een gesprek met Kati Piri, PvdA-lid van in  Europees Parlement en Turkije rapporteur. Zij vindt het meest waarschijnlijke scenario dat de Gülenbeweging achter de mislukte coup In Turkije zit”. Leek mij direct onzin, maar wie weet?

Even later komt Piri zelf in de uitzending en Karhof vraagt haar of het klopt dat zij vindt dat de Gülenbeweging achter de coup zit. Piri zegt dat ze dat niet kan vinden, “..want hoe zou ik dat moeten weten?” Ze vervolgt met: “Ik heb de afgelopen weken met vele Turkse organisaties over de coup gesproken. Seculier en gelovig. Van links tot rechts. En ik heb geen ander verhaal gehoord, dan dat het meest waarschijnlijke scenario is dat de coupplegers uit de Gülenbeweging komen. Ik heb daarop elke keer weer gezegd dat die vermoedens dan ook wel bewezen moeten worden en de vermeende daders een eerlijk proces moeten krijgen.” Verder maakte Piri duidelijk dat als de coupplegers uit Gülenbeweging komen, de andere, onschuldige leden van de beweging daar en hier in Nederland daar dan niet voor vervolgd of veroordeeld moeten worden.

Veel duidelijker en evenwichtiger kan het niet gezegd worden. Maar Karhof heeft dit antwoord blijkbaar niet gehoord, want hij reageert met verwijzing naar de hetze die er nu ook in Nederland tegen de Gülenisten wordt gevoerd en vraagt Piri: “Ja, en is het dan niet vervelend voor de aanhangers van Gülen hier, dat u blijkbaar ook vindt dat zij in het meest waarschijnlijke scenario achter de coup zitten?”

Piri blijf kalm en zegt dat zij dat nooit heeft gezegd en ook niet vindt. Maar weer lijkt Karhof het niet te horen, want na wat heen en weer gepraat suggereert hij weer dat Piri dat blijkbaar ook het meest scenario vindt. En probeert dat kracht bij te zetten met: “En dat heeft ook in de Turkse kranten gestaan.”  

Piri geeft dan aan dat zij er niets aan kan doen dat die verkeerde weergave van haar woorden in Turkse kranten heeft gestaan en geeft voorbeelden waaruit blijkt dat de Turkse media nu eenmaal voortdurend bezig zijn om de statements van politici, zeker die van buitenlandse politici, zo te verdraaien dat ze passen binnen het beleid en de strategie van Erdogan. Alsof Karhof dat ook niet weet.

Karhof probeerde dus drie maal om Piri in een hoek te drijven en een sappige quote uit haar te wringen waar het nodige gedoe over zou kunnen ontstaan. Zo wordt fake-nieuws gemaakt. Maar Piri bleef recht overeind, reageerde steeds uitermate beheerst, verwees aan het eind nog even naar de manipulatie van het nieuws in Turkije en sloot af met: “En daarom ben ik ook zo blij dat ik dat hier in deze uitzending bij u recht heb kunnen zetten”.

Ik hoop dat dit rechtzetten ook tot de meeste luisteraars is doorgedrongen. Maar of dat ook voor Karhof geldt, daar ben ik nog niet zo zeker van. Hij is overigens een interviewer die zich meestal goed voorbereid en er een serieus gesprek van maakt. Een incidenteel black-outje hoop ik. (jv) . 

122 Wederkerigheid bij orgaandonatie: geen hart willen geven, is geen hart kunnen krijgen

13 september 2016 

Waarom laten 10 miljoen Nederlanders zich niet als orgaandonor registreren? Omdat ze het teveel moeite vinden, omdat ze er niet over nadenken of omdat ze het niet willen. Daar moet iets aan gedaan worden, want de wachtlijsten voor mensen die een orgaan nodig hebben, worden onaanvaardbaar lang. Daar kan iets aan gedaan worden. Maar de wet die dit moet regelen en een beteje bij toeval in de weede Kamer is aangenomen, zou wel eens kunnen stranden in de Eerste Kamer.

In die nieuwe wet wordt geregeld dat iedereen orgaandonor is, behalve diegenen die expliciet aangeven dat ze dat niet willen zijn. De drie genoemde redenen waarom mensen zich niet als donor laten registreren, worden hiermee ondervangen. Kan het simpeler? Kan het rechtvaardiger? Kan het ethisch verantwoorder? Ik zou drie maal 'nee' zeggen. Van mondige burgers wordt in het kader van de nieuwe wet om een reactie gevraagd. Daar kan toch niets op tegen zijn? Wel een orgaan willen krijgen mocht dat aan de orde zijn, maar weigeren enige moeite te doen om je zelf als donor te laten registreren? Dat lijkt me moreel gezien een uitermate zwakke positie.

Maar de wet gaat het zoals gezegd heel zwaar krijgen in de Eerste Kamer. Want een groot deel van de Kamerleden wil er een zwaar 'ethisch debat' over voeren. En dan weet je het wel….De tegenstanders zeggen dat ze vooral de morele argumenten centraal willen stellen. Alsof de voorstanders van de wet daarvoor geen zwaarwegende morele argumenten hebben. En trouwens: hoe weeg je onnodige dood van een hartpatient af tegen de ongeïnteresseerdheid van iemand die zich niet laat registreren?

Het belangrijkste argument van de tegenstanders lijkt hun interpretatie van artikel 11 van de Grondwet waarin het recht op de onaantastbaarheid van het menselijk lichaam wordt geregeld. “Iedereen mag zelf bepalen wat er met zijn of haar lichaam gebeurt”. Maar in de nieuwe wet wordt dit recht op geen enkele manier aangetast. Je kunt immers aangeven dat je je organen na je dood niet wilt afstaan. Dus je kun die onaantastbaarheid dan op twee manieren regelen. Je kunt niets doen en je kunt expliciet aangeven wat je wilt.

De tegenstanders van de wet hebben blijkbaar geen hoge pet op van de burgers. Die zouden de wet niet kunnen begrijpen of zouden niet weten hoe je moet aangeven dat je wel of geen donor wilt zijn. Maar met een goede voorlichtingscampagne weten de meeste Nederlanders in no time, hoe ze met een simpel ‘ja’ of ‘nee’ hun voorkeur kunnen aangeven. Als je een toeslag op je uitkering kunt aan vragen, kun je dit ook.

Je kunt elkaar natuurlijk op hoog-ethisch niveau de maat nemen, maar ik zou graag het volgende nogal aardse punt aan al die morele overwegingen willen toevoegen. De mensen die niet willen dat er met hun organen iets nuttigs gebeurt, hebben blijkbaar liever dat de wormen het hoornvlies opvreten dan dat iemand anders er later nog mee kan zien of ze geven er de voorkeur aan het hart mee te laten verbranden, liever dan dat iemand anders er nog een tijdje mee kan door leven. Ik kan deze keuze totaal niet volgen, ook al doe ik nog zo mijn best. Maar het recht op die keuze zal ik ze natuurlijk niet betwisten.

Overigens gaat de nieuwe wet m.i. op een punt niet ver genoeg. Ik vind het uitermate onrechtvaardig dat mensen die aangeven hun organen niet te willen afstaan, wel in aanmerking kunnen komen voor een orgaan van een ander. Daarom moet er een artikel aan de wet worden toegevoegd, waarin wordt geregeld dat mensen die aangeven geen organen te willen afstaan, zelf ook niet in aanmerking komen voor orgaantransplantatie. Tegen deze wederkerigheid zijn m.i. geen verstandig argumenten in te brengen. Ongetwijfeld wel politieke.

Mocht de wet er in deze vorm niet doorkomen, dan zou een alternatief kunnen zijn, dat bij het ophalen van paspoort, rijbewijs of identiteitskaart aan iedereen wordt gevraagd of ze donor willen worden. En bij het loket stel ik mij dan het volgende gesprek voor:

“Meneer, wilt zich als orgaandonor laten registreren?”

“Nee”

“Wilt u dan echt liever dat al uw organen verbranden of door de wormen worden opgegeten, dan dat anderen daar nog veel plezier aan beleven?”

“Ja”

“U beseft dat als u zelf niets wilt afstaan, u ook het morele recht verspeelt op het orgaan van een ander, mocht dat ooit nodig zijn?”

“??? Ammezolen. Denk je dat nu echt? Ik heb er evenveel recht op als een ander.”

We kunnen het vraagstuk van orgaandonatie steeds complexer maken, maar in de kern is het simpel en overzichtelijk. Kiezen we voor rechtvaardigheid, het belang van ernstig zieken en wederkerigheid of voor bewuste onwetendheid, ongeïnteresseerdheid en egoïsme?  (jv)

121 De Nobelprijs voor de Literatuur gaat nu naar…… Bob Dylan?

12 september 2016 

In oktober wordt er weer een Nobelprijs voor de literatuur toegekend. Verleden jaar was dat aan Svetlana Alexijevitsj, schrijver en onderzoeksjournalist, afkomstig uit Wit-Rusland. Als je haar laatste boek leest ,“Het einde van de rode mens lees. Leven op de puinhopen van de Sovjet Unie” (2013) dan kun je alleen maar concluderen dat die prijs is toegekend aan een auteur die heel ver boven de middelmaat uit stijgt. Je hebt natuurlijk heel veel uitstekende auteurs, prachtig schrijven kunnen er velen, maar er zijn er waarschijnlijk maar een paar waarvan je kunt zeggen dat ze iets unieks hebben gemaakt. Buitencategorie. 

Van de stijl en/of inhoud van boeken van Nobelprijswinnaars zoals Pasternak, Solzjenitsyn, Singer, Marquez, Golding, Gordimer, Naipaul, Grass, Vargas, LLosa, kun je misschien niet houden, maar ze hebben wel allemaal minstens 1 uniek boek geschreven. Een groot aantal heeft zelfs een uniek oeuvre. 

Dat geldt dus ook voor Alexijevtsj. Zeker haar “Het einde van de rode mens” is uniek. Het boek is de neerslag van honderden gesprekken met ooggetuigen (zowel slachtoffers als schuldigen en profiteurs) van de verschillende Sovjet regimes. Het is schitterend opgeschreven, boeit van begin tot eind en geeft veel inzicht in de mechanismen van de macht door de ogen van gewone mensen. Dus geen bedachte romanfiguren of abstracte politieke analyses, maar verhalen van mensen van vlees en  bloed die alles echt meegemaakt hebben. Al die verhalen zijn ingenieus gecomponeerd tot een boeiend epos. Het boek roept op elke bladzijde ontroering of boosheid op. De auteur tilt de verhalen ver boven het niveau van de beste onderzoeksjournalistiek uit. Kenners  vergelijken haar met Naipaul.

De Nobelprijzen worden niet alleen aan schrijvers van proza toegekend, maar ook dichters vallen incidenteel in de prijzen. In de laatste 30 jaar werd de prijs slechts drie keer aan een dichter toegekend.  Gemiddeld eens per tien jaar dus. In 2011 voor de laatste keer aan de Zweedse dichteres Tomas Transtromer.  Had er nooit van gehoord. Gezien deze frequentie is het twijfelachtig of er nu na vijf jaar alweer een poëet gekozen wordt. 

Maar het zou toch mooi zijn als het Nobelprijscomité nu eens een keer zou doorpakken en kiest voor een dichter die elk jaar wel op de groslijst van de Nobelprijswatchers staat, maar nog steeds niet in de prijzen is gevallen: Bob Dylan. Omdat de prijs alleen aan levende auteurs wordt toegekend, moet er niet veel langer gewacht worden want Dylan is al 75 en in zijn branche is dat een kwetsbare leeftijd. Maakt ie een kans? 

Waarom Pablo Neruda wel en Bob Dylan niet? Laatstgenoemde heeft een paar honderd gedichten gemaakt en die ook nog eens op muziek gezet. De meeste van zijn gedichten/songs gaan over intermenselijke en maatschappelijk relevante thema’s en zijn, zoals dat hoort bij sterke gedichten, niet altijd direct toegankelijk. Er moet het nodige te ontdekken vallen. Vaak laat Dylan zijn bedoeling of boodschap niet expliciet horen/lezen, we moeten er naar zoeken. Het zijn breinkrakers. Multi-interpretabele teksten. Ze kunnen je jaren bezig houden. Elke keer ontdek je weer iets nieuws. De gedichten nodigen uit tot associëren en fantaseren. Maar ook als je nog niet precies door hebt wat de boodschap is, kunnen de teksten toch heel sterk sferen en stemmingen oproepen: melancholie, ontroering, vrolijkheid, boosheid, strijdlust. Net zoals bij andere gerenommeerde dichters.

Zijn Dylan’s gedichten daarmee literatuur van hoog niveau? Daarover zijn de meningen verdeeld.  De kleine sekte van literatuurpauzen vindt tot dusver blijkbaar van niet. Maar hoe meet je 'hoog niveau' ? Zelf heb ik nergens bruikbare criteria kunnen vinden waarmee ik Neruda en Dylan kan vergelijken w.b. hun literaire prestaties. 

Maar lees of beluister de teksten van nummers die absoluut tot de canon van Dylan behoren zoals A Hard Rain’s Gonna Fall, The Times They Are A-Changing, With God On Our Side, North Country Blues, Chimes Of Freedom en Gates of Eden.

Vergelijk deze teksten (1) van deze gedichten met b.v. een van Neruda’s bekendste gedichten: “Mocht je me vergeten” (makkelijk te vinden op internet). Een heel mooi, en ook toegankelijk, liefdesgedicht. Maar Dylan heeft, naast zijn meer complexe gedichten, heel wat van dit type liefdesgedichten gemaakt, die minstens even mooi zijn als die van Neruda. Dylan heeft ze vervolgens op muziek gezet en zelf gezongen. Welke dichter kan dat?

Misschien had hij dat laatste niet moeten doen, om door de literatuurcritici serieus genomen te worden. Hij is er te populair mee geworden. En echte literatuur moet zeke rniet populair worden, want dan doe je niet meer mee. Literatuur moet elitair blijven. Een kleine incrowd moet de illusie kunnen koesteren dat zij iets begrijpen en waarderen dat 'de grote groep' niet kan volgen. (jv)

(1) Alle gedichten/songs + vertaling te vinden in het informatieve “Bob Dylan; Liedteksten 1962-1973” van Bindervoet en Henkes (2004)

120 Stank voor dank.

11 september 2016 

Op de eerste zaterdagmorgen in juni 1970  kreeg ik een mooie brief van de Universiteit van Rotterdam. Ik werd gefeliciteerd met het behalen van mijn propeadeuse Economie en mocht naar het tweede jaar. Ik bleek een van de honderdvijftig studenten die zonder herexamen in een keer waren geslaagd; ruim zevenhonderd anderen waren gezakt of moesten vakken overdoen. Ik herinner me nog het geluksgevoel dat me even overviel. Omdat het me in een keer gelukt was, maar ook vanwege de komende drie maanden. Volledig vrij. Pas in september weer studieverplichtimgen. Had ook al een goedverdienende vakantiebaan. Alles klopte. We 'konden los’.

Hoewel ik dus in een opperbeste stemming was, meldde ik het succes op een rare  manier aan mijn ouders. Kort en tamelijk nonchalant, bijna terloops tussen wat andere berichtjes door. Pas veel later besefte ik dat dat weinig hoffelijk van me was. Zakkerig eigenlijk. Zij waren altijd belangstellend in m'n studie geweest, maar nu gaf ik ze eigenlijk geen enkele gelegenheid om dit belangrijke mijnpaaltje mee te beleven. Nog voor het goed en wel tot ze doordrong dat ik was geslaagd, was ik de deur al weer uit. Naar vriendin en vrienden die ik er wel volledig in mee nam.

We sloegen veel drank en een beetje eten in en begaven ons al in het begin van de middag met z'n zessen naar de oude boot van een van ons op een afgelegen plek aan Reeuwijkse plassen. De Kippekade, op 20 minuten brommeren van de bewoonde wereld. In de verre omtrek geen mensen te bekennen. Bijzondere plek. Schitterend weer. Uitgelaten stemming. De boot was in feite een drijvende oude schuur, met zit- en slaapmogelijkheden en een fornuisje. Geen foto’s van dit gebeuren.  Sowieso weinig foto’s uit die periode. Daar was je nooit mee bezig. Terwijl er nu van elke onbenulligheid een selfie wordt gemaakt.

Hoewel maar een van ons wat te vieren had, deden de anderen graag mee.  Drinken, zwemmen, debatteren, lachten, klieren, ouwehoeren en nog wat van zulks. Veel van wat ik me er nog van kan herinneren, heeft niet direct het niveau om er uitgebreid over te rapporteren. De term ‘liederlijk’ zou wat te kort door de bocht zijn, maar zo aan het eind van de avond kwam het er toch dicht bij in de buurt. Zeggen ze. Alles afwegende prijs ik mij gelukkig dat we toen nog geen mobieltjes met een camera hadden. 

Toen we rond middernacht weer naar onze brommertjes waggelden, waren we zo’n tien uur in touw geweest. Drie van de zes waren, zelfs volgens de normen van toen, niet meer in staat om verantwoord een brommer te besturen.  Hoewel ik me niet meer herinner of ik een van die drie was, blijk ik achterop de brommer door vriendin naar huis te zijn vervoerd. Volgens zeggen was dat geen makkelijke rit. Meer een survival tour.  Het bleek een hele klus om te voorkomen dat ik er onderweg af zou lazeren. Ook moest er nog enkele malen gestopt worden, omdat mijn maag teveel te lijden had gehad. Goedkope drank dus. 

Hoe ik in bed gekomen ben, weet ik slechts uit tweede hand. Ouders bleken nog wat bedroefd over mijn gedrag van die morgen, schijnt het. Maar ze maakten zich kennelijk ook zorgen over de staat waarin ik nu verkeerde. Onverstaanbaar mompelend slingerende ik door de kamer. En dat werd dan een beetje afgereageerd op vriendin. Die me nota bene had gered die avond. Stank voor dank dus. Er is later veel over gelachen, maar op dat moment was dat effe teveel gevraagd blijkbaar. Ik had er gelukkig geen weet van. Droomde misschien wel van mijn mooie cijferlijst. Maar waarschijnlijker is dat ik gewoon in een diepe coma lag. (jv) 

119 Momenten van schaamte

10 september 2016 

In de zomer van 1961 liep ik op een lome dag met wat vrienden te dollen op het schoolplein tegenover de flat waar wij woonden. Dag in, dag uit voetbalden we er bloedje fanatiek, maar daar was het nu te warm voor. Tot veel meer dan wat sloom rommelen met een tennisbal waren we niet in staat. De stemming was vrolijk en balorig. Ik was de dag er voor geslaagd voor mijn toelatingsexamen voor de HBS en was zo trots als een hond met zeven lullen.

Van die trots liet ik, geloof ik, niets merken. Ik vond het namelijk ook wel een vervelend idee, beetje gênant zelfs, dat ik van de groep de enige was die naar de HBS mocht. De rest ging naar de ULO. Had overigens niet het idee dat de anderen daar toen echt mee zaten. Zij bleven lekker ‘bij elkaar’ en hoefden alleen de straat over te steken om op school te komen. Terwijl ik na de zomervakantie twintig minuten moest fietsen naar de HBS .

Aan de rand van het schoolplein stond de eeneiige tweeling Roos en Liesbeth Tuin, van onze leeftijd, naar ons te kijken. Hun kleinere broertje tussen hen in. Ze woonden wat verderop. Nog maar pas. Het waren twee mooie Indonesische meisjes. Wij konden onze ogen nooit van hen af houden, maar echt contact kwam er niet tot stand. Onhandige pogingen onzerzijds om ze ergens bij te betrekken, waren weinig succesvol. Ze bleven altijd wat schuchter op afstand. Misschien een kwestie van tijd dachten we steeds hoopvol.

Op een gegeven ogenblik pakte ik op die lome dag de tennisbal en wierp ‘m, als een geoefende honkballer, met volle kracht richting de Tuintjes. Aandachttrekkerij? Een vlaag van verstandsverbijstering? Geen idee. Weet alleen dat ik tijdens de worp al dacht: wat dom. Het resultaat was desastreus. Als er ooit al een kans was geweest om het vertrouwen van de meisjes te winnen, dan had ik die nu definitief om zeep geholpen.

De tennisbal knalde keihard tegen de zijkant van het hoofd van het kleine mannetje. Dat schrok zich wezenloos. Omdat de afstand maar vijftien meter was, moet het ook hard zijn aangekomen. Het moet hem pijn gedaan hebben. Maar hij gaf geen kick. Keek mij alleen met tranen in de ogen verbijsterd aan. Ook met ongeloof. Vroeg zich wellicht af waarom ik het had gedaan en was vast bang dat er nog meer zou komen. Liesbeth begon te huilen en trok het ventje beschermend naar zich toe.

Maar Roos stapte op mij af, ging vlak voor me staan en vroeg me in eerste instantie onwaarschijnlijk beheerst en afgemeten waarom ik dit had gedaan. Veel meer dan een sullig “het was niet m’n bedoeling ‘m te raken” kwam er niet uit. Toen beet ze me fel toe dat ze het gemeen van me vond om zoiets te doen bij iemand die mij niets had gedaan. Bij grotere jongen had ik dat vast nooit gedurfd, zei ze. Waar ze ongetwijfeld gelijk in had. Na “Je moest je dood schamen” , keek ze me nog even vernietigd aan en liep rechtop weg. 

Elke punt van haar was raak. Wist me geen houding te geven. Stond daar tamelijk onbenullig en eenzaam tussen het weglopende drietal en de jongens die op afstand gegeneerd toekeken. Ze zeiden niets.  Dat was veelzeggend. Ik voelde me een laffe lamzak. Ontmaskerd waar m’n vriendjes bij stonden. Weg goed gevoel en weg trots omdat ik naar de HBS mocht. Heb later, veel te laat, aan Roos nog mijn excuses aangeboden. Ze was te beleefd en te aardig om het niet te accepteren.

De tennisbal-affaire staat hoog in mijn top 5 van ‘momenten van schaamte’.  Ik denk er nog met enige regelmaat aan terug. Het woord tennisbal hoeft maar de vallen of er flitsen ongemakkelijke gedachten door het brein. Een klein voorval, maar ook een heel belangrijk leermoment. (jv) 

118 De-islamisering? De bomgordeltjes zullen niet aan te slepen zijn.

8 september 2016

Aan het nieuwste ‘verkiezingsprogramma’ van de PVV zijn al veel woorden vuil gemaakt. Er wordt vooral smalend en laconiek op gereageerd. Niemand met enig verstand of gezag neemt het A-4tje met de 10 punten serieus. Niet alleen omdat onduidelijk is hoe de (veel geld kostende) wensen gefinancierd moeten worden, maar vooral omdat er maatregelen genoemd worden die in strijd zijn met de grondwet. Het in zijn soort unieke PVV-document bevat de volgende punten:

1       Nederland de-islamiseren. 

Met als belangrijkste maatregelen: alle moskeeën dicht, een verbod op Koran, alle islamitische scholen dicht, alle grenzen dicht, AZC’s dicht, geen hoofddoekjes in publieke functies en preventief opsluiten radicale moslims

2       Nederland uit de EU

3       Directe democratie via bindende referenda

4       Eigen risico zorg afschaffen

5       AOW leeftijd naar weer 65 jaar

6       Geen geld naar ontwikkelingshulp, eindmolens, kunst, omroep, innovatie

7       Terugdraaien bezuinigingen in de thuiszorg en ouderenzorg

8       Fors extra geld defensie en politie

9       Lagere inkomstenbelasting

10    Halvering motorrijtuigenbelasting

Voor maar weinig van deze programmapunten zal er na de  verkiezingen een politieke meerderheid gevonden kunnen worden. Dat geldt overigens ook voor veel punten van de 50+, de dierenpartij, Denk of de SP. Dus niet iets waar je je erg druk om over hoeft te maken.

Maar past zo’n laconieke houding ook als het gaat om de extreme maatregelen die Wilders wil treffen onder het kopje “Nederland de-islamiseren”? Om Nederland volgens de methode Wilders te de-islamiseren moeten er vier grondrechten worden geschrapt: de vrijheid van drukpers, de vrijheid van godsdienst, de vrijheid van onderwijs en het gelijkheidsbeginsel.  Daarvoor is zowel in de Eerste als Tweede Kamer een ¾ meerderheid nodig. Wat nu nog ondenkbaar lijkt.  

We kunnen deze de-islamiseringsmaatregelen onhaalbaar, bezopen of lachwekkend noemen, maar waarom hoor je zo weinig dat ze vooral ook gevaarlijk zijn. Per slot van rekening gaat het hier om het belangrijkste strijdpunt van een partij die 15 maart volgend jaar misschien de grootste partij is met 20% van de stemmen en 30 zetels. Meer dan een miljoen PVV-kiezers verklaren dan de oorlog aan meer dan een miljoen moslims  in ons land. Als dit escaleert, zullen de bomgordeltjes niet zijn aan te slepen. Want de moslims zullen zich echt hun moskee en Koran niet laten afnemen en laten zich niet zo makkelijk naar de slachtbank leiden als een andere bedreigde etnische minderheid 75 jaar geleden.

We kunnen hier apaiserend over doen en wijzen op de 80% kiezers die niets van Wilders’ demagogie moeten hebben, maar er gaat wel degelijk een sterk signaal vanuit richting onze moslims die zich hierdoor steeds minder op hun gemak zullen voelen. Als zij zien dat wij ‘onze’ rechtse extremist z’n gang laten gaan, zullen zij dan niet geneigd zijn hun extremisten hun gang te laten gaan? Het wordt explosief.

Waarom nagelen de normale partijen Wilders cs niet steviger aan de schandpaal of klagen ze hem niet aan voor opruiing of haatzaaien? Angst? Berusting? Onderschatting? Tactiek?

We zijn vaak veel te verdraagzaam en tolerant tegenover de onverdraagzamen en intoleranten. Daarmee laten we de doodgravers van de rechtstaat teveel hun gang gaan. Tot het te laat is. De beuk er in.  (jv) 

117 Het zorgstelsel flink aanpassen anders keert de wal het schip

7 september 2016 

Jos Aartsen, voorzitter van de Raad van Bestuur van het UMC Groningen hield enige tijd geleden een voordracht voor een groep ondernemers en beslissers over de toekomst van de gezondheidszorg. Het beeld dat hij schetste was niet heel vrolijk, maar, zo was de strekking van zijn verhaal, als we nu snel van koers veranderen, zijn er genoeg mogelijkheden om het ultieme doel te bereiken: meer mensen kunnen gezonder ouder worden tegen een betaalbare prijs. De zorg is een mammoettanker, waarbij het de nodige tijd zal kosten voordat nieuw beleid ook daadwerkelijk de beoogden effecten zullen sorteren.  

We geven nu ca € 95 miljard per jaar uit aan de zorg. Slechts een heel klein deel (5%) daarvan betalen we zelf direct via premies en het eigen risico en de rest loopt via de belastingen/sociale premies. Het tempo waarin deze kosten de komende jaren zullen stijgen, ligt naar verwachting boven het gemiddelde economische groeitempo. We zullen dus een steeds groter deel van ons inkomen voor de zorg opzij moeten leggen. Ook, en misschien wel met name, degenen die er relatief weinig gebruik van maken: de gezonder levende mensen met de hogere inkomens. Op enig moment stuit dat op maatschappelijke weerstand en zet het de solidariteit van de gezonden met de zieken en van de hogere inkomens met de lagere onder zware druk. Hoe houden we ons zorgsysteem betaalbaar en hoe redden we de solidariteit?

De veranderingen in de zorg zullen zich in hoog tempo voltrekken met grote gevolgen. Steeds meer ouderen met een steeds complexere zorgvraag, steeds meer technische mogelijkheden, die natuurlijk benut moeten worden en steeds meer duurdere medicijnen. Drie ontwikkelingen die bij ongewijzigd beleid dus kunnen leiden tot niet meer op te brengen kosten. Als we daar niet tijdig op anticiperen met een systeemverandering (en dat doen we nog van geen kanten) loopt het volledig vast. Aldus Aartsen.

De noodzakelijke veranderingen worden in zijn visie geblokkeerd door het doorgeschoten systeem van marktwerking. En door de te grote macht van de zorgverzekeraars en de farmaceutische industrie.

Omdat de zorgverzekeraars ieder jaar scherp onderhandelen met de ziekenhuizen over de prijs van behandelingen, komen veel ziekenhuizen in de problemen, zegt Aartsen. ,,Omdat ze alleen jaarcontracten afsluiten willen de banken geen leningen verstrekken. Daardoor is er geen geld voor noodzakelijke nieuwbouw en innovatie. Als er geen bouwfonds of innovatiefonds komt, krijgen we verpaupering van de Nederlandse zorg.''

Een ander voorbeeld van de ongewenste effecten van marktwerking is volgens Aartsen: het verbod voor ziekenhuizen op een zodanig samenwerking met andere zorgaanbieders dat zij de beste zorg voor de patiënt kunnen bieden. Want de Autoriteit Consument en Markt dreigt dan met boetes. Het mantra bij concurrentie is immers: gij zult geen onderlinge afspraken maken. De zorg voor patiënten staat dus niet centraal, maar concurrentie en korte termijn kostenplaatjes.

Als we zo doorgaan kunnen we de zorgkosten op een gegeven moment niet meer opbrengen en keert de wal het schip. De prognose van Aartsen: over vijf jaar is het gedaan met het dogma van de marktwerking en ziet de zorg er totaal anders uit

Een van de kernpunten in zijn visie op ‘andere zorg’ is de stap van genezen naar voorkomen. Preventie wordt het kernthema. En veel gerichter behandelen. Ziekenhuizen zijn dan niet meer de plaats waar mensen lange tijd verblijven om te genezen en verzorgd te worden, maar zullen veranderen specialistische high-tech behandelcentra waar de patiënt maar even blijft voor hij naar huis gaat om te herstellen, met geavanceerde en persoonlijke hulpmiddelen thuis.

Maar om zover te komen zal er moeten worden samengewerkt met het bedrijfsleven. Om de technologische vooruitgang te versnellen. Ziekenhuizen, zorgverleners en bedrijfsleven moeten volgens Aartsen de vrijheid krijgen om de zorgketen anders in te richten en de patiënt centraal te stellen. Om daarover afspraken te kunnen maken, moeten de regels van de marktwerking in bepaalde delen van de zorg worden veranderd. Minder concurrentie, meer slimme afspraken in het belang van alle betrokkenen, maar vooral de patiënt.

Aartsen wil zeker niet, zoals de SP, dat het hele zorgstelsel op de schop wordt genomen, want dan komt alles stil te staan. ,,Een aanpassing van het stelsel met een innovatie- of een bouwfonds en het afschaffen van de marktwerking in bepaalde delen van de zorg om samenwerking en afspraken mogelijk te maken, zou al heel wat zijn.''

Het al dan niet hervormen van het zorgstelsel zal zeer waarschijnlijk een van de belangrijkste verkiezingsthema’s worden. (jv)

116 Van geloven via zeker weten naar onverdraagzaamheid

5 september 2016 

Vanaf de oerknal, krap 14 miljard jaar geleden, heeft elke gebeurtenis daarna, hoe klein of groot ook, een of meer oorzaken. Niets gebeurt vanzelf of uit zich zelf. Alle geschiedenis is in feite een keten van oorzaak-gevolg relaties. Oorzaken zijn gekend of ongekend. Vaak weten we echt niet waarom een bepaalde gebeurtenis heeft plaatsgevonden. Bij oorzaak-gevolg relaties kan het toeval een belangrijke rol spelen, maar ook fysische processen of menselijke acties. Die acties kunnen bewust of onbewust zijn. Acties kunnen een specifiek doel hebben, maar vaak ook niet, of kennen we dat doel (nog) niet. Het lijken allemaal open deuren.

Maar religieus geïnspireerde mensen zien doorgaans in alle oorzaak-gevolg relaties de doelgerichte hand van een spirituele kracht, meestal een opperwezen. Want niets gebeurt in hun visie zomaar, zonder die ‘kracht’. Alles heeft uiteindelijk een doel. Ook al kennen wij mensen dat doel vaak (nog) niet. Maar het opperwezen weet alles, ziet alles, stuurt alles. Zowel voor, tijdens als na het leven. Hoewel zo’n bovennatuurlijke kracht met al die gaven niet logisch te beredeneren is en er nooit een spoortje van bewijs voor is gevonden en het bestaan er van daardoor heel erg onwaarschijnlijk is, is dit wel de kern van alle religies.

Een simpele definitie van het begrip religie is er niet te vinden. Vaak worden er complexe omschrijvingen gegeven met begrippen die ook niet helder te duiden zijn, zoals: almachtige god, hogere macht, geesten, verlossing, ware verlossing, spiritualiteit, vorige levens, geesten, transcendentie, karma, reïncarnatie, hemel, hel etc. etc. Allemaal fenomenen die niet zichtbaar, meetbaar of bewijsbaar zijn. Verder dan vage multi-interpretabele omschrijvingen kom je niet. Je moet in religies geen logisch-consistente redeneringen verwachten, in tegendeel, maar je moet wel veel aannemen en aanvoelen. Heel veel ‘onvoorwaardelijk geloven’ dus. Het is, gezien al deze onbewijsbaarheid, opvallend dat veel gelovigen zo weinig twijfelen en zoveel ‘zeker weten’.

Dat ‘zeker weten’ geldt niet alleen voor de genoemde kernbegrippen van religies, van hel tot hemel, maar ook voor het bestaan van de profeten en hun verhalen. Van veel profeten is het dubieus of ze wel echt bestaan hebben, laat staan dat ze gezegd hebben wat hen allemaal wordt toegedicht. En als er al enig historisch betrouwbaar materiaal over hun bestaan of leven is gevonden, zijn hun verhalen nooit schriftelijk vastgelegd in de tijd dat zij leefden.

Dat schriftelijk vastleggen is vaak pas honderden jaren later gebeurd door volgelingen die zo ook hun eigen ideetjes en belangen hadden. Het zijn dus altijd persoonlijke interpretaties van orale overleveringen. Verhalen die er eeuwen over hebben gedaan om opgeschreven te worden. Over zo’n periode kunnen de woorden van de vermeende profeet een iets andere draai hebben gekregen, lijkt me. Als Rutte vandaag een verhaal vertelt, worden er een dag later al verschillende versies van gegeven. Toch weten veel gelovigen ‘zeker’ dat zij de echte uitspraken van Jezus, Mohammed of Boeddha zelf lezen. “En toen zeide Jezus….” Bizar.

Hoe zou het komen dat zoveel meer mensen in een niet bewijsbare ‘schepping door een opperwezen’ geloven dan in de wetenschappelijk bewezen evolutietheorie? Op zich simpel te verklaren. De meeste gelovigen zijn vanaf het wiegje uitermate effectief geïndoctrineerd. Sociale controle doet de rest. Daar helpt dan later geen verstandig redeneren meer tegen. Ze zijn w.b. hun geloof immuun voor rede, logica en feiten.

Maar er zijn ook gelovigen die pas veel later ‘het licht zien’. Vaak door een bijzondere ervaring op een dramatisch punt in hun leven. Bij een hunkering naar zingeving kan een handreiking vanuit een geloof het juiste ‘ding’ op het juiste moment zijn. Een reddingsboei die het leven weer dragelijk of veel interessanter maakt. Intrigerend blijft waarom de een daar erg ontvankelijk voor is en de ander totaal niet.

Freud noemde religie “in wezen infantiel en neurotisch”, maar zag religie ook als “biologische en psychologische noodzakelijkheid voor mensen om het bestaan aan te kunnen”. Het zijn waardeoordelen die gelovigen in het hoekje zetten van ‘psychiatrische gevallen’. Dat lijkt me lichtelijk overdreven. Voor de gelovigen is het misschien een troost dat van de meeste van Freud’s opvattingen in de loop der tijd wetenschappelijk weinig overeind is gebleven.

Aan de verstandelijke vermogens en integriteit van mensen die ‘geloven’ moet je m.i. niet twijfelen. Althans niet a priori. Als ze hun geloof vooral gebruiken om zich af te zetten tegen anderen of om anderen het leven zuur te maken: dan weg met deze onverdraagzamen. Maar als ze zich door hun geloof een gelukkiger mens voelen of geïnspireerd worden om het goede te doen, is dat voor hen en hun omgeving winst lijkt me. Alleen blijft het jammer dat de religie als instituut er meestal zo’n zootje van maakt.

Een redelijke lijn zou daarom zijn dat je van elke religie veel mag vinden, maar dat je met een verdraagzame gelovige even verdraagzaam moet omgaan.  (jv) 

115 “Toon een beetje respect man”.

4 september 2016 

Stel, iemand beweert iets waar je het mee oneens bent. Jij vindt totaal iets anders of vindt dat aan de bewering sterk getwijfeld kan worden. Omdat de argumenten zwak zijn, omdat de feiten waarmee de bewering wordt onderbouwd niet correct zijn of omdat de bewering louter is gebaseerd op gevoel en de ratio volledig opzij is gezet.  

Stel, je weet dat de betreffende persoon erg aan zijn mening, juist over dit specifieke onderwerp, hecht. Het maakt hem, vindt hij zelf, tot wat hij is. Het raakt zijn wezen. Het kan hierbij gaan om opvattingen over politieke issues, over zijn beoordeling van andere mensen of zijn mening over meer spirituele zaken, zoals religieuze vraagstukken. Je schat de kansen om hem met argumenten of feiten op andere gedachten te brengen, als ‘klein’ in.

Hoe reageer je dan in de geschetste situatie? Ga je het debat aan? Geef je, goed onderbouwd, je eigen mening, ook als die confronterend kan overkomen? Of laat je het maar zitten, b.v. omdat je denkt iemand daarmee ‘in z’n waarde te laten’ of omdat je even geen zin hebt in ‘gedoe’? Maar is afzien van repliek wel respectvol? Die persoon, dan wel zijn opvatting, is het blijkbaar niet waard om er tijd en denkkracht in te steken.

Naar mijn mening heeft iedereen met wie je in discussie bent in beginsel ook recht heeft op een serieuze repliek. Daarmee toon je respect. Door je er met een dooddoener van af te maken, maak je duidelijk dat je iemand en/of zijn mening niet interessant genoeg vindt. Niet respectvol. Nu kan er natuurlijk altijd sprake zijn van een specifieke situatie waarin het verstandiger is je eigen mening voor je te houden. B.v. om een slechte sfeer, ruzie of een knal voor je kop te voorkomen. Maar het zou wel tot de uitzonderingen moeten behoren.

Helaas. Het scherp, maar zonder beledigingen respectvol met elkaar kunnen debatteren, is niet in elke cultuur het leidend beginsel. En ook in dit land zijn er hele ‘volksstammen’ die er niet van gediend zijn dat je stevig met ze van mening verschilt. Andere opvattingen kunnen ze maar moeilijk verdragen. Je moet het met ze eens zijn of je moet je op de vlakte houden, anders moet je rekening houden met een gepikeerd: “Toon een beetje respect man”. Of erger. (jv)

 

114 Niet slim genoeg om te beseffen dat je onwetend bent.

1 september 2016

“Trump-supporters zijn niet slim genoeg om te beseffen dat ze dom zijn”, aldus de Amerikaanse neurowetenschapper Bobby Azarian in het Belgische tijdschrift Knack van gisteren. 

Mensen die niet alleen onwetend zijn, maar dat zelf niet eens beseffen: het wordt een plaag. Types die op radio of tv op een overtuigende toon van alles beweren waarvan je weet: wat een apekool. En ze worden bijna  nooit gecorrigeerd door de journalist die de vragen stelt. Want die weet het ook niet en de volgende vraag is belangrijker en de tijd is bijna om. Zo wordt niet weersproken onzin naar het niveau van feiten getrokken. Het wordt steeds erger. Fact checking lijkt een baan met mooie perspectieven. Hoewel: hoevelen zijn oprecht geinteresseerd in kloppende feiten? Iedereen moet toch z'n eigen waarheid kunnen vertellen? En feiten hinderen daarbij alleen maar. 

Azarian verwijst naar verschillende studies waaruit blijkt dat mensen met gebrek aan kennis vaak een cognitieve vooringenomenheid bezitten die hen belemmert in te zien dat ze ergens geen verstand van hebben. De bizarre statements van Trump over van alles en nog wat en de reacties van zijn aanhangers ondersteunen deze uitkomsten volledig. Daarom is de kans ook minimaal dat Trump-aanhangers door harde feiten en zakelijke argumenten van mening zullen veranderen.

Het is volgens de neuroloog moeilijk empathie voor die Trump-fans te hebben, omdat ze, net als hun idool, anderen op een harde manier beledigen, van alles roepen zonder feiten, racistische taal uitslaan, een knokpartij niet uit de weg gaan en zelf geen enkele empathie kunnen opbrengen voor zwakkeren met een andere kleur. Nee, je moet wel van een Ghandi-achtige grootheid zijn om je ook voor dit soort mensen open te kunnen stellen.  

Toch heeft de Volkskrant een paar stevig rechtse columnisten, René Cuperus, Martin Sommer en Dirk Jan Eppink, die regelmatig met begrip en empathie over de laagopgeleide 'boze blanken' schrijven en die vinden dat de progressieve media en opiniemakers zich vaak denigrerend over hen uitlaten. 

Vreemde Opvatting. Wat is er denigrerend aan om racisme, onwetendheid en onbeschoftheid ook bij laagopgeleiden te benoemen? Een lage opleiding is toch geen vrijbrief om elementaire fatsoensnormen aan je laars te lappen? En een groot deel doet dat waarschijnlijk ook niet.

Grappig is dat juist deze drie ‘rechtsen’ altijd zo bezorgd zijn over de laagopgeleide aanhangers van de populisten. Ik denk dat dat niet zozeer is ingegeven door hun bezorgdheid over de positie van ‘de kleine man’, maar veel meer door hun aversie tegen wat zij de ‘progressieve kosmopolieten’ noemen. Voor ‘de drie’ een scheldwoord. 

Ik denk niet dat veel kosmopolieten er wakker van liggen. Zij zullen het vooral als een geuzennaam beschouwen, waarmee ze zich zover als maar mogelijk is kunnen distantiëren van Trump en de Trump-achtigen. (jv)

113 Tibet en Nepal. Schitterend en schrijnend

31 augustus 2016 

Ben geen liefhebber van vakantiefilms van anderen. Kijk ze beleefd uit als het niet anders kan. Maar een dezer dagen heb ik een dvd gekregen van een vriend van vroeger die met twee vrienden van nu in 2005 een schitterende fietstocht van Lhasa (Tibet) naar Kathmandu (Nepal) heeft gemaakt. Het was een film die boeide door de beelden, de montage en de sferische muziek. En door het feest der herkenning. 

De landschappen, de bergen, de steden, en de kleurrijke mensen: al die beelden schoten me in m’n tijdmachine direct terug in de tijd. Naar de trip die vrouw en ik in 1998 van Kathmandu naar Lhasa hebben gemaakt. Nee, niet per fiets. Maar met een bus. 

Door de filmbeelden rook ik a.h.w. weer de heerlijke en vieze luchtjes van toen, hoorde de kakofonie van geluiden in de steden, ergerde me weer aan die armoe en dominante aanwezigheid van religie, zag die mooie, fotogenieke kinderkoppies met grote groene snottebellen en vieze, bedelende handjes, voelde de scherpe koude wind op 5000 meter in combinatie met hoofdpijn en amechtig gehijg,  herbeleefde die sensatie van die diepblauwe luchten, witte bergtoppen en turquois kleurige meren en hoorde weer die oorverdovende stilte van toen we met z’n tweetjes in de middle of knowhere tussen Gyantse en Shigatse liepen.  

En wat op de dvd grote indruk maakte, was de megaprestatie van het drietal dat de 1000 km fietste van Lhasa naar Kathmandu. Ze zien bijna alleen maar mooie 'dingen'. Maar het is niet alleen genieten. Kou lijden. Slapen in kleine, vieze gedoetjes. 'Matig' eten. Poepen in smerige gaten. Twaalf dagen zwaar klimmen in die adembenemend ijle lucht. Als ik alleen nog maar naar die beelden kijk van de slopende klim die ze maakten naar de Gyatsolapas op 5200 meter, dan raak ik al buiten adem.

Wij zaten toen in 1998 met onze luie konten in een busje. Hadden last van hoogteziekte, maar konden zonodig even rustig wegsuffen. Maar zij gingen, lange dagen makend, op eigen kracht naar boven. Hoewel, hoewel, hoewel: als ik naar hun oogjes kijk en naar die onwaarschijnlijke demarrages na acht uur fietsen dan vraag ik me toch wel af of ze ongeschonden door de dopingcontrole waren gekomen. Maar er was geen dopingcontrole. Er waren zelfs geen douches!!! Dus ze moeten ook stevig gestonken hebben, die drie mannen. Maar als je zo moe bent, is dat wel het laatste waar je aan denkt.

Als ik de mooie beelden van die landschappen en bergen zie, is mijn eerste reflex: wij moeten snel weer eens een mooie tocht door Tibet maken. Maar als ik terug denk aan al die onnodige, cultureel bepaalde armoe dan vergaat me de zin ook weer een beetje. Want dat is helaas de makke van Tibet. Het is leuk voor de toeristen, maar die Tibetanen, toch ook gewoon mensen, zitten er maar mooi mee. Door de eeuwen heen is het volk onderdrukt en dom en arm gehouden.  Eerst door de Boeddhistische geestelijkheid en vanaf 1956 door de Chinezen. Die laatsten waren en zijn natuurlijk kolonialisten pur sang met alle vreselijke uitwassen van dien, maar ze doen het tenminste nog met het formele doel om Tibet te bevrijden uit de achterlijkheid, armoe en lethargie. Waar ze zelfs een heel klein beetje in slagen.

Maar voor dat laatste, een ietsepietsie welvaart, moet de religie toch echt een paar stevige stappen terug doen. Als je die grote aantallen jonge productieve mannen ziet die in hun roodbruine badjas de hele dag een beetje staan of zitten te nixen of te smoezen over de Boeddhistische Verlichting, dan denk je onwillekeurig : jongens, laat je handen ook eens een keer wapperen, nu effe zelf echt werken ipv anderen (vrouwen en Chinezen) voor je te laten sappelen en vervolgens je hand op te houden. En dan ook nog de modernste mobieltje willen hebben he. Onthechten? Ammezolen. Cherry picking op z'n Tibetaans. 

Ho, ho, stop. Nu krijg ik weer op m’n flikker van de cultuurrelativisten. Het zou niet de eerste keer zijn. Nog even zo doorgaan en ik zit in het kamp van die oerdomme Jan Roos. Maar toch…Je begrijpt: ik heb niets met religies, helemaal niets. Er komt alleen maar narigheid van. Altijd, overal en bij elke religie die de macht heeft of die de macht denkt te kunnen krijgen. Dus het liefst zo min mogelijk religieuze fratsen in de publieke ruimte. Wat iedereen in z’n eigen hoofd, huis of gebedshuis doet moet ie zelf weten. En natuurlijk moeten we blijven protesteren tegen de schendingen van de mensenrechten door de Chinezen tegen de geestelijkheid. 

Al die kleurrijke culturele bouwwerken en relikwieën ‘van vroeger’ waar de toeristen op kicken moge de armoe dan een beetje aan het zicht onttrekken, maar die is er wel degelijk. En die is deprimerend en schrijnend voor wie daar oog voor heeft. Daar kun je je niet van afmaken met dooddoeners als "daar kiezen ze zelf voor" of " dat is nu eenmaal hun cultuur". Want misschien willen die jongens en meisjes daar eindelijk ook wel eens een interessant baantje, wat lekkers te eten, een normaal huis en gewoon een beetje vrijheid. Maar daarvoor hoeven ze niet te rekenen op de murmelaars in de stoepa’s. (jv)

112 Nog meer democratie om het populisme te bezweren?

27 augustus 2016 

René Cuperus gaat in zijn Volkskrantcolumn “De nieuwe standenmaatschappij” (22/8) fel in tegen  een voorstel, uitgewerkt in Trouw van 13/8, om mensen pas te laten stemmen als ze hun stemexamen hebben gehaald. Cuperus noemt het voorstel “totaal fout en antidemocratisch”, zonder in zijn column voor dat oordeel overtuigende argumenten aan te dragen. Hij gaat er blijkbaar van uit dat zijn afwijzing vanzelf spreekt.

Het idee van een stemexamen wordt ingegeven door de stelling dat steeds meer mensen gaan stemmen zonder enige kennis van zaken, ‘fact free’ hun onderbuik volgen en zich laten manipuleren door volksmenners.  Wat uiteindelijk mensen aan de macht brengt die de bijl leggen aan de wortels van onze democratie.

Opvallend is dat Cuperus deze trend en de daaruit voortkomende gevaren op zich niet bestrijdt. In tegendeel, hij maakt zelf melding van “De opmars van populisme, Trumpisme en xenofoob autoritarisme”. Als dit zo doorgaat, moet toch ook zijn redenering zijn, kan dit uiteindelijk leiden tot een verloedering van onze economie en onze rechtstaat. En het enige wat Cuperus dan weet te bedenken om dit doemscenario te bezweren is: nog meer democratie.

Ik weet ook wel dat er aan een stemexamen veel praktische en principiële haken en ogen zitten, maar mensen nog vaker ‘fact free’ hun ongenoegen laten uiten via bv referenda, lijkt mij ook geen wenkend perspectief. Het lost niets op. Het geeft alleen demagogen nog vaker een podium  om onlustgevoelens op te poken. Thierry Baudet en Jan Roos staan al trappelen. (jv)

 

111 Pauw versus Pechtold: framing gelukt, kans gemist.

25 augustus 2016

Jeroen Pauw ‘behandelde’ Alexander Pechthold gisterenavond voor zijn doen ‘netjes’. Meestal is zijn toon cynisch, ironisch, laatdunkend of minachtend als het over politiek en politici gaat. Niet dat Pechthold veel kans kreeg om echt iets inhoudelijks te melden, nee, hij zat er toch vooral bij om wat mee te keutelen over de vele ditjes en datjes die er over tafel gingen. Natuurlijk deed ie manmoedige pogingen om zo nu en dan ook nog iets te zeggen over een D66 puntje, maar veel ruimte kreeg hij niet. 

Tot, je kon er op wachten, Pauw het toch weer niet kon laten: “Politici beloven van alles voor de verkiezingen, maar daarna verbreken ze die beloften weer net zo makkelijk. Dat staat mij zo tegen aan de politiek”. Zo, puntje weer gemaakt.

Dan verwacht ik van een toppoliticus als Pechthold dat ie die ijdele Pauw wegblaast met een reactie in de trant van: “Wij doen geen beloftes in de zin van harde toezeggingen dat we dit en dat wel even gaan regelen. Wij geven aan wat wij willen en beloven hierover hard te gaan onderhandelen. Maar dat wij uiteindelijk op onze wensen moeten inleveren. Want iedereen weet dat geen enkele politieke partij het hier helemaal alleen kan bepalen. En als niemand (fors) in wil leveren op zijn eigen programmapunten, kan er geen enkele coalitie worden geformeerd. Wij breken dus geen beloftes, meneer de Pauw, maar wij sluiten compromissen om het land regeerbaar te houden. Geven en nemen. Wat u presenteert als iets negatiefs, is gewoon iets positiefs. Hoe meer zetels we krijgen, hoe meer van onze punten, beloftes zo u wilt, we kunnen realiseren. Waarom legt u dit niet eens  wat vaker positief aan uw kijkers uit?”. Pauw met een bek vol tanden zou je zeggen. Op z'n minst zou ie moeten aangeven wat er in deze redenering niet klopt. 

Maar nee, helaas, Pechthold zei dit niet, haalde slechts zijn schouders op en liet Pauw (en veel kijkers) in de waan dat hij gelijk had en dat Pechthold het eigenlijk wel met ‘m eens was: politici zijn onbetrouwbare beloftebrekers. Framing gelukt. Kans gemist.

Gelukkig toch ook nog een geweldige scoop: Pechthold liet weten dat ie stopt wanneer hij niet in de regering komt. Nog nooit zo’n risicoloze belofte gehoord. Iedereen weet dat er na de verkiezingen in maart 2017 geen werkbare coalitie te vormen is zonder D66. Ook al winnen ze er geen zetel bij. D66 komt altijd in het volgende kabinet, met Pechthold als vicepremier.  (jv)

110 Michael Sandel over rechtvaardigheid.

25 augustus 2016

De politiek filosoof Michael Sandel heeft de reputatie ingewikkelde filosofische onderwerpen helder te kunnen uitleggen. Zowel in zijn boeken, als in zijn druk bezochte colleges op Harvard en in zijn voordrachten over de hele wereld laat hij niet alleen de hersens van zijn lezers en toehoorders lekker kraken, maar reikt hij je ook principes aan waarmee je de wereld om je heen beter kunt analyseren en begrijpen. Door veel goede vragen stellen en  de verschillende antwoorden vanuit ‘concurrerende’ filosofieën uit te testen op praktische voorbeelden, uit het leven gegrepen. Om vervolgens te beoordelen welke antwoorden de meeste bevrediging bieden. Waarbij levenservaring en logisch redeneren met elkaar worden verbonden.

Een van Sandel’s meest aansprekende boeken is “Rechtvaardigheid. Wat is de juiste keuze?” (2010). Hierin behandelt hij het thema rechtvaardigheid vanuit verschillende invalshoeken, zoals die van Aristoteles, het utilitarisme, het neoliberalisme, Emmanuel Kant en John Rawls. Uiteindelijk lijkt Sandel alles afwegende de filosofische principes van het koppel Kant-Rawls toch het meest bruikbaar te vinden als het gaat om een humane, democratische en rationele invulling van de rechtvaardige samenleving.

In Kant’s visie stelt een rechtvaardige staatsinrichting zich ten doel de vrijheid van ieder individu te harmoniseren met die van alle andere individuen. Wetten moeten zo worden opgesteld dat ze lijken te zijn opgesteld door de verenigde wil van de hele natie. De grondslagen voor zo’n samenleving werkte Kant via een filosofisch stappenplan uit. Elke nieuwe stap volgde logisch uit de vorige. Rationeel en moreel ‘waterdicht’.

Maar hoe je zo’n rechtvaardige samenleving zou moeten organiseren, daar heeft Kant zich nooit aan gewaagd. Dat was ook filosofische en politieke zelfmoord geweest. De absolute vorsten hadden dat niet getolereerd. Hij ging al tot ver over de rand. Het was de grote verdienste van de politieke filosoof John Rawls, 170 jaar later, dat hij Kant’s principes van de rechtvaardige samenleving concreet uitwerkte tot op het niveau van instituties en democratische besluitvorming.

De kernthema’s uit zijn hiervoor genoemde boek heeft Sandel via een aantal interactieve colleges gepresenteerd aan grote groepen studenten over de hele wereld. Die colleges zijn opgenomen en de afgelopen zeven weken op  zondagmiddag op de Nederlandse t.v. uitgezonden (NPO2). Zondag a.s. weer een uitzending. Rawls en Socrates zitten nog in het vat. Erg onderhoudend en leerzaam. Ongetwijfeld ook op YouTube te bewonderen. (jv)

109 Emmanuel Kant over rechtvaardigheid

24 augustus  2016

Emmanuel Kant (1724-1804) was de zoon van een arme zadelmaker en student en docent op de universiteit van Koningsberg. Deze filosoof uit de 18-de eeuw heeft de basis gelegd voor de Universele Verklaring van de rechten van de mens uit de 20-ste eeuw (1948). Die basis berust op het uitgangspunt dat we rationele, met rede begaafde wezens zijn die waardigheid bezitten en respect verdienen. Iedereen. Overal. Altijd. Niemand uitgezonderd. Kant beschreef de grondslagen van zijn filosofie in twee boeken: Kritiek der reinen Vernuft en Grundlegung zur Metaphysik der Sitten.

Voor Kant draait het bij rechtvaardigheid om het begrippentrio autonomie, moraliteit en rationaliteit.  De mens verricht autonoom (zonder dwang/in vrijheid) die handelingen die moreel verantwoord zijn. En wat moreel verantwoord is, dat wordt rationaal bepaald. Rationeel kan worden beredeneerd dat je moet handelen volgens een leidend moreel principe waarvan je zou willen dat ze een algemene wet wordt. Met andere woorden: je moet handelen op de manier waarvan je zou willen dat iedereen zo zou handelen. Je bedriegt of bedreigt dus niemand, want als iedereen dat doet, wordt het een zootje waar ook jij het slachtoffer van wordt. Populair gezegd: Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet. Dit uitgangspunt noemt Kant het Categorisch Imperatief.

Wat het moreel goede is, is volgens Kant niet terug te voeren op je zintuigen of op je gevoel, ook niet op een goddelijke norm en kan ook niet afgedwongen worden door een wet (alleen), maar is gebaseerd op de rede. Kant is een kind van de verlichting. Kant verzet zich dus tegen de heteronome (onderworpen) kijk op de moraal, waarbij God de norm oplegt.

In de visie van Kant gaat het bij het moreel juist handelen vooral om de intentie waarmee die handeling wordt verricht en veel minder om het resultaat. Want die intentie bepaal je rationeel zelf, maar de uitkomsten heb je vaak niet in de hand. Het is wel een uitgangspunt waar, als het om de praktisch politiek gaat, ook wel wat op af te dingen is. Je hoopt toch wel dat politici niet alleen werken vanuit goede intenties, maar ook goed nadenken over de uitkomsten van hun beleid.

Het Categorisch Imperatief is te beschouwen als een universeel en absoluut gebod waaruit dwingend een bepaald handelen volgt. Het is een soort gids van het zedelijk bewustzijn. Een bewustzijn dat zich zowel van de eigen menselijke vrijheid bewust is, als van de vrijheid van anderen. Je handel dus altijd ‘moreel juist’ in relatie tot de anderen. Vanuit deze noties kan een rechtvaardige samenleving worden opgebouwd.

Kant’s filosofische stellingen zijn niet alleen complex, maar ook erg moedig als je ze in de context van zijn tijd plaatst. Nu kun je ongestraft alles zeggen wat er in je kop opkomt, maar in Kant’s tijd was het tegendeel het geval. Als je iets beweerde dat tegen de belangen van de machthebbers in ging, kon je in het gevang terecht komen of erger. Kant leefde weliswaar midden in de periode van de Verlichting, maar de absolute vorsten en de kerk hadden nog steeds de meeste macht. Het volk had niets te zeggen. Democratie moest nog uitgevonden worden. En ook de rechtstaat bestond nog niet.

In die tijdgeest had Kant het dus de moed om te pleiten voor de vrijheid van denken, voor de juiste moraal, voor respect voor het individu en voor rechtvaardigheid. Toen nog allemaal utopische vergezichten. Hij schopte er de machthebbers mee tegen de schenen. Misschien was hij toen al ‘te groot’ om aan te pakken, maar toch was ie dapperder dan al die types die nu ongeremd en zonder ratio of moraal de sociale media bevuilen en om de vrijheid van het woord schreeuwen. Hun vrijheid. Zonder rekening te houden met 'de ander'. (jv)   

 

108 John Rawls over rechtvaardigheid

23 augustus 2016 

John Rawls (1921-2002) borduurde voort op de filosofische principes die Kant 170 jaar eerder had geformuleerd. Zijn baanbrekende “A Theory of Justice” (1971) wordt tot een van de hoogtepunten van de politieke filosofie gerekend. Zowel liberalen als sociaal-democraten herkenen veel van Rawls’ filosofie als het gaat om hun visie op de rechtvaardige samenleving.

Als we wat abstraheren van het alledaagse partijpolitieke gesteggel en het elkaar vliegjes afvangen, dan zien we inderdaad veel van de principes van Rawls’ rechtvaardige samenleving terug bij in ieder geval de VVD, D66, PvdA , Groen Links en SP.

Terzijde: vanuit een Amerikaans perspectief is er tussen deze partijen ook nauwelijks uitlegbaar verschil. De verschillen binnen de ‘progressieve’ Democratische partij in de VS zijn, als het gaat om de rechtvaardige samenleving, oneindig veel groter dan de verschillen tussen de SP en de VVD hier.    

Of een samenleving rechtvaardig is, wordt voor een belangrijk deel bepaald door de wetten die bepalen hoe schaarse goederen worden verdeeld over de inwoners. Maar daar gaan nog diverse filosofische en praktische vragen aan vooraf. Rawls bedacht een ingenieuze redenering om consensus te bereiken over de fundamenten van een rechtvaardige samenleving. 

Vertrekpunt is zijn definitie van een rechtvaardige samenleving. Dat is volgens hem een samenleving waarin belangrijke zaken zoals inkomen, rijkdom, rechten en plichten, macht en mogelijkheden, ambten en eerbetoon op een juiste manier verdeeld worden. Dus zodanig dat iedereen krijgt wat hem toekomt. Maar wat komt elk mens toe en waarom? En via welke principes en mechanismen organiseren we die verdeling dan?

De huidige politiek, democratie en rechtstaat met z’n wetten en daarop gebaseerd contracten leiden volgens Rawls meestal niet tot een rechtvaardige verdeling van wat schaars is. Omdat ze zijn geconstrueerd door mensen met specifieke eigen belangen, die ook (altijd) in de machtsposities zitten om die belangen te bewaken en uit te breiden. Deze elite had bij de start al een zodanige voorsprong op de rest dat ze de wetten en de democratische besluitvorming zo konden inrichten dat hun belangen het best gediend werden (en worden). Dat moet rechtvaardiger kunnen, aldus Rawls. 

Hij is van mening dat de verdeling van schaarse goederen als inkomen en vermogen niet gebaseerd moet zijn op toevallige factoren zoals aangeboren talent, maatschappelijke startpositie, opvoeding, opleiding, sociale relaties, gezondheid en het vermogen hard te werken, uiterlijk etc. Allemaal zaken die je toevallig hebt ‘meegekregen’. Het is in Rawls zienswijze niet rechtvaardig om op basis van zaken waarvoor jezelf niets hebt hoeven doen, schaarse goederen en diensten (uitermate ongelijk) te verdelen. Hoe dan wel?

Rawls formuleerde een gedachte-experiment, waarin mensen met elkaar in conclaaf gaan om een sociaal contract op te stellen, met principes op basis waarvan de schaarse goederen op een rechtvaardige manier worden verdeeld. Uitgangspunt voor het conclaaf is dat de mensen net doen alsof ze niet weten op welke plek in de samenleving ze zelf terecht komen. Ze weten niet of ze in een rijk of arm milieu geboren worden, of ze slim of dom, kerngezond of gehandicapt, mooi of lelijk etc zullen zijn. 

Achter deze “sluier van onwetendheid”, zoals Rawls het noemde, spelen de huidige machtsposities, de sexe, de kleur, de slimheid, etc van de deelnemers dus even geen rol meer. Hoe zouden ze - als ze niet weten waar ze terechtkomen - de maatschappij dan inrichten? Zouden ze dan kiezen voor een systeem dat opkomt voor de zwakkeren? Waartoe ze zelf ook zouden kunnen gaan behoren. Of zouden ze kiezen voor een liberaal systeem, waar ieder zichzelf moet redden? En ze dus zelf ook kunnen winnen of verliezen.

Uiteindelijk moet zo’n conclaaf leiden tot de keuzes van principes/wetten op basis waarvan de schaarse goederen zullen worden verdeeld. Omdat die keuzen niet meer terug te voeren op de huidige posities, mag je verwachten dat de meeste deelnemers nu kiezen voor de optie: iedereen moet een faire kans krijgen op zijn rechtvaardig deel. Die principes kunnen vervolgens worden vastgelegd in een sociaal contract.

Vanuit dit gedachte-experiment kiest Rawls voor het gelijkheidsbeginsel. In beginsel krijgt iedereen, binnen reële bandbreedtes, hetzelfde. De idee is dat iedereen zijn deel van de inspanningen levert, waarbij reciprociteit (wederkerigheid) centraal staat. Vervolgens stel je, zoals in het gedachte-experiment, met elkaar spelregels op betrekking hebbend op uitzonderingen op het gelijkheidsbeginsel. Binnen die spelregels kunnen er ook verschillen in inkomen en bezit ontstaan tussen individuen. Aan die spelregels kunnen individuen legitieme verwachtingen ontlenen.

Een uitzondering op het gelijkheidsbeginsel kan bv zijn: wanneer gelijkheid leidt tot verminderde prikkels c.q. tot minder inspanningen en creativiteit en daarmee leidt tot een lagere groei van welvaart en individuele inkomens, dan is ongelijkheid om dat te voorkomen, gerechtvaardigd.

De liberalen en sociaal-democraten pakken vaak elk die delen uit Rawls filosofisch bouwwerk die het best passen in hun eigen ideologische kraam. Maar uit het feit dat VVD en PvdA na WO II opgeteld zo'n 15 jaar samen in redelijke harmonie het land hebben bestuurd, kan worden opgemaakt dat Rawls’ principes een interessante verbindende schakel vormen tussen beide stromingen en hun opvattingen over wat een rechtvaardige samenleving is, niet fundamenteel verschilLeon. Het gaat om accenten, marges, cijfers achter de komma, verschillen uitvergroten en profileren.

Dus als het aan Rawls ligt, komt er in 2017 gewoon weer een paars kabinet VVD, D66, PvdA,  noodgedwongen aangevuld  met de christelijke rafelrandjes CDA en CU . (jv)

107 Façades die ‘de mens’ aan het zicht onttrekken.

22 augustus 2016 

In het VPRO-programma zondag j.l. een interessante Zomergasten met de Belgische schrijfster Griet Op de Beeck. Heb haar boeken niet gelezen, maar als ze net zo invoelend, intelligent en helder schrijft als ze spreekt, dan zit het wel goed. Ze sneed interessante thema’s aan, waar ze niet in abstracte sociologische of politieke termen over sprak, zoals Hedy d’Ancona een week eerder (was ook interessant), nee, ze besprak mensen van vlees en bloed in concrete situaties en probeerde van daaruit, heel voorzichtig, timide soms, conclusies te trekken met een bredere geldigheid.  

Hoewel de term niet viel, vond ik zelf het verbindende thema tussen de fragmenten die ze had uitgekozen: façades.  Het optrekken van façades die normale menselijke relaties blokkeren of ‘de mens’ aan het zicht onttrekken. In de situaties die werden getoond gebeurde dat bewust en onbewust, uit onmacht en uit berekening. Totale vervreemding van een echtpaar t.o.v elkaar. Het ontbreken van zinvol menselijk contact tussen ouders en hun kinderen. Kinderen die lijden en zichzelf ook nog eens wegcijferen om hun ouders te behagen. Langgestraften met louter pech in het leven die volledig uit het zicht van de samenleving over hun uitzichtloosheid vertellen.

Maar het absolute hoogtepunt/dieptepunt van de avond vond ik het gesprek met een 11-jarig ventje, dat met zijn ouders jaar acht jaar geleden voor het geweld uit Kosovo naar België was gevlucht, daar volledig geïntegreerd was, uitstekend Nederlands sprak en drie jaar geleden weer terug naar Kosovo moest. Weg van z’n vriendjes, zijn sportclubs, zijn alles. Gedeporteerd naar een hem volledig onbekend armoedig gebied, waar ie naar een slechte school moest en alleen maar gepest werd door dombo’s die ook niet beter wisten. Alles moest hij achter laten. Hij kreeg er niets voor terug. En dat zal volgens de deskundigen ook niet beter worden. Deze kinderen zijn voor het leven getraumatiseerd. Waarom doen we ze dit aan?

Een Belgische humanitaire instantie volgt deze terug gestuurde kinderen. Ze worden om de zoveel tijd geïnterviewd om te checken hoe het met ze gaat. In het getoonde fragment gaf het kereltje op alle vragen dapper antwoord, maar op de vraag: “ben je gelukkig”, brak ie. Was hartverscheurend. Het leed dat kinderen hier, volstrekt onnodig, wordt aangedaan, zit gelukkig verstopt de kille statistieken. De succesvolle migratiegegevens laten alleen zien hoeveel ex-vluchtelingen er weer zijn  teruggestuurd. Het leed blijft buiten beeld.

Het lot van de jonge Kosovaar is misschien iets om aan Mark Rutte voor te leggen als ie zondag 4 september de laatste Zomergast is. Je moet wel een erg ongevoelige zak zijn, wil je hier niet door geraakt worden. Maar hoewel ik Rutte geen onsympathieke kerel vind, schat ik in dat ie na een “Ik vind dit ook niet leuk” riedeltje toch snel zal vluchten naar politieke abstracties en statistieken. Het menselijke is een te glibberig terrein voor de meeste politici. De achterban luistert mee…....Het ontmenselijken van de politiek: het zal niet Rutte’s thema worden. Hij zal het vooral ‘leuk’ willen houden. Het is immers zijn aftrap voor de verkiezingsstrijd.

Griet Op de Beeck kan niet meer buiten het schrijven zei ze. Ze omschreef haar schrijven als strijden tegen de banaliteit van het leven. Ze wil zo een verpletterende leegte te vullen en een poging doen om de eenzaamheid te overwinnen. Ook wil ze via het schrijven de essentie van het leven blootleggen.  Het zijn hele grote woorden, maar ik wil er wel in meegaan als zij het leed van dat Kosovaarse ventje mooie woorden kan geven en er voor kan zorgen dat dit soort onrecht uit de statistieken wordt gelicht en zichtbaar en invoelbaar wordt gemaakt.  (jv) 

106 De tweedeling opheffen: iedereen een flexibel contract.

19 augustus 2016 

De flexibilisering op de arbeidsmarkt is te ver doorgeschoten.  Steeds meer werknemers wordt een vast contract onthouden, werken in onzekerheid, in grote afhankelijkheid van de grillen van hun baas, bang om slecht werk te weigeren en onvoldoende inkomenszekerheid om hypotheek te krijgen. Vooral de lager opgeleiden zijn het haasje van deze trend. 35% van hen werkt op basis van flexcontracten. En deze ontwikkeling zet zich snel door. 

Veel partijen zijn het over eens dat hier iets aan gedaan moet worden. Het wordt daarom terecht een belangrijk thema in de aanloop naar de volgende verkiezingen. D66 is nu als eerste naar buiten getreden met een voorstel dat vooralsnog meer vragen oproept, dan dat het duidelijkheid schept.

D66 wil een eind maken aan de tweedeling tussen ‘insiders’ met een vast contract en de groeiende groep ‘outsiders’ die nooit verder komt dan een tijdelijk contract. D66 vraagt daartoe offers van werkgevers. En van werknemers!!? D66 wil dat de ontslagprocedures minder duur worden en veel sneller verlopen. Nog goedkoper? Nog sneller? Asscher heeft dit net in een nieuwe wet geregeld.

Wat D66 lijkt te bedoelen met opheffen van de verschillen tussen vast en flex is: iedereen krijgt een contract voor onbepaalde tijd, maar werkgevers kunnen werknemers  er wel makkelijker, sneller  en goedkoper uitgooien Dus niemand meer vast, iedereen flexibel. Het ei van Columbus.

Met deze maatregelen is er wel einde aan de tweedeling gemaakt. Maar of de mensen met een vast contract daar gelukkig van worden en er soepeltjes aan mee zullen werken, mag sterk worden betwijfeld.  Gelukkig hebben we nog zeven maanden, dus tijd genoeg om alle voorstellen te beoordelen op de criteria sociaal en uitvoerbaar. (jv) 

105 Een oratio pro domo van de dappere politicus

18 augustsus 2016 

De dappere politicus een week geleden: ”We laten ons te veel chanteren door Erdogan. Dit kabinet treedt te slap op tegen Turkije. We moeten ze de waarheid zeggen. Veel meer kritiek hebben op die zuiveringen. De afgesproken gelden niet overmaken. De gesprekken over visumliberalisatie stopzetten. En ze zo dwingen hun beleid te veranderen.”

De interviewer: “Ja, dat klinkt nu wel stoer, maar als Turkije dan als reactie de vluchtelingendeal opzegt, weer grote stromen vluchtelingen doorlaat, gemene zaken met Poetin maakt, uit de NAVO treedt, weigert samen te werken bij de bestrijding van ISIS, de Koerden nog gewelddadiger aanpakt, de Turken in het buitenland opstookt, zich volledig gaat afsluiten voor het Westen en de repressie in eigen land nog verder opvoert? Wat is dan eigenlijk de winst en voor wie? Wiens belangen worden daar mee gediend? Waarom zal Erdogan zich iets van al onze dreigementen aantrekken? Welke machtsmiddelen hebben we? Snijden we ons zelf niet juist in de vingers met zo’n dreigende taal?”

De dappere politicus had hier eigenlijk geen ander weerwoord op, dan zijn kritiek op het kabinet herhalen. Het kwam allemaal niet sterk en geloofwaardig over. Politiek met een kleine p, alleen geschikt voor binnenlands gebruik. Een oratio pro domo.

Geopolitiek is reaalpolitiek is machtspolitiek. Als je buitenlandse leiders de les wilt lezen, maar tegelijkertijd erg afhankelijk van ze bent en iets van ze gedaan wilt krijgen, moet je wel voldoende machtsmiddelen hebben om een resultaat te kunnen afdwingen. En als je weinig macht hebt, of te weinig kunt bieden, moet je niet te hoog van de toren blazen. Niet verder willen springen dan je polsstokje kort is. Verstandige geopolitiek bedrijven vraagt om politici met strategisch inzicht die weten hoe je onderhandelingen met ‘slechte mensen’ voert en hoe onze belangen in een ‘boze wereld’ het best verdedigd kunnen worden. Mooie praatjes vullen ook hier geen gaatjes.

Ethisch verantwoord beleid is meer dan loos dreigen en gewetensvol ‘mooie woorden’ spreken. We zien in Syrië waar dat toe kan leiden. Mooie woorden over democratie en verbale steun aan de oppositie, maar geen machtsmiddelen beschikbaar stellen om het kwaad te bestrijden, bleek de weg naar de hel. Ethisch onverantwoord. Nog meer brandhaarden er bij in  die regio is in niemands belang. Misschien is het daarom toch beter om Erdogan niet te veel van het ons te vervreemden. Deze democratisch gekozen dictator met massale steun onder de bevolking heeft op dit moment nu eenmaal de sterkste troeven in handen.

Gelukkig krijgt de dappere politicus over zeven maanden in een nieuw kabinet de gelegenheid het allemaal veel beter te doen. Erdogan wordt vast nu al regelmatig zwetend wakker bij die gedachte . (jv) 

105 Het toppunt van ellende

Kop in het AD van 18/8: “mishandelde kleuter (4) denk dat ze ‘idioot’ heet”

Als je zo’n kop leest, kun je het bericht dat er bij hoort eigenlijk wel overslaan. De kop zegt al genoeg. Voor je gemoedsrust is het ook beter niet verder te lezen. Om je een voorstelling te kunnen maken van dit deprimerende kinderleed hoef je niet over een erg rijke fantasie te beschikken. Gelukkig zijn de ouders gearresteerd. Maar het overgrote deel van dit soort gestoorde types wordt nooit gepakt. Ze weten zich meestal te gedragen als ‘normaal en doorsnee’. Het gebeurt op grote schaal, maar slechts  bij  toeval worden dit soort kindermartelingen ontdekt. Bij de geredde kinderen is de aangerichte schade meestal niet meer te repareren. Als 'idioot’ het in het leven nog gaat redden, zou dat een wondertje zijn. Dus over de niet geredde kinderen moet je je al helemaal geen illusies maken. (jv) 

 

104 Moeder, zoon, onmacht en verborgen leed.

17 augustus 2016 

"Dat kun je dus ook al niet" schamperde de moeder van Johan A. toen ze de schuur binnen kwam waar Johan een paar seconden eerder een mislukte poging had gedaan zich op te hangen. Johan was acht. En vijftien jaar later een van mijn Groningse vrienden.

Hoewel ze feitelijk misschien gelijk had: wat voor vreemde moeder ben je als je zoiets boosaardigs kunt zeggen? En wat doet zo'n opmerking met het gemoed van een ventje dat toch al 'niet lekker in z'n vel zit'? Want wie nog maar acht jaar is, hangt zich niet op. Althans, niet zomaar. Dan moet je doodongelukkig zijn. En dat was ie. Dat moet ze toch geweten hebben?

Natuurlijk wist ze dat. Maar het was de absolute onmacht van een alcoholiste, die ongetwijfeld zelf ook erg ongelukkig was. Hoe verwijtbaar is zulk gedrag? Waren er omstandigheden die haar, op z’n minst gedeeltelijk, ‘vrijpleiten’? Was het een gevolg van genetische missertjes en een weinig liefdevolle opvoeding? Want als je zelf een beetje misvormd uit de eerste twintig jaar van je leven komt, wat heb je dan om door te geven aan je eigen kinderen? Is hier überhaupt wel iets aan te doen? Moet je het niet als een soort noodlot aanvaarden?

Liever niet. Elke keer zijn er weer kansen voor de nieuwe generatie volwassenen om met de nodige mazzel uit die keten van het doorgegeven ellende en misvorming te stappen en het vanwege de eigen ervaringen juist beter te doen.

Johan A. is overigens in veel opzichten goed terecht gekomen. Wel had ie een paar ‘hebbelijkheden’, die je met veel gepsychologiseer (deels) kunt herleiden naar een getroebleerde jeugd. Hij heeft tot dusver bij mijn weten geen ‘enge dingen’ meer gedaan. Maar heeft ook nooit kinderen genomen. Of er een relatie is met… ?  Er zijn plenty mensen die wel een liefdevolle opvoeding hebben gehad, maar ook nooit kinderen wilden.  Dus zo simpel ligt het ook weer niet.

Ben ‘moeder’ ooit nog wel eens tegen gekomen op een familiefeest van Johan A. Heb er zelfs mee gesproken. Een smal en broos wijffie, waar niets raars aan te merken was. Zacht, breekbaar stemmetje. Ze vroeg of ik kinderen had. Nee, daar ga ik nooit aan beginnen mevrouw. Ben natuurlijk ook niet over die schuur, Johan en het touw begonnen. Er is al leed genoeg in de wereld.(jv)

 

103 Draghi heeft zijn huiswerk gedaan, nu de nationale politici nog.

14 augustus 2016 

De afgelopen week was hij weer de kop van jut in diverse vakbladen. Mario Draghi, de baas van de ECB. Vooral politici en economen in de rijkere EU-landen nemen 'm op de korrel. Zijn beleid om deflatie te voorkomen en investeringen te stimuleren deugt niet, is het verwijt. Hij zou onverantwoord met geld strooien. Of het onverantwoord is wat hij doet, is maar zeer de vraag. Hij houdt zich in ieder geval aan alle afgesproken spelregels. En heeft daarbij de instemming van zijn bestuur, waarin alle nationale bankdirecteuren van de lidstaten zitting hebben. En de lidstaten laten geen formele bezwaren horen. De ECB- directeur en ons eurostelsel kinnen immers alleen goed functioneren zonder directe politieke bemoeienis. Er zijn vele afspraken gemaakt en criteria vastgelegd om het systeem goed te laten functioneren. En daar moeten we ons aan houden. Draghi bewaakt dat. O.a. door indamming van het defltiegevaar. 

Dat deflatie in Europa moet worden voorkomen, daar zijn de meeste economen en politici het wel over eens. Want deflatie kan het startpunt zijn voor een nieuwe recessie en langdurige economische stagnatie. Zie Japan. Consumenten stellen hun aankopen uit omdat ze verwachten dat de prijzen op termijn nog verder zullen dalen. Ondernemers blijven terughoudend om te investeren, omdat de consument het geld nog te veel op zak houdt. En mensen met schulden zien hun schulden nominaal groter worden, terwijl die schulden bij inflatie juist lager zouden worden.

Vanwege  deze ongewenste gevolgen wordt een inflatie van ca 2% als een indicator voor een gezonde economie gezien. Het is Daghi’s taak om dat met monetair beleid te realiseren. Hij heeft daarvoor twee instrumenten: de rente verlagen en de geldhoeveelheid verruimen. Beide instrumenten zijn nu ruim een jaar met volle overtuiging ingezet. Het heeft gewerkt, want het heeft echte deflatie tot dusver voorkomen en in een aantal landen voor een bescheiden groei gezorgd. Maar het werkt nog niet zoals het zou moeten. De inflatie is namelijk nog (lang) niet tot 2% gestegen en ondernemers investeren nog veel te weinig, ondanks het ‘goedkope’ geld. Daarom wordt het programma in ieder geval tot april 2017 voortgezet.

Waarom heeft Draghi’s programma tot dusver nog niet de beoogde doelen bereikt? Omdat de nationale overheden het laten afweten. Het ECB-beleid kan alleen dan leiden tot meer economische groei als ook de nationale overheden een ruimhartiger investeringsbeleid gaan voeren. Dat geldt dan vooral voor die landen die hun huishoudboekje op orde hebben, zoals Nederland en Duitsland. Beide landen hebben mega-overschotten op hun handelsbalans plus grote spaaroverschotten en kunnen bijna  gratis geld lenen. 

Maar de sterkere EU-landen doen niets of veel te weinig. Terwijl juist zij nu met dat goedkope geld robuust zouden moeten investeren in b.v. infrastructuur, woningbouw, onderzoek, onderwijs en technologie. Dus geen extra geld naar consumptieve ‘leuke dingen voor de mensen’, maar naar projecten waarmee je de economische structuur op lange termijn sterker maakt en op korte termijn, via overheidsopdrachten, veel nieuwe banen in de marktsector kunt creëren. En zo vliegwieleffecten op gang kunt brengen.

Draghi heeft zijn huiswerk gedaan en zou daarvoor vooral geprezen moeten worden. Nu de nationale regeringen nog. Waar zijn die investeringsplannen? Het zou in ons land een majeur thema moeten worden in de aanloop naar de verkiezingen in maart 2017. We doen het in Nederland bepaald niet slecht, hebben vier jaar lang een verantwoord en succesvol financieel beleid gevoerd, maar de groei moet en kan nu naar een veel hoger niveau. We moeten die kansen dus ook pakken. Investeren. Loonsverhoging. Meer banen. Betere, vaste banen. Innovatie.

Welke partijen gaan zich voor deze issues sterk maken? Ik vrees het ergste. De demagogie zal helaas winnen. De grootste schreeuwers zullen zich de kelen schor blèren tegen de vluchtelingen, de AZC's, de islam, de terreur en allea wat een kleur heeft en steun behoeft. Maar wat moet je er  mee, met de onderbuik van Nederland? (jv)

102 De fotogalerij van onze voorouders met uitleg van Richard Dawkins

10 augustus 2016

In zijn laatste boek “De betoverende werkelijkheid” (2016) legt de evolutiebioloog Richard Dawkins uit hoe ruimte, tijd, evolutie en nog een aantal andere interessante dingen in elkaar zitten. Waaruit bestaan die ‘dingen’? Hoe zijn ze ontstaan? Hoe hebben ze zich ontwikkeld? Dit zijn de vragen waarmee Dawkins zijn onderwerpen te lijf gaat. Oerknal, planeten, sterrenstelsel, atoom, molecuul, cel, DNA, mens, etc. Uitgelegd in een taal die toegankelijk is voor geïnteresseerden van 12 tot 82plus. Als je maar nieuwsgierig bent.

Erg knap is bijvoorbeeld hoe hij de evolutieleer uitlegt. Hij realiseert zich dat het voor een gemiddeld brein lastig te pakken is, hoe minuscule eencellige microben zich in pakweg een miljard jaar hebben geëvalueerd tot rechtop lopende denkmachines, de Homo Sapiens. Door een eindeloze reeks mutaties en natuurlijke selecties van de beste genen.

De eencellige microben, startpunt van de hele evolutie, ooit ontstaan in een borrelend chemisch prutje, zijn mede mogelijk gemaakt door de unieke combinatie van helium, waterstof, koolstof, zuurstof en stikstof in de atmosfeer rond onze planeet. Een paar procent minder zuurstof in de lucht en de mens had nooit bestaan. De evolutie van deze microben tot de vissen slaat Dawkins over. Hij spitst zijn verhaal toe op de evolutie van de vis die zich in zo’n 400 miljoen jaar ontwikkelde tot een grote variëteit aan landdieren, waarvan een bepaalde lijn uiteindelijk doormuteerde tot de mens.

Hij begint zijn uitleg met de verrassende doordenker dat er nooit een eerste mens is geweest. En dat je nooit een tijdstip kunt aangeven waarop er ineens ‘de mens’ was. Hij maakt dit proces aanschouwelijk met het volgende gedachte-experiment. Stel je kunt met een tijdmachine terug in de tijd en je kunt oneindig doorgaan met het nemen van foto’s van je voorouders. Oké. Al mijn voorouders van nu tot 400 miljoen jaar geleden staat nu op de foto. Een hele klus. Het zijn er 185 miljoen. 185 miljoen portretten.

We gaan nu met de tijdmachine terug in de tijd. Als we dan 400 voorouders teruggaan, dan komen we 10.000 jaar geleden uit bij bv de eerste landbouwers in Irak. Die verschillen qua fysionomie en herseninhoud niet van ons. Dat geldt ook voor mijn 800-ste voorouder die we 20.000 jaar geleden als ‘jager en verzamelaar’ zullen tegenkomen. Bij 100.000 jaar terug zien we mijn 4000-ste voorouder. Nu wel (heel beperkte) zichtbare veranderingen. O.a. een dikkere schedel. Dit laten gevonden DNA en de fossielen zien.

Bij de 50.000-ste voorouder, 1 miljoen jaar geleden, zijn de verschillen met ons echter zo groot dat er sprake is van een ander soort mens, die we de Homo Erectus zijn gaan noemen. Wij, de Homo Sapiens en deze Homo Erectus, zouden na een vrijpartij geen kinderen kunnen produceren. Dit is een wetenschappelijke maatstaf om soorten te onderscheiden.

Maar gaan we 6 miljoen jaar terug naar mijn 250.000-ste voorvader, dan verlaten we ‘de mens’, die zijn er dan nog niet, en komen we uit bij de mensaap. Deze voorouder deel ik met de chimpansees. Komen we met de tijdmachine uit op zo’n 25 miljoen jaar geleden dan zien we bij mijn 1.5 miljoenste voorouder dat hij lijkt op een primitief soort aap.

Zo kunnen we nog doorgaan tot we 400 miljoen jaar terug in de tijd uitkomen bij mijn  185 miljoenste voorouder. Dat was in de periode dat er nog geen dieren op het land leefden. Onze voorouder was toen een zeedier, de vis.

Als we al die foto’s van mijn 185 miljoen grootouders stijf naast elkaar op een boekenplank zetten, te beginnen met die van mezelf en eindigend met opa vis dan is de rij 64 kilometer lang. En waar je ook een foto uit de rij trekt, nergens zal een bijzonder verschil te zien zijn tussen de foto die je er uit trekt en de foto daarvoor of daarna. Er is ook geen foto waarop een Homo Sapiens staat, terwijl op de 10.000 foto’s daarvoor al iets gaat zien wat op je Homo Erectus-achtige voorouder lijkt. Daarvoor zijn de overgangen tussen de soorten te vloeiend geweest. De fotogalerij geeft aan hoe oneindig langzaam de evolutie is gegaan.

Voor zowel planten, dieren als mensen gold en geldt dat de soorten met de beste genen zich het beste staande konden houden in de steeds wisselende (vaak extreme) natuurlijke milieus. Door de natuurlijke selectie overleefden alleen de soorten met de beste erfelijke eigenschappen. Die konden ook doormuteren tot nieuwe soorten, waarbij de bijna oneindige variaties in vorm, kleur, gedrag en omvang onze fantasie verre te boven gaat. De  soorten, die niet succesvol konden muteren, stierven uit. Het verdwijnen van soorten vond soms ook plaats a.g.v. natuurrampen of inslagen van grote meteorieten. De dinosaurus is daarvan het bekendste voorbeeld. 

Tot zover de evolutietheorie, begrijpelijk uitgelegd door Dawkins. Je kunt natuurlijk ook geloven dat de planten, de dieren en de mensen door een goddelijke tovenaar met een grootse beweging in een keer helemaal compleet in elkaar zijn gezet. Allemaal vanuit het niets gecreëerd. Door een creator. Het creationisme dus. Er zijn hele volksstammen die vinden dat evolutieleer en het creationisme als gelijkwaardige theorieën moeten worden onderwezen. Deze dwaallichten houden niet van wetenschap. 

Het boek, dat zoals gezegd over veel meer onderwerpen gaat, is een aanrader. (jv)

101 Relaxte jongens, die Stoïcijnen

9 augustus 2016

De Griekse Stoïcijnen vonden dat je gelukkiger kon worden door je eigen gedachten te veranderen. En wel zodanig dat je je niet druk (meer) maakt over zaken waar je geen invloed op hebt. En ook niet over pietluttigheden of over zaken die in de toekomst liggen en (dus) nu nog geen probleem vormen. De toestand waarin je je als mens het best voelt, was volgens deze filosofen gemoedsrust ofwel innerlijke kalmte. In de terminologie van nu: je moet jezelf in een ‘state of mind’ brengen, waarin je je nergens meer door laat opnaaien.

De Stoïcijnen zagen angst, vooral angst voor wat komen gaat, als de grootste bederver van geluk. De belangrijkste taak van de filosofie was volgens hen dan ook: de mensen bevrijden van hun angsten. Zij geloofden er heilig in dat je angsten, maar ook andere ‘onhandige’ emoties zoals woede, jaloezie of verdriet, kunt wegrationaliseren. Dat kan b.v. door ze in de context van groter leed te plaatsen, maar vooral door ze te verkleinen tegen de achtergrond van de eeuwigheid. Relativeren dus.

Een van de belangrijkste Stoïcijnen, Epictetus, vroeg zich af waarom we ons aan van alles en nog wat zouden hechten of waarom we ons zouden laten beheersen door irrationele emoties, als ons leven maar zo ultrakort duurt en we er vooral ‘niet zijn’. Schuif alles dat hindert weg, doceerde hij, richt je op het haalbare, koester de momenten  waarop je geen pijn of nare emoties ervaart, wordt ‘onverstoorbaar’ en maak vanuit die geesteshouding met je beperkte mogelijkheden iets van het leven.

Also sprach Epictetus 100 jaar na Chr. Hij vond ook dat je via training kunt wennen aan de gedachte dat er iets ergs kan of gaat gebeuren. Een ernstig ongeluk. De dood. Oorlog. Als je dat ‘wennen aan’ systematisch doet, ben je mentaal zodanig op het ergste voorbereid dat je er niet meer door wordt overvallen en je je emoties op het moment suprême kunt controleren. Zo voel je je beter, gelukkiger misschien zelfs. Tsja, zo’n training zal er voor de doorsnee Europeaan dan wel wat anders uit zien dan voor de opgejaagde vluchtelingen in het Midden-Oosten. Maar het gaat hier even om het basisprincipe.

De nadruk van de Stoïcijnen op het wegrationaliseren van onplezierige emoties impliceert niet dat ze vonden dat we ook onverschillig moeten staan tegenover het leed ‘in de wereld’. In tegendeel, wanneer dat leed negatief uitwerkt op onze gemoedsrust, soms zodanig dat we er zelfs ongelukkig van worden, moeten we alles doen wat in onze vermogen ligt om dat leed te verminderen. Dat kan via directe hulp, maar ook via steun aan anderen die meer mogelijkheden hebben. Als je dan tot de grens van je mogelijkheden bent gegaan, kun je weer het stadium van innerlijk rust bereiken. Jezelf helpen door anderen te helpen, is in de visie van de Stoïcijnen altruïstisch noch egoïstisch, maar wel verstandig en dus logisch.

Er zit veel wijsheid in de filosofie van Epictetus cs, maar toch ook iets ‘onmenselijks’. De essentie van het ‘mens zijn’ is juist dat we ons hechten aan onze dierbaren, dat we verdriet hebben als hen iets ergs overkomt en dat we soms angst hebben dat dat op enig moment ook gaat gebeuren. Daar door training, wegrationalisering van vervelende emoties en relativering van leed los van komen, is voor de meeste mensen, denk ik, te veel gevraagd. Als we het al willen, is het de vraag of we het kunnen. Zelf geloof ik niet zo in het doelgericht sturen van gedachten.  

Het ideaal van de Stoïcijnen moge dan onbereikbaar zijn, we kunnen hun basisgedachten wel benutten om ons (veel) minder te laten regeren door emoties. En om wat minder energie te steken in ‘klein bier’ en zaken die buiten onze macht liggen. Dit als een mantra er elke dag weer inrammen. Dan kunnen we ons vast wat relaxter door het leven rommelen. En als het over emoties gaat dan niet te makkelijk de dooddoener hanteren: zo ben ik nu eenmaal. Toch maar een beetje gedisciplineerd trainen dus.  (jv)

 

100 Struisvogels en stemmingmakerij.

8 augustus 2016

Struisvogelstrategie”, staat er vandaag boven de Volkskrantcolumn van René Cuperus. Hij geeft een summiere beschrijving van de terroristische dreiging in Europa en waarschuwt (erg origineel) dat ook Nederland getroffen kan worden. Waar heb ik dat eerder gehoord? Oja, van de vele tientallen experts. Ook onze autoriteiten zeggen met regelmaat hetzelfde. Ze hebben dan ook een scala aan maatregelen getroffen, ze volgen  de ontwikkelingen op de voet en ze grijpen in als ze serieuze aanwijzingen krijgen dat er een concrete dreiging is.

Toch schrijft Cuperus dat onze overheden de kop in het zand steken. Een kwaadsappig en niet op feiten gebaseerd verwijt. Hij beschuldigt onze autoriteiten verder van naïviteit, te weinig “gedurfde daadkracht” en gebrek aan politiek leiderschap.  Zonder aan te geven waaruit dit allemaal blijkt en zonder ook maar een enkele zinnige aanvullende maatregel te noemen die nog genomen kan worden om de kans op een aanslag te verkleinen.

Wat wil Cuperus nu eigenlijk? Moeten de overheden dan elke dag op radio en tv stoere taal bezigen? Meer symboolpolitiek? Nog meer privacy-beperkende maatregelen nemen? Moslims preventief interneren? Overal militairen laten paraderen? Strenger straffen? Als meneer Cuperus nog echt nieuwe maatregelen weet te bedenken om aanslagen hier te voorkomen, moet ie ze delen. Als hij het ook niet weet, moet ie z’n mond houden en ophouden met sneren.

Cuperus strooit met verwijten die nergens op slaan en creëert daarmee een hetzerig ‘sfeertje’. Met als gevolg, dat als er hier ‘eindelijk’ een aanslag plaatsvindt, er lekker snel met de vinger gewezen kan worden: die struisvogels in De Haag hebben weer zitten dutten en veel te weinig gedaan. Het zal wel opluchten, maar wat draagt het bij?

“Struisvogelpolitiek” is een makkelijke column, met weinig relevantie en geen enkele toegevoegde waarde. Stemmingmakerij. (jv; ook geplaatst in  Volkskrant 9 augustus) 

99 Derk Jan Eppink moet bij de Volkskrant blijven. Hoe rechts ie ook is.

5 augustus 2016

Derk Jan Eppink, columnist bij de Volkskrant, raakt steeds verder van het padje. “De ontmaskering van de Amerikaanse media' staat er boven zijn laatste column” ( 3 augustus). ‘Ontmaskering’ noemt ie het, omdat hij heeft ontdekt dat de meeste nationale tv-zenders een voorkeur voor Clinton als president uitspreken.

Ik zou het eerder de ontmaskering van Eppink willen noemen. Hij laat zich meestal lezen als een grappige reactionair. Wat op zich geen enkel probleem is, want ook in de progressieve Volkskrant moeten die een plaatsje krijgen. Maar als het gaat om Donald Trump en Hillary Clinton gedraagt Eppink zich in zijn columns dermate provocerend en vooral bevooroordeeld, dat het dommig wordt. Trump pakt hij altijd met begripvolle fluwelen handschoenen aan, maar Clinton serveert hij steevast af in combinatie met de woord 'onbetrouwbaar'. En dat probeert hij dan te staven met ouwe koek die haar tegenstanders al jaren opdissen, maar waarvan bijna alles al is weerlegd of nooit is bewezen.

Mij valt juist op dat Amerikaanse tv-zenders, zoals CNN, ook geen echte Clinton vriendjes zijn. Ze gaan er bij haar vaak met gestrekt been in, terwijl ze heel voorzichtig met Trump omgaan. Je zou kunnen denken dat ze dat juist doen om de beschuldiging van vooringenomenheid te voorkomen. Maar volgens de experts is de gematigde opstelling t.o.v. Trump louter commercieel gedreven. Trump garandeert namelijk zeer hoge kijkcijfers (= reclame-inkomsten). Daarom moest hij zo lang mogelijk in 'het spel' blijven. Bij de saaie Bush en kille Cruz zapten de meeste kijkers weg. Daar had je commercieel gezien dus niets aan. Die kostten de zenders geld. Dus die heren mochten wel sneuvelen. De nationale zenders wilden Trump zo vaak en zo uitbundig mogelijk in beeld brengen. En de kassa's rinkelden. Maar ze hadden te laat door dat ze met deze extravante media-exposure een monster hadden gebaard. 

Dat er uiteindelijk dan toch een zekere voorkeur voor Clinton wordt uitgesproken, zegt vooral veel over de ernst van de situatie. Een aantal tv-zenders handelt met die voorkeur dan wel tegen hun eigen financiële belangen in, maar zien nu ook wel dat er iemand in het Witte Huis dreigt te komen die een gevaar is voor de VS en de wereld. En ze redeneren blijkbaar: dan liever Clinton. Daarom grapt Eppink dat CNN tegenwoordig staat voor Clinton National Network. Humor? Maar de situatie is niet leuk.

Los van eventuele voorkeuren: wat de nationale tv-zenders de afgelopen maanden vooral hebben gedaan, b.v. bij de Conventies, is gewoon Trump en Clinton integraal aan het woord laten. De toespraken en interviews volledig uitzenden. En wat je dan hoort en ziet is onthullend en schokkend. De een toont zich als een gevaarlijke, immer schofferende halfidioot die je nog niet vertrouwt als voorzitter van een voetbalclub en de ander komt over als een capabele, goed geïnformeerde vrouw. Daar is helemaal geen nader commentaar, negatief of positief, bij nodig. Je hoeft echt geeen intellectueel te zijn om de mega verschillen te horen.

Het is niet voor niets dat Clinton door de meeste gezaghebbende ‘watchers’, wetenschappers, schrijvers, kunstenaars, analisten en captains of industry  van links tot rechts als uitermate geschikt voor het presidentschap wordt beschouwd, terwijl de andere kandidaat door niemand van enig niveau wordt gesteund of gepruimd. Zelfs in z'n eigen partij schaamt men zich voor 'm. Maar gelukkig heeft deze onbeschofte ruziemaker nog wel de heer Eppink, lid van een rechtse Amerikaanse denktank, die het voor 'm opneemt. Waar heb je de afslag gemist als je het, na alles wat ie heeft laten horen en zien, nog opneemt voor een evident mysogene en racistische zot?

Het overgrote deel van de Amerikanen kijkt overigens helemaal niet naar de nationale zenders, zeker niet als het over politiek gaat, maar kijkt en luistert vooral naar regionale/lokale tv en vooral ook radiozenders. En uit onderzoek blijkt dat die in overgrote meerderheid anti-Clinton en pro-Trump zijn. En dat vaak op dezelfde hetzerige en feitenvrije manier uiten zoals we dat inmiddels van die ene presidentskandidaat gewend zijn. Die massale mediasupport voor Trump vanuit de grassroots kan het Clinton in de swing state nog erg lastig maken. Over die brainwash operatie, gesteund door ultra rechtse miljonairs en miljardairs, heb ik Eppink nog nooit gehoord.  

De manier waarop Eppink alles uit de kast haalt om zijn favoriet salonfähig te maken is doorzichtig. Mocht Trump in november niet tot president worden gekozen, dan is dat dus, volgens de redenering van  Eppink in zijn column, vooral te danken aan de partijdigheid van de landelijke tv-zenders en niet aan zijn totale ongeschiktheid voor het ambt.

'Lobbyisten’ van bepaalde huize wilden verleden week Abou Jahjah van de buis weren vanwege diens opvattingen over Israël die hen niet bevielen. Treurig. Mensen die bepaalde gedachten goed kunnen vertolken een podium onthouden alleen omdat je hun standpunten verwerpelijk vindt, is natuurlijk de bijl zetten aan de wortel van de vrije meningsuiting. Nooit accepteren, lijkt me. Dus Eppink moet vooral columnist bij de VK blijven. Ik wil graag blijven lezen hoe rechts Nederland over belangrijke zaken denkt. Maar Derk Jan moet zo nu en dan wel even ontmaskerd worden. (jv)

98 Kunnen we nagaan of we met andere keuzes gelukkiger waren geworden?

4 augustus 2016

Het is mijn opvatting dat we het in het leven niet echt voor het kiezen hebben. Belangrijke    zaken zoals ziekte, dood, slimheid, succes, partners, banen, plezier, geluk, ongeluk, humeuren of een mooie jeugd overkomen ons. En wat ons overkomt, heeft weer gevolgen (soms grote) voor andere belangrijke gebeurtenissen in het leven. We zijn, van de wieg tot het graf, vaak een speelbal van het toeval. Daarbij zijn mazzel en pech ook nog eens super oneerlijk verdeeld. 

En op de momenten dat we echt zelf de keuze denken te hebben uit meerdere opties besluiten we vaker impulsief of intuïtief, dan rationeel.

Maar ik betwijfel of dit een besef is dat ook breed gedeeld wordt. Ik sluit niet uit dat de meeste mensen de illusie koesteren dat zij meester in hun eigen universum zijn, dat zij hun levensloop, stemmingen en gevoelens redelijk kunnen sturen en dat zij op de belangrijke momenten goed afgewogen keuzes maken en de effecten van hun besluiten goed kunnen doordenken. Gelukzalig zijn de naïeven van geest. Maar wat maakt het uit.

Een gedachte-experiment. Herinner je een belangrijk keuzemoment in je leven waarbij je ook een ander besluit had kunnen nemen, dan je hebt genomen. Was de uiteindelijk gemaakte keuze rationeel, gevoelsmatig/impulsief? En stel, je zou toen die andere keuze hebben gemaakt, zou je dan een beter of slechter leven hebben gehad? Een opwindender of een saaier leven? Een gelukkiger of een ongelukkiger leven? Kortom: kun je beredeneren dat je 'toen en toen' een onverstandige keuze hebt gemaakt en daar nu spijt van hebt? 

Helaas, of misschien wel gelukkig, is het onmogelijk om dat soort alternatieve keuzes serieus op hun gevolgen te doordenken. Je moet je dan namelijk een voorstelling proberen te maken van de ‘ketting van gebeurtenissen’ die je met die andere keuze in gang zou hebben gezet. Je moet allerlei compleet denkbeeldige ‘what, if…” situaties fantaseren waarin ook andere mensen en het toeval een grote rol spelen. Stel je was niet met persoon X maar met Y doorgegaan. Of alleen. Hoe was het dan gelopen? Zelfs met de rijkste fantasie blijft allemaal giswerk en wensdenken.

Toch heb ik het gevoel dat veel mensen daar heel wat tijd in stoppen, in dat zinloze mijmeren over het leven, over gemaakte keuzes en over gemiste kansen. Niet zelden denken ze dat ze de verkeerde keuzes hebben gemaakt. Ze fantaseren zich een gelukkiger leven door betere keuzes.

Maar waarom de vermeende foute keuzes en de realiteit van dit moment niet gewoon accepteren als voldongen feiten en van daaruit er weer het beste van proberen te maken? Het leven is immers een leerproces. Wel met de aantekening dat in het veleden gemaakte fouten geen garantie zijn dat we het in de toekomst beter zullen doen. De leercurve van de doorsnee mens kent een verloop dat niet tot optimistisme stemt. (jv)

97 Saaiheid en fantaseren over een opwindender leven

3 augustus 2016

Arnold Grünberg schreef gisteren in de Volkskrant zijn prachtige Voetnoot over twee historische romanfiguren die zelf in droomwereld leefden. Madam Emma de Bovary en Don Quichot de La Mancha. De Bovary pleegde zelfmoord vanwege een kansloze onbeantwoorde liefde. Grünberg: "En zelfs ondanks Emma's gruwelijke einde.....is haar leven zonder gevaarlijke illusies een leven zonder hartstocht, een leven zonder smaak". Dus zonder haar ellende zou Emma's leven ‘zonder smaak’, zonder zin zijn gebleven.

En over Don Quichot de La Mancha, die vocht tegen windmolens (hij dacht dat het reuzen waren) stelt Grünberg vast: "Zonder zijn wanen was zijn leven nauwelijks de moeite waard".  Dus een gestoordheid die het leven zinvol maakte.

Zoals zo vaak bij Grünberg vat hij de essentie van een vraagstuk hier in een paar zinnen samen. Kraakhelder, maar ook met een dubbele bodem......Wat hij m.i. in eerste instantie eigenlijk bedoeld, is: zonder wanen en illusies, zonder het nemen van risico's, zonder het opzoeken van spanning, zonder een opwindende tocht naar de afgrond, zonder pijnen en angsten, zonder hoogtepunten en diepe dalen, is het leven vaak gewoontjes, vlak en saai. Het kabbelt voort. Het is een beetje 'uitzitten'.

Maar als deze observatie van Grünberg correct is, waarom storten de meeste mensen zich dan niet in het avontuur? Waarom zijn we bijna allemaal risicomijdende schijtlijsters, die alleen in onze fantasie nog de spanning zoeken? Huismussen die fantaseren over een wild bestaan als roofvogel, maar vooral hechten aan hun vastigheden en zekerheden en die liever niet op het spel zetten.

Wij zijn gewoon ambivalente en vaak ontevreden types. Wij willen graag groots en meeslepend leven, kleurrijk, maar kiezen de facto voor muisgrijs. We zijn er niet echt tevreden over of zelfs ongelukkig mee, maar we vrezen dat elk bruisend alternatief ook nadelen heeft die ons niet gelukkiger maken. En durven dat dan niet eens uit te proberen.

We strompelen alleen een andere wereld in als we daartoe gedwongen worden. Onder druk der omstandigheden. Als we met de rug tegen de muur staan en geen kant meer op kunnen. Of als we dada worden. En soms pakt dat wonderwel nog goed uit ook. Maar vaak ook niet.

Is zo'n voortkabbelend leven zonder hoogtepunten en diepe dalen een leven dat het waard is geleefd te worden? Ja, natuurlijk waarom niet. Je bent er nu eenmaal en dan moet je er ook wat van maken. Ja, je kunt er ook direct een eind aan maken, maar dat is niet slim. Niet dat je daar later spijt van kan krijgen, maar vooraf kun je je wel beseffen, dat je daarna nog wel heel lang dood zult zijn. Oneindig lang. Dus beter het leven gewoon effe zo interessant mogelijk leven. Je niet te sappel maken.

Maar nooit naar de zin/betekenis van het leven zoeken, want die is er niet. Je er een 'beetje leuk' doorheen rommelen, is het hoogst haalbare. Genieten van het moment. Van het domme, het rare, het leuke, het onverwachte, en zelfs van het bizarre. Als je dit een beetje slim aanpak, hoef je je nooit te vervelen. Er is altijd wel iets om je over te verbazen, aan te ergeren of over op te winden. Een noodzakelijk voorwaarde om met de 'normale' saaiheid te kunnen leven is wel dat je over een ruime portie nieuwsgierigheid beschikt. Heb je dat niet, dan leef je al niet niet meer nog voor je dood bent. 

En als het ‘hier en nu’ je echt niet bevalt, moet je gewoon blijven fantaseren over je alternatieve mogelijkheden, de gevolgen daarvan doordenken en je afvragen of je je daar echt beter bij zal voelen. Ja? Denk je dat echt? Dan moet je de sprong vooral wagen. Of niet? Ook  goed. Maar hou dan wel op met somberen, zeiken, zeuren en klagen.

De uitkomst van zo'n denkproces over een leven met meer afwisseling en/of spanning zal mede afhankelijk zijn van de mogelijkheden die zich aandienen, maar ook van de stemming waarin je toevallig bent. Zit je in je luxe entourage te somberen bij beelden van Aleppo en de gruwelijke situatie waarin honderdduizenden zich bevinden, dan schaam je je misschien (hopelijk) voor de ontevreden gedachten die je hebt.

Maar als je net een voortkabbelend weekje achter de rug hebt, heb je wellicht een bijna onbedwingbare behoefte om in de trein van Groningen naar Gouda hard "ik heb een bom in m'n tas" te roepen. Dan weet tegenwoordig in ieder geval 100% zeker dat je leven er een tijdje heel anders uit zal zien.

Ik denk dat Grünberg zijn beide romanfiguren in de Voetnoot opvoerde als troost. Zo van: het is natuurlijk veel beter als je niet aan wanen of illusies leidt, maar als dat onvermijdelijk toch je noodlot is, dan kunnen we er ook wel weer een positieve draai aan geven: je hebt gewoon aan je treurige leven betekenis en spanning kunnen toevoegen. Je hebt de saaiheid overwonnen. Dat kunnen de meeste mensen zonder wanen niet zeggen, maar die hebben weer geen last van die wanen. Klasse Arnold Grünberg.   (jv)

96 Wil je kinderen of wil je stemmen? Dan eerst een examen.

2 augustus 2016 

We laten iemand pas een vrachtwagen, of welk voertuig dan ook, besturen als hij heeft bewezen daartoe over de nodige vaardigheden en kennis te beschikken. Procesoperators, onderwijzers, koks, loodgieters, architecten, bouwkundigen, noem maar op: voor bijna alles geldt dat je zonder bewezen kwalificaties niet mee mag doen c.q. iets niet mag doen. Dat geldt zeker voor handelingen die ook voor anderen belangrijke gevolgen (kunnen) hebben. Natuurlijk zijn er uitzonderingen op deze regel, maar dan gaat het meestal om redelijk onschuldige zaken. Maar twee uitzonderen op de kwalificatieregel zijn eigenlijk onverantwoord, vanwege hun grote gevolgen voor anderen. En dat zijn kinderen krijgen en stemmen bij verkiezingen of referenda.

Iedereen die dat op gegeven moment kan en wil, kan kinderen 'nemen'. Ook mensen met een heel laag IQ, boeven zonder gewetensfunctie of types met andere afwijkingen die hen volstrekt ongeschikt, en soms levensgevaarlijk maken voor het opvoeden van kinderen. Het feit dat ook deze ‘gestoorden’ onbeperkt de beschikkingsmacht over kinderen kunnen krijgen, is rampzalig en schandalig. Het leidt tot ontzettend veel onpeilbaar leed bij kinderen. Die hier dan zelf vaak weer zo verknipt uitkomen, dat ze ook weer los gaan op hun eigen kinderen. Alleen al in Nederland worden ca 100.000 kinderen per jaar ernstig fysiek en psychisch mishandeld, waarvan gemiddeld 15 kinderen dat met de dood moeten bekopen.

Waarom vinden we de vrijheid van gestoorde ouders en ouders met een ander hoog risico op het maltraiteren van kinderen belangrijker dan het welzijn van kinderen die geen keuze hebben en zich niet kunnen verweren tegen de pijn die hen wordt aangedaan? Waarom wel doodsbang zijn voor terreuraanslagen (die hier nauwelijks slachtoffers maken) en alles uit de kast halen om die aanslagen te voorkomen, maar nauwelijks serieuze maatregelen nemen om al die kinderslachtoffers te voorkomen? Een kwestie van verkeerd prioriteren lijkt me.

De ‘makkelijkste’ maatregel die hier genomen kan worden , lijkt me een soort ‘ouderonderzoek’. Iedereen met een kinderwens en een ‘verleden’ (sommige afwijkingen kunnen al bij de consultatiebureaus worden vastgesteld) wordt lichamelijk en psychisch grondig onderzocht en als je er als risicogeval uitkomt, wordt het je verboden kinderen te krijgen. Hoe dat moet worden gehandhaafd, laat ik aan ieders fantasie over. Als we dit te eng vinden en te veel richting ‘big brother is watching you’ vinden gaan, dan ook niet meer mekkeren over al dat kinderleed. Het is een dilemma, waarbij we moeten kiezen. Ongemakkelijke keuzes. En niet kiezen is ook kiezen.

Een soortgelijk dilemma hebben we bij het stemmen op partijen en politici of bij referenda over een belangrijk (vaak ingewikkeld) vraagstuk. De uitkomsten van deze stemprocessen hebben meestal grote gevolgen. B.v. voor de regeerbaarheid van het land, de provincie of de gemeente. Maar als ons nationale welzijn zo afhangt van de keuzes die kiezers maken, moeten kiezers dan niet voldoende benul hebben van waar het over gaat en enig inzicht hebben in de consequenties van hun keuzes? Zijn democratie en rechtstaat niet te belangrijk om speelbal te zijn van kiezers die alleen stemmen vanuit de onderbuik, boosheid of rancune en die eigenlijk niet weten waar het inhoudelijk over gaat en ook geen basale kennis hebben van democratische processen?  

Als deze vragen bevestigend worden beantwoord, waarom zouden we dan het voorrecht om te mogen stemmen niet koppelen aan het testen van enige basale kennis van onze democratie of (bij referenda) kennis van het thema waarover gestemd gaat worden? We laten onze nieuwe Nederlanders ook een Inburgeringsexamen doen. Dat daar vooral onnozele vragen gesteld worden, doet hier even niet ter zake.

Maar waarom kiesgerechtigden niet een test afnemen waarin we o.a. hun basale kennis van onze staatsinrichting toetsen? Of op z'n minst hun kennis van de Grondwet. In de VS moeten kiezers zich eerst laten registreren voordat ze mogen stemmen. Dat zouden wij hier ook kunnen invoeren en in het kader van die registratie wordt hen dan de Nationale Democratie Test afgenomen.

Ik weet ook wel dat een ouderonderzoek om ‘gevaarlijke ouders’ te identificeren en een Nationale Democratie Test om verantwoorde en geïnformeerde kiezers te selecteren niet reëel zijn vanwege de lastige uitvoerbaarheid en het grote maatschappelijke verzet dat het zal oproepen. De voorstellen hebben zeker ook een elitair en misschien wel totalitair kantje. Het zijn natuurlijk vooral de laagopgeleiden die dan het haasje zijn. Maar daarmee zijn de geschetste problemen voor kinderen en onze rechtstaat nog niet van tafel. (jv)

95 Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald in Syrië?

1 augustus 2016

Zaterdag j.l. stond er een sterk interview van Caroline de Gruyter in het NRC met de erudiete Nikolaos van Dam over de situatie in Syrië. En ook in de Volkskrant van vanmorgen en Nieuwsuur van vanavond kon hij zijn verhaal kwijt. Een set opvattingen die hij de afgelopen jaren als speciaal VN-afgezant voor Syrië ook aan zijn politieke superieuren heeft voorgelegd, maar die wilden of konden zijn belangrijkste adviezen niet overnemen. Nu hij geen diplomatieke verplichtingen meer heeft, kan hij vrij zijn mening geven. En dat doet hij dan ook.

Van Dam is arabist, Syrië kenner van wereldfaam en oud-ambassadeur in de diverse landen van het Midden-Oosten. Naar zijn overtuiging hebben de westerse landen de afgelopen vijf jaar steeds de verkeerde keuzes gemaakt, kansen laten liggen en Syrië in een situatie gemanoeuvreerd waarin er geen ‘rechtvaardige’ oplossing meer mogelijk is. De meest ethische oplossing is volgens van Dam nu een pragmatische: serieus praten met de oorlogsmisdadiger Assad, zonder direct op zijn vertrek aan te dringen.

Had het ook anders en beter gekund? Toen de Arabische Lente in maart 2011 in Syrië begon, de protesten door Assad meedogenloos in bloed werden gesmoord en de opstanden escaleerden tot een gewapend verzet, had het Westen de keuze uit drie serieuze opties: 1/militaire interventie met als doel het afzetten van Assad, 2/het zodanig robuust steunen van de opstandelingen met geld, wapens en andersoortige hulp dat ze de strijd tegen Assad ook konden winnen of 3/niets doen.

Uit ethische overwegingen koos het Westen voor een vierde lijn: de opstandelingen wel aanmoedigen hun strijd voor te zetten, maar verder niets doen. Geen robuuste steun dus. De opstandelingen breidden hun acties verder uit, in de verwachting dat die westerse steun uiteindelijk toch wel zou komen. Dat gebeurde niet of niet in voldoende mate. Het was too late en too little. Het werd en bleef dus een kansloze strijd, met als resultaat de onvoorstelbare puinhoop waar we nu in zitten.

Van Dam hekelt de ‘ethische’ opstelling die Europa en de VS al die jaren hebben gekozen en die heeft geleid tot zeeën van bloed, een kapotgeschoten land en massale vluchtelingenstromen. Hij noemt het ethisch geïnspireerd beleid vol goede bedoelingen, maar met weinig ethische uitkomsten. Het is z.i. nu tijd voor een fundamenteel andere benadering. Erkend moet worden dat de opstandelingen de strijd niet kunnen winnen, dat Assad, de Russen en de Iraniërs niet uit Syrië zullen verdwijnen en dat IS op dit moment onze grootste vijand is.

We hebben nu in feite nog twee opties. De eerste is de opstandelingen van zware wapens en meer logistieke steun voorzien, zodat het bloedvergieten nog eindeloos door kan gaan, maar zonder een reële kans dat Assad zal vertrekken. De tweede optie is praten met Assad over een zekere machtsverdeling, het verslaan van IS en de wederopbouw van het land.

Van Dam adviseert het laatste: praten met Assad. Gegeven de huidige situatie vindt hij dat nu de meest ethische optie. Elke andere keuze zorgt er voor dat het bloedvergieten eindeloos doorgaat , IS niet wordt verslagen en de vluchtelingenstromen alleen maar groter worden. Hij beseft dat praten met Assad gezichtsverlies voor het Westen betekent. Assad zal ook, nu hij aan de winnende hand is, zijn eisen opvoeren. En de opstandelingen zullen het als ‘verraad aan de goede zaak’ zien en niet snel akkoord gaan deze nieuwe strategie. Dus ook deze optie zal uitermate moeizaam zijn uit te voeren.

Van Dam ziet overigens dat VS achter de schermen al met Rusland en Iran bezig om te verkennen hoe Assad nadrukkelijker in het spel kan worden betrokken. De Europese Unie is nog niet zover. Eerst moet de publieke opinie langzaam rijp gemaakt worden voor een strategie waarbij het regime Assad een onontkoombare partner wordt in het effectief bestrijden van IS en andere terreurgroepen en in het stoppen van de vluchtelingenstromen. Deze strategie wordt noodzakelijker naarmate Turkije de geopolitieke verhoudingen in de regio sterker gaat verstoren a.g.v. binnenlandse trubbels en mede daardoor een steeds minder betrouwbare bondgenoot wordt. Die mogelijk de vluchtelingendeal met Europa in het najaar gaat opzeggen als ze hun zin niet krijgen inzake de visumliberalisatie.

Zouden we het nog meemaken dat we voor het realiseren van een meer stabiele situatie in Syrië en Irak beter zaken kunnen doen met Assad dan met Erdogan? Bizar en wrang zijn dan understatements. (jv)

94 Demoniseren kan ook als een boemerang werken.

1 augustus 2016

Leon de Winter, Max Pam, Elma Drayer, Frits Barend en al die andere stukjesschrijvers die geen enkel kritisch geluid over Israël kunnen verdragen, hebben de afgelopen weken veel werk gemaakt van de karaktermoord op Abou Jahjah, de Zomergast van gisterenavond. De belangenorganisatie Federatief Joods Nederland deed zelfs aangifte tegen hem en de VPRO. Ben benieuwd wat het OM er mee gaat doen. Hoe ver kun je gaan en hoe diep kun je zakken om een "een ander geluid' van de buis te willen weren. Of was het louter aandacht trekken?

Wat zullen al die opgewonden standjes zich gisteren na het zien van Zomergasten ongemakkelijk hebben gevoeld. Werden vooraf alle registers open getrokken om ons te bezweren dat de VPRO hier een antisemitische islamofascist aan het woord ging laten, bleek het gewoon iemand te zijn die de andere kant van het Zionistische sprookje liet zien. Op een evenwichtige manier en met slechts een paar bekende beelden. Een film met de gezaghebbende wetenschapper Edward Said over het vermoorden en verjagen (in 1948/49) van Palestijnen van hun grondgebied om ruimte te maken voor de Kibboetsen en ook nog een documentaire over het faciliteren door Israël/Sharon van de massamoord op ruim 2500 Palestijnse vluchtelingen in de kampen Sabra en Shatila. Geen leuke waarheden, maar historisch overbekende feiten. Niet leuk voor de 'believers' om te zien en te horen, maar was het aandacht vragen voor deze geschiedenis echt een voldoende reden om Jahjah de mond te snoeren? Of vindt men hem  gevaarljk omdat hij de gave van het woord heeft en mensen tot andere inzichten kan verleiden?

Maar was dit nu die gestoorde praatjesmaker die wild om zich heen sloeg en alleen maar onzin verkondigde? Was hij de volksmenner die de Arabische Jeugd opzette tegen de Joden? Ik heb het gisteren niet gezien of gehoord en in de documentatie over hem op internet kan ik daar ook niets over vinden. Het is net als bij Hillary Clinton: veel verdachtmakingen en valse beschuldigingen die vervolgens weer kunnen worden weerlegd. Maar iedereen praat elkaar na en het beeld blijft hangen.

Wat wel duidelijk werd is dat Jahjah veel overeenkomsten ziet tussen islamofobie en antisemitisme. Het gaat in beide gevallen om etnische groepen die door grote groepen diep worden gehaat vanwege hun afkomst en religie. Er zijn genoeg argumenten die die overeenkomst ondersteunen. Het fundamentele verschil is alleen dat de ene etnische groep een Holocaust heeft meegemaakt en de ander niet. Nog niet. Maar als de hetzes tegen moslims zo doorgaan, behoort alles tot de mogelijkheden. Wat Abou Jahjah doet, is er voor waarschuwen dat het op grote schaal vermoorden van moslims een reëel scenario kan worden. Zijn vijanden zeggen dat ie daarmee het antisemitisme wil bagatelliseren. De logica van die gedachtegang ontgaat me. 

De anti-Jahjah-isten zullen nu vast naar voren brengen dat hij in Zomergasten zijn ware gezicht niet heeft laten zien en zich een wolf in schaapskleren toonde. Want toegeven dat er sprake was van enig ‘overreageren’ vooraf is natuurlijk geen optie. Ik sluit niet uit dat het demoniseren van de Libanese Belg uiteindelijk toch als een boemerangetje gaat werken. Kun je ze een volgende keer, als ze weer zo te keer gaan tegen mensen die hen niet bevallen, nog serieus nemen? En wat ook wel eens verfrissend is dat het de machtige Israëlloby een keer niet lukt om haar zin te krijgen. (jv)

93 Onbetrouwbaar, onsympathiek, corrupt, machtswellustig. En ook nog een vrouw.

30 juli 2016

Sommigen krijgen de gunfactor zonder er iets voor te hoeven doen. Anderen de haatfactor, eigenlijk ook zonder er iets voor te hoeven doen. Nem Hillary Clinton. Alleen haar verschijning is vaak al voldoende om de sluizen van misprijzen en antipathie wijd open te zetten.

Hoe ze ook kijkt, lacht, wijst, loopt of spreekt: hele volksstammen weten zeker dat ze niet deugt. Of ze is te vrolijk. Of te chagrijnig. Of ze lacht te schel. Of te geforceerd. Of heeft geen humor. Het zal en moet negatief geduid worden. Omdat ze op de inhoud en op haar evidente bestuurlijke kwaliteiten niet meer te pakken is, zien velen aan haar lippen, oren, mond of ogen dat er iets mis met haar is. Want dat zijn immers ook attributen waarmee je kunt bepalen of iemand wel of niet deugt of sympathie verdient. De ratio wordt bij het beoordelen volledig uitgeschakeld en vervangen door het irrationele ‘gevoel’. Want dat is voor tallozen een even legitieme grond om iemand te veroordelen, af te serveren of onsympathiek te vinden als degelijke argumenten.

‘Je voelt gewoon dat ze onbetrouwbaar is’. Hoe vaak ik dit al niet heb gelezen of op CNN gehoord heb. En het wordt zo vaak herhaald, zonder feiten, dat het voor velen ‘waar’ wordt. In de New York Times stond verleden week een goed en ook wel onthullend interview met een aantal vrouwelijke aanhangers van Bernie Sanders over de beeldvorming rond HC. Uit de felheid waarmee ze reageerden, werd duidelijk dat ze erg boos waren. Op Trump? Helemaal niet. Op HC Ze noemden haar zonder uitzondering “onbetrouwbaar”.

Toen de verslaggever doorvroeg naar voorbeelden, wist niemand een concreet voorbeeld te noemen waaruit die onbetrouwbaarheid dan zou blijken. Het meest armoedige was nog dat ze uiteindelijk uitkwamen op Trump’s schandalige “enabler” beschuldiging: “ze had Bill verdedigd in de Lewinsky-afffaire”.  Feit: dat heeft ze niet gedaan, ze was juist publiekelijk furieus. Maar als ze dat wel gedaan had, zou het toch geen sterk voorbeeld zijn geweest van haar onbetrouwbaarheid. Het frame van ‘de onbetrouwbare Clintons’ zit zo diep in het collectieve geheugen van veel Amerikanen dat ze niet eens meer weten waarom ze hen eigenlijk onbetrouwbaar vinden. Het gevolg van systematische haatcampagnes van rechts die uiterst effectief waren en zijn. Toen HC daar op enig iets van zei werd dit breed uitgemeten als ‘geklaag van iemand die de waarheid wil verdoezelen’.  

In de VS is het een hele industrie geworden om de Clintons kapot te maken. Dat is al begonnen tijdens Bill’s presidentschap in 1993. Rechts Amerika moest ‘m niet. Er werden aan de lopen band schandalen bedacht, waar dan weer artikelen en boeken over werden geschreven. Hele batterijen onderzoekers werden er op gezet, jarenlang , vaak door rechtse miljardairs gefinancierd. Hadden de Clintons een investeringsproject gefinancierd, dan hadden ze gefraudeerd. Pleegde een goede vriend zelfmoord, dan was het moord waar de Clintons achter zaten. De ene complottheorie na de andere. Nooit werd er een van die schandalen bewezen, maar bij een deel van Amerika bleef er uiteindelijk wel een beeld hangen van ‘waar rook is, moet ook vuur zijn”.

Jarenlange karaktermoord met voorbedachten rade. Bill is daar uiteindelijk wel overheen gekomen en is na zijn presidentschap erg populair geworden, maar Hillary, die als politicus en bewindsvrouwe toch het nodige heeft gepresenteerd, is impopulair gebleven en heeft het imago van ‘onbetrouwbaar’, ‘ijzig’ en ‘bitchy’ gehouden. Allemaal oordelen van mensen die haar alleen via de media of van afstand kennen. Want ze houdt haar privéleven en haar gevoelens zoveel mogelijk buiten het publieke domein. Maar als er dan al eens vrienden, kennissen of mensen met wie ze gewerkt heeft, geïnterviewd worden, worden naast haar deskundigheid, ook haar humor en belangstelling voor anderen genoemd. Maar dat is als tegengif blijkbaar onvoldoende. Of het wordt gewoon niet geloofd. Kwade roddels verkopen beter en voor  de buis zie je toch zelf wel hoe iemand 'echt' is. 

In “The hunting of Bill & Hillary:The ten year campaign to destroy Bill en Hillary Clinton” (als E book gratis te downloaden via nationalmemo.com) worden alle valse beschuldiging op een rij gezet en worden de technieken beschreven waarmee die beschuldigingen werden gepopulariseerd. Dit gaat volgens de onderzoekers tot de dag van vandaag door. Trump's meest favoriete frame op dit moment is dan ook:  “Hillary is de meest corrupte person die ooit president heeft willen worden”. Factfree. Geen bewijs. De slogan wordt eindeloos herhaald in spotjes. Of in de media door zijn aanhangers geciteerd. En jammer genoeg ook door de Hillary-haters uit het Sanders kamp.

Gaat het met al die feitenvrije beschuldigingen om een permanente stroom druppels die de steen uiteindelijk zo doet uithollen, dat HC  over een paar maanden murw geslagen in de touwen hangt en de handoek in de ring gooit of knokt ze stoïcijns door om de wereld te behoeden voor een Trump aan de knoppen? Je zou zeggen dat als ze al deze modderstromen succesvol overleeft, ze in het Witte Huis ook wel tegen een stootje kan.

Hoewel: het feit dat ze met zo’n drive door blijft knokken, wordt door rechts ook weer tegen haar gebruikt. Ze wil blijkbaar zo graag macht, dat is niet normaal, lees je dan. Een verwijt dat ik bij mannelijke kandidaten nog nooit gehoord heb. Had Obama geen drive en geen tomeloze eerzucht? Gelukkig wel.   (jv)

92 Macht, gezag, vakmanschap en de morele leegte in de politiek.

29 juli 2016 

Macht zonder gezag hoort bij dictaturen. Gezag zonder macht hoort bij charismatische figuren. Maar in een democratische rechtstaat kan macht niet zonder gezag.  

Elke overheid heeft een aantal exclusieve machtsmiddelen die kunnen worden ingezet om doelen te bereiken. In een democratische rechtstaat kan de overheid echter niet volstaan met die formele macht. Wil zij een effectief beleid kunnen voeren, is zij in sterke mate ook aangewezen op haar morele gezag. Gezag dat haar door de burgers wordt toegekend. Gezag betekent hier dat het uitoefenen van macht in hoge mate door de burgers erkend en aanvaard wordt. Gezag raakt ook aan respect, betrouwbaarheid en draagvlak.

Dat gezag wordt sterk bepaald door hoe de ‘gezagsdragers’ de overheid bij de burgers representeren en hoe ze omgaan met hun macht. Gezag, in de betekenis van erkenning, respect of legitimiteit, is mede een kwestie van goed politiek en ambtelijk vakmanschap.

Het gezag van de overheid wordt gedragen door politieke bestuurders en uitvoerende ambtenaren, beide ondersteund door beleidsambtenaren. Aan het gezag van de overheid wordt momenteel door grote groepen burgers getwijfeld. Dat brengt risico’s met zich mee. Als wetten en andere overheidsmaatregelen niet op voldoende draagvlak kunnen rekenen, mede omdat de overheid te weinig gezag heeft, tast dat het fundament van de democratische rechtstaat aan.

In hun essay “Ambtelijk vakmanschap en moreel gezag” (2016) schetsen Gabriel van den Brink en Thijs Jansen een overheid die te kampen heeft met een gezagscrisis, mede ontstaan door wat zij noemen “een morele leegte in de partijpolitiek”.  M.n. bij de gevestigde partijen. De heren verklaren de gezagscrisis vanuit de volgende tendensen.

  1. De professionalisering van de politiek. Als je geen insider bent en niet perfect op de hoogte bent van de formele regels en de mores van de politieke incrowd, kom je er nooit tussen en kun je geen politieke carrière maken. Het is een full time job geworden. De hoog opgeleide politieke klasse raakt zo losgezongen van andere maatschappelijke domeinen. En kan zich steeds minder verplaatsen in de reële problemen van reële mensen.
  2. Politieke partijen zitten in een crisis. Hun traditionele functies zijn: het rekruteren van bestuurders en politici, het mobiliseren van burgers bij verkiezingen en het organiseren van specifieke belangen. De rekruteringsfunctie heeft steeds meer de overhand gekregen en beide andere functies werden verwaarloosd. Partijen zijn steeds meer deel gaan uitmaken van de staat en het staatsbelang en werden verdedigers van de status quo. Ze schakelden over van de volksmodus naar de staatsmodus. De partijen dragen nauwelijks meer bij aan het formuleren van een publieke moraal. Zij kwamen steeds verder van de samenleving af te staan. De ledenaantallen liepen dramatisch terug en daarmee ook de legitimiteit van partijen.
  3. De betekenis van morele beginselen bij politici en partijen is marginaal geworden. In de bestuurlijke praktijk is alles erop gericht om macht te veroveren, te behouden en uit te oefenen. Mede daarom zijn de verschillende tussen de gevestigde middenpartijen verwaarloosbaar klein geworden. In feite omarmen ze allemaal de neoliberale agenda, waarbij er hooguit hier en daar een paar komma’s en punten anders worden gezet. De weinige tekenen van moraliteit die zijn waar te nemen, zijn ontleend aan het waardebesef van de hoog opgeleide burgers. En zelfs die waarden hebben weinig betekenis als het gaat om bestuurlijk handelen.

Vooral m.b.t. dit laatste punt, de morele beginselen, halen de beide onderzoekers streng uit. “…..wie aan bestuurlijke processen wil deelnemen, moet zijn morele gevoelens opgeven” (blz 28). En dat terwijl er naar hun mening bij de meeste burgers juist veel interesse is voor een morele benadering. Ze verwijzen daarbij naar het succes van de populistische partijen. Wel haasten ze zich om er bij te zeggen dat die geen oplossingen hebben voor de gezagsproblemen bij de overheid, maar juist onderdeel van het probleem zijn.

Persoonlijk vind ik dat de heren sterk overdrijven en een veel te negatief beeld schetsen van de politici, partijen en de morele leegte. Maar dat er forse problemen zijn waar iets aan gedaan moet worden, is evident. Uit het essay zijn heel wat gedachten te vissen die kunnen worden benut om het gezag, de betrouwbaarheid en de legitimiteit van de overheid te versterken. Een aantal voorstellen is als volgt samen te vatten:

  1. Allereerst moet de morele leegte in de politiek  weer gevuld worden. Morele waarden moeten meer zichtbaar voor de doorsnee burger richtsnoer worden voor politiek, bestuurlijk en ambtelijk handelen
  2. Politici moeten zich meer herkenbaar profileren als opkomers voor de belangen van specifieke groepen i.p.v. alles willen persen binnen het frame van het ‘algemeen belang’.
  3. Er is behoefte aan sterk politiek leiderschap dat in staat is om geloofwaardig ‘moeilijke’ besluiten uit te leggen, leiderschap dat ook voldoende tegenmachten durft te organiseren, als schakel tussen politiek en burger
  4. Meer aandacht voor het ontwikkelen van vakmanschap bij politieke en ambtelijke gezagsdragers
  5. Zoeken naar nieuwe vormen van communicatie om in te kunnen spelen op wensen en ideeën van de mondiger burger

Op zich nuttige adviezen die ‘gezagsdragers’ zich vooral ter harte moeten nemen. Maar toch ook wel een paar kritische kanttekeningen mijnerzijds. Ik loop ze even bij langs. Het vullen van de morele leegte (waarmee het m.i. nogal meevalt) , kan al snel worden gezien als het ‘moralistische vingertje’. Zitten geëmancipeerde  burgers daar echt op te wachten? Met het exclusief opkomen voor groepsbelangen i.p.v. het algemeen belang moeten politici m.i. uitermate voorzichtig zijn. Het kan leiden tot een nog grotere versplintering en beloftes die niet waargemaakt kunnen worden.  Natuurlijk, wie wil er geen ‘sterk politiek leiderschap’, maar met een al te sterke leiders, die macht en gezag gaan verwarren, hebben we ook slechte ervaringen. Meer vakmanschap bij de politieke en ambtelijke gezagsdragers? Altijd winst. En dat geldt ook voor een betere communicatie. Hier moet dan wel echt iets nieuws gevonden worden, want er is geen sector binnen de overheid zo extreem uitgedijd als die van de voorlichters en PR-types. Hoe meer er bij kwamen, hoe slechter het imago van de politici werd.

Bij alle vijf de voorstellen moeten we ons dus goed afvragen: hoe moet dit nu in de politieke en bestuurlijke realiteit van alle dag concreet worden uitgewerkt? Hoe gaan  de politici dit veranderen in een dagelijkse werkelijkheid waarin ze te maken krijgen met vele moedeloos makende tegenkrachten. Ik noem er een paar.

  • Vraagstukken die nationaal en internationaal steeds complexer worden en om steeds snellere besluitvorming vragen in het samenspel van bestuurders, politici, ambtenaren en experts. Hoe schakel je de burger hier (meer dan 1x per vier jaar) bij in?
  • De steeds beter gebekte, maar ook steeds veeleisender en egocentrischer burger, die vindt dat er beter naar hem moet worden geluisterd cq dat er vooral gedaan moet worden wat hij vindt. Zo niet, dan wordt ie boos. 
  • De verspintering van de samenleving waarin er over bijna elk onderwerp erg verschillend wordt gedacht, maar waarin het sluiten van compromissen als een zwaktebod wordt gezien. Kom daar maar eens uit als politicus
  • De media, misschien wel de gevaarlijkste tegenkracht, die hun eigen spel spelen, vooral gericht op haar voortbestaan, dus op kijkcijfers en oplages, dus op sensatie, opwinding en vette incidenten i.p.v. op inhoud en reële vraagstukken. Het afbreken van politici scoort beter dan hen op nuchtere wijze inhoudelijk volgen. Hen continu framen als onbetrouwbaar en onwetend houdt meer lezers en kijkers vast dan het waarderen van vakmanschap en mooie compromissen.  

Probeer als politicus op al deze punten maar eens adequaat in te spelen. Kansloos. Doe je het goed voor de een, dan ben je voor de ander een onbetrouwbare zakkenvuller of plucheklever. En daar zit je dan met je gezagsprobleem. Dat er niet meer politici in een half gesloten inrichtng terecht komen, zegt iets over hun doorzettingsvermogen (of misschien wel iets over hun noodzakelijke oogkleppen). Maar voor de meest capabelen wordt het zo wel een steeds minder aantrekkelijke roeping. Het doemscenario is dat zich op enig moment alleen de kleine scharrelaars of obscure types nog aandienen in het politieke bedrijf. De nazaten van Tedje van Es lopen zich steeds vaker warm. Het zal de bestuurbaarheid van ons land niet ten goede komen. 

Geen van deze tegenkrachten krijgt echter in het essay van vd Brink en Jansen de aandacht die ze verdienen. Toch reiken de heren inzichten aan die het bestuderen meer dan waard zijn. Politici en ambtenaren kunnen er hun voordeel mee kunnen doen. Vooral de beschouwing over de noodzakelijke terugkeer van de moraliteit in de politiek.  Ze mogen hier dan  overdrijven, maar wat ze schrijven is ook interessant en intrigerend. Ben benieuwd of we in het kader van de verkiezingen in maart 2017 nog iets van hun oproep gaan merken. (jv)

91 Dyab Abu Jahjah de mond snoeren?

28 juli 2016 

Er is in het dorp de nodige commotie ontstaan over Dyab Abou Jahjah. Hoe de VPRO het in haar hoofd haalt om hem een podium te geven in het programma Zomergasten. Iedereen die allergisch is voor kritiek op de staat Israël slaat om zich heen. Ik begrijp die ergernis wel een beetje. Het is nooit leuk als ‘de vijand’ bij de VPRO aan het woord komt. Stel hij zegt iets wat mensen met een open mind aan het denken zet. Boycotten dus. Hem wegschrijven als een "vreemde praatjesmaker" nog voor ie in Zomergasten iets gezegd heeft. Dapper van Thomas Erdbrink om toch door te zetten.

Nee inderdaad, Jahjah is geen vriendje van Israël en het Zionisme. Maar hij verkoop geen onzin en kent de geschiedenis van het Midden-Oosten. Als je zijn familiegeschiedenis leest, moet je toch ook enig begrip kunnen opbrengen voor zijn opvattingen. En waarom mag zijn verhaal niet gehoord worden? Elke Jan Doedel mag zijn mening op de buis geven, maar Jahjah moet geweerd of geboycot worden. Omdat het over Israël gaat. Dan zijn tegengeluiden taboe. 

Waarom wel elke scheet van de reactionaire semietofiel Leon de Winter uitzenden? Elke kritische kanttekening bij het optreden van Israël mag hij afserveren als antisemitisch. Te pas en te onpas mag hij wijzen op het moslimgevaar en de tsunami van vluchtelingen. Niets is te dol als het om ophitsen gaat. Maar als Abu Jahjah, bij hoge uitzondering, zijn aversie tegen het Zionisme op de buis mag uitleggen, is het huis te klein. Dan heet het ineens 'propaganda van een antisemiet'. Dat er een groot verschil is tussen een antisemiet en een anti-zionist is blijkbaar niet relevant. 

Abou Jahjah is ook niet direct ‘mijn mannetje’. Heb persoonlijk weinig met hem, maar heb ook niet direct iets tegen hem. Hoewel ik zijn uitspraken na de aanslag op de Twin Tower abject vond en zijn droefenis over de terechtstelling van Saddam Hoessein hilarisch. Het is wel een radde prater, die nogal wat kennis in zijn rugzak heeft. Het is niet makkelijk om 'm met argumenten te bestrijden. Daarom lukt het met modder beter. 

Abou Jahjah werd in 1971 geboren in Libanon. Hij groeide op in het zuiden van het land, dat in 1978 bezet werd door Israël en later beheerst werd door met Israël samenwerkende milities. Weerzin tegen Israël werd een rode draad in zijn politieke leven. Hij vluchtte naar België waar hij afstudeerde in de politieke wetenschappen. Hij zegt elke vorm van geweld af te keuren. Hij is geen moslim van geloof, maar van cultuur

Deze Abou Jahjah komt dus zondag in zomergasten. Een van de centrale thema’s zal ongetwijfeld het onrecht zijn dat de Palestijnen is aangedaan door de Zionisten.

Voordat er negatief wordt geoordeeld over zijn aanwezigheid in het VPRO-programma zou je je ook kunnen afvragen: waarom brengen we wel (terecht) begrip op voor het leed van de ontwortelde Joden die in Europa eeuwenlang overall verjaagd en vermoord werden, maar niet voor de Palestijnen die door de Zionisten verjaagd en vermoord werden? En nog steeds (al 68 jaar) in vluchtelingenkampen leven, op de bezette gebieden onderdrukt worden of in Israël als derderangs burgers behandeld worden. Waarom moet het een in het onderwijs en de media een vaste plaats krijgen en wordt het andere afgedaan als antisemitische propaganda? Terwijl je alleen maar een paar feiten op een rij hoeft te zetten.

Toen de Palestijnen in 1948 in het kader van het Plan Dalet door de Joodse militairen van hun land werden verdreven, vluchtten ze alle kanten op. Een aantal bleef in de eigen regio (daarna Israël geheten), Jeruzalem en in de Gazastrook. Een ander deel vluchtte naar de Palestijse steden en dorpen op de Westelijke Jordaanoever. In 1967 werden ook Jeruzalem en de Westelijke Jordaanover door Israël bezet en geannexeerd en nu bouwen de kolonisten er al jaren hun illegale nederzettingen, om zo een Palestijnse staat onmogelijk te maken.

Maar het grootste deel van de vluchtelingen kwam in de buurlanden Jordanië, Libanon en Syrië terecht, waar ze nu, 68 jaar na dato - generatie na generatie - nog steeds in rottige omstandigheden zonder enig perspectief ‘gevangen’ zitten. In totaal staan er momenteel 5 miljoen Palestijnen als vluchteling geregistreerd, verdeeld over 62 kampen. Als ze naar het lot van de Palestijnen kijken, is het logisch dat de gevluchte Syriërs als het even kan uit hun kampen proberen weg te komen. Anders zitten ze er over 50 jaar nog.

De Palestijnen die in Israël zijn gebleven, zijn qua materiele omstandigheden misschien ietsjes minder slecht af, maar werden/worden door de Israëlische staat als derderangs burgers behandeld. Op zich niet zo raar dus dat sommigen de vernederingen soms even niet meer kunnen verdragen en in verzet komen. Israël geeft Hamas elke dag weer voldoende olie om het vuur van de haat brandend te houden. Hoeveel acceptatie en geduld mag je verwachten van een onderliggende partij die al generaties niets meer te verliezen heeft?

Door de geschiedenis van de Palestijnen en de onrechtvaardige politiek van Israël moeten we toch op z’n minst ‘iets’ van de aversie van Abu Jahjah tegen Israël kunnen begrijpen. Jahjah is geen type dat er op uit is om de populariteitsprijs in de wacht te slepen. Hij schopt tegen schenen. Hij doet controversiële uitspraken. Maar dat wil nog niet zeggen dat ie uit een programma als Zomergasten moet worden geweerd. Moeten daar alleen de gebruikelijke meningen worden verkondigd?

En waar zijn de Winter en zijn kornuiten van rechts bang voor? De media worden voor 99% gevuld door pro-Israël types. Een piepende muis in kooi met roofvogels heeft toch geen enkele kans? En zeker geen invloed op de publieke opinie over Israël. Gewoon niet kijken c.q. wegkijken voor onwelgevallige feiten is natuurlijk ook een optie. (jv) 

90 Vechten voor Utopia mondt altijd uit in Dystopia

27 juli 2016

In 1516 bracht de Britse schrijver/denker/politicus/staatsman Thomas More een invloedrijk boek uit waarin hij een denkbeeldig land beschreef waarin alles volmaakt was. Hij noemde deze ideale samenleving (en het boek) Utopia. Daaraan danken we het woord utopie: een onbereikbaar ideaal of droombeeld. Letterlijk vertaalt vanuit het Grieks betekent Utopia 'Nergensland'. More koos voor deze naam omdat zo'n land in zijn ogen niet echt kon bestaan. (1)

Utopia lijkt een beetje op de denkbeeldige communistische heilstaat. Zonder overigens met die vergelijking More in het rijtje Lenin, Stalin, Mao te willen plaatsen. Hij staat hier moreel en intellectueel heel ver boven. More was een nette humanist en een goede vriend van ‘onze’ Erasmus.

L, S & M kun je op basis van hun visies, beleid en acties bloeddorstige politieke schurken noemen. Zij misbruikten de heilstaatgedachte als een ideologische rechtvaardiging om aan de macht te komen en om die macht te behouden en uit te bouwen naar absolute macht. Daarvoor werden zeeën van bloed vergoten. In een strijd die eindigde in totalitaire systemen. Het werden samenlevingen die oneindig veel onrechtvaardiger waren dan die van de despotische vorsten in de late Middeleeuwen/vroeg Renaissance die More met zijn Utopia aan de kaak wilde stellen.

Tegen de achtergrond van de ervaringen met het communisme kun je de stelling verdedigen dat het streven naar een Utopia uiteindelijk eindigt in haar tegendeel. Die tegenhanger is men in de twintigste eeuw Dystopia gaan noemen. Hierin zit het Griekse ‘slecht’. Een dystopie is een denkbeeldige situatie, b.v. een samenleving, met louter akelige kenmerken.

Hoedt u voor volksmenners die beloven dat ze met een aantal rigoureuze maatregelen het kwaad uit de samenleving kunnen bannen en snel het leven veel beter kunnen maken. “Weer zoals vroeger”. Het nieuwe Utopia. Deze beloftes worden altijd gevolgd door het inperken van vrijheden, het uitsluiten, vervolgen, opsluiten en uiteindelijk vernietigen van ongewenste groepen en het ontmantelen van de rechtstaat. De middelen zullen altijd erger blijken dan de kwaal. Dystopia zal het eindresultaat zijn. (jv)

(1). Het boek Utopia is een sociale satire en bestaat uit twee delen. Het is geschreven in dialoogvorm tussen de auteur en Raphaël Hythlodaeus, een denkbeeldige reiziger die veel vreemde landen heeft bezocht. Het eerste deel is een kritiek. Het beschrijft het Engelse leven aan het begin van de zestiende eeuw. Tirannie en corruptie tieren welig. De kern van alle kwaad is het misbruik van privébezit van land, dat leidt tot uitbuiting door grootgrondbezitters van de massa arme mensen, hetgeen weer tot toenemende criminaliteit leidt. In het tweede deel wordt het tegenovergestelde tafereel uitgebeeld. Op een ideaal, denkbeeldig eiland zijn overheersing en luxe voor enkelen afgeschaft en er is geen privébezit van land.

More schetst alle ernstige misstanden van zijn tijd, de religieuze, sociale en politieke problemen, en op een filosofische manier overweegt hij oplossingen. Utopia is een ideaalbeeld. More heeft zijn Utopia nooit bedoeld als in de praktijk toepasbaar.

Thomas More was geruime tijd schatbewaarder en belangrijkste adviseur van koning Hendrik VIII. Na een conflict met hem werd hij in 1535 geëxecuteerd. Vierhonderd jaar later werd hij heilig verklaard. (Bron: Wikipedia). Het boek Utopia is beschikbaar in de Nederlandse vertaling van M.H. van der Zeijde. 

89 Wanneer startte God met het hiernamaals?

26 juli 2016 

Op deze aardbol denk bijna iedereen dat er ook nog een leven is na de dood. Alleen in sommige westerse landen zijn er grote minderheden die daar niet in geloven. Maar dat is opgeteld nog geen 5% van de wereldbevolking. Uit onderzoekt blijkt ook dat meeste ‘believers’ niet zozeer ‘geloven’, maar zelfs ‘zeker weten’ dat er nog ‘iets’ is na de dood. Wel verschillen de beelden inzake de vorm die dit leven na de dood aanneemt per religie. Nogal wat religies gaan uit van een hemels paradijs na de dood. Een soort eeuwige vakantie. Maar alleen als je tijdens het leven op aarde conform de regels van jouw geloof hebt geleefd, kom je dat paradijs binnen. Heb je te vaak tegen die regels gezondigd, dan kom je ergens anders terecht, ergens waar het minder goed toeven is. Het paradijs is direct gekoppeld aan het concept van een Almachtige Goede God. Die houdt de 7 miljard aardbewoners permanent scherp in de gaten en bepaalt niet alleen hoe en wanneer je dood gaat, maar ook waar je daarna naar toe gaat. Hemel of hel. Kan het mooier? Kan het gekker?

Om dit allemaal serieus te kunnen geloven moet je erg vatbaar zijn voor indoctrinatie en al je kritisch denkvermogen rond dit thema opzij hebben gezet. Je moet ook over een uitermate levendige fantasie beschikken. Want als je weet dat er van elk mens na de dood uiteindelijk niets anders over blijft dat een losse verzameling atomen en er dus geen enkele substantie meer is dat nog kan denken, voelen of communiceren, wat moet er in dan godsnaam naar het hiernamaals? Een hoopje as? Hier kom je met een rationele redenering niet uit.

Daarom heeft men ooit de truc van de ‘geest’ of de ‘ziel’ bedacht. Is dat dan ook weer een verzameling atomen, maar dan anders gecombineerd? Niemand die het weet. Niemand die er ooit iets van gezien of gehoord heeft. Het is niet meer dan abstract concept. Een illusie. Je zou  zeggen: te bizar om in te geloven. Maar waarom gelooft bijna iedereen het dan toch? Gewoon een knap staaltje effectieve hersenspoeling vanaf de geboorte in combinatie met de grote behoefte aan zingeving en troost. Je ziet in het hiernamaals weer een hoop oude bekenden terug die je te vroeg ontvallen zijn en een leuk paradijs kan een rot leven op aarde volledig compenseren. Daar wil je dus graag in geloven. 

En dan accepteer je het dubieuze concept van De Almachtige Goede God natuurlijk ook. Dan bedenk je niet dat DAGG, als hij al zou bestaan, de grootste schurk ooit is. Hij, die de macht wordt toegedicht om alles op deze wereld netjes te kunnen regelen, maakt er dus bewust een vreselijk slachthuis van. Een wreed type. Of zou ie toch niet zo almachtig zijn? Veel praatjes maar weinig te makken? Gelovigen weigeren te accepteren dat het een menselijk construct is, ooit bedacht om het volk mee te manipuleren. In de wat meer ontwikkelde beschavingen bleek het voor de elite een briljant bedenksel om macht mee uit te oefenen.

Bij het paradijs voor de dooien vraag ik me vaak af: welke voorstelling zouden gelovigen eigenlijk hebben van de ontstaansgeschiedenis? Denken ze dat het hiernamaals gelijk met de oerknal, ruim 14 miljard jaar geleden, is gecreëerd? Of pas met het ontstaan van de aarde, 4 miljard jaar geleden? Maar wie gingen er toen naar toe? De eerste 3 miljard jaar werd de aarde nog slechts bevolkt door eencellige amoeben. Die zullen na hun dood toch niet naar het paradijs zijn gegaan? Maar hoe zit het met de dinosauriussen, leeuwen en tijgers? Of mensapen? Die wel? Mij lijkt, nog steeds vanuit de gelovige denkend, dat wil zo’n paradijs een beetje niveau hebben, het wel bevolkt moet worden door ons soort mensen. Of wat daar na de dood nog van over is. Dat zou betekenen dat het paradijs zeker niet ouder kan zijn dan een paar honderdduizend jaar.

Maar wat had die God van de gelovigen al die miljarden jaren, toen er nog geen mensen waren om in de gaten te houden, eigenlijk te doen? Veel luiwammesen en een beetje experimenteren tot ie eindelijk z’n mensjes had die hij na een zinloze lijdensweg naar zijn paradijs kon sturen? Wat een gedoe om niets. (jv) 

 

88 Hoe sterk leeft de democratie in de VS?

26 juli 2016

In de VS mag je alleen stemmen als je je vooraf als kiezer hebt laten registeren. Dat heeft o.a. te maken met het feit dat de VS geen bevolkingsregister kent waarin alle nieuwe ingezetenen worden geregistreerd. In de VS hoef je je ook niet perse bij de burgerlijke stand te melden als je in een stad komt wonen. Dus een gemeente kan je alleen maar een stembiljet sturen als je je vooraf laat registreren als kiezer.

Van de 320 miljoen Amerikanen zitten er 270 miljoen in de groep ‘kiesgerechtigd’. Daarvan hebben zich bij de laatste verkiezingen maar 190 miljoen laten registreren als kiezer. Ongeveer 70%. Gemiddeld komt maar 60% van die geregistreerde kiezers opdagen. Van alle kiesgerechtigden is dat dus maar 42%. Een Amerikaanse president die 52% van de ‘popular votes’ binnenhaalt, wordt met die 60 miljoen stemmen in feite maar door 31% van de ingeschreven kiezers gesteund. En van alle kiesgerechten heeft de nieuwe president slechts 22% weten te overtuigen. Vanuit democratisch perspectief toch een wel erg smalle basis.

Tijdens de verkiezingscampagnes halen de legers van vrijwilligers in elke stad waar hun partij kansen heeft alles uit de kast om mensen per mail, sms, telefoon of via ‘van huist tot huis’ gesprekken over te halen zich te laten registreren als kiezer. En als ze dat gedaan hebben, worden ze voortdurend, tot op de verkiezingsdag zelf, ‘bewerkt’ om ook daadwerkelijk te gaan stemmen.  Dat gaat allemaal veel vasthoudender dan bij ons. Toch democratie tot in de haarvaten.

De campagnemedewerkers zullen het deze keer moeilijker krijgen dan ooit. Obama ‘aan de man brengen’ vonden velen in 2008 een feest, maar Trump en Clinton zijn bij grote groepen, ook in de eigen partij, zo mateloos impopulair, dat hen van deur tot deur aanprijzen wel eens een lijdensweg kan gaan worden. Vindt daar maar eens voldoende vrijwilligers voor.

Waarom laten zoveel kiesgerechtigden in de VS zich bewust niet registreren (30%)? Naast pure desinteresse of minachting voor de politiek, is ook het feit dat die registratie gekoppeld is aan de juryplicht een belangrijke reden. Als geregistreerde kun je worden opgeroepen om in een rechtbankjury plaatst te nemen. Als je dat weigert kun je een gevangenisstraf en/of een boete krijgen. Je kunt er alleen onderuit komen door te zeggen dat je een racist bent. Veel mensen met een eigen zaak of een lastige werkgever kunnen of willen er geen dagen tussenuit voor jurywerk. En laten zich dus niet registreren. Ze hebben al die sousa niet over voor politici die ze onsympathiek of onbetrouwbaar vinden.

De oorlogen die er de laatste 10 jaar in de Senaat en het Huis van Afgevaardigden worden gevoerd, hebben fors bijgedragen aan dit negatieve beeld van het politieke bedrijf en de politici. En geen enkele partij, fractie, belangengroep of charismatische persoonlijkheid lijkt in staat dit verwoestende proces te stoppen. 

Misschien moeten de beide politieke machtsblokken uiteenvallen in meerdere 'normale' politieke partijen, met duidelijk verschiillende visies en programma's. Zodat er verschillende coalties zijn te sluiten en het ene machtsblok niet meer in staat is om alles van het andere blok te blokkeren .  (jv) 

87 Overtuigen met ethos, pathos en logos + wat spretzatura

25 juli 2016

Wouter Bos gaat donderdag a.s. in DWDD Summerschool iets vertellen over ‘welsprekendheid’. Ik ben benieuwd hoeveel hij zal ‘lenen’ van een gezaghebbend expert op het gebied van de retorica : professor Eugene Sutorius, die in november 2014 drie korte colleges over dit onderwerp heeft gegeven. Die colleges kunnen nog steeds op de site van de Universiteit van Nederland worden bekeken.

Retorica staat zowel voor het spreken in het openbaar als voor de kunst van het overtuigen. Sutorius werkt dit begrip boeiend uit met interessante voorbeelden, zoals Bill Clinton, Robert Kennedy, Adolf H, Charly Chaplin en Generaal van Uhm. Welke retorische kanjers zal Bos laten zien? Uit de Nederlandse politiek zou ik geen echte topper weten te bedenken. Wel vele gezaghebbende politici hier die laten zien hoe het niet moet en die zich er saai, humorloos en met vele uhs van af maken. Het lijkt ze ook niet echt te kunnen schelen. De volksaard? Doe maar gewooon…..

Sutoris onderscheidt, geïnspireerd door Aristotels, drie middelen waarmee je een gehoord kunt overtuigen: ethos, pathos en logos. Plus natuurlijk een snufje spretzatura uitstralen. Dit laatste is Italiaans voor: de schijn ophouden dat het de spreker allemaal moeiteloos afgaat.

Ethos is de krachtigste van de overtuigingsmiddelen. Hier gaat het om de vraag: hoe komt de spreker bij het publiek over? Wat is zijn uitstraling? Overtuigen door charmant, deskundig, integer en/of betrouwbaar over te komen bij het publiek. Als de spreker als prettig en deskundig overkomt, wordt vaak niet meer nagedacht of ie ook echt competent is.

Bij pathos gaat het er om te overtuigen via het aanspreken van de emoties van het publiek. Hoe doe je dat? Luister naar “I have a dream” van M.L.King. Je kunt je pathos alleen maar goed inzetten als je je publiek kent. Wat zijn hun tradities? Hun opinies? Waarom zijn ze gekomen? Je moet voldoende van je publiek weten om je emotioneel met het publiek te kunnen verbinden.

Logos gaat over de logische redenering, het overtuigen door middel van argumenten. De praktijk wijst uit dat je er met argumenten alleen vaak niet komt. Argumenten alleen zijn vaak te mager om te overtuigen. Naast het hoofd moet ook het hart worden aangesproken. Naast de argumentatie ook de persuasie.

De spreker kan zijn ethos, pathos en logos verbeteren. Door zelfreflectie, oefenen, kijken, feedback vragen. Hij kan iets doen aan zijn timing, het gebruik van de stem, aan het oogcontact met het publiek, aan de mimiek en aan inhoud en stijl van de voordracht. Je hebt natuurtalenten, maar ook sprekers die het nooit zullen leren.

Bij retorica gaat het om het ‘hele verhaal’. Dus overtuigen door bij het publiek charmant, deskundig en betrouwbaar over te komen, door te weten wat het publiek wil en het dan emotioneel te bespelen en door sterke argumenten.

In het land der blinden…..Van onze politici van de laatste 20 jaar is Wouter Bos zeker een van de besten als het gaat om de kunst der retorica. Tot het moment hij door een van de slechtste politici op dit punt, Balkenende, in een berucht radio-interview werd geframed als onbetrouwbaar. Het sloeg absoluut nergens op, maar het zaadje was geplant. Als je je eenmaal moet verweren tegen zo’n beeld, ben je al verloren. Daarom is Bos wel een ervaringsdeskundige die goed moet kunnen uitleggen hoe de kunst van het overtuigen (en framen) werkt.  (jv)

 

 

86 Een heel kleine kans op een heel groot ongeluk met dramatische gevolgen?

24 juli 2016

Op 8 november gaan de Amerikanen naar de stembus. De meeste experts geven Clinton de meeste kans om de 44-ste president van de VS te worden, omdat zij het beste scoort onder vrouwen en minderheden. Maar volgens de laatste landelijke peilingen wordt het een nek-aan-nek race. Na de Republikeinse Conventie staan beide kandidaten ongeveer op gelijke hoogte. Rond de 40%. De wedkantoren denken daar totaal anders over. Matchbook, een groot wedkantoor, geeft Clinton 59% kans om de strijd te winnen en Trump 25%. De meeste wedkantoren geven Clinton verreweg de grootste kans. En wedkantoren schijnen betere voorspellers te zijn dan landelijke peilingen. 

De landelijke peilingen zeggen overigens weinig. Het gaat er namelijk helemaal niet om  hoeveel stemmen je landelijk van de kiezers krijgt. Je kunt als kandidaat landelijk de meeste ‘popular votes’ krijgen, maar toch de verkiezingen verliezen. De verkiezingen win je door de meeste kiesmannen uit het kiescollege achter je te krijgen. Elke staat levert een aantal kiesmannen voor dit college, afhankelijk van de omvang van de staat. Uiteindelijk worden er 538 kiesmannen in het college gekozen. Je moet minstens 270 (de helft plus 1) kiesmannen scoren om president te worden.

In Trouw van vandaag vat Bas de Hond de essentie van de komende verkiezingsstrijd helder samen. Die strijd wordt dus vooral in en om de staten gevoerd. Maar de kandidaten gaan slechts in een beperkt aantal van de 50 staten het echte gevecht aan. Dat is een gevolg van het ‘winners take all’ principe waarbij je bij winst (groot of klein) alle kiesmannen van een staat krijgt. Daarom stop je als Democraat zo min mogelijk energie in staten die al van oudsher sterk Republikeins zijn. Als je daar (bijna) kansloos bent voor een meerderheid, en je er dus geen enkele kiesman kunt winnen, ga je er geen tijd en campagnegeld vermorsen. Datzelfde geldt voor de staten waar een Democratische meerderheid zeker is. Daar heb je dus in beginsel alle kiesmannen al binnen. Nee, verreweg de meeste tijd en middelen stoppen beide kandidaten in de zgn ‘swing states’. Staten waar een meerderheid kan worden bevochten.

De 8 ‘swing states’ waar de harde gevechten gevoerd gaan worden, zijn Ohio (18 kiesmannen) , Pennsylvania (20), Colorado (9), Nevada (6), New Hampshire 4), North Carolina (15), Virginia (13) en Florida (29) . Samen goed voor 114 kiesmannen. Clinton zal zich vanwege de exposure ongetwijfeld ook wel laten zien in enkel grote ‘zekere’ staten zoals Californië (55 kiesmannen) en New York (29), maar de echte ‘battle ground’ zijn de genoemde 8 staten. (1)

Als je de kiesmannen optelt van de staten die altijd met een ruime meerderheid  ‘blauw’ (Democratisch) hebben gestemd, komt Clinton al op ruim 200 kiesmannen. De bijna zekere ‘rode’ staten (Republikeins) tellen op tot slechts 163 kiesmannen voor Trump.

Trump moet dus veel meer kiesmannen uit de ‘swing states’ weghalen dan Clinton. Met 70 kiesmannen uit de ‘swing states’ heeft zij al een meerderheid in het kiescollege. Trump moet 108 van de 114 kiesmannen van deze staten binnenhalen om op 270 kiesmannen te komen. Toch een lastiger klus. Hij moet zorgen voor een politieke aardverschuiving. Zij moet gewoon geen fouten maken.

Dit lijkt een overzichtelijke situatie, maar in deze strijd is er ook veel niet overzichtelijk. Beide kandidaten zijn uitermate impopulair. Zelfs in hun eigen partij. Wat hiervan de gevolgen zijn voor de verkiezingsdynamiek, de rol van de media, de sympathie van de kiezers, de kiezersregistratie, de uiteindelijke opkomst etc. is volstrekt onvoorspelbaar.

Als alles volgens de patronen van de normale verkiezingslogica verloopt, is het voor Clinton ‘kat-in-'t-bakkie’, maar bij minstens een van de twee kandidaten is er helemaal niets normaal en logisch en daarom is er een heel kleine kans op een heel groot ongeluk met dramatische gevolgen. (jv) 

(1) Althans, Californië en New York gaan sinds WO II probleemloos met grote meerderheid naar de Democraten. Wat veranderd is, is de Sanders-factor. In beide staten heeft Sanders bij de voorverkiezingen vele stemmen bij Clinton weggekaapt. Als zijn kiezers niet in voldoende mate kunnen worden overgehaald op Clinton te stemmen en thuis blijven of op de groene kandidaat Jill Stein, of zelfs Trump, stemmen, kunnen de Democraten beide staten verliezen. En Clinton de verkiezingen.

85 “Een man die liegt als hij al adem haalt”.

22 juli 2016

Thomas Friedman vergelijkt in zijn New York Times/Volkskrant column van vandaag Trump met Erdogan. Hij ziet beide heren een zelfde tactiek hanteren. Hun eigen feiten en cijfers fabriceren. Of ze verdraaien. Complottheorieën bedenken waarmee ze de mensen bang maken voor elkaar en voor de toekomst.  Tegenstanders demoniseren en bedreigen, of ze belachelijk maken. De publieke opinie ophitsen.  Zich allerlei brutaliteiten en vulgariteiten veroorlovend en daar dan ook altijd mee wegkomen omdat de media hen toch niet hard durven aanpakken. Overtuigd zijn van de eigen uitmuntendheid. Feiten en waarheden via de sociale media de wereld in slingeren om zo de fact checkers van de serieuze media te omzeilen.

Friedman haalt Jeb Bush aan die vreest dat Trump een chaos-president wordt, net zo als hij een chaos-kandidaat was. Een kandidaat die zich op geen enkele manier op het ambt heeft voorbereid en daarvoor ook geen enkele competentie bezit. Op Jeb’s broer George was natuurlijk van alles aan te merken en er zijn hele volksstammen die hem een ‘grote schurk’ vinden, maar mocht Trump echt president worden, dan zullen ze nog naar een type als GWB terugverlangen.

“Een man die liegt als hij al adem haalt” zegt Friedman over Trump. Nu zijn er in het verleden meer presidenten geweest die gevaarlijk logen, met Nixon als absoluut dieptepunt. Nixon moge volgens vele biografen een pathologische leugenaar en een gewetenloze machtspoliticus zijn geweest, hij was, i.i.t  Trump, wel uitstekend op het ambt voorbereid, beheerste het politieke handwerk als geen ander en was briljant in uitzetten en uitvoeren van geopolitieke strategieën.

Nixon was de echte versie van Francis Underwood uit de House of Cards. Trump is met hen vergeleken vooral een gevaarlijke sul, die, als hij wordt gekozen, wel met z’n tengels bij de knoppen kan komen, waarmee je kernwapen kunt afvuren. Het is toch alsof je een knulletje met het syndroom van Down een straaljager laat besturen. (jv) 

84 Moslimaanslagen leiden de aandacht af van geweld extreem rechts

20 juli 2016

In de regionale trein tussen Treutlingen en Wurtzburg hakt op 18 juli j.l. de 17 jarige Riaz A. uit Afghanistan met een bijl in op enkele treinpassagiers en daarna steekt ie ze ook nog eens met een mes. Hij verwondt zo 4 Chinezen die in Duitsland op vakantie zijn. Twee van hen verkeren nog in levensgevaar. Vreselijk voor die mensen, die waarschijnlijk voor het eerst van hun leven buiten China waren. Typisch een gevalletje van op het verkeerde moment op de verkeerde plaats zijn.

We zullen nooit weten wat Riaz echt bezielde want de politie heeft hem bij het verlaten van de trein doodgeschoten. In een nagelaten boodschap zegt hij dat hij IS-strijder is. Wat moet je hier mee? Op die leeftijd weet je van toeten nog blazen en van geopolitiek en religies begrijp je al helemaal niets.

Misschien was ie door de dood van z’n vriend wel zo labiel geworden dat je ‘m alles kon wijsmaken, of was zo depressief dat hij zelfmoord nog als enige uitweg zag. Wat binnen de islam ten strengste wordt afgekeurd. Daardoor was de IS propaganda wellicht op het juiste beschikbaar om hem een alibi verschaffen. Een heldendaad i.p.v. zelfmoord, daarna een dodelijke schietpartij met de politie uitlokken en vervolgens tig maagden op afroep beschikbaar als het klusje is geklaard.

De getroffen Chinezen zullen zulke achtergronden worst wezen. En de doodsbange treinreizigers die het allemaal zagen gebeuren hebben daar ook geen boodschap aan. Maar het is misschien wel nuttig om de bizarre gebeurtenis even in een wat breder perspectief te plaatsen.

De gevestigde Duitse politiek reageerde verstandig en beheerst op de aanslag. Zoals vooral Duitsers dat kunnen. Hoewel…de antimigratie partij Alternative fur Deutschland (AfD) ging er voluit tegenaan met de van haar bekende hyperbolen. Ze gaven natuurlijk het vluchtelingenbeleid de schuld en in hun nazikrantjes staan foto’s van een bebloede treinvloer met er boven “Merkel bedankt”. 

De AfD extremisten durven wel, zeker als je de daden van hun eigen onfrisse vriendjes vergelijkt met de ‘moslimterreur’ in Duitsland. Dit was, mind you, de eerste zware aanslag ooit in Duitsland uit naam van de Islam. Gepleegd door een doorgedraaide puber die beweerde dat ie religieuze motieven had.

Hier tegenover staat een griezelig lange lijst van aanslagen, gepleegd door extreem rechts. Aanslagen die altijd veel minder media aandacht en emotie opriepen. Zeker buiten Duitsland houdt dit nazie geweld maar weinigen bezig. Terwijl bij een ‘moslim met een bijl’ miljoenen in heel Europa in de stress schieten. Voorpagina nieuws.

Toch is het goed te weten dat er volgens de Duitse politie in Duistland alleen al in 2015 meer dan veertig aanslagen zijn gepleegd door extreem rechts. Niet alleen op politieke partijen, ook op mensen. Sinds 1990 zijn er 22 mensen door rechts extremistisch geweld om het leven gekomen. Vergeleken met deze cijfers zijn de 213 geregistreerde aanvallen van heren met een hakenkruis op asielzoeker en asielzoekerscentra in 2014 (nog voor de grote toestroom) natuurlijk klein grut. En volgens de politie zijn er ook nog eens vele aanslagen van extreem rechts verijdeld.

Duitse veiligheidsdiensten maken zich om deze redenen veel meer zorgen over mogelijke aanslagen door extreem rechts dan over aanslagen door moslimfanaten. Ze moeten zich daarbij wel in allerlei bochten wringen om de publieke opinie te trosteren, want die is  vooral gefixeerd moslimterreur. Maar de rechtse krachten die met aanslagen en straatgeweld de democratie willen ondermijnen, zijn volgens de experts tot dusver veel gevaarlijker. Rechts opereert effectiever, met meer mensen en veel slimmer verscholen in regionale netwerken van sympathisanten.

Na de recente aanslagen in Frankrijk en België is het goed te begrijpen dat velen zich zorgen maken over terreur uit nam van Allah. Maar laten we het rechts extremisme niet uit het oog verliezen. De zwarthemden staan goed georganiseerd klaar om met alle middelen, inclusief geweld, hun momenten te kiezen om democratie en rechtstaat te ondermijnen. Het is voor hen goed wroeten en stoken in een bange samenleving in verwarring, die aan 1 ‘vijand’ genoeg heeft. (jv)

 

83. ''Die drie negers zitten hier toch ook"'. Racisme: jong geleerd, oud gedaan.

19 juli 2016 


De trein was in Groningen al stampvol vanmorgen. Althans in de tweede klas. Schuin tegenover mij zaten in de eerste klas drie donkere, zeg maar zwarte, twintigers in traininspak. Weten die wel dat ze in de eerste klas zitten, denk je dan willekeurig. Zonder bijbedoelingen natuurlijk. Zoals ik dat ook zou doen bij tokkie-achtIge types. Zou je cultureel profileren kunnen noemen.Heeft niets met kleur van doen. Een beetje gênant is het wel. 


Tussen Groningen en Assen werden de kaartjes van onze drie donkere sportjongens gecontroleerd en, gelukkig, ze de bleken gewoon rechtmatig in de eerste klas te zitten. Later bleek in het gesprek dat het Duitse voetballers waren die voor voetbaltoernooien, en nu via Groningen naar Rotterdam gingen. 


In Assen kwam er nieuw volk de trein in. Een gezinnetje, bestaande uit twee dikke ouders en een sprieterig mannetje, waggelde synchroon door de eerste klas , waar nog plaats was, naar de tweede waar men al stond.

''Hier kunnen we zitten", wees het sprietje.

''Nee, dit is eerste klas", gromde de moeder met minachting.

''Maar die negers zitten hier toch ook", priemde zoonlief. Etnisch profileren begint blijkbaar al op jonge leeftijd.


De vader snoof geforceerd en luchtte zijn hart met dezelfde koddige tongval als zijn ventje: "Ja Sjorsje, zo gaat dat hier in Nederland. Vluchtelingen eerste klas en echte Nederlanders moeten staan in de tweede''. 

De een denkt zoiets alleen maar en schaamt zich daar dan nog een beetje voor. De ander denkt het niet alleen, maar zegt het ook, met overtuiging, en schaamt zich er helemaal niet voor.  Zo vader, zo zoon. Ook bij racisme valt de appel vaak niet ver van de boom. (jv)

82 David Ricardo: geen gezeik, met vrijhandel elk land rijker.

15 juli 2016 

David Ricardo (1772-1823), behoort met Adam Smith en Thomas Malthus tot de invloedrijkste klassieke economen. Ricardo was effectenhandelaar, financier, speculant, politicus en wetenschapper. Zijn belangrijkste bijdrage aan de economische wetenschap is de wet van het comparatieve voordeel, uitgewerkt in zijn belangrijkste werk “On the Principles of Political Economy and Taxation “(1817).

In deze wet wordt onderbouwd dat vrijhandel en specialisatie voor alle betrokken landen extra welvaart opleveren en dus voor alle landen voordeliger zijn dan protectie. Want als elk land vooral de eigen markt gaat beschermen, worden de opbrengsten van internationale handel gemist. Volgens Ricardo’s is elk land altijd beter af door zich te specialiseren in die producten waar men het beste in is en daarin handel te drijven met andere landen.

Ricardo’s theorie vormt in feite de basis voor de Europese interne markt. Op deze markt geldt een vrij verkeer van goederen, diensten, kapitaal en arbeidskrachten. Om de markt fair en goed te laten functioneren is er een omvangrijke set bindende afspraken gemaakt. Alle 28 aangesloten landen moeten zich aan alle afspraken houden. Selectief shoppen is niet aan de orde. De afspraken hebben o.a. betrekking op kwaliteit, veiligheid, productspecificaties, controles en de harmonisatie van handelsregels.

Als de producten en diensten aan de voorwaarden voldoen, kunnen ze zonder tijdrovende (grens-)controles, aanvullende regels, administratief ‘gedoe’ of importheffingen in alle andere landen worden afgezet. En bedrijven en werknemers kunnen in elk ander land, onder de zelfde spelregels, hun diensten aanbieden. Er kan dus binnen de hele vrije markt worden geconcurreerd op prijs, kwaliteit, betrouwbaarheid en snelheid. De welvaartswinst die deze vrije markt heeft gebracht is evident. In de loop der jaren is er zo’n onderlinge verwevenheid tussen de 28 economieën gegroeid, dat landen die zich hier uit los willen wurmen een groot welvaartsverlies moeten accepteren.

Nu zijn er krachten die de vrije markt sterk willen beperken, dan wel geheel om zeep willen helpen. De ‘beperkers’ maken zich schuldig aan ‘cherry picking’. Wel de lusten, maar niet de lasten. B.v. wel vrij verkeer van goederen en diensten op basis van concurrentie, maar geen vrij verkeer van arbeidskrachten. Dus Britse consultancybureaus moeten wel in Polen opdrachten kunnen uitvoeren (wat hun Poolse concurrenten niet altijd leuk vinden), maar Poolse arbeidskrachten zouden zich niet op de Britse arbeidsmarkt mogen aanbieden, want dat zou wel eens ten koste van Britse werknemers kunnen gaan. Britten moeten dus wel geld in Polen kunnen verdienen, maar Polen niet in GB. Ook de Britten moeten toch weten dat niemand hier in trapt. De fabel is ze wel verkocht.

De Nexiters die vinden dat Nederland uit de EU moet, maken het nog bonter dan de ‘beperkers’. Zij zijn van mening dat wij onze eigen markten/bedrijven/ werknemers moeten beschermen  tegen de concurrenten van buiten. Maar zouden ze door hebben, dat als elk land dat doet, de internationale handel opdroogt? Het feit dat Nederland 30% van haar welvaart in het buitenland verdient, is blijkbaar niet relevant voor deze club. 

Tamelijk bizar is de gedachte van de Nexiters dat als Nederland is uitgetreden wij betere handelsverdragen kunnen afsluiten met de EU. Ze zien ons aankomen. Wat voor belang hebben de andere lidstaten daarbij? Ze zullen ons via Brussel uitwringen.

Ook onzinnig is de verwachting van de Nexiters dat als de vrije Europese markt eenmaal is geliquideerd, we ‘gewoon’ bilaterale handelsverdragen met elkaar gaan sluiten. Stel je voor dat elk EU-land voor elk product aparte afspraken zou moeten maken met de 27 andere EU-landen afzonderlijk. En dat moet dan allemaal in 28 landen afzonderlijk geadministreerd en gecontroleerd worden. Als dit al binnen een jaar of vijf zou lukken, wordt het een administratieve puinhoop. Het is te complex.

De relatief kleine administratieve eenheid die de geharmoniseerde regels nu vanuit Brussel bewaakt, wordt dan vervangen door 28 eenheden die vanuit 28 lidstaten een oerwoud van regels moet opstellen en handhaven. In dat doolhof gaat zeker het MKB nooit haar weg vinden. Van soepele export en import transacties zal geen sprake meer zijn. We zetten de klok 25 jaar terug.

Wat de Brexiters, Nexiters maar ook de eurosceptici willen, zal leiden tot een stagnatie van de Europese handel, een groot welvaartsverlies, herinvoering van tijdrovende grenscontroles, opkomend nationalisme en Europese landen die weer dreigend tegenover elkaar komen te staan.  Het is zeer de vraag of de chaos die zal ontstaan nog te managen is. 28 landen gaan in verschillende coalities hun eigen korte termijn belangen weer laten prevaleren. Omdat Europa dan als machtsblok in de geopolitieke wereld helemaal geen rol meer speelt en economisch zal wegzakken, gaan we ons als natiestaten weer op elkaar richten. Daar hebben we vele eeuwen ervaring mee. Bloedige.

Politici zouden de denkbeelden van David Ricardo misschien wat meer moeten benutten om met inspirerende verhalen voor het grote publiek duidelijk te maken dat een sterke gemeenschappelijke markt met vrij verkeer van goederen, diensten en arbeid de welvaart van alle landen het best dient. En dat we er dan niet alleen de kersen uit kunnen pikken. Poolse stukadoors hebben evenveel recht om hier hun geld te verdienen als de directie/aandeelhouders/ werknemers van 'onze' BosKalis in Polen. Beide landen worden daar beter van. (jv)

81 Onderzoek Harvard misbruikt in racismedebat?

12 juli 2016

Donkere Amerikanen lopen een grotere kans door de politie te worden doodgeschoten dan witte. Althans, dat is de overheersende gedachte. Mij is ook geen serieus onderzoek bekend op basis waarvan dit beeld bijgesteld zou moeten worden. 

Echter, deze week, op het hoogtepunt van het racismedebat in de VS, komt als een duveltje uit een doosje een onderzoek dat de indruk wekt dat het misschien toch wel 'meevalt' met dat racisme bij de politie. Het gaat om een onderzoek van de  Afro-Amerikaanse wetenschapper, Roland Fryer van Harvard. Een van zijn conclusies (en natuurlijk een prachtige krantenkop): “Zwarten en Spaanstaligen lopen geen groter risico om door politiekogels gedood te worden dan blanken”. Dit verrassende onderzoeksresultaat werd prominent gepubliceerd in de New York Times en ook de Nederlandse media hebben er ruim aandacht aan besteed.

Het gaat er nu even niet om of dit onderzoek puur toevallig, en los van de rellen, juist op dit moment naar buiten is gebracht of dat er sprake is van een uitgekiende marketing vanuit Harvard. Waar het wel om gaat, is of de bevindingen van Fryer wetenschappelijk betrouwbaar zijn. Want natuurlijk is er grote behoefte aan de-escalatie van het racismedebat, maar dat betekent niet dat de wetenschap daarvoor misbruikt mag worden.

Er is veel kritiek op het onderzoek gekomen van andere wetenschappers. Niet alleen statistische kritiek, maar ook bij het feit dat het onderzoek zich beperkt tot New York worden grote vraagtekens geplaatst. In dat corps zou er een ‘andere sfeer’ heersen dan bij de politiecorpsen in het evident racistische Zuiden. Dus het is twijfelachtig of de uitkomsten representatief zijn voor het Amerika buiten New York.

Roland Fryer schrok zelf van de resultaten, zei ie. Maar nuanceerde zijn spectaculaire scoop ook weer behoorlijk door er op te wijzen dat zwarten wel een veel hogere kans hebben om met geweld staande gehouden te worden. Zelfs in New York dus. En als ze eenmaal staande zijn gehouden, hebben ze 24% meer kans om een pistool tegen het hoofd bedrukt te krijgen of met geweld tegen de grond gewerkt te worden. Maar, gelukkig, als die grotere aantallen zwarten dan eenmaal met het pistool tegen het hoofd op de grond liggen, hebben ze evenveel kans om doodgeschoten te worden als een blanke. Althans in het ‘minder racistische’ New York. Dat is een hele geruststelling voor de zwarten daar. Maar hoe komt Fryer eigenlijk aan deze inzichten?

Zijn onderzoek is gebaseerd op politiedossiers van het New Yorkse politiecorps!!?? Wie zouden die dossiers hebben opgesteld? De agenten zelf natuurlijk. Op basis van wiens waarnemingen? Precies, die van de betrokken agenten. Van wie anders? Dat zal vast eerlijk en objectief zijn gegaan, maar toch een typisch gevalletje van een slager die eerst zijn eigen vlees keurt, om het pas daarna door anderen te laten keuren, als de slechte stukken er uitgevist zijn of een smaakinjectie hebben gekregen. Als deze databasis al niet deugt, hoe kan Fryer dan tot wetenschappelijk verantwoorde conclusies zijn gekomen?

Natuurlijk moet elk wetenschappelijk bewijs dat het met racisme bij de politie in de VS ‘wel meevalt’ serieus worden genomen en, als het klopt, met vreugde worden begroet. Maar dan moet het wel gaan om degelijk, representatief onderzoek.  

Het heeft natuurlijk niets met wetenschap te maken, maar opvallend is wel dat er tussen die vele filmpjes die er zijn gemaakt van blanke agenten die ongewapende arrestanten doodschieten blijkbaar geen enkele zit waarin een ongewapende blanke het slachtoffer is. Dus: of ongewapende aangehouden blanken worden niet in significante aantallen op die manier door de politie doodgeschoten, of er is bij hen toevallig nooit een mobieltje of gevelcamera in de buurt om het te filmen. Kies de meest geloofwaardige optie. (jv)

80 Racisme zit diep in de blanke genen

10  juli 2016 

Waarom roept het doodschieten van vijf blanke politieagenten door een zwarte man in de VS bij blanken zoveel meer woede op dan het doodschieten van een paar honderd ongewapende zwarte burgers door blanke agenten? Het is natuurlijk een vraag naar de bekende weg. Het blanke brein werkt blijkbaar zo dat het leven van een blanke politieman veel meer waard wordt gevonden dan dat van een zwarte medeburger. Voor het doodmaken van een zwarte door een agent wordt ook altijd wel een rechtvaardigingsgrond gevonden. Zo blijkt bij de rechtszaken. Al is ie nog zo onschuldig, hij/zij behoort toch tot een etnische groep die het slecht doet in de misdaadstatistieken. Dus bij voorbaat verdacht en extra kwetsbaar. Een onverwachtse beweging of een verkeerd woord en het kan gebeurd zijn. De agent doet slechts zijn plicht en waar gehakt wordt vallen spaanders. Alle begrip. Toch?

Het was weer raak verleden week en het went nooit. Je ziet beelden van een blanke agent bij een zwarte man. Volgens de omstanders schoot de agent de man dood, toen ie met zijn beide handen in de lucht uit zijn auto kwam. Vervolgens zie je beelden van een blanke agent die een zwart gezin in een auto heeft aangehouden. Er was iets met zijn achterlicht. Zonder aanleiding wordt de man dan meerdere keren aangeschoten als hij zijn ID-kaart uit zijn broekzak wil halen en vervolgens, als ie er halfdood bijhangt, agressief door de agent toegeblaft. Hij overlijdt later in het ziekenhuis. Zijn vrouw heeft een groot deel van het gebeuren gefilmd. Doodsbang dochtertjes op de achterbank. Zelfs de politiecommissaris sprak van vreselijke beelden.

Dit zijn geen incidenten. Dit gebeurt in de VS dus bijna elke dag. Structureel racistisch geweld door de overwegend blanke politie. The Guardian heeft er statistieken van bijgehouden. In 2015 zijn er de VS 1134 mensen door de politie gedood. Vaak ongewapende burgers, waarvan die met een donkere kleur sterk waren oververtegenwoordigd.

Na elke rapportage over een moord van een blanke agent op een ongewapende zwarte burger, vraag je je af: waarom doen ze dit? Haat? Onverschilligheid? Angst? Uit voorzorg? Opvallend is ook het vaak intimiderende en provocerende karakter van dit politiegeweld. Alsof ze een statement willen maken. Blijkbaar is de aandrang om gewelddadig op te treden zo groot dat ze zich niet druk maken om hun imago. Ze weten dat er tegenwoordig een grote kans is dat hun brute optredens met mobieltjes gefilmd worden en in no time naar de media gaan. Maar dit schrikt ze niet af. Ze worden ook bijna altijd vrijgesproken door de, meestal overwegend blanke, jury. Dus veel risico’s lopen ze niet. En in het corps verhoogt het hun status.

Schokkend onrecht. En toch zijn er ook buiten de buiten de groep van evidente racisten grote groepen blanken die dit extreme politiegeweld goed praten of er op z’n minst begrip voor hebben. Ze kunnen zich nu eenmaal beter verplaatsten in de instincten van de blanke agent dan in de angst van het zwarte slachtoffer. Blank roept meer compassie bij ze op dan zwart. Of ze maken zich er van af met drogredeneringen in de trant van: “die agent had misschien slechte ervaringen met zwarten” of “we horen het maar van een kant” of “er was vast meer aan de hand”. En ze kunnen het zich niet voorstellen dat er in de VS veel agenten zijn die zwarten gewoon minderwaardig vinden en hen ook als zodanig behandelen.

Uit die drogredeneringen blijkt dat je onrecht zodanig kunt gaan nuanceren dat het verschil tussen dader en slachtoffer verdwijnt of dat de rollen zelfs worden omgedraaid. Zo werkt het blanke brein van velen. Altijd zoeken naar argumenten om slecht gedrag goed te praten. Maar soms is de werkelijkheid voor niet-racisten erg simpel: een politieman die gericht een ongewapende burger die op de grond ligt of wegloopt doodschiet, begaat in beginsel een misdaad. Ethisch en juridisch. 

In Dallas heeft een doorgedraaide zwarte man verleden week donderdag vijf blanke agenten doodgeschoten. Hij heeft verklaard al het onrecht van de politie tegen zwarte burgers niet meer te kunnen aanzien. Hij is inmiddels zonder vorm van proces geëxecuteerd door een bomrobot. Was ie gepakt en voor het gerecht gebracht, was het waarschijnlijk ook de doodstraf geworden of levenslang. Want de jury zou voor deze zwarte man geen verzachtende omstandigheden hebben  geaccepteerd.  De beide agenten die deze week ‘hun plicht’ deden, worden natuurlijk vrijgesproken. Zo werkt het recht van de sterkste. (jv)

PS

Een grappig tafereeltje dit weekend bij het EK Atletiek. Iedere toeschouwer moet bij de ingang van het stadion zijn rugzak laten controleren. Formeel ook de atleten. Maar die zijn zo bekend dat ze meestal kunnen doorlopen. Bij de controle werd zaterdag een groepje Nederlandse atleten gefilmd. Tot ieders verbazing moest de populaire en bekende Churandi Martina in zijn rugzakje laten kijken. Vervolgens was Daphne Schippers aan de beurt. Ze lachte een beetje naar de controleur en kon gewoon doorlopen zonder dat ie in haar rugzak wilde kijken. Van Daphne hoefde je immers niet te verwachten dat er een bommetje in zat. 

79 Dromen zijn bedrog. En het leven overdag een illusie?

9 juli 2016

Dromen doe ik (geloof ik) weinig. Althans, ik ben me er niet van bewust. En als ik al eens het gevoel heb dat ik heb gedroomd, dan herinner ik me er maar weinig van. Hooguit een vaag idee en  een wat somber gevoel als ik van de slaap- naar de doezelstand glij. Er was iets, maar wat of waarom precies weet ik niet meer. Ik wilde hard weglopen voor gevaar, maar leek wel vastgeplakt aan de grond.  Ik had een raar mobieltje van een ander waar ik niets mee kon.  Zat in m’n vorige huis, maar wist niet wat ik er deed. Mensen deden vervelend tegen me. Die vage dingen, die me overdag nooit overkomen.

Maar een doodenkele keer weet ik in de doezelstand nog vrij precies wat er daarvoor in de REM-slaapstand door het brein spookte. Soms met bizarre details. Bijna altijd zijn het chaotische, irrationele en/of angstige ervaringen. Situaties die ik nooit in de klauw heb. Vrolijke dromen kan ik mij niet herinneren. Terwijl ik overdag toch een vrolijke type ben. :-)

Vannacht  doolde ik door het Groningse provinciehuis. Was er al twee jaar niet geweest. Daarvoor 25 jaar wel. Dus het werd weer eens tijd werd er in het brein blijkbaar gedacht.  Het provinciehuis is een overzichtelijk complex waar ik elke ruimte kan uittekenen,  en waar nooit iets spannends of onverwachts gebeurt.  

Maar vannacht was het een groot doolhof, dat gaandeweg mijn ronddwalen almaar groter, veelvormiger, kleurrijker en enger werd. Het groeide uit tot een labyrint van gangen, kamers, vreemde ruimtes en nog vreemdere mensen. Ze deden van alles, drinken, lachen, lullen, lallen, vrijen, ruzie maken, alles, behalve werken. Ik had, geloof ik, niet de behoefte meer om daar iets van te zeggen. Ook dieren liepen er rond. Het was een aaneenschakeling  van surrealistische Jeroen Bosch taferelen.

Hoewel ik het allemaal  wel vreemd, maar ook weer niet abnormaal vond,  voelde ik me wel opgejaagd. Ik had om 5.30 met H. afgesproken en wilde perse op tijd zijn . Ik zou haar op een terras ontmoeten, 10 minuten lopen van het provinciehuis.  Was aan de late kant, dus met een stevige pas liep ik door het gebouw. Maar op een zeker moment was ik totaal de weg kwijt (eerst letterlijk, maar later ook figuurlijk) en wist niet meer waar ik er uit moest. Er bleken ineens vele uitgangen te zijn, tien werd er gezegd, terwijl het er  ‘in mijn tijd’ maar twee waren. Elke keer bleek ik weer bij de verkeerde uitgang aan te komen. Steeds meer paniek.

Ik moest  het gaan vragen. Toen zag ik dat er zomaar ook allemaal winkels in het provinciehuis bleken te zitten. Het ging gaandeweg de droom steeds meer op een Turkse bazaar lijken. En kijk, daar zelfs een AH. Ik vroeg aan een verkoopster hoe ik bij de uitgang voor de markt kwam. Ze zei dat ze dat alleen mocht zeggen als ik voor minsten € 25 aan boodschappen had gekocht. Dus ik pakte een karretje, laadde er voor dat bedrag snel en lukraak dingen in, rekende af en kreeg uitgelegd hoe ik naar de goede uitgang moest lopen.

Ik scheurde met het  volgeladen AH-karretje richting die uitgang, maar zat al snel weer op een dwaalspoor. De paniek werd steeds groter, ik was nu al ver over de afgesproken tijd. En de druk op de blaas werd ook steeds groter. Dus eerst een WC zoeken.  Overal vragen waar ik die kon vinden. Niemand wist het en of wilde het zeggen. Wel hard lachen natuurlijk. De druk op de blaas werd nu onverantwoord groot.

Ik zag een ex-collega. Een grote zak. Maar ik maakte me klein, vernederde me zelfs een beetje, eindeloos lullen en hij wees me de weg naar een WC. Weer rennen met een volle kar en een volle blaas. WC eindelijk gevonden. Twee naast elkaar zelfs.. ….Beide gesloten. Je moest er een muntstuk ingooien. Griekse drachmen!!? Hoe dit precies verder ging en hoe is afgelopen, kon ik me niet meer herinneren.  

Uiteindelijk wilde ik een taxi bellen, zodat ik de verloren tijd kon inhalen. Maar toen ik het nummer wilde draaien, bleek ik een vreemd mobieltje te hebben, met rare toetsen en zonder het ingeprogrammeerde nummer van mijn taximannetje. Waar was mijn eigen mobiel? Ineens kreeg ik , zonder een nummer gedrukt  te hebben, toch een taximannetje aan de lijn. Alles kan in een droom. Hij wilde me wel op komen halen, maar bij welke uitgang kwam ik naar buiten. Wist er geen antwoord op te geven. Ik was ten einde raad.

Maar gelukkig werd de druk op de blaas zo groot dat ik via de doezeltoestand  plotseling klaarwakker werd en snel naar de eigen WC kon sprinten. Die kon ik wel vinden. En deze  deur ging open, zonder drachmen. Net op tijd. Het had geen seconde langer moeten duren. Achteraf gezien maar goed dat die WC-deur in mijn droom dicht bleef. Na het legen van de blaas, weer verder doezelen en allerlei details van de droom kwamen naar boven. Vasthouden. Opschrijven. 

Er zijn filosofen die niet uitsluiten dat wij permanent in een droom leven. Wanneer we denken dat we wakker worden, stappen we eigenlijk van de ene (vage) illusie in een andere, heel tastbare illusie. En dromen dan die illusie dan de hele dag door.  Mij maakt het niets uit of het dagelijks leven ‘echt’ is of een gedroomde illusie. Als ik maar niet ‘naar’ droom en op tijd mijn blaas kan legen. (jv)

78 Egootjes laten college B&W Gouda vallen. Uit eigen belang?

8 juli 2016

Het imago van mijn geboortestad Gouda is de laatste jaren fors verbeterd. Ze zijn op de landelijke ‘positieve’ lijstjes geklommen en gedaald op ‘negatieve’ lijstjes , zoals b.v. die met de cijfers inzake de misdaad en het straatgeweld. Gouda heeft  prijzen gewonnen, b.v. die van beste ‘oude binnenstad’. En ‘het gedoe’ met de Nederlandse Marokkanen is tot normale proporties teruggebracht en wordt in de media niet meer uitvergroot. 

Dit alles is mede te danken aan ‘actief  beleid’, aan een sterke burgemeester die uitstekend ligt bij de bevolking, maar ook aan het college van wethouders, dat nu al een jaar of twee goed bezig is. Zo goed dat een aantal egootjes in de raad het blijkbaar beter vond om het college nu te laten struikelen. Dat klink misschien niet logisch en wat cryptisch, maar wat is er gebeurd?

Gisteren in Gouda het college van B&W gevallen. Als zoiets gebeurt zijn er vaak duidelijke redenen aan te wijzen. Men verschilt te zeer van visie over de te volgen koers. Er is een onoverbrugbaar verschil van mening over een concreet raadsvoorstel. Of men kan persoonlijk niet meer door een deur. In dat laatste geval probeer je via een personele wisseling de zaken weer in harmonie te krijgen.

Het blijft het voor niet-ingewijden uiterst vaag wat de oorzaken van de breuk zijn. De media kunnen er niets van maken. Er blijkt geen belangrijk dossier te zijn waarover de meningsverschillen zo onoverbrugbaar groot zijn dat het een bestuurlijke puinhoop legitimeert.

De enige redenen die door raadsleden werden genoemd waren ‘miscommunicatie’ en ‘de VVD kon haar stempel te weinig op het beleid drukken’. Twee redenen die je toch niet durft te noemen als aanleiding om een stad onbestuurbaar te maken.  De echte redenen zijn dus waarschijnlijk zo voos of gênant, dat ze niet naar buiten zullen komen.

In dit soort situaties gaat het dan bijna altijd om redenen die te maken hebben met wraak, rancune, domheid of directe  persoonlijke belangen. W.b dit laatste punt: ik sluit niet uit dat er tussen de breukveroorzakers egootjes zitten die zelf ook graag wel eens  het college in willen. Die kans zou kleiner worden als dit college haar werk de komende twee jaar goed zou afmaken. Er was dus maar een oplossing: nu de stekker eruit, er een vaag verhaal bij bedenken en werken aan een nieuw college waarin je dan zelf komt te zitten.

Ik hoop dat hier goede onderzoeksjournalistiek op gezet wordt. En dat de schuldigen met naming en shaming plus pek en veren gestraft worden voor het feit dat ze de bestuurbaarheid van de stad waar ik achttien jaar heb gewoond, hebben opgeofferd aan hun eigen kleine belangetjes. Dit soort politici bezorgen de politiek een slechte naam. (jv; ook geplaatst in AD 8 juli)

77 “De” PvdA bestaat niet.

7 juli 2016 

Een fragment van de website van de PvdA.

Een ex-PvdA-er met de schuilnaam “ikke” liet mij, na een heftige digitale uitwisseling van standpunten weten: “Denkt u nu werkelijk dat uw ideeën de partij vertegenwoordigen? Tel dan het aantal positieve reacties op de PvdA-site maar eens”. Het was verstandige vraag, die ik me goed kon voorstellen na alles wat ik daarvoor had gemeld en de reacties er op van tig ex-PvdA-stemmers. Die waren  llemaal boos tot zeer boos op de PvdA. En na verloop van tijd ook op mij. In hun reacties waren ze de redelijkheid en het genuanceerd denken inmiddels al ver voorbij.

Op de PvdA-site laten degenen die het optreden van de PvdA in dit kabinet ondersteunen zich nauwelijks horen. Als je de hele dag werkt heb je ook wel wat beters te doen. En misschien hebben de positivo’s er ook helemaal geen zin in om verzeild te raken in schelpartijen. De bashers domineren dus. In die zin had ‘ikke” een punt: zijn anti-PvdA retoriek kreeg op de PvdA-site verreweg de meeste bijval. 

Ik heb “ikke” het volgende geantwoord.

"De” PvdA bestaat niet. Er zijn meerdere PvdA’s. Het onverwachts sterke, bijna surrealistische verkiezingsresultaat van Samsom vier jaar geleden (38 zetels, terwijl hij in de eerste peilingen niet boven de 20 uitkwam) betekende dat er erg veel nieuwe kiezers naar de PvdA waren uitgeweken. Met torenhoge verwachtingen. Die konden natuurlijk nooit waargemaakt worden. Na een paar jaar kabinetsbeleid groeiden er daarom verschillende stromingen binnen het PvdA-kiezersvolk. De realisten, de twijfelaars, de teleurgestelden, de weglopers en de haters.

Maar ook binnen de groep actieve partijleden zijn er stromingen ontstaan die nogal verschillend denken over de gekozen koers, het beleid, de uitvoering, de stijl van politiek bedrijven, de gesloten compromissen, de gewenste solidariteit met de ‘onderklasse’ etc. En het is maar zeer de vraag of die verschillende stromingen het in 1 partij met elkaar kunnen rooien. Ik denk van niet.

Hoe weten we nu welke stroming de meeste aanhang heeft? Als de hoeveelheid bagger op de sociale media maatgevend is voor hoe er gedacht wordt over de partij en de gemaakte keuzes door dit kabinet, dan kan de PvdA de tent wel sluiten. En al die peilingen van de Hond geven ook wel een indicatie van de huidige onvrede, maar een briljante campagne zou dat zo maar kunnen veranderen. Hoewel ik niet echt in wonderen geloof. Samsom kan nog steeds niet over water lopen. En Asscher ook niet. Aboutaleb? Niet doen. Dat wordt een 'Cohennetje.Gewoon doorgaan met Samsom en het verlies nemen.

De verkiezing maart volgend jaar is wel de ultieme test. dan wordt er echt afgerekend. Dan wordt duidelijk wat de toekomstige machtspositie van de PvdA is. Daar moeten de trouwe aanhangers niet optimistisch over zijn. 

Hoe groot is de harde, trouwe kern van de PvdA? Mijn inschatting is dat de PvdA volgend jaar, met een beetje mazzel, niet meer dan gehalveerd zal worden en op ca 15 zetels zal uitkomen. Dus zo’n 10% van de TK-zetels. Teleurstellend natuurlijk, maar soms zijn er machten en krachten waar je als partij niet tegen op kan. Ik denk dat die 15 zetels (plus of min 3) de vaste basis voor de PvdA gaan worden. Dan hebben we het over ongeveer 1 miljoen van de opkomende 9.5 miljoen kiezers (bij 75%).

Die 1 miljoen is, denk ik, de maximale omvang van de kiezersgroep die bereid is om de (verschillende) belangen van de hoge, midden en lage inkomens met elkaar te verbinden. Solidariteit met de zwaksten in binnen- en buitenland, gekoppeld aan een sterke economie, om die solidariteit te kunnen betalen. Sociaal betrokken economische realisten dus.

Deze harde PvdA-kern durft ook in slechte tijden mee te regeren en impopulaire maatregelen te steunen om de economie sterk te houden. Want het geld moet wel eerst verdiend worden. Maar, ook meedoen in het besef dat als je niet meedoet en links aan de kant blijft staan, het beleid nog harder/rechtser wordt. En dat is niet in het belang van de ‘onderkant’. M.a.w. de harde kern is zowel principieel als pragmatisch. Een PvdA met deze uitgangspunten is m.i. de enige PvdA die bestaansrecht heeft.

Dus volgend jaar zo mogelijk gewoon meedoen met een kabinet met VVD, D66 en CDA.  (we mogen overigens al blij zijn als zo’n combinatie meer dan 76 zetels haalt)

Maar het dilemma blijft. Kiest de PvdA voor een linkser beleid dan nu in haar programma is vastgelegd, dan loopt de rechterflank leeg richting D66 of VVD. Wordt gekozen voor een middenkoers (zoals in dit kabinet) dan gaat de linkerflank naar de SP of GL. (of de PVV). Dit was alleen te voorkomen door buiten het kabinet te blijven. Wel schone handen. Wel groot. Maar irrelevant.

Want alleen met meebesturen kun je zaken ook echt veranderen/verbeteren. Als is het maar ‘een beetje’. Als de PvdA niet wil meebesturen omdat ze bang is voor vuile handen, moet ze zich direct opheffen.

Mijn hoop is dat de PvdA kiest voor de status quo, vasthoudt aan haar huidige (gematigd linkse) uitgangspunten en niet verder opschuift naar links. Dan dreigt de partij een soort SP-light te worden en kun je net zo goed met die partij fuseren.

Tot zover mijn reactie aan “ikke”. De discussie ging vervolgens nog even door, maar we bleven ver van elkaar verwijderd. Vooral over de vraag of het voor de ‘onderkant’ beter was geweest als de PvdA niet in het kabinet met de VVD was gestapt. Ik koos voor “beter kleine stapjes vooruit met de PvdA, dan stappen achteruit met een ‘echt rechts’ kabinet zonder de PvdA”. Hij koos voor "wegblijven bij rechts, geen vuile handen maken’ en (dus) voor een soort ‘verelendung' van de onderklasse". In zekere zin zijn dat twee overzichtelijke opties. (jv) 

76 Een paar statements

1. "Een communist heeft Marx gelezen. Een anti-communist heeft Marx begrepen." Swetlana Alexijwitsj


2. "Het leven is een casino. Het toeval is bepalend". Arnold Grünberg


3. "Ik hoop dat u mijn principes op prijs stelt, anders heb ik nog wel een paar andere". Groucho Marx


4. Als ik tegen mijn familie zeg: "90% van de mensen met longkanker heeft gerookt", proberen zij bijdehand te wezen met: "maar slechts 10% van de mensen die rookt krijgt longkanker". Uitgeluld. jv 


5. "Als een democratie nooit meer bereid is oorlog te voeren, lokt zij een oorlog gestart door dictators uit. Vandaag pacifisme, betekent morgen meer oorlog”. Elie Wiesel


6. "Ik zou nooit lid van een club willen worden die mij als lid accepteert". Groucho Marx. 


7. Het was maar een ideetje zei Marx tegen Stalin en Mao, terwijl hij vanuit de hemel wees naar hun rokende puinhopen met ontelbaar miljoenen vermoorde mensen".

75 Niet verzopen dankzij toeval en Hond

Oma en opa Abee, pa en ma, oom Ank, Bee, Joop, Frank, jv + paard 1952 Winterdijk

3 juli 2016 

Begin vijftiger jaren. Exotische herinneringen aan het leven op de boerderij aan de Winterdijk. We woonden daar een aantal jaren een deel van de week in bij opa en oma A. Het was een arcadisch paradijsje aan de rand van Gouda. Met koeien, varkens, kippen, eenden, geiten, katten, het paard, Hond en ‘knecht’ van Dool.

Hond was mijn trouwe bewaker, die buiten nooit meer dan een meter of twee bij me vandaan was. Het was een grote boerderijhond, die zijn ogen altijd strak op mij gericht hield, al mijn bewegingen scherp volgde en voortdurend speurende naar iets dat mij zou kunnen bedreigen. Kon alles met 'm doen. ‘Knecht’ van Dool was een aardige, oudere man, met weinig tanden, die altijd pruimtabak kauwde en zwarte sap spuugde. Broek tot ver boven de navel, omhoog gehouden door bretellen. Net als bij mijn opa op de foto. Ik zou soms willen dat ik kon schilderen. Moet het nu doen met mooie zwart-wit foto's uit die tijd. Zoals bovenstaande met een aantal bewoners van de boerderij op en naast het paard. Ik, twee jaar?, er op. Zeven zijn er dood, waaronder het paard. Vierenzestig jaar geleden. 

De boerderij was omringt door weilanden, slootjes en smalle weggetjes. En ik was omringd door mensen die mij vertroetelden: mijn jonge moeder, grootouders, neven en nichten. En van Dool dus. Pa zat doordeweeks voor zijn werk ergens in andere delen van Nederland en kwam alleen in de weekenden thuis. Dan gingen we naar onze flat. Ook leuk. Maar ik vond de boerderij toen veel leuker. Ik leefde daar, volgens de overlevering, als een soort Arabisch prinsje. In het middelpunt van ieders belangstelling.

Vele herinneringen aan de Winterdijk. Drie ervan kan ik zo gedetailleerd naar boven halen, dat ik er een filmpje over zou kunnen maken: het doodmaken van mijn vriendjes, de fatale val van mijn broertje Ank en mijn bijna-verzuipen. Deze gebeurtenissen speelden zich af tussen mijn derde en vijfde levensjaar.

Het doodmaken van de eenden was een jaarlijks ritueel. De beestjes werden gefokt voor de slacht. Overdag liepen ze vrij rond. ‘s Nachts zaten ze opgehokt in een grote schuur. En eenmaal per jaar werden deze leuke waggelaars en masse getermineerd. Niet gewoon humaan door ze te vergassen, nee dat ging toen een tikkie ambachtelijker.

Allereest moest de eend worden gevangen, wat niet simpel was, want de beestjes voelden nauurlijk al bij het begin van de slachtpartij nattigheid en renden gillend alle kanten op. Maar vluchten kon niet meer, want de grote schuur was volledig afgesloten. De beulen pakten de gevangen eend vervolgens bij de poten en sloegen het kopje van het wild spartelende diertje met een harde klap tegen een houten paal tot moes. Bloed en hersendeeltjes spatten alle kanten op. Nekje en kopje hingen er dan, als de slag welgemikt was, slap bij. Maar het lukte niet altijd in een keer. Dan sloeg men nog een keer. En zo nodig nog een keer. Net zo lang tot de eend geen teken van leven meer gaf. De kop werd er dan afgesneden. Job done. En dat een paar honderd maal.

Een man of vier, waaronder mijn opa en die aardige van Dool waren daar, in mijn herinnering, uren mee bezig. Vreselijke, Fellini-achtig taferelen. Ik kan niet anders dan verbijsterd zijn geweest. Die eenden waren mijn vriendjes, die altijd om mij heen liepen als ik op het erf speelde. Ze pikten het brood uit mijn handen. Pikten plagerig in mijn kuiten. En dan ineens zo’n bloedbad onder al die doodsbang rondrennde snateraars.  

Dan de val van broer Ank. Hij twee jaar? Ik vijf? Heb de val zelf niet gezien, maar zag ‘m na het gebeuren wel op de binnenplaats liggen. Een soort molshoopje mens. Bewegingsloos. Hij was aan het spelen op de tweede verdieping van de boerderij. Op de hooizolder. Daar stond een deur, die vroeger naar een ander vertrek leidde, op een kier. Maar het deel van de boerderij met dat andere vertrek was enige tijd daarvoor gesloopt en via die deur kwam je nu uit op……’niets’. Leegte. Keek je naar beneden dan zag je een stenen plaats waar werkzaamheden werden verricht.

Maar wist broertje Ank veel . Hij schuifelde over de hooizolder, tante Alie lette even niet op, Ank duwde de deur open, stapte in het luchtledige en donderde een meter of zes naar beneden met z’n koppie op de stenen. Bungeejumpen zonder elastiek. Een harde klap, zoals bij die eenden tegen de paal.

Ik herinner me de paniek, de schreeuwende mensen, een huilende ma, een optredende oma. Ankie werd in een ziekenwagen getild en heeft vele weken plat op bed gelegen, vastgesnoerd in een tuigje. Soms wild schreeuwend, dan weer versuft. Rare dingen murmelend. Zware hersenschudding, zei men. Later dacht ik wel eens: of ook een hersenbeschadiging? Maar dat onderzocht men toen blijkbaar nog niet. Ank kon in ieder geval niet naar de HBS of MULO. Misschien had hij zonder die val wel een wetenschapper kunnen worden. Maar hij liep door een deur het luchtledige in. Een deur die bijna altijd op slot was. Hij had pech op de Winterdijk. Er was toen wel een tijdje verdriet. 

Niet zozeer verdrietig, maar bizar is mijn bijna-dood-ervaring, of iets wat daar bij in de buurt komt. Wel vooraf de kanttekening dat ik niet meer weet welk deel van het gebeuren ik me nog herinner als een eigen waarneming en welk deel me vroeger zo vaak verteld is dat ik het als een bewuste eigen herinneringen ben gaan beschouwen. Maakt niet veel uit, het gaat om de feiten.

Ma, oma, ik en Hond waren aan de wandel aan de Winterdijk. Een smal pad, met aan weerskanten de wetering, bijna volledig dichtgegroeid met groen kroos. De ene keer waggelde Jantje voor de troepen uit, de andere keer bleef ie er achter. Dingen bestuderend. Op enig moment was ik verdwenen. Ik bleek de wetering te zijn ingelopen en was volledig onder het felgroene kroos verdwenen. Waarom? Kan ik me niet meer herinneren. Misschien dacht ik wel een grasveldje op te lopen.

Toen ma en oma mij (na enige tijd) niet meer zagen, waren ze (hoorde ik later) eerst verbaasd (waar was dat ventje nou weer?) en toen verlamd van angst. Wisten niet wat te doen. Tot Hond ineens een duik nam, onder het kroos verdween en even later weer met mij boven kwam. Hoe lang ik onder water ben geweest? Niemand had een stopwatch ingedrukt. De schattingen liepen uiteen van twee tot vier minuten. Zelf heb ik natuurlijk geen idee. Men zegt dat ik, eenmaal weer veilig op de kant, een tijdje geen teken van leven gaf. Was ik buiten bewustzijn? Of wilde ik ze laten schrikken? (Want de humor zat er al vroeg in.) Maar al snel deed ik weer normaal. Reageerde tamelijk laconiek, zei men. Tuurlijk 😀 Ben wel altijd een waterratje gebleven.

Pas heel veel later dacht ik: als Hond er niet was geweest, was ik er zeer waarschijnlijk ook niet meer geweest. En zulks soort toeval is toch wel de rode draad in mijn bestaan gebleven.  (jv)

74 Discussieplatform PvdA vooral voor PvdA-bashers

6 juli 2016

Het was zomaar een opwelling: ik ga eens even op de PvdA-site kijken. Misschien kan ik daar nog meedoen aan interessante discussies. Zo kwam ik bij de speech die Diederik Samsom in de TK had gehouden n.a.v. de Brexit. Titel “Het Europa dat wij aan onze kinderen willen doorgeven”. Een goed verhaal. Met voldoende aanknopingspunten voor een interessante uitwisseling van opvattingen.

Ik bekeek ’s morgens eerst even wat er allemaal al was binnengekomen. Schrik. Natuurlijk ook de nodige zinnige kritische reacties, maar het merendeel kun je nauwelijks een bijdrage aan een redelijke, laat staan rationele discussie noemen. Er werd maar heel weinig inhoudelijk/serieus op Samsom’s standpunten ingegaan. Nee, er werd vooral ‘afgerekend’. Afgerekend met de PvdA, met Samsom en met iedereen die iets positiefs over de PvdA naar voren bracht. Een giftige combinatie van cynisme, rancune, gebrek aan kennis en veel van de PVV-geleende shit.

Vooral het gebrek aan respect en argumenten vond ik opvallend. Dit zijn ongetwijfeld voor een groot deel types die ooit op de PvdA hebben gestemd, maar daar zo’n hekel aan hebben gekregen, dat ze nu hun heil zoeken bij SP of PVV. Ze voelen zich ook duidelijk thuis bij het jargon dat daar populair is. Het zijn vaak verbitterde mensen die met een rietje naar hun eigen kleine wereld kijken en wat ze daar zien, vergroten ze vervolgens uit naar de hele samenleving. Complotdenkers, die van mening zijn dat de hele elite, inclusief de PvdA-top bestaat uit leugenaars en zakkenvullers. Het staat natuurlijk iedereen vrij dit te denken, maar dan wel met feiten en argumenten en op een beetje fatsoenlijke manier graag.

Heb nog wel de hele dag op de site meegedaan met reacties, het ene stukje lokte het andere uit, maar ben er aan het eind van de middag toch een beetje moedeloos mee opgehouden. Je moet ook uitkijken anders word je naar dat niveau meegetrokken. Gevaar: met zo’n site jaag je de mensen weg die op een fatsoenlijke manier inhoudelijk willen reageren. En je houdt alleen de verbitterden over.

Ik heb de Web-redactie van de PvdA bovenstaande voorgelegd en gevraagd of ze misschien een aparte site kunnen maken voor ex-PvdA-ers die zijn overgelopen naar de PVV of SP maar nog wel behoefte hebben om de PvdA met bagger te bestoken? Dan kunnen de constructieven gewoon op een normale manier met elkaar communiceren. De wereld zou er een stukje leuker en discussies veel interessanter door worden.

Was erg benieuwd hoe de PvdA, die kritiek op haarzelf doorgaans, tot op het masochistische af, aanmoedigt, zou reageren. Dat viel niet tegen. Vrij snel de volgende reactie:

Hoi Jan,

Dank voor uw reactie.


Wij zien ook dat de reacties vaak niet bijdragen aan goed, fatsoenlijk debat, om het voorzichtig uit te drukken.
Deze discussies voegen derhalve niet bijster veel toe, zoals u terecht opmerkt. Na de zomer zullen we met een vernieuwde website de lucht in gaan; dat we dan niet op dezelfde manier verdergaan, staat voor ons al vast.



Hartelijke groet, Michiel Reijnen
PvdA | Teamleider Communicatie

Mijn probleem is dus niet dat er heel wat mensen boos zijn op de PvdA. Dat ben ik zelf ook wel eens. Mijn punt is het botte karakter van de reacties. Ook van de 'bozen en verbitterden' mag je verwachten dat zij zich aan elementaire fatsoensregels houden en niet alleen schelden, maar ook proberen hun gramschap te beargumenteren en (vooral) met werkbare alternatieven te komen.  (jv)

73 De toekomstige elite laat zich nog even gaan.

5 julii 2016 

Zeg Reeuwijk en ik kan nog het schaamrood op de kaken krijgen. Uit dit elitedorp ‘naast’ Gouda gingen de rijkeluiskinderen naar de Goudse HBS. Een paar van die types waren goede vrienden van me. Maar het merendeel vond ik elitaire klojo’s.

Het was in juni 1968. De periode van de eindexamenfeesten. Elke avond bij iemand anders thuis, soms twee of drie op een avond. Ouders weg, meestal rijke ouders, grote huizen in de dure delen van Reeuwijk, leuke meiden, stoere jongens, veel muziek, veel plezier, maar vooral ook heel veel drank. Doorgaans een losbollige ‘wij-zijn-vrij-en –wie-doet-ons-wat’ sfeer, maar vaak ook stompzinnig en liederlijk gedrag.

Het begon altijd relaxt en leuk, maar naarmate de avond vorderde werd het ruiger. Er zaten altijd wel een paar klerelijertjes tussen, die nog even totaal uit de band wilden springen en zich, in andermans huis, tegen hun eigen milieu wilden afzetten.

Op een van die feestjes werd een dure fles wijn, gejat uit de voorraad van de afwezige ouders, nonchalant van de een naar de ander gegooid. Er werd misgegrepen, waarna de volle fles uiteenspatte op lichtblauwe tegelvloer, precies op de grens met het crèmekleurig tapijt. We stonden er schaapachtig bij te grinniken. Terwijl we daarvoor nog meewarig hadden gedaan over de saaie kleurencombinatie van tegelvloer en tapijt, was het effect van de uiteengespatte wijnfles behoorlijk surrealistisch. Je hoefde nog niet dronken te zijn om er een abstract kunstwerk in te zien. De meesten vonden het een verbetering.

De ouders zullen daar ongetwijfeld anders over gedacht hebben en het arme meisje des huizes, totaal verbijsterd, probeerde met ‘allesreiniger’ de schade aan tapijt en tegelvloer nog wat te herstellen. Wat jammerlijk mislukte. Het werd alleen maar erger c.q. nog meer Karel Appel.

Het was niet het enige drama in dat huis. Zatlappen hadden paté, Franse kaasjes en andere etenswaren (expres) op het tapijt laten vallen en waren er vervolgens over heen gelopen. Die smurrie was er echt niet meer uit te krijgen. Toen we later op de avond het huis verlieten, lieten we een ruïne achter van kapotte glazen, lege flessen, verminkte vloerbedekking, doorgesneden snoeren, scheef hangende schilderijen, grappige teksten op de witte muur van het toilet en overal sigarettenpeukjes, behalve in de asbak. Een kinderfietsje was in de vijver gegooid en de auto van dochters ma was bekrast. Puur vandalisme, uitgevoerd door een paar echte secreten. Ik ben ze daarna uit het oog verloren, maar ik sluit niet dat een aantal later notaris of bankdirecteur is geworden.

Dit was geen incident, maar een vast patroon op deze ‘feestjes’. Hoeveel innerlijke beschaving had 5 jaar HBS dan eigenlijk opgeleverd? Daar moeten we niet al te optimistisch over zijn. Weliswaar gedroeg niet iedereen zich abject, maar de vandalen werden wel door de anderen gedoogd of althans niet teruggefloten. Er waren er maar een paar die met een diep schaamtegevoel op hun fiets stapten. Op weg naar het volgende slagveld.

Terwijl de ouders alles uit de kast hadden gehaald om het de jonge luitjes naar de zin te maken, kregen ze er dus als dank een zootje voor terug. Blij dat het huis van mijn ouders veel te klein was voor zo’n feest en te ver uit de route lag. De meeste van mijn HBS-genoten kwamen nooit in arbeiderswijken van Gouda. Gelukkig. (jv) 

72 Muziek als tijdmachine

4 juli  2016

Van muziek kun je in een bepaalde stemming geraken. Je kunt er opgewekt, blij of zelfs (even) gelukkig van worden, maar ook somber of melancholisch. Gebruik nooit je favoriete muziekstuk voor een crematie, behalve die van jezelf, want je loopt grote kans overvallen te worden door droefheid, steeds wanneer je dit stuk daarna weer hoort. Je kunt er nooit meer onbevangen naar luisteren. Elke keer zie je dan ook die kist voor je met iemand er in die er niet meer is.

Muziek kan werken als een tijdmachine. Wanneer Mick Jagger I can get no Satisfaction inzet, schieten mijn gedachten in een ‘split second’ terug naar de zomer van 1967 toen wij met een groep 'uitverkorenen' vele weekenden in het Goudse kaaspakhuis van Siebe de Vries feestten en tot diep in de ochtend spannende dingen deden die ik echt niet aan mijn vrijdenkende ouders vertelde. Toen niet en later ook niet. De jarenzestig muziek van Stones, Dylan, Kinks en Animals kan ik bijna niet beluisteren zonder dat er gedachten binnenstromen die teruggaan naar de tijden van ongekende vrijheid en zorgeloosheid.

Mijn muzikale tijdmachine kan mij niet verder terugschieten dan naar midden jaren vijftig, maar dan heb ik ook direct een pareltje. In die periode, rond mijn vijfde, dansten mijn ouders vaak in de woonkamer op de muziek van de Platters, Pat Boone en dat soort Amerikaanse gasten. Met name op het nummer ‘only you’ van de Platters konden ze los gaan. Als ze dan samen zo bezig waren, zongen ze dit nummer soms uit volle borst mee en bij de woorden ‘only you’ (7x)  wezen ze dan lachend naar elkaar of naar mij. Ongecompliceerde vrolijkheid.

In de jaren zestig en zeventig kakte ik natuurlijk op deze ouwe lullen muziek. Maar een jaar of tien geleden hoorde ik de Platters weer op de radio en kocht de cd. Soms draai ik ‘only you’. Een tamelijk onbenullige tekst (1), of misschien ook niet, maar als ik het nummer hoor, kan ik er wel een brok van in mijn keel krijgen. Het beeld van vrolijk dansende ouders brengt een moeilijk te omschrijven emotie naar boven. Een geluksmoment verpakt in een ‘bluesgevoel’, met een nostalgische strikje. Dat  beeld en die sfeer zijn opgenomen in mijn canon met meest dierbare herinneringen.

Er zijn ongetwijfeld mensen die niet weten waar ik het over heb. Ze hebben niets met muziek. Of ze missen in het brein het muziekgen dat de tijdmachine in gang zet. Of misschien hebben ze wel helemaal geen herinneringen die ze graag willen terughalen. Pechhebbers. (jv)

(1) Tekst van Only You, Buck Owen, The Platters, 1954.       Only you can make all this world seem right.
 Only you can make the darkness bright.   Only you and you alone can thrill me like you do.
  And fill my heart with love for only you.  

Only you can make all this change in me.  
For it's true, you are my destiny.
  When you hold my hand I understand the magic that you do.  You're my dream come true, my one and only you.
  Only you can make this change in me.
  For it's true, you are my destiny.
  When you hold my hand I understand the magic that you do.
  You're my dream come true, my one and only you  

71. Zelfmoord uit angst voor het doodgaan

3 juni 2016

Uit recent onderzoek blijkt dat er nogal wat mensen een einde aan hun leven maken, niet omdat ze klaar zijn met het leven of ondraaglijke pijnen lijden, maar omdat ze angst hebben voor de dood. Of beter gezegd: ze hebben zoveel angst om te eindigen als hulpeloos kasplantje in een rolstoel of met veel niet bestrijden pijn, dat ze er liever zelf vroegtijdig een eind aan maken, dan nog jaren wachten op die vreselijke laatste momenten. Momenten die wellicht nooit zullen komen. Je kunt deze vroegtijdige doodzoekers met een understatement ‘control freaks’ noemen. Hoewel ze in een onbekend aantal gevallen wellicht een verstandige keuze hebben gemaakt.  (jv) 

 

70 Welke Nederlander met gezag bekent zich tot de PVV?

2 juli 2016 

Toch ook nog wel een heel klein lichtpuntje als je naar extreem rechts kijkt: de PVV is er nog nimmer in geslaagd om iemand van enig gewicht aan te trekken. Noch als actieve partijganger, noch als sympathisant die in de media durft te zeggen dat ie PVV-er is. Geen denkers, geen schrijvers, geen bestuurders van formaat, geen bekende wetenschappers, geen toppers uit het bedrijfsleven. Niemand met enig maatschappelijk gezag heeft zich nog voor het PVV-karretje laten spannen. Oké, een uitzondering is misschien Thierry Baudet, de extreem rechtse intellectueel die zich tot de PVV heeft bekend. Hoewel ‘extreem rechtse intellectueel’ wellicht een contradictio in terminis is.

Dat nog niemand die zijn of haar sporen in de samenleving heeft verdiend zich met deze beweging heeft willen encanailleren, kun je een (schrale) troost noemen, maar hoe zou dat komen? Vreest men dat de blonde baas niemand met intellectuele capaciteiten in z’n buurt duldt? Is het omdat je je carrièrekansen wel kunt vergeten als je iets bij of met de PVV hebt gedaan? Of is het gewoon de schaamte om samen gezien te worden met vertegenwoordigers van deze partij?

Duidt het gegeven dat de PVV tot dusver geen mensen met een breed maatschappelijk gezag heeft kunnen verleiden op een zeker zelfreinigend vermogen van ons systeem of moeten we op enig moment toch vrezen voor het mechanisme: als er een schaap over de dam is......? (jv) 

 

69 Een aantal grappige Vlaamse woorden

Een volstrekt willekeurige selectie uit "Het Vlaamse woordenboek" (2015) 

Betoelaging

Subsidie

Crapuul  

Gajus

Beenhouwer

Slager

Duimspijker

Punaise

Doosopener

Blikopener

Danskoord

Springtouw

Deknaam

Pseudoniem

Dopgeld

Werkloosheiduitkering

Droogkuis

Stomerij

Droogzwierder

Centrifuge

Fier

Trots

Flik

Smeris, politieagent

Gazet

Krant

Gebrevetteerd

Gediplomeerd

Goesting

Zin, lust

Gunstaanbod

Voordelige aanbieding

Haarzakkerij

Bedrog, vals spel

Hartcrisis

Hartaanval

Inkom

Ingang, toegang

Inkomgeld, inkomprijs

Toegangsprijs

Kaaskop

Hollander

Kakdoek

Luier

Kiesbureel

Stembureau

Kippenvlees

Kippenvel

Klappen

Kletsen, praten

Korte drank

Sterke drank

Kot

Hok; studentenkamer

Kouten

Praten

Krocht

Kroeg

Kuisen

Schoonmaken

Kwijtspelen

Verliezen

Lampetten                                                   

Slempen,zuipen

Lippen

Playbacken

Mot

Klap, oorveeg

Nieuwkuis

Stomerij

Omnipracticus

Huisarts

Onnozelaar

Domkop

Opkuisen

Schoonmaken

Overzitter

Zittenblijver

Pagadder

Kwajongen

Pallieter

Levensgenieter

Papierklem

Paperclip

Penaliseren

Straffen

Pezeweven

Muggenziften

Poepen

Neuken

Poepeloerezat

Stomdronken

 

 

Smodderen

Knoeien

Smos

Belegd broodje

Smossen

Knoeien

Snotvalling

Verkoudheid

Teerling

Dobbelsteen

Thuiswachten

Babysitten, oppassen

Toemaatje

Extraatje, toegift

Trekijzer

Magneet

Uitschuiver

Blunder

Uitwijkeling

Emigrant

Vijgen na Pasen

Mosterd na de maaltijd

Piellicht

Zaklamp

Botsballon

Airbag

Van hetzelfde laken een broek

Van het zelfde laken een pak

Op kot gaan

Op kamers gaan

 

 

68 Is elke mening evenveel waard of doen de feiten er ook nog toe?

1 juli 2016 

"Iedereen heeft recht op zijn eigen meningen, maar niemand op zijn eigen feiten" (Patrick Moynihan)

Lekker discussiëren. Je hebt net een standpunt zo goed mogelijk onderbouwd en je hoopt dat de ander dat nu ook gaat doen. Of op z’n minst aangeeft waar jouw redenering tekort schiet. Maar dan komt de ultieme dooddoener: “Dat kun jij nu wel vinden, maar iedereen heeft zo zijn eigen waarheid”. Of, even erg: “Je moet niet denken dat je gelijk hebt, alleen omdat jij meer weet”. Ook desastreus: ”Jij timmert alles dicht met je argumenten, maar ik voel dat je mis zit”.

Deze dooddoeners voelen als een natte dweilen in het gezicht. De discussie smoren zonder serieus weerwerk te leveren. Het is de makkelijkste manier om kritiek te pareren en het eigen standpunt te redden. Maar het is ook minachting van de moeite die je hebt gedaan om je ergens goed in te verdiepen en dat zo goed mogelijk te verwoorden en onderbouwen.

Met dit type verzuchtingen begint het boek “Op denkles” (2015) van Sebastiaan Valkenberg, een nogal dwarse filosoof, die uitlegt dat kritisch denken en vruchtbaar debatteren nog een hele opgave is. Met aansprekende voorbeelden maakt hij duidelijk dat niet elke opvatting even ‘waar’ is en dat (natuurlijk) niet elke mening evenveel betekenis heeft.

Valkenburg laat ook zien dat mensen maar matig zijn toegerust voor waarheidsvinding. En daar eigenlijk ook niet eens zo in geïnteresseerd zijn. Immers: “iedereen heeft zijn eigen waarheid”. Waarheid is dus een relatief begrip? Zeker niet. De filosoof maakt duidelijk dat het waarheidsgehalte van beweringen toeneemt, naarmate ze strenger zijn getoetst op de correctheid van de feiten. Verder kun je alleen met rationele argumenten een bewering geloofwaardig maken. Dat lukt niet met verwijzing naar een 'gevoel'.

Toch is er voor onzindenkers, complotdenkers, gevoelsdenkers en antirationalisten een grote markt en opmerkelijk veel begrip. In de media krijgen ze alle ruimte voor hun oneliners en sappige verhalen. Ze werken vooral met niet te checken quasifeiten en uit hun context gelichte ‘bewijzen’. "Ja, dat vind jij, maar ik zie een heel andere werkelijkheid". Hoe exotischer 'het verhaal' hoe gretiger de aftrek. Het gaat er in als koek, al die snelle beweringen gebaseerd op ‘gevoelens’ i.p.v. op verifieerbare feiten.

Veel minder populair (want 'moeilijk en saai') is het uitgangspunt dat een zinvolle discussie ‘eist’ dat je een aantal spelregels in acht neemt. Spelregels die betrekking hebben op logisch-consistent redeneren, op helder argumenteren en op het verzamelen, analyseren en in de juiste context te plaatsen van feiten. In feite is discussiëren vooral argumenteren volgens heldere regels.

Maar zinvolle discussies kunnen natuurlijk ook niet zonder basale inhoudelijke kennis van het onderwerp waarover het gesprek gaat. Anders wordt het een beetje babbelen over zaken waar we ook wel eens iets over gelezen hebben.

Lees dat boek van Valkenberg (Of van Thomas de Boer: Kritisch Denken). Je wordt er wijzer van en discussiëren wordt zinniger en leuker. Zoals voetbal alleen maar gespeeld kan worden als alle spelers dezelfde voetbalspelregels kennen en ook naleven. En het spel wordt leuker naarmate de spelers meer techniek, inzicht en inzet in huis hebben. Dat is vooral een kwestie van talent en trainingsarbeid. (JV)

 

67 Zijn sombere stemmingen een beetje onder de duim te houden?

30 juni 2016 

Het kan zomaar gebeuren. Ineens voel je je somber, terwijl je kort daarvoor nog opgewekt was. Uit het niets, zonder dat je aan iets speciaals of vervelends dacht, is je stemming omgeslagen. Het omgekeerde kan ook gebeuren. Het is een chemisch raadsel.

Een andere keer echter blijkt er wel een aanwijsbare reden voor een plotselinge stemmingswisseling. Zonder dat je er om hebt ‘gevraagd’ zijn er namelijk gedachten het brein binnengeslopen, die de vrolijkheid doen verdwijnen. Je probeert die somber makende gedachten zo snel mogelijk weer kwijt te raken door aan iets anders te denken. Vergeefs. Dat lukt nooit op bevel. Die rot gedachten blijven  kleven en klampen zich vaster naarmate je meer moeite doet om ze uit te bannen.

En dan, ineens, zijn ze toch verdwenen, zonder dat je het in de gaten had. Met het verdwijnen van die gedachten kan ook zomaar de stemming weer omslaan. Geen idee hoe het werkt. Het is een tamelijk stuurloos gedoetje daar boven in dat brein.

Vaak ook verandert je stemming door wat je ziet, leest of hoort. Je ziet het Nederlands elftal roemloos afgaan, je leest een boek over de gruwelen onder Mao of je hoort muziek uit de jaren zestig/zeventig. Je denkt daar dan over door en vervolgens gaan er allerlei stemmingen met je op de loop. Je kunt er euforisch, vrolijk, relaxt, droevig, gespannen, angstig, moedeloos, boos of agressief van worden. Alle varianten zijn mogelijk. Soms zelfs binnen een korte tijdspanne.

Hoewel mijn basisstemmingen redelijk doorsnee zijn, namelijk berustend, neutraal of opgewekt, heb ik het idee dat ze de laatste tijd toch ook wat vaker extremer uitslaan. Oorzaken? De leeftijd? De levensfase? De actualiteit? Een mentaal defectje? 

Zijn stemmingen ook een beetje in een gewenste richting te sturen? Mijn ervaring is: niet meer dan ‘een beetje’ en zeker niet duurzaam. Stemmingen ‘overvallen’ je vaak. We reageren ook ongelijk op vergelijkbare prikkels. Waar de een in een treurige of vrolijke mood van geraakt, kan een ander volstrekt onberoerd laten. Dat zal te maken hebben met karakter, mentale en de fysieke gesteldheid, levenservaring, sociale relaties en nog tig andere dingen.

Uitermate complex allemaal, maar wel essentieel, want uiteindelijk kunnen die stemmingen en stemmingswisselingen toch in hoge mate bepalen hoe tevreden we zijn met ‘het leven’. We zitten nu overigens in het domein van het ‘menselijk geluk’ waar wetenschappers en therapeuten oeverloos over kunnen beppen, maar waar overheden geen effectief beleid op kunnen voeren. We staan er helemaal alleen voor.

Masochisten uitgezonderd streeft elk mens er naar om vervelende stemmingen te verdrijven. Iedereen pioniert daarbij op eigen wijze. Sommigen lezen geen kranten meer of kijken niet meer naar het nieuws. Om zo de boze buitenwereld ‘buiten te houden’. Anderen gaan ‘in de Heer’. Ook  proberen heel wat mensen somberheid of depressiviteit te dempen met medicatie, drugs of alcohol. What are the differences?

Niks op tegen allemaal, maar de heilzame werking is slechts tijdelijk en heeft vaak bijeffecten die ook onplezierig zijn. Echter, als je je structureel rot voelt, heb je meestal weinig te kiezen. Het is dan het kiezen uit meerdere kwaden. Met als verzuchting: “je wilt je toch ook wel eens een momentje zorgeloos of top voelen”.

Een greep uit mijn favoriete ‘dingetjes’ om sombere stemmingen een beetje onder de duim te houden c.q. om in een positieve mood te komen: hardlopen, vrijdag borreluur, zaterdag ‘alle’ kranten lezen, een glas Brunello di Montalcino, specifieke doelen nastreven, peinzen over ‘de oerknal, de uitdijing van het heelal en het oneindige universum’, iets nuttigs doen voor anderen, schrijven, samen gewoon effe niksen, wandeltochten, een goed boek, de geur van vers hooi of koeienmest, een goed gesprek. En niet in de laatste plaats: muziek.

Als je er gevoelig voor bent, kan muziek plezierige stemmingen oproepen, je zelfs een beetje 'gelukkig' maken. Niet alleen door de melodie en teksten, maar vooral ook door de herinneringen die er door binnenkomen aan tijden of gebeurtenissen die je associeert met iets aangenaams. Zoals de periodes van ongekende vrijheid, de eerste schuifelfeesten op de HBS, voetbalsuccessen met A1, opgewonden politieke discussies, de beatkelders in Den Haag, de studietijd in Groningen, de spannende vakanties naar vreemde oorden, opwindende experimenten.

Bij talloze nummers schieten je herinneringen te binnen waar je in kunt zwelgen, momenten die je graag zou willen herbeleven. Wij bofkonten van de jaren zestig/zeventig die bijna alles mee hadden. En dan ook nog die exclusieve, unieke muziek. Dylan, Kinks, Stones, CSN&Y, Beatles, Animals, Clapton, Pink Floyd, Percy Sledge en Van MorrIssson. 

Muziek als medicijn. Zelfs van nummers van toen waar ik een beetje droevig van word, kan ik nog genieten. Het is natuurlijk pure nostalgie, waar al het vervelende 'klein bier' uitgefilterd is. Maar wat zou het: het doel heiligt de middelen.  (JV) 

66 Klevers wegschrijven uit het brein

29 juni 2016

Veel van wat ik op een dag zie, lees of hoor, is na korte tijd gelukkig weer weggezakt en wordt ergens in het brein geparkeerd. Een deel daarvan is weer ‘oproepbaar’ wanneer ik het nodig hebt, een ander (steeds groter) deel vind ik nooit meer of slechts na heel veel graven weer terug.

Maar soms is er iets dat zich hinderlijk in mijn actieve hersens vasthaakt. Een beeld dat emoties oproept. Een uitspraak of opvatting die mij ergert omdat ie aantoonbaar niet klopt of abject is. Een persoon die me intrigeert of irriteert. Een ontwikkeling die me ‘ineens’ zorgen baart. Of zomaar een woord of zin waarop ik blijf kauwen. Dat ‘vasthaken’ gaat me soms hinderen omdat het ‘ruimte’ inneemt. Dat gaat ten koste van nieuwe gedachten. Ik wil die kleefgedachten daarom wegdrukken om andere zaken de ruimte te geven in het brein actief te worden. Maar dat lukt soms niet zo makkelijk.

Het is mijn ervaring dat ik die kleefgedachten soms alleen uit het brein kan krijgen, als ik ze heb uitgeschreven in een sluitend stukje, waarin ik hetgeen dat mij hardnekkig fascineert of ergert tegen het licht heb gehouden. Pas als ik dat stukje dan een keer heb teruggelezen, geeft het voldoende rust in het brein en hindert het niet meer. Gedachten opschrijven = gedachten ordenen. En orde geeft (blijkbaar) houvast en rust. (jv)

65 Kraaien die plukken in bungelend vlees: strange fruit

28 juni 2016 

Billie Holiday, een van de grootsten als het gaat om het vertolken van jazz- en bluessongs, zingt in nummer strange fruit over 2 zwarte tieners, slachtoffers van een lynchpartij, bungelend aan een boom. Als vreemde vruchten. Een van de meest aangrijpende nummers die ik in dit genre ooit heb horen zingen. Met ex aequo The lonesome Death of Hattie Carrol, een supercynisch nummer van Bob Dylan over een zwarte bediende die zomaar zonder reden wordt doodgeknuppeld door een blanke plantage-eigenaar.

Billy Holiday voert strange fruit voor het eerst op, begin 1939, in de nachtclub Café Society in New York. Dat was toen de enige geïntegreerde nachtclub waar blank en zwart een beetje normaal met elkaar konden omgaan. Het racisme was overal in de VS virulent aanwezig en de optredens van Billie Holiday waren aan strenge beperkingen onderhevig. Ze mocht het maar in een paar plaatsen in het land. Ze werd gehaat, niet alleen vanwege haar kleur, maar ook om haar protestsongs, zoals strange fruit. Die werden niet gepikt, zeker niet van een zwarte. Ze overleed in 1959, 44 jaar oud.

Als je de lome maar indringende manier waarop ze het nummer vertolkt een paar keer hebt gehoord, krijg je het bijna niet meer uit je hersens. Het is een treurigmakende tekst, zo zonder hoop. Mede omdat het nummer nauwelijks iets van haar zeggingskracht heeft verloren. Er is weinig verbeeldingskracht voor nodig om de lynchpartij nu nog ergens in Alabama of Texas voor je te zien. (JV)

 

De tekst van strange fruit

Southern trees bear a strange fruit,

Blood on the leaves and blood at the root,

Black bodies swinging in the southern breeze,

Strange fruit hanging from the poplar trees.

 

Pastoral scene of the gallant south,

The bulging eyes and the twisted mouth,

Scent of magnolias, sweet and fresh,

Then the sudden smell of burning flesh.

 

Here is fruit for the crows to pluck,

For the rain to gather, for the wind to suck,

For the sun to rot, for the trees to drop,

Here is a strange and bitter crop.

 

Vertaling

Zuidelijke bomen dragen vreemde vruchten

bloed op de bladeren en bloed aan de wortel,

zwarte lichamen swingen in de zuidelijke bries,

vreemd vruchten hangen aan de populieren.

 

Pastorale landschap van het dappere zuiden,

de uitpuilende ogen en de verwrongen monden,

geur van magnolia zoet en fris,

dan de plotselinge geur van verbrand vlees.

 

Hier is een vrucht voor de kraaien om te plukken,

voor de regen om te verzamelen, voor de wind om het op te zuigen,

voor de zon om het te laten rotten, voor de boom om het te laten vallen,

hier is een vreemde en bittere oogst

 

Kijk en luister via Billie Holiday-Strange fruit- HD - YouTube

Of www.youtube.com/watch?v=Web007rzSOI

64 In de krochten van ons brein

27 juni 2016 

Wat speelt er niet allemaal in de krochten van onze hersens? En wat breng je daarvan naar buiten?

Zonder dat je er zelf invloed op hebt, spelen en spoken er over een hele dag genomen honderden gedachten door je hoofd. Je kunt het zo gek niet bedenken of je hersens hebben er wel eens iets over geproduceerd. Soms letterlijk te bizar voor woorden. Vaak niet meer dan een flitsgedachte. Maar soms hakken ze er diep in, blijven ze doorboren en houden ze je knap lang bezig. Ze bepalen je stemming, zorgen voor bepaalde gevoelens en blijven maar opspelen, je kunt ze met geen mogelijkheid blokkeren of direct in de afvalemmer deponeren. En dan, ineens, zijn ze even onverwachts en ongevraagd als ze zijn gekomen ook weer vertrokken. Back to normal.

Er zitten gedachten/gevoelens bij waar je nooit iemand mee zal durven lastig vallen. Hoewel je er niets aan kunt doen dat je ze ‘hebt’, geneer je je toch om er iets over te vertellen. Want we worden snel geïdentificeerd met onze gedachten of gevoelens. We worden er zelfs verantwoordelijk voor gesteld. Het wordt ons aangerekend. Bizarre gedachten staan toch voor 'enge types'?

Je moet dus oppassen met het spontaan vertellen over je emoties, gevoelens of ander onallerdaags spul dat er nu weer door je kop speelt, want niet iedereen heeft de wijze woorden van Aristoteles tot de zijne gemaakt: “Gevoelens heb je of heb je niet. Die kun je iemand niet kwalijk nemen. Wat je met die gevoelens doet, bepaal je – tot op zekere hoogte - wel zelf”.

Maar zelfs bij dat laatste - de vrije wil - kun je vraagtekens zetten. De een heeft veel 'meegekregen' om zijn gevoelens in maatschappelijk aanvaarde banen te leiden en de ander weinig. Sommigen zo goed als niets. Te weinig hersens, geen geweten, alleen maar slechte voorbeelden. Wat moet je dan? En wat doe je er aan? (JV)

 

  

63 Uitspraken, quotes en citaten van Epictetus

26 juni 2016

Epictetus was een Stoïcijns filosoof die leefde van 50 tot ca. 130 na Chr. Samen met andere Romeinse filosofen als Seneca en Marcus Aurelius hoorde Epictetus tot de leidende figuren in de stoïsche filosofie. 15 van zijn belangrijkste uitspraken, quotes en citaten op een rij:

1  Er is slechts één weg naar geluk en dat is op te houden met je zorgen maken over dingen waar je geen invloed op hebt. 
2  Wat je zelf niet wilt ondergaan, laat een ander dat ook niet ondergaan
3  Het zijn niet de dingen die gebeuren die ons verstoren, maar onze gedachten over de dingen die gebeuren. 
4  We zouden ons meer zorgen moeten maken over het verwijderen van foute gedachten uit onze geest dan over het verwijderen van tumoren en abcessen uit het lichaam.
5   Wil niet dat de dingen zich voordoen zoals je wilt, maar beperk je ertoe de dingen te willen zoals ze zich voordoen. Dat is het geheim van het geluk
6   Geef me de moed te accepteren wat niet in mijn vermogen ligt, de kracht om alles te doen wat in mijn vermogen ligt en de wijsheid tussen die twee onderscheid te maken.
7   Verschans u in tevredenheid, want dat is een onneembare vesting.
8   Een man zonder enige ervaring met de wijsbegeerte zal altijd anderen aansprakelijk stellen voor zijn tegenslagen, een beginnend filosoof zichzelf, een volleerd wijsgeer echter geen van beide.
9   Alle slechtheid berust op gebrek aan inzicht, op een verkeerde mening omtrent hetgeen goed voor ons is
9   De hoofdzaak is om alleen om te gaan met mensen die je moreel ondersteunen, wiens aanwezigheid het beste in je oproept.
10   De natuur gaf ons een mond en twee oren, zodat we twee keer zoveel zouden luisteren als we zouden spreken.
11   Wat de mens in verwarring brengt zijn geen feiten, maar de dogmatische meningen over de feiten.
12   Zoek het goede niet buiten u: zoek het in uzelf of vindt het nooit.
13   Niemand is vrij die niet zichzelf de baas is.

62 Schrijven is ordenen in de chaos van gedachtenflarden

25 juni 2016 

Schrijven in de betekenis van ‘literair schrijven’ is een moeilijk en zwaar scheppingsproces. Soms is het creatio ex nihilo (creëren uit het niets). Maar veel vaker is het vanuit al dan niet vage ideeën of vraagstellingen stap voor stap iets opzetten, boetseren, prutsen, hakken, slijpen. Het is als bij een groot rotsblok waarin je net zo lang gaat hakken tot er iets zichtbaar wordt dat de moeite waard is. Schrijven is een combinatie van inspiratie, transpiratie, wachten, opgeven, zuchten en steunen, weer doorgaan en vooral ook van techniek en thematiek.

Schrijven is observeren, noteren, fantaseren, beschouwen, ideeën ontwikkelen, argumenten hanteren, ideeën handen en voeten geven. Schrijven is vooral ook verbeelden. Van personages, gesprekken, gebeurtenissen, plekken. Je fantasie de vrije loop laten en zoveel mogelijk wilde, vreemde, enge, hilarische etc. gedachten  die in je brein rondspoken op papier zetten er vervolgens structuur en logica in proberen te brengen. Ingewikkeld, je moet het kunnen en ook durven.

Maar het schrijven van korte stukjes is in beginsel vrij simpel. Er zijn talloze zaken die in het brein rondzweven en je hoeft er alleen maar een paar uit te vissen die je echt interesseren. Die flarden van gedachten over een specifiek thema vat je dan op een logisch-consistente manier, voorzien van kop en een staart en in een leesbare vorm samen in 200 tot 400 woorden. De ene keer schrijf je zo’n onderwerp in een ruk uit tot een kloppend stukje, de andere keer mloet je wat meer slijpen en schuren. Het is een handige manier om je in het ‘echte’ schrijven van een essay of een boek te oefenen.

Het fabriceren van een begrijpelijk stukje, in goed Nederlands, grammaticaal kloppend, geeft voldoening. Dat is al een voldoende reden om het te doen. Als anderen er dan ook nog iets in herkennen of zich er aan ergeren is dat mooi meegenomen. En als het ook nog aanleiding is voor een gesprek of discussie is het helemaal geslaagd.

De econometrische modellenbouwer Palinck had als lijfspreuk “A model a day keeps the doctor away”. Misschien geldt dat ook wel voor het schrijven van stukjes. (JV)

 

61 Meninkjes te over, maar slechts weinig debat

24 juni 2016

Mensen met ideeën en opvattingen willen die graag op een constructieve manier kunnen bespreken. Dynamische organisaties die daar oog voor hebben stimuleren en faciliteren een bloeiende debatcultuur. En dan bedoel ik natuurlijk niet het oeverloos beppen over van alles en nog wat. Ook niet de vaak wat bloedeloze vergaderingen over steeds dezelfde soort onderwerpen zonder dat je idee hebt ietsjes verder of dieper te komen.

Wat ik bedoel zijn collegiale consultaties over vraagstukken die je bezig houden en die wat dieper gaan dan de waan van de werkdag. Je denkt interessante opvattingen te hebben over zaken die belangrijk zijn voor de organisatie en wil die graag toetsen aan wat anderen vinden. In een stimulerende debatcultuur is er een soort honger om met elkaar in gesprek te gaan en elkaar te bevragen of te overtuigen. Niet om gelijk te krijgen, maar om samen een paar stappen verder te komen. Nieuwe dingen bedenken. Zaken beter laten lopen. Grenzen verleggen. Debatteren is een combinatie van kunde en spel en vraagt om voldoende inhoudelijke kennis over het onderwerp en een oprechte geïnteresseerdheid in de argumenten van je ‘opponenten’.

Helaas beperkt debatteren zich in de Nederlandse organisatiecultuur vaak tot het ventileren van opinies, zonder veel tijd te steken in deugdelijke redeneringen en argumenten. De een vindt wat, vaak op basis van 'een gevoel', vervolgens laat de 'opponent’ weten dat ie een andere opvatting heeft, waarna er wordt geconstateerd dat “we het niet met elkaar eens zijn…en ... dat moet kunnen”. Vooral niet te veel diepgang, vooral niet te veel argumenten aandragen of terug vragen, want dan zou je wel eens als te dominant of gelijkhebberig kunnen overkomen. Debatteren komt vaak niet uit boven het niveau van ’meninkjes uitwisselen’. En meningen…. die hebben we allemaal in overvloed, overal over. Dat zit wel goed. Daarin zijn we niet bescheiden. Als we maar niets (aan elkaar) hoeven uit te leggen of te onderbouwen met feiten, argumenten, analyses of een sluitende redenering. Ieders mening is blijkbaar even legitiem, hoe veel of weinig je ook van het onderwerp weet.

Debatteren kent echter een andere insteek. Niet de mening staat centraal, het gaat vooral om de kwaliteit van de argumenten, waarmee die mening onderbouwd wordt en die het inzicht in een onderwerp kunnen vergroten. In het debat word je uitgedaagd om de eigen argumenten goed te doordenken en te scherpen, waarna je hoopt dat ook je ‘opponent’ zo sterk mogelijke argumenten bedenkt. Debatteren is vooral ook serieus in willen gaan op de argumenten van de ander, daar tijd en denkkracht in willen stoppen. Daarmee toon je ook respect aan de ander. Waarom gebeurt dat zo weinig? Hoewel ‘geen tijd’ vaak als reden wordt gegeven, is het meestal een kwestie van ‘er geen tijd voor willen vrijmaken’, dus in feite: ‘er geen zin in hebben'. Op zich is dat natuurlijk een zeer legitiem argument.

Logisch-consistent redeneren en deugdelijk argumenteren, en dat ook ‘voor de groep’ durven te doen, zijn kwaliteiten die je kunt leren. Volgens mij zijn managers die graag en goed debatteren en die zich bekwaamd hebben in de kunst van de retorica, van grote betekenis voor de dynamiek in een organisatie. En dat geldt natuurlijk ook voor niet-managers. Het zou een competentie moeten zijn waarop goed gescoord moet worden. Er zijn ongetwijfeld organisaties waarin op dit punt nog winst te boeken is. (JV)

 

60 Meester over ons eigen lot?

23 juni 2016 

In hoeverre zijn we meester over ons eigen lot en -dus- aanspreekbaar op ons gedrag? In zijn 'De vrije wil bestaat niet' legt Victor Lamme (hoogleraar neurowetenschap) uit dat al onze gedragingen, keuzes, stemmingen en emoties uiteindelijk voortkomen uit de bedrading van ons brein. Een klomp 'hersens', gemiddeld 1.5 kilo zwaar, bestaande uit 28 miljard neuronen verbonden door synapsen waarlangs informatie heen en weer schiet. Defecten in die transmissie kunnen leiden tot ‘vreemd’ of sociaal onaanvaardbaar gedrag. Ineens werken bepaalde schakelingen niet meer optimaal en je bent een ander persoon, je weet niet meer wie je was of wie je bent, of je zit kwijlend met hangend hoofd aptisch in een rolstoel. Zo'n ongeluk zit in een klein hoekje.

Maar ook zonder zulke defecten zijn we min of meer een speelbal van chemische processen in ons brein. En bij de keuze van dat brein hebben we als individu niets te zeggen gehad. Dat geldt voor bijna alle zaken die bepalen wie en wat we zijn.

Als onze intelligentie, onze emoties en onze speelruimte als handelende en voelende mens vooral bepaald worden door wat er ooit aan genen is ingestopt, plus wat er aan opvoeding/opleiding aan is toegevoegd, plus in welk huis ons wiegje stond, plus nog heel wat andere zaken onder het kopje ‘toeval, mazzel en pech’ : heeft de 'vrije wil' dan niet slechts betrekking op een beperkt aantal marginale zaken? De meeste pap is immers al gestort.

Of nog scherper : wat kun je mensen nog wel en niet aanrekenen als het vooral de chemische processen in ons brein zijn die ons denkvermogen, ons lerend vermogen, ons doorzettingsvermogen, ons inlevingsvermogen en onze stemmingen/emoties bepalen? Hier hebben we met onze 'vrije wil' nooit enige invloed op gehad. Maar toch bepalen ze bijna alles. Iedereen wil graag slim zijn, maar het orgaan dat dat bepaalt, hebben we niet zelf kunnen kiezen. Niemand wil een slapjanus zijn, maar doorzettingsvermogen heb je bij je geboorte en opvoeding meegekregen. Dat geldt ook voor inlevingsvermogen. En wat is er nu leuk aan om je somber, boos of agressief te voelen? Maar de een overkomt het vaak en de ander bijna nooit. Een kwestie van mazzel en pech.

Deze neurobiologische resp. filosofische overpeinzingen kunnen je behoorlijk voor de voeten lopen bij het doordenken, beoordelen en veroordelen van menselijke gedrag. Het dwingt je in ieder geval tot terughoudendheid, tot het inhouden van de onderbuik en tot ontzag voor feiten en achtergronden.

Maar wil een samenleving leefbaar blijven, dan ontkomen we er niet aan om mensen toch te blijven aanspreken op maatschappelijk onaanvaardbaar gedrag. Ook als ze het slachtoffer waren van transmissiestorinkjes in het brein waar ze zelf helemaal niets aan konden doen.(JV)

 

59 Voorzichtig met vage berichten vanuit de rommelzolder van het brein.

22 juni 2016 

“Waar denk je aan?”. De ene keer floept het antwoord er soepel en zonder na te denken uit, de andere keer is het even spitten en zoeken naar de juiste formulering, maar soms is het een van de lastigste vragen die je kunt krijgen en kun je er geen kant mee op. Of er staat toevallige net een gedachte voor de poort die te pijnlijk, te indiscreet of te wild is om er mee voor de dag te komen. Of daar waar je aan denkt, is zo’n warboel van vage, door elkaar kronkelende gedachten, dat het je gewoon niet goed lukt om er een heldere beschrijving van te geven. Hoe kan dat?

Dat heeft natuurlijk met taalvaardigheid te maken, maar nog veel meer met het feit dat de veelheid van gegevens, gedachten en beelden in onze bovenkamer niet allemaal netjes gestructureerd liggen opgeslagen. Het is allemaal vaak erg moeilijk toegankelijk. En soms komt het tot je op een manier waar je niet om gevraagd hebt.

Een gemiddeld mens krijgt per dag een hoeveel informatie het brein binnen die gelijk is aan de inhoud van honderd kranten. (volgens de neurobioloog Daniel Levitin in The Organized Mind; thinking straight in the age of information overload). Van het grootste deel zijn we het ons niet eens bewust. Permanent flitsen er gigantische informatiestromen tussen de 28 miljard neuronen in ons koppie heen en weer. Veel daarvan wordt opgeslagen in het korte of lange termijn geheugen. Ladekasten vol met informatie, gedachtenflarden en beelden. Een deel daarvan is zo opgeslagen dat je er via een bepaalde route bij kunt als je iets nodig hebt. Althans, als alles goed loopt.

Maar soms lijkt het brein net een soort rommelzolder. Is het er ook echt een rommeltje. Gelukkig ligt dat wat je goed kunt gebruiken meestal handig vooraan, maar er ligt ook heel wat ouwe en nieuwe troep, waarvan je je afvraagt ‘wat moet ik er mee’; je wilt er wel vanaf, maar dat lukt je niet. Dus blijft het er gewoon liggen, vaak in de weg. Hinderlijk, die overbodige ballast.

Soms ook zoek je zaken op die zolder waarvan je nog vaag weet dat ze er moeten liggen, maar je weet niet precies waar; je kunt ze niet meer vinden. Niet zelden komen ze op later moment, als je ze niet meer nodig hebt, wel weer tevoorschijn. Irritant en onhandig.

En dan ineens zie je, zonder dat je er naar op zoek was, in een donker hoekje van de zolder zomaar iets liggen. Het roept vage herinneringen op. De ene keer word je er blij van en een andere keer droevig of boos. Niet altijd weet je waarom je die emotie krijgt. Het overkomt je. Heel veel emoties overkomen je. Misschien wel alle emoties. Wat kun je er aan doen? Niets. Vervelende gevoelens en gedachten kun je niet wegdenken. En helaas helaas: plezierige gevoelens kun je moeilijk oproepen. Al die gevoelens poppen ineens zomaar op en kunnen ook zomaar weer verdwijnen. Niet te verklaren. Vaagheid troef.

“Waar denk je aan?”. Stel, deze vraag komt net op het moment dat er zo’n vage gedachte in het brein oppopt, een herinnering waar je niet om gevraagd hebt. Iets schimmigs van vroeger, in flarden die ook nog eens bepaalde emoties oproepen. Ga je daar dan over vertellen? Kan linke soep zijn, want voor je het weet, moet je iets uitleggen wat je zelf nog niet goed kunt doorgronden. Of je moet je verdedigen voor vreemde gedachten die in je brein rondspoken. En word je min of meer verantwoordelijk gesteld voor iets waar je niets aan kunt doen. Het kan de eerste stap zijn in een proces met ongemakkelijke kantjes. Nemen we dat risico of geven we een risicovrij antwoord?

Eigenlijk wel een beetje jammer dat we niet altijd frank en vrij over ook onze bizarre gedachten kunnen spreken ( op straffe van....), want die kunnen boeiende verhalen opleveren. Aan de andere kant: elke vage mentale eruptie maar met iedereen delen of altijd maar zeggen wat je denkt, is wel eerlijk, maar het zal de wereldvrede bepaald niet dichterbij brengen; het zal van elk gesprek een moeizame exercitie maken en zelfs de meest duurzame sociale relaties zullen het niet redden.

Moeilijk, moeilijk. Dus maar weer afdalen van de rommelzolder naar het overzichtelijke deel van het brein. Daar waarin het gaat om de ratio, de feiten, de ideeën. Daar waar het gaat om zaken die je helder kunt uitleggen, analyseren, duiden en beredeneren. Het domein van de logica, waarin je (binnen bandbreedtes) een zekere verantwoordelijkheid kunt dragen voor wat je denkt en zegt.

“Waar denk je aan?”. We schakelen direct over naar het linker deel van de hersenen met de functies die verantwoordelijk zijn voor het redeneren, het plannen, het analyseren en het logisch denken. Met die functies is, abstraherend van vage gedachtekronkels, meestal wel een begrijpelijk verhaal te construeren. (JV)

 

58 Mazzel en pech ongelijk verdeeld door het toeval.

21 juni 2016 

Mijn levensgeschiedenis overziend, kan ik niet anders dan vaststellen dat bij praktisch alle belangrijke gebeurtenissen het toeval een hoofdrol speelde. Veel meer dan doelgerichte acties. Het geldt voor relaties, banen, ziektes en noem maar op.

Een onverwachtse ontmoeting of gebeurtenis, een impulsieve of intuitieve reactie, een briljante inval, een ernstige ziekte, pech en mazzel: deze zaken bepalen ons leven vaak meer dan planning, doelgerichte sturing en rationele, goed doordachte besluitvorming.

Als ik net voor mijn afstuderen in 1976 wel op tijd op vakantie was gegaan had ik professor X niet ontmoet die mij, in de lift, een pracht baan bij zijn vakgroep aanbood.....Als ik in november 1989 drie minten later van het provinciehuis in Assen was vertokken, had die auto mijn fiets en mij niet aangereden en had ik niet 4 maanden hoeven revalideren.......maar ik had toen ook dood kunnen zijn.....Als ik op mijn verjaardag in 1979 niet in een impulsieve bui naar de kroeg was gegaan had ik H niet ontmoet en was heel veel in mijn leven anders gelopen......en dan had H 8 jaar later niet kunnen zorgen voor het contact met mensen waaraan ik mijn laatste en mooiste baan te danken had. Als control freak moet je hier niet te veel over nadenken.

Binnen de contouren van deze toevallige, maar bepalende gebeurtenissen, kun je de illusie hebben min of meer rationele afwegingen te maken c.q. doordachte eigen keuzes te maken. Je kunt binnen die toevalskaders wel of niet ergens op ingaan, een kans grijpen, een dreigend ongeluk proberen te vermijden.

Maar het is niet meer dan een beetje bijsturen in een proces van gebeurtenissen waarop je maar weinig regie hebt (gehad) en waarvan de richting zomaar kan veranderen. Maar zelfs de mate waarin je kunt bijsturen is vooral afhankelijk van factoren die je zelf niet of maar in beperkte mate hebt kunnen kiezen (slimheid, doorzettingsvermogen, eerdere ervaringen, geld, maatschappelijke positie etc).

Door toevallige factoren zijn mazzel en pech, zoals alle schaarse goederen, ongelijk verdeeld over mensen, groepen en landen. Afhankelijk van onze politieke opvatting vinden we dat 'onrechtvaardig en moet het gecorrigeerd worden' of we vinden het 'onvermijdelijk en juist goed omdat het de drive is voor menselijk creativiteit'. (JV)

 

57 “Freedom is just another word for nothing left to lose".

20 juni 2016 

“Freedom is just another word for nothing left to lose”, zong Janis Joplin in ‘Me and Bobby McGee’ op de LP Pearl (1970). Een iconisch statement dat paste in de tijdgeest van eind jaren zestig/begin jaren zeventig van de vorige eeuw. Althans in bepaalde kringen. Hoe minder je hebt/bezit, hoe minder je kunt verliezen, hoe minder zorgen je je daarover hoeft te maken en hoe vrijer je je (dus) kunt voelen. Vooral studentachtige types in het Westen vonden JJ’s statement wel een inspirerende, filosofische gedachte. Zonder door te denken over de praktische betekenis ervan. Overigens: dat deed JJ zelf ook niet. In het volgende nummer op dezelfde LP zong zij: “Oh Lord, won’t you buy me a Mercedes Benz? My friends all drive Porsches, I must make amends”. Waar staat dat je consequent moet zijn?.

Het ‘nothing left to lose’ van JJ refereerde vooral aan de romantische dimensie van vrijheid. Het quasi onthechten van bezit (door linkse anti-materialisten die ook wel wisten dat het voor hen op enig moment toch wel goed zou komen met die materie). Een fake-filosofietje. Want wie of wat ben je nog als je echt helemaal niets meer hebt om te verliezen? En zelfs geen hoop meer hebt. Vraag het aan de Yezidi’s in het Sinjar-gebergte, op de vlucht voor IS.

 

56 Stemmingen en gevoelens niet te sturen

19 juni 2016 

Onze stemmingen, gevoelens en emoties kiezen we niet met een of andere mystieke ‘vrije wil’ , maar die overkomen ons. Heel veel ‘overkomt ons’. Wat kun je er aan doen? Niet veel. Vervelende gevoelens kun je niet wegdenken en plezierige gevoelens moeilijk oproepen. Die gevoelens poppen ineens zomaar op en kunnen ook zomaar weer verdwijnen. Alleen met medicatie, alcohol of andersoortige drugs kun je al dan niet stevig ingrijpen.

Lastige en vaak ongemakkelijke vraag: "ben je gelukkig?". Niet te beantwoorden. Wat is 'gelukkig zijn'? In welke mood/stemming moet je zijn om te zeggen "ik ben gelukkig?". Ik kan me wel iets voorstellen bij boos, vrolijk, ontspannen, gespannen, droef, angstig, onrustig, etc. Over de dag, een week of een maand genomen komen al deze gevoelsstemmingen wel eens voorbij. In verschillende combinaties van frequentie en intensiteit . Er zijn dagen dat de combinatie vrolijk/blij/ontspannen/ zorgeloos een deel van de dag voorkomt. Dit zou je 'gelukkig' kunnen noemen.

Hoewel we onze stemmimgen niet simpel kunnen oproepen, zijn ze wel vaak gekoppeld aan specifieke gebeurtenissen die een emotie oproepen. Door bepaalde muziek uit de zestiger jaren kan ik me ineens behoorlijk relaxt of vrolijk voelen. Maar schiet een bepaalde gebeurtenis of persoon mij door het hoofd, dan kan de somberheid toeslaan. Is niet te sturen. Ineens, zomaar een gedachte dwarrelt je brein binnen en poef: je voelt je "blij" of "droef" . (JV)