Stukjes 2017 recent

177 Misleide Brexiters gaan als sneue lemmingen richting klif (2)

16 november 2017

De interne markt van de EU is op afstand de grootste en welvarendste vrijhandelszone in de vrije wereld met 500 miljoen consumenten. Zonder grenscontroles, im- of exporttarieven en andere administratieve rompslomp kunnen goederen, diensten en mensen van het ene naar het andere land. Uniek. De Engelsen zouden het liefst de Europese Unie verlaten, maar wel op dezelfde manier willen blijven profiteren van deze interne markt. Kansloos.

De interne markt functioneert alleen maar als je ook op andere terreinen bindende afspraken met elkaar maakt. Afspraken over producteisen, productkwaliteit, controles en sancties, juridische procedures, arbeidsomstandigheden, het vrije verkeer en de rechten van arbeidskrachten, de steun aan achterblijvende regio’s etc, etc.

Lid zijn van de EU betekent profiteren van één grote markt, maar ook: je binden en solidair zijn. Geven en nemen. Je geeft op een aantal terreinen een stukje van je nationale soevereiniteit op, om samen en als afzonderlijke lidstaat sterker te staan. Zonder een sterke en solidaire EU worden de lidstaten economisch en geopolitiek weggeblazen in een wereld met steeds sterkere en opdringeriger concurrenten. En een niet onbelangrijk bijproduct van een EU met sterk verweven economieën is dat de kans op oorlog minimaal is. De meeste EU-landen kunnen namelijk economisch niet overleven zonder de handel met de andere EU-landen. 

De interne markt zonder grenzen is een super complex EU-bouwwerk waar tientallen jaren door experts aan is gesleuteld alvorens het z’n huidige vorm kreeg. Het staat nu als een huis. Een groot, compleet maar ook complex huis, met 28 kamers en een paar ruimtes met centrale faciliteiten. Daar moet nu, met het vertrek van GB, eerst één kamer uit worden gesloopt, om vervolgens te bespreken in welk soort bijgebouwtje op afstand GB moet worden ondergebracht. Bizar. GB gaat weer terug naar de tijd van de slagbomen bij de grenzen. Hoe gaan ze dat managen? Je kunt je nu al vrolijk maken over de rapportages van kilometers lange rijen met gestrande vrachtwagenchauffeurs die zeggen hevig terug te verlangen naar de probleempjes die ze toen hadden met die paar asielzoekers die naar de overkant wilden.

GB helemaal lossnijden uit het hechte EU-netwerk van afspraken, regels en instituties en er vervolgens iets nieuws voor in de plaats bedenken dat beide partijen tevreden stelt, is onmogelijk en gaat dus niet lukken. Daarvoor is het allemaal veel te complex. Je kunt een Siamese tweeling ook niet uit elkaar halen en er twee volwaardige mensen ‘van maken’. Vaak gaat er één dood.

Wel willen blijven profiteren van de interne markt, maar op alle andere terreinen je snor drukken: het zal GB echt niet gegund worden. Landen die alleen maar de kersen uit de EU-taart willen pikken, moeten maar ergens anders gaan winkelen.

Nationaal chauvinisme, arrogantie, xenofobie, EU-haat en ordinaire domheid, opgepookt door onverantwoord opererende media die louter in oplages denken, hebben GB zover gebracht. Nog steeds kunnen of willen de Brexiters niet zien dat ze richting de kliffen marcheren. Wanneer ze er vlak voor staan, zullen ze zich misschien realiseren wat ze zich op de hals hebben gehaald.  Maar dan is er geen weg terug meer. Scheiden doet lijden. (jv) 

 

 

 

Afbeeldingsresultaat voor oude slagbomen bij grens 

176 Misleide Brexiters gaan als sneue lemmingen richting klif (1)

15 november 2017

De Brexiters willen dus (nog steeds) de Europese Unie verlaten. Om weer baas in eigen huis te worden. Een nogal vage, gevoelsmatige wens, want geen enkel modern land is meer echt baas in eigen huis, maar voor z’n welvaart en stabiliteit juist sterk afhankelijk van samenwerking met andere landen, vastgelegd in verdragen met verplichtingen. Hoeveel méér baas Groot-Brittannië wordt, en waarover, is dus de grote vraag. Maar voor het verlaten van de EU gaan ze, dat is zeker, ook een hoge prijs betalen. Economisch en politiek. De welvaart zal namelijk sterk afnemen en de politieke instabiliteit in Engeland, Schotland en Ierland alleen maar toenemen.

Brexiters gaan uit van louter misvattingen. De vier belangrijkste op een rij: 1/ze kunnen de afkoopsom voor reeds aangegane verplichtingen in EU-verband beperkt houden 2/ze kunnen het vrije verkeer van werknemers volledig blokkeren. 3/ze kunnen na uittreding weer nieuwe handelsverdragen met Europa sluiten die veel gunstiger zijn en 4/ze zullen meer kunnen exporteren omdat het pond goedkoper wordt t.o.v. de euro. Forget it all. Want..…

De eerste rekening die de EU voor het afkopen van reeds aangegane verplichtingen aan GB zal voorleggen, zou wel eens rond de € 90 miljard kunnen liggen. Daar staat nu nog het lachwekkende bod van € 20 miljard tegenover. Maar met minder dan € 60 miljard komt GB hier niet weg is mijn inschatting. Wanneer GB hier niet wil leveren, komen er geen onderhandelingen over nieuwe handelsvoorwaarden. Dan wordt het dus een ‘harde’ Brexit. Het meest desastreuze scenario voor de Britse economie. Dat geldt ook voor het vrije verkeer van werknemers. Als GB haar grenzen geheel afsluit voor arbeidsmigranten, is dat einde oefening en zal er niet onderhandeld worden over gunstige handelsvoorwaarden. 

Maar ook als de EU er op beide punten met GB uitkomt en de onderhandelingen over een ‘zachte Brexit’ kunnen worden geopend, is het ondenkbaar dat GB handelsvoorwaarden kan bedingen die gunstiger zijn dan wat ze nu hebben. De meeste EU-landen zullen het namelijk niet pikken dat uittreden wordt beloond. Want dan komt de geest uit de fles en zal de bevolking van meer landen denken: geef ons ook alleen de voordelen van de EU. Dus ook bij een ‘zachte Brexit’ zal het voor bedrijven uit GB alleen maar lastiger worden om hun producten in de EU af te zetten. Meer administratieve rompslomp, langdurige grens- en kwaliteitscontroles, extra  importtarieven en dus veel hogere kosten voor ondernemers.

Ook het geloof dat een (t.o.v. de euro) goedkopere pond het makkelijker maakt om producten naar de EU te exporteren, zal een illusie blijken. Tegenover een goedkopere export, staat namelijk een duurdere import. En dat zal fors aantikken. Want in een moderne economie worden er nog maar weinig producten in z’n geheel in één land gemaakt. De meeste onderdelen van de eindproducten die in GB in elkaar gezet worden, moeten vanuit andere landen geïmporteerd worden. Zo worden er in GB weliswaar auto’s voor de export gemaakt, maar die bestaan voor 90% uit onderdelen die eerst uit Duitsland en Nederland en tig andere landen moeten worden geïmporteerd. Omdat die importen, en daarmee de auto’s, duurder worden, verslechtert de concurrentiepositie van GB.

GB gaat economisch dus een zwaar pijpje roken. Maar ook politiek zal de chaos alleen maar groter worden, ook omdat er zoveel verschillende meningen over de belangrijke vraagstukken zijn  dat er nauwelijks nog stabiele meerderheden zijn te vormen. En er zijn momenteel geen betrouwbare en competente leiders voorhanden die het land kunnen meenemen in de richting van stabiliteit en welvaart. 

Een misleide bevolking is op basis emoties, nepfeiten, leugens en bedrog meegelokt op een glibberig pad met alleen maar verliezers. Maar by far de grootste verliezer is Groot-Brittannië zelf. En dan met name de boze chauvinistische burgers uit de verarmde middenklasse en alles daaronder. De rijke Brexiter redt zich wel. Zoals de opportunistische, maar toch ook een beetje leipe Boris Johnson, die de Brexit misbruikt om zelf MP te worden.  (jv)

175 Zonder (meer) verbeeldingskracht gaan we het niet redden.

14 november 2017

Ik hoorde laatst iemand, weet niet meer wie, de stelling verkondigen dat verbeelding belangrijker is dan kennis, omdat kennis beperkt is en verbeelding oneindig. Aardig gevonden, maar het argument toch wat te mager om hout te snijden. De stelling klopt natuurlijk wel, omdat we zonder de verbeeldingskracht van unieke persoonlijkheden nooit zulke beslissende kennissprongen in de menselijke geschiedenis zouden hebben gemaakt.

Socrates, Pythagoras, Newton, Darwin, Curie en Einstein, om zomaar een willekeurig rijtje te noemen, hadden niet meer kennis dan hun geleerde tijdgenoten, maar door hun uitzonderlijke verbeeldingskracht konden alleen zij nieuwe werelden blootleggen, waarbinnen anderen weer konden voortbouwen met ontdekkingen die het leven van mensen diepgaand zou veranderen en meestal ook verbeteren. Zonder zulke ‘out of the box’ denkers hadden we nu waarschijnlijk nog in berenvellen rondgelopen. Ze zijn ook onmisbaar om de huidige wereldproblemen op te lossen en als mensheid te overleven.

Mensen met verbeeldingskracht hebben we niet alleen in het topsegment van de wetenschap, de politiek, het bestuur en het bedrijfsleven nodig, maar op alle niveaus. Die out of the box denkers moeten veel ruimte krijgen, maar ook goed ingebed blijven in een systeem met pragmatische doeners, die er met beide voetjes op vloer voor zorgen dat al die verbeeldingskracht niet met ons op de loop gaat, maar vertaald wordt in praktische maatregelen die de hele gemeenschap ten goede komen. (jv)

174 Kleine veranderingen en kantelpunten met grote gevolgen: de chaostheorie

14 november  2017

Panta Rhei. Alles stroomt. Niets blijft. Deze wijsheid wordt aan Heraclitus (535-475 v Chr.) toegeschreven. Ook de moderne wetenschappers zijn er van overtuigd dat er maar weinig stabiel is/blijft in de wereld. Elk 'dynamisch systeem', van cel tot universum, is in beweging en ontwikkelt zich in een bepaalde richting. Vaak is het onvoorspelbaar welke richting omdat we nog onvoldoende kennis hebben van de drijvende krachten en de causale verbanden.

Tijdens mijn studie in de zeventiger jaren werd er sterk gefocust op het bestuderen van 'dynamische systemen'. Er kwam veel wiskunde en lineair programmeren aan te pas om de ontwikkelingsgang ervan te analyseren. Via deze benadering bestudeerden we toen b.v. ook landen, regio's, arbeidsmarkten, migratiestromen en culturen. Verschijnselen analyseren in systeemtermen is me altijd blijven fascineren. Het dwingt je tot het nadenken over de relaties tussen de componenten van het systeem, de interne en externe factoren die het systeem een bepaalde kant op duwen en de mechanismen die de stabiliteit bedreigen. 

De meteoroloog Edward Lorenz, toponderzoeker van dynamische systemen en de oervader van de chaostheorie, ontdekte in de jaren zestig van de vorige eeuw het zogenaamde “butterfly effect”, waarbij kleine veranderingen in de atmosfeer op een bepaalde plaats instabiliteit in het weersysteem kunnen veroorzaken die grote gevolgen kan hebben voor het weer een paar duizend kilometers verderop. Hier hoort zijn metafoor bij van een vlinder die in Tokio minuscule luchttrillingen veroorzaakt die zo sterk kunnen doorwerken in het weersysteem dat ze in Chicago het verschil kunnen maken tussen mooi weer en een orkaan.

De chaostheorie beschrijft dat elk systeem door kleine, moeilijk te voorspellen veranderingen kan losraken uit een stabiele toestand, instabiel wordt en gaat bungelen tussen orde en chaos om op enig moment te vervallen in totale chaos, een situatie die vaak irreversibel is. Dit geldt dus niet alleen voor ecosystemen maar ook voor sociale, politieke en economische systemen, en natuurlijk voor één van de meest complexe systemen: het menselijk lichaam, met het brein als toppunt van complexiteit en behoorlijk ‘ontvankelijk’ voor de principes van de chaostheorie. Een kleine verandering in het neurologisch systeem kan dramatische gevolgen hebben.

Een razend interessante uitwerking van de chaostheorie, toegepast op ecosystemen, komt van Marten Scheffer, hoogleraar te Wageningen en winnaar van de Spinozaprijs in 2009. Hij spreekt over “kantelpunten in complexe systemen”. Scheffer zoekt naar kleine veranderingen in bepaalde segmenten van het ecosysteem, die als kantelpunt fungeren. Als dat punt eenmaal is gepasseerd ontstaat er instabiliteit. In die fase kan er een vliegwieleffect optreden dat dramatische gevolgen kan hebben voor het totale systeem. Als je die kantelpunten tijdig kunt herkennen, kun je ze misschien voorkomen, aldus Scheffer, die verder stelt dat de kantelpuntentheorie voor bijna elk systeem opgaat.

Scheffer’s kantelpuntenonderzoek in ecosystemen kan belangrijke inzichten opleveren die hopelijk snel kunnen worden benut bij het effectief mitigeren van gevaarlijke klimaatveranderingen. Maar hoe zit het onderzoek naar de kantelpunten in politieke systemen?

Kunnen we nu al kantelpunten in ons democratisch systeem ontwaren die het systeem zodanig instabiel kunnen maken dat het na verloop van tijd niet meer functioneert en ontspoort in chaos? Grote vraag misschien, maar je kunt hier niet tijdig genoeg bij zijn om er nog iets aan te kunnen doen.

Potentiele kantelpunten genoeg. Zomaar een greep. Het systematisch ontregelen van democratische procedures door populistische partijen. Het creëren van schijnwerelden met nepnieuws en ‘eigen feiten’. Buitenlandse cyberinfiltratie. Het voortdurend ondergraven van het vertrouwen in de gevestigde politieke partijen. De steeds geringere kennis bij burgers van de spelregels van onze democratie en rechtstaat. De media die zich voor karretjes laten spannen. Subculturen die tegen elkaar opgezet worden en elkaar steeds minder gaan verdragen. Migratiestromen. Toenemende ongelijkheid en baanonzekerheid. Afnemend vertrouwen in de overheid. Buitenlandse mogendheden die via ondergrondse operaties Nederlandse politici, opiniemakers en andere ‘fellow travellers’ inschakelen bij he tweedracht zaaien met als doel: destabiliseren. Eroderend collectief geheugen w.b. het leven in een dictatuur. 

Veel is misschien business as usuall en voorlopig nog goed beheersbaar, maar er kunnen ook kantelpunten in verborgen zitten die het politieke systeem als geheel zo instabiel kunnen maken, dat het uiteindelijk implodeert. Duik er in, spit het uit. Leer van de inzichten opgedaan met de chaostheorie. Wetenschappers en onderzoeksjournalisten zouden hun onderzoek eens wat vaker vanuit deze invalshoek moeten verrichten. Dus meer ‘kantelpuntenonderzoek’ dat ook het grotere plaatje, de samenhangen en de echte bedreigingen in beeld brengt.  (jv)

173 Zevendedagsadventisten zijn bang voor de klimaatscrisis!!??

13 november 2017 

Het Kerkgenootschap der Zevendedagsadventisten stelt qua aantal aanhangers niet veel voor. Wereldwijd zo’n 18 miljoen leden, waarvan er ca 5000 in Nederland staan ingeschreven. Ook bij zulke kleine sektes vraag ik mij steeds weer af: hoe kun je als (in aanleg) normaal mens zo van het rationele padje raken dat je de abnormale beginselen van zo’n genootschap onderschrijft? Moet het er met de paplepel ingedoctrineerd worden of zou het ook voor komen dat gezonde mensen op hun 25-ste ineens denken: hé, die Zevendedagsadventisten, die hebben wel interessante opvattingen?

En hebben ze die? De Zevendedaggers moeten om te beginnen weinig hebben van homo’s en abortus, maar zijn wel helemaal wouse van het Oude Testament, de Tien Geboden, de sabat en de spijswetten. Ze geloven niet alleen dat hun God de wereld, met alles er op en eraan, in zeven dagen heeft geschapen, maar ook dat Hij op enig moment weer terug komt op aarde. Daarmee suggererend dat Hij er ooit al eens geweest is. Weinig relevante tussenvragen: waarom is ie toen weggegaan, waar naar toe en waarom zou ie in godsnaam weer terugkomen?

Wat moet je toch met mensen die serieus en zonder een spoortje twijfel de verhalen uit het liefdeloze en hypergewelddadige Oude Testament als hun morele kompas kiezen? En hoe kunnen ze geloven in dat bizarre scheppingsverhaal? Je moet ze serieus nemen, lijkt me. De kernvraag is dan natuurlijk vervolgens: kun je de Zevendedaggers op andere terreinen wel serieus nemen? Nee, zou mijn primaire reactie zijn. Maar wat moet ik dan met types als Marianne Thieme, fractievoorzitter Partij voor de Dieren in Tweede Kamer, Niko Kofferman, die voor de PvdD in de Eerste Kamer zit en zijn vrouw Antoinette Hertsenberg die het programma Radar presenteert?

Alle drie zijn ze overtuigde Zevendedaggers. Ze zijn retekritisch op van alles en nog wat, afficheren zich als rationele burgers die grote waarde hechten aan de resultaten van wetenschappelijk onderzoek om hun eigen gelijk te halen en te onderbouwen, maar als het gaat over het ontstaan van het universum, de aarde en de mensheid, dan zijn ze de weg van de empirie volledig kwijt, zetten de wetenschap, inclusief de evolutietheorie, bij het grof vuil en komen aanzetten met het sprookje van de creatie van alles in zeven dagen. 

Ik begrijp echt niet dat Thieme en haar volgelingen van de PvdD zich zo druk maken over de klimaatcrisis. Als hun god er in is geslaagd om in zeven dagen de aarde te scheppen, dan is het toch een fluitje van een cent voor ‘m om in zeven dagen het klimaat weer op orde te krijgen? Je kunt je by the way ook nog afvragen waarom ie het met al die macht van ‘m zover heeft laten komen met het klimaat. En waarom zo mekkeren over het dierenwelzijn? In het Oude Testament spoorde hun almachtige god volkeren die ie wel mocht aan om de meest verschrikkelijke dingen te doen tegen mensen en dieren waar ie minder mee had. Daarbij vergeleken zijn de omstandigheden in legbaterijen en varkensstallen paradijselijk. Het morele kompas van de Zevendedaggers staat wat onzuiver afgesteld en meet met twee maten.

Zevendedaggers als Thieme, Koffermans en Hertsenberg lijken me aardige, intelligente en betrokken burgers, maar ik kan niet naar ze luisteren zonder hun religieuze afwijkingen in de beoordeling te betrekken. Dat is dan weer mijn afwijking. (jv)

172 Het ene leed is het andere niet: Nederland versus Oekraïne

10 november 2017

Het was tijdens de Duitse bezetting van ’40-’45 in Nederland bepaald geen fijne tijd. Rechtstaat en democratie werden gedurende 5 jaar opzij gezet, de bevolking kon zich niet vrij uitspreken, er was een tekort aan veel, we hadden het bombardement op Rotterdam waarbij ca 800 mensen omkwamen, de hongerwinter van 1944 waarin mogelijk 20.000 mensen het leven lieten en natuurlijk het absolute dieptepunt: de deportatie van en moord op ca 110.000 Nederlandse Joden en zigeuners.

Maar je hoort daarnaast ook de verhalen waaruit blijkt dat voor het grootste deel van de Nederlanders het leven ‘gewoon z’n gangetje ging.’ Hoeveel je er ook over leest, er ontstaat geen beeld van een land waarin, m.u.v. de deportaties en executies, sprake was van 5 jaar ‘groot lijden’. De materiele verwoesting was hier uitermate beperkt en vanaf 1945 kon m.b.v. Amerikaanse hulp de opbouw voortvarend ter hand worden genomen en ging het in ons land elk jaar beter. En inmiddels staan we in de top van alle lijstjes die onze welvaart en ons welzijn meten. 

Natuurlijk is het lastig en arbitrair om het lijden van mensen, groepen en landen met elkaar te vergelijken. Toch wordt het me via m‘n colleges Oekraïne elke week duidelijker dat een land als Nederland dat sinds haar onafhankelijkheid in 1648 slechts 5 jaar ‘enig leed’ heeft ondervonden, altijd een soort paradijs is geweest vergeleken met Oekraïne, dat vanaf het begin van haar geschiedenis tot 1991 ‘onbeschrijfelijk veel leed’ heeft ervaren.

Waar zullen we instappen? In elke tijdvak sinds het jaar nul was er in die regio sprake van veel oorlog en geweld, veroorzaakt door buitenlandse veroveringslegers en binnenlandse etnische, politieke en religieuze conflicten. Maar vanaf 1919 gaat de ellende qua intensiteit en aantallen slachtoffers naar een ongekend schaalniveau. In dat jaar werd de Russische revolutie c.q. de bloedige strijd tussen de Witten en Roden deels ook op Oekraïns grondgebied uitgevochten. De communisten wonnen die strijd en werden vanaf dat moment de onderdrukkende macht in Oekraïne. Dat duurde, met een onderbreking van 5 jaar Duitse bezetting, tot en met 1991. Pas vanaf dat moment was Oekraïne voor het eerst in haar geschiedenis onafhankelijk.

Een paar ‘highlights’ uit de periode vanaf 1919. Talloze pogroms op de Joden. Harde Stalinisering met haar zuiveringen en massa-executies die alleen al rond 1933 aan meer dan 300.000 mensen het leven kostten. De Holomor: bewust gecreëerde hongersnoden met 4 mln doden in 1932 en 1 mln in 1947. In 1941 verjoegen de nazi’s de Russen en in 1944 vochten de Russen zich weer terug. Resultaten van deze 5 jaar oorlog en bezetting voor Oekraïne: minstens 7 mln doden, waarvan 1 mln Joden, 16 mln van de 40 miljoen inwoners werden dakloos, 700 steden en 28.000 dorpen geheel in puin  En tussen al deze ellende door voortdurende massale deportaties van etnische groepen van de ene regio naar de andere. Gesleep met mensen om geopolitieke motieven. Het zijn huiveringwekkende statistieken. Voor buitenstaanders misschien wat abstract, maar als je inzoomt op de persoonlijke verhalen was het daar van generatie op generatie 'overleven' . In geen enkel Europees land is het lijden zo groot en zo permanent geweest als in Oekraïne.

Als je de geschiedenis van Oekraïne op je laat inwerken, is het bijna onvoorstelbaar dat het land er weer zo bovenop is gekomen. Het zit nu eigenlijk in de meest normale periode van haar geschiedenis. Natuurlijk zijn er nog behoorlijk wat problemen: historisch te verklaren spanningen tussen etnische groepen en tussen de verschillende regio’s, maar ook binnen de politieke elite. Men vertrouwt elkaar niet. Grote belangentegenstellingen. Oligarchen met veel geld en macht. Corruptie in alle geledingen. Democratische omgangsvormen en staatsrechtelijke instituties die nog lang niet ‘af’ zijn. Het zal nog wel even duren voor de rechtstaat en de democratie zich op ons niveau bevinden. Maar ze kwamen, zeker vergeleken met Nederland, van heel ver. Ze verdienen EU-hulp om de volgende stappen te kunnen maken en NAVO-hulp om zich te kunnen verdedigen tegen de Russische dreiging en destabilisatie. Die hulp is vooral ook in ons eigen belang.

Als we onze negatieve oordelen over landen als Oekraïne ventileren, is het fair om hun wrede geschiedenis in die beoordeling te betrekken. De inwoners van Nederland hebben vaak geen benul van het geluk dat ze hebben om in dit land te wonen. En niet 3 uur vliegen oostwaarts. (jv) 

171 Wanneer gaat Malle Eppie naar ThePostOnline?

9 november 2017

Ze zijn schaars in Nederland, maar de Volkskrant heeft het voorrecht om een hardcore Trump-fan als columnist in huis te hebben: Derk Jan Eppink. Hij is tevens, want dat gaat altijd samen, ook een rabiate Democraten-hater. Hij laat geen gelegenheid voorbij gaan om deze partij in het algemeen en de Clinton’s en Obama in het bijzonder af te branden. En hij neemt daarbij dan en passant alle media mee die zijn held kritisch volgen.

Meestal doen die media weinig anders dan gewoon citeren wat de president allemaal uitkraamt, om vervolgens een poging te doen dat van duiding en context te voorzien. Wat vanwege gebrek aan consistentie, inhoud en begrijpelijkheid een schIer onmogelijke  klus is. Trump komt er meestal uit zoals ie is, maar Malle Eppie beoordeelt dit als bevooroordeelde en links. 

Zelf hijst hij zijn favoriete president waar mogelijk op het schild. Nooit een onvertogen woord. Het bizarre gedrag en zijn reactionaire entourage komen in zijn stukjes nooit aan de orde. Hij weet het optreden van Trump altijd zo weer te geven dat het lijkt alsof er in de VS een sterke en vooral ook slimme president aan het roer staat, misschien wat horkerig soms, maar wel één die vooral zegt en uitvoert wat de meerderheid van de Amerikanen wenst. Ik hou erg van tegendraadse geluiden in de Volkskrant, dat moet, maar die van Eppie zijn toch wel erg reactionair, vals en vooral niet passend bij het journalistieke niveau van de VK.   

Nog geen letter heeft hij geschreven over het feit dat Trump met zijn onvoorspelbaarheid, zijn vreemde omgangsvormen, zijn volstrekte gebrek aan kennis en zijn dwaze uitspraken gevaarlijke situaties in de diplomatieke wereld creëert. En ook geen woord over het feit dat hij nog geen enkele belangrijke verkiezingsbelofte is nagekomen omdat ze, onbeholpen voorbereid of gewoon ridicuul, door het Congres of de rechter werden geblokkeerd. Ongekend in de Amerikaanse geschiedenis. Maar Eppie hoor je er niet over. Dat een groot deel van zijn eigen partij zich voor hem schaamt, sommigen diep, zullen we nooit in zijn columns lezen. Een column moet provoceren en soms ongenuanceerd ergeren, maar er zijn grenzen. Voor het bewieroken van je helden heb je fanclubs.   

Eppie somde gisteren op welke geweldige prestaties Trump heeft geleverd w.b. economische groei en werkloosheid, maar vergat er bij te vertellen dat dit de doorwerking is van het succesvolle economische beleid van Obama in zijn tweede termijn. Gênant. Dat de zittende president nog geen enkele maatregel door het Congres heeft geregen die economisch zoden aan de dijk zet, lezen we niet bij ‘m. Wel dat het migratiebeleid van Trump een grote pluim van ‘m krijgt. Geweldige uitzettingscijfers, schrijft ie. Klopt, vooral illegalen die nuttig werk doen, en hun kinderen die al hun hele leven in de VS wonen. Echt iets om trots op te zijn.

Verder schreef Eppie gisteren dat de Republikeinen sinds 1922 niet zo sterk hebben gestaan. Een van de weinige beweringen in zijn column die klopt. Een dolende Democratische partij zoekt als een kip zonder kop nog steeds naar haar nieuwe koers en naar een aansprekende opvolger voor Barack Obama. Is er een lichtpuntje? De uitstekend ingevoerde correspondent van het NRC, Guus Valk, biedt een sprankje hoop. Bij de verkiezingen voor het gouverneurschap in de swing state Virginia is eergisteren de kandidaat van Trump, een soort Trump-light, afgegaan tegen zijn Democratische tegenkandidaat, die met grote overmacht heeft gewonnen.

Uit de exit-polls bleek volgens Valk dat een meerderheid van de kiezers een signaal aan Trump wilde geven. Virginia staat niet op zichzelf. Ook in New Jersey en bij verschillende burgermeesterverkiezingen werd de race gewonnen door een Democraat. Deze uitslagen bieden enige hoop dat Amerika bij de tussentijdse verkiezingen voor Huis en Senaat in november volgend jaar weer een beetje bij zinnen komt en het Congres een zodanige samenstelling bezorgt dat de maffe en gevaarlijke ideeën van de president daar kunnen worden geblokkeerd.

Trump-bewonderaar Eppink mag van mij nog best een tijdje in de VK zijn held adoreren. We zijn inmiddels wel aan die stukjes folklore gewend. Maar eigenlijk past ie toch beter bij de voorkeuren, de  mentaliteit en het extreem rechtse niveau van ThePostOnline van soulmate Annabel Naninga.  (jv)

 

170 Noord-Korea: is het doemscenario afwendbaar?

8 november 2017

De klimaatverandering moge op de lange termijn de grootste bedreiging voor onze beschaving zijn, maar het meest acute gevaar voor de stabiliteit, de welvaart en het welzijn in de wereld vormen toch de ontwikkelingen in en rond Noord-Korea. De komende drie jaren kunnen wel eens bepalend zijn voor de vraag of we ons nog wel ongerust moeten maken over het klimaatprobleem. Omdat de eerste onomkeerbare stappen op weg naar het einde dan al gezet zijn en climate change daarmee vergeleken een mineur probleem wordt.

Angstaanjagend is dat de meeste experts geen realistisch scenario w.b. de Noord-Korea crisis meer zien dat goed afloopt. Als ze alle opties op een rij hebben gezet, strepen ze die vervolgens één voor één ook weer door, want de opties variëren van volstrekt kansloos tot uitermate onwaarschijnlijk. Eigenlijk komen ze zo onontkoombaar op een doemscenario uit.

Als je hetgeen er het afgelopen jaar over Noord-Korea is gezegd en geschreven probeert af te pellen en samen te vatten, dan blijvende de volgende zeer plausibele stellingen over:

  1. Noord-Korea beschikt binnen drie jaar over intercontinentale raketten die kernwapens naar de grote metropolen in de VS kunnen geleiden. 
  2. Voor de VS is zo’n dreiging onaanvaardbaar; zij zullen nooit een situatie accepteren waarin zij door “de schurkenstaat” Noord-Korea kunnen worden bedreigd en gechanteerd met kernwapens.
  3. Om die fatale situatie te voorkomen zijn er maar twee opties: de eerste is diplomatiek overleg dat uitmondt in de garantie dat Noord-Korea stopt met haar raketprogramma. De tweede optie is die waarbij Noord-Korea op korte termijn door de VS volledig wordt uitgeschakeld c.q. terug wordt gebombardeerd naar het stenen tijdperk
  4. De diplomatieke optie wordt om twee redenen nauwelijks kansrijk geacht. Trump heeft zich tot dusver niet echt een diplomaat getoond en zijn adviseurs zijn ook geen strategen van formaat die vertrouwen wekken. En Kim Jong-un wil w.b. zijn militaire ambities geen millimeter toegeven. Hun nucleaire slagkracht is de levensverzekering van het regime.
  5. Dus resteert voor de VS de optie ‘Noord-Korea platbombarderen’.

Dit doemscenario lijkt dus onafwendbaar en heeft mega-gevolgen voor de hele regio en daarna de rest van de wereld. Noord-Korea zal, na zo’n aanval van de VS, bijna zeker voldoende kernwapens en chemische wapens overhouden om vanuit lastig te detecteren plekken Zuid-Korea en Japan te treffen. Er zullen miljoenen vluchtelingen in Zuid-Oost Azië op drift raken. Ook China zal hard geraakt worden. De oorlog zal escaleren. De wereldeconomie stort in. Maar vooral de nucleaire fall-out in grote delen van de wereld zal grote impact hebben op het dagelijks leven en het algehele psychologische klimaat. Bij verdere militaire escalatie kan een nucleaire winter een eind maken aan de beschaving zoals we die nu kennen.

Mijn pessimistische onderbuik acht dit een realistisch scenario, maar met mijn ratio kom ik toch eerder uit bij de optimistische verwachting dat deze weg naar zelfvernietiging zelfs dubieuze narcisten als Trump en Kim Jong-un te ver gaat. En anders zullen verstandige krachten in de entourage van beide heren tijdig ingrijpen. Uiteindelijk zullen de grote belangen en het overlevingsinstinct aan beide kanten toch de doorslag geven. Maar dan blijft altijd nog het risico dat een domme zet van de één, gevolgd door een onverwachtse reactie van de ander een moeilijk te stoppen escalatie in gang kan zetten.

Wat niet gerust maakt is dat Trump direct na zijn inauguratie aan zijn militairen vroeg waarom de VS haar kernwapens eigenlijk niet kunnen gebruiken. En na hun antwoord vroeg hij zich af wat dan het nut van die wapens is. Huiveringwekkend domme en gevaarlijke vragen voor een president. Verder zei hij een paar weken geleden nog over Kim: "De raketman is op zelfmoordmissie voor hemzelf en zijn regime.”  En kraaide vervolgens dat Kim de VS door zijn optreden dwingt tot de "totale vernietiging" van het Aziatische land. Zijn minister van Buitenlandse Zaken die aandrong op een dialoog, noemde hij “uitermate zwak”, want praten met Kim was immers “tijdverspilling”.  Waarna deze Tillerson Trump binnenskamers “een idioot” noemde.

De volstrekt onvoorspelbare Trump tapte gisteren tijdens zijn reis door Zuid-Oost Azië weer uit een heel ander vaatje. In Zuid-Korea zei de kameleon gisteren zonder blikken of blozen in een diplomatieke oplossing te geloven. Hij oreerde zelfs dat er vooruitgang werd geboekt. Door die “uitermate zwakke” Tillerson?

Maar voorlopig blijft het een chicken-game waarbij twee auto’s in een smalle straat met hoge snelheid op elkaar inrijden en we tot het laatst in spanning blijven wie als eerste het stuur omgooit om een botsing te voorkomen. Als ze van elkaar denken dat de ander dat wel zal zijn, hebben we toch een probleem. 

169. Hoogwaardigheidsbekledingen

7 november 2017

Zit een kwartiertje naar Radio 1 te luisteren. Inhoud stelt weinig voor. Het zoveelste verhaalje over ‘grensoverschrijdend gedrag” van Engelse ministers. Gaap. Gaap. Dus ga je op andere dingen letten en viel het weer eens op hoe slordig en onbedoeld komisch het Nederlands van de radiotypes vaak is. Een voorbeeldje: Sofie van Kleef, correspondent in Londen, had het net over “hoogwaardigheidsbekledingen” en “een regering die wankelender en wankelender wordt.” Misschien zit ze al zo lang in Londen dat ze het Nederlands een beetje is verleerd. (jv)

168. Treinhaiku’s

Weg met de TomTom

Liever eigen technologie 

VS zijn de weg kwijt?

 

Roodbruine eekhoorn

Klapt tegen het raam. Angstkop

Bomen ver dichtbij.

 

Geluk dwing je af?

Pech is een keuze zeker? 

Onzin scoort te vaak.

jv

167 Maarten Luther: fanaticus, een leer en zeeën van bloed

5 november 2017

500 jaar geleden, op 31 oktober 1517, publiceerde Maarten Luther te Wittenberg zijn 95 stellingen tegen de wantoestanden in de katholieke kerk in het algemeen en de aflaten in het bijzonder. Dat Luther de katholieke maffia van die tijd, met de Paus als capo di tutti capi, fel bekritiseerde was terecht en moedig, gezien de straffen die er op dergelijke subversieve acties stonden. Maar hij was ook een fanatieke drammer wiens leer de religieuze en politieke geschiedenis vanaf 1517 blijvend en diepgaand heeft beïnvloed. En dan vooral in negatief opzicht. Al zullen protestanten en de volgelingen van de vele andere op zijn leer geïnspireerde denominaties het tegendeel beweren.

Moeilijk ontkend kan worden dat Luther’s religieuze opvattingen de geestelijke inspiratie waren voor vele godsdienstoorlogen, beeldenstormen en eeuwenlange twisten over de juiste uitleg van de christelijke leer en hoe daarnaar te leven. De volgelingen van Luther waren bereid om elkaar keihard, langdurig en op grote schaal te bestrijden en zo nodig ook de hersens in te slaan. De leer trok een mensentype aan dat je kunt karakteriseren als: erg recht in de leer, fanatiek, zwaar op de hand, gelijkhebberig en onverdraagzaam.

Luther was geen vriendje van de onderdrukten die in opstand kwamen. Hij haalde uit de bijbel de wijsheid dat iedereen het gezag van de elke overheid moest erkennen, “want er is geen gezag dat niet van God komt. Wie zich tegen het gezag verzet, verzet zich dus tegen een instelling van God, en wie dat doet roep over zichzelf een veroordeling af.” Voor zijn eigen opstand tegen het gezag van de katholieke kerk maakte hij dus een uitzondering. Maar de arme boeren die toendertijd in opstand kwamen tegen de landheren die hen uitbuitten, moesten volgens Luther keihard aangepakt worden. Kijk, zo’n leer maakten de autocraten van de vele Duitse vorstendommetjes zich natuurlijk graag eigen. En zij verplichtten ook hun onderdanen dat te doen.  

Met de reformatie trok Luther’s leer een spoor van geweld, eerst door Duitsland en daarna door  andere delen van Europa. Als ware jihadstrijders verspreidden de volgelingen zijn leer. Dat de huidige nazaten dit alles onder tafel proberen te moffelen is misschien nog wel te begrijpen. Het zou het 500-jarige feestje alleen maar verstoren. Dat onder de pet houden dat heeft men ook lang (en met succes) geprobeerd met een andere kwalijke kant van Luther: zijn virulent antisemitisme.

De inspirator van de Reformatie moest niets van Joden hebben. In 1543 verscheen zijn ”Joden en hun leugens.” Een verhandeling met 7 maatregelen die tegen de Joden moesten worden genomen. 1/Synagogen en Joodse scholen moesten in brand worden gestoken. 2/Huizen van Joden moesten worden afgebroken. 3/Joodse gebedsboeken moesten hen worden afgenomen. 4/Rabbijnen moesten, op straffe van de dood, worden verboden nog iemand het Joodse geloof te leren. 5/Joden mochten zich niet meer actief op straat vertonen. 6/Geld en sieraden moesten van de Joden worden afgenomen. 7/Joden moesten worden opgepakt om in werkkampen hun brood te verdienen. Je kunt het je bijna niet voorstellen dat de man met zulke ideeën vandaag de dag nog steeds wordt geëerd door hele volksstammen protestanten, gereformeerden, hervormden en wat er aan afgesplitste sektes nog meer uit de Reformatie is voortgekomen.

Wat er in het verkiezings A-4tje van de PVV over de Islam staat, lijkt vergeleken met deze 7 punten nog maar een pover beginnetje. In ieder geval kun je op basis van dit pamflet wel zeggen dat de nazi’s hun Jodenhaat en oplossingsrichtingen niet van een vreemde hadden.

Max Pam citeerede in zijn column van verleden week woensdag in de Volkskrant een paar fraaie uitspraken van Luther. Zoals: “Wanneer je een Jood ziet of aan een Jood denkt, zeg dan tegen jezelf: de tronie die ik daar zie, vervloekte, verwenste en bespuugde elke zaterdag mijn lieve Heer Jezus Christus..”  en “Joden zijn niets anders dan dieven en rovers die dagelijks niets anders eten of een draad van hun kleding dragen die zij niet van ons gestolen hebben door hun vervloekte woekerrente.”

Dit soort uitspraken werden er in de 450 jaren, voorafgaande aan de Holocaust, ingeramd bij katholieken en protestanten. Luther heeft de geesten meer dan rijp gemaakt voor alle pogroms op Joden en de bijna definitieve uitroeiing van deze etnische groep. Er zal de komende periode tijdens de festiviteiten in het kader van ‘500 jaar Luther’ weinig aandacht aan besteed worden, vrees ik. En als er al iets over gezegd wordt, zal er bij worden gezegd dat we die uitspraken vooral in hun tijd moeten zien. Hoe lang zal het nog duren voordat dat dat ook over Hitler gezegd wordt en er vervolgens een standbeeld van 'm wordt onthuld? (jv) 

166 #MeToo: tussen machtsmisbruik en wraak

3 november 2017

Steeds als ik dacht dat ik alle relevante meningen inzake #MeToo wel gelezen of gehoord had, en mijn eigen standpunt had bepaald, werd ik weer aan het twijfelen gebracht door een nieuwe invalshoek. Maar toen ik vanmorgen de column van Asha ten Broek in de Volkskrant had gelezen, wist ik ineens welke lijn ik het best te verdedigen vind.

Ik lees ten Broek’s columns bijna nooit helemaal uit. Val niet zo op haar onderwerpen en al helemaal niet op haar aanvliegroutes, zodat ik na de eerste alinea's meestal stop. Nu las ik het stuk, over #MeToo, helemaal uit en wist het zeker: dit is gevaarlijke onzin. En soms werkt het dan zo, dat  als je eenmaal snapt welk standpunt echt niet kan, je ineens ook weet voor welke opvatting je dan wel moet kiezen.

In haar column van vandaag zegt ten Broek op zich verstandige dingen over seksueel ongewenst gedrag, maar besluit dan met de oproep: ”Geloof de slachtoffers.” Zij licht toe dat slachtoffers van seksueel ongewenst gedrag vaak geen zaak (meer) hebben voor de rechter. In die gevallen krijgt het slachtoffer geen genoegdoening en blijft de boef vrij rondlopen. Zij vindt dit zo onaanvaardbaar dat zij het standpunt inneemt: als er geen juridisch houtsnijdende feiten meer overlegd kunnen worden voor een rechter, dan moeten we kiezen voor een morele stellingname en die is altijd ten gunste van degene die zich 'het slachtoffer van..' noemt. Invoelbaar, maar toch....

Geen misverstand: de #MeToo actie is heel goed, boezemt de klootzakken angst is, zorgt er misschien voor dat veel van hen de handjes nu thuis houden en kunnen de slachtoffers over een drempel helpen. Maar Ten Broek vindt dat iemand die zegt/beweert het slachtoffer te zijn van seksueel ontoelaatbaar gedrag, ook zonder steekhoudend bewijs onvoorwaardelijk geloofd moet worden. En dat gaat een paar bruggen te ver. Het is niet te hopen dat er ergens een man rondloopt die haar er op enig moment van beschuldigt dat zij zich aan hem heeft vergrepen. Dat is in werkelijkheid nooit gebeurt, maar zij heeft hem ooit zo erg beledigd, dat hij nu wraak wil nemen. Het vergrijp kan natuurlijk niet juridisch sluitend bewezen worden, maar conform Asha’s oproep moeten wij de man wel geloven.

De keuze die ten Broek maakt, kan leiden tot morele ontsporingen. Vermeende daders kunnen treurige slachtoffers worden van valse beschuldigingen, slechte herinneringen, anders beleefde gebeurtenissen of ordinaire wraak. Zij zijn dan de echte slachtoffers en kunnen, samen met hun familie, ongestraft door de media kapot gemaakt worden. Met andere woorden: als de rechter niet kan of kan oordelen, dan moet de publieke opinie dat maar doen. Naming, blaming and shaming. Aldus het moreel geïnspireerde advies van ten Broek. Dat advies staat haaks op een van de belangrijkste pilaren van ons recht: iemand is onschuldig tot het tegendeel bewezen is. Geen bewijs, dan ook geen veroordeling. Ook niet door de media.

Na alles wat er over dit onderwerp over ons uit is gestort, kies ik voor de volgende simpele uitgangspunten:

  • Seksueel ongewenst gedrag is onaanvaardbaar en moet bestreden en gestraft worden.
  • De boordeling, veroordeling en bepaling van de strafmaat is aan de rechter. Niet de media.
  • Ontoelaatbaar gedrag moet wel met bewijzen/feiten aannemelijk gemaakt worden
  • Geen publiciteit over namen als het gaat om vermeende daders zonder feitelijk bewijs
  • Kiezen voor het uitgangspunt: iemand is onschuldig tot zijn schuld aannemelijk gemaakt is
  • Het is in the end beter dat een schuldige vrij blijft, dan dat een onschuldige gestraft wordt
  • Het is ook zinvol om de ‘tijdgeest’ bij de beoordeling/veroordeling te betrekken
  • Als ‘een zaak’ niet voor de rechter gebracht kan worden, probeer dan mediation
  • Maak onderscheid tussen de ‘echte’ misdragingen en ‘vervelend gedrag’.

Dit laatste punt is niet onbelangrijk. Alles is in de afgelopen weken op één hoop gegooid. Brute verkrachtingen, aanrandingen vanuit machtposities, schunnige opmerkingen en hinderlijk over knie, kont of rug wrijven. Allemaal in hetzelfde mandje gekieperd. In het belang van slachtoffers van brute aanrandingen lijkt het me niet verkeerd om bij het uitventen van seksueel onrecht in de media gradaties aan te brengen in de ernst van de misdragingen en daarmee ook in het opzwepen van de verontwaardiging.

Daarnaast is ook de tijdgeest relevant bij de beoordeling van de toelaatbaarheid van specifiek seksueel gedrag. Ik kan mij namelijk niet aan de indruk onttrekken dat wat in de zestiger en zeventiger jaren tot de reguliere seksuele praktijk behoorde, nu zwaar onder vuur ligt. En soms  níet eens meer kan. Dan bedoel ik natuurlijk niet de ‘zware gevallen’ waarin macht wordt misbruikt om iets door te drukken wat de ander niet wil. Maar los van die extreme gevallen waren de seksuele ‘omgangsvormen’ toen heel wat relaxter. En het gaat toch wat ver om, wanneer je daar anders over bent gaan denken en er met terugwerkende kracht spijt van krijgt, anderen daar nu voor aan te klagen.

Een zelfde twijfelgeval?? is de situatie waarin je je er ooit in hebt laten tuinen, dan wel bedonderd bent. Je bent al twijfelde of tegenstibbelende tig jaar geleden toch gevallen voor de mooie praatjes van een knappe, charismatische of  belangrijke man/vrouw, bent het bed ingeluld en hebt daar achteraf veel spijt van. Je neemt dat nu, jaren later,  de ander kwalijk en wil dat aan de kaak stellen, wilt hem/haar aan de kaak stellen. Behoort dat tot de categorie ‘zware gevallen’? Is dat aanleiding om de reputaties van zo'n type via de media te kraken? Er waren tijden dat ze de eretitel Don Juan/Juana kregen. En wie wilde dat toen  niet zijn? Nu niemand meer.

Is het allemaal collateral damage, voortkomend uit de sekszaak van de geile boef Weinstein of treden we een nieuw Victoriaans tijdperk binnen? De nieuwe preutsheid? Dat we het Tweede Victoriaanse tijdperk in worden gerommeld blijkt uit veel, maar een prachtig geval vind ik wat zich dezer dagen in Engeland afspeelt. Daar moest de Britse minister van Defensie, Michel Fallon, gisteren zijn ontslag aanbieden omdat ie 15 !!!?? jaar geleden z’n hand liet rusten op de knie van, zoals de Volkskrant dat vanmorgen omschreef, “een bevriende en assertieve journaliste”.

Misschien heeft Fallon nog veel 'ergere' dingen gedaan, maar je denkt allereerst aan een grap.  Maar het is ernst. Net zo als het ernst is dat heel veel (m.n. jonge) vrouwen door kerels in machtsposities doodongelukkig werden/worden gemaakt. En die moeten gepakt worden. Maar dus wel via een rechtsgang die we bij andersoortige boeven ook normaal vinden. (jv)

NB. Misschien nog een tip voor al die gevallen waarin er te weinig bewijs is om een rechter te overtuigen. Mediation. Vraag een wijze bemiddelaar om de betrokken partijen bij elkaar te roepen om in een veilige omgeving hun verhaal te laten doen. Het kan de echte dader misschien over te streep trekken om buiten de publiciteit en zonder het risico van een rechtszaak te erkennen dat ie fout zat en voor het slachtoffer kan dat ook het gemoed verlichten. In Zuid-Afrika hebben ze goede ervaringen met de z.g. verzoeningscommissies waarin de vreselijkste misdaden werden besproken. Waarom zou dat hier ook niet kunnen voor niet meer te bewijzen seksueel wangedrag? 

 

165 Wegkijkers en stilzwijgers zijn ook verantwoordelijk.

2 november 2017

“The world will not be destroyed by those who do evil, but by those who watch them without doing anything.”

Deze memorabele uitspraak van Albert Einstein uit 1963 schoot mij te binnen toen ik Wilders gisterenmiddag in de Tweede Kamer bij de eerste dag van de Algemene Beschouwingen voor de zoveelste keer hoorde fulmineren tegen de Islam en de moslims in ons land en er vervolgens weinig effectieve tegenspraak vanuit de Kamer kwam. Het was weer van dik hout zaagt men planken. Alle moslims werden over één kam geschoren. De moordenaars, verkrachters, terroristen, potverteerders en nietsnutten trokken weer voorbij en werden simpeltjes gekoppeld aan de ‘woestijnreligie.’ Alles wat riekte naar Islam moest minder, hier weg, hier niet binnenkomen en vooral: met alle middelen bestreden worden. En iedereen die dat standpunt niet deelde en het gevecht niet aanging om het ‘oude Nederland’ weer terug te krijgen, was een gevaar, het kabinet voorop.  

Er werden een paar voorzichtige, maar tamelijk contraproductieve pogingen gedaan om hem op zijn rabiate standpunten te bevragen, maar die leidden er alleen maar toe dat hij nog meer tijd kreeg om zijn abjecte standpunten te herhalen.

Wilders is gevaarlijk, maar de TK-leden die hem met zijn verbale  jihad tegen de Islam laten wegkomen, zijn wel degelijk ook verantwoordelijk voor de gevolgen van hun ‘laat maar lopen’ opstelling. En die gevolgen moeten we niet bagatelliseren. Steeds meer redelijke Nederlandse moslims komen op een punt dat zij die uitsluiting en beledigingen niet meer pikken. Wilders zaait haat en krijgt er op den duur alleen maar meer extremisme voor terug. Hij gooit handgranaten in de moslimgemeenschap, denkt dat er daarmee problemen worden opgelost en verwijt de andere partijen en het kabinet niet mee te doen met die oorlog. 

De andere kamerleden lijken niet te beseffen dat we zo onontkoombaar afglijden naar een situatie waarin de 1 miljoen Nederlandse moslims zich hier minder thuis gaan voelen. Maar ook steeds minder drive hebben om het moslimextremisme in eigen kring te bestrijden. I.p.v. samen tegen dat extremisme op te trekken, drijft de PVV steeds meer moslims richting de fanatiekelingen. Wilders plant de zaden voor een verdeelde samenleving waarin boosheid en agressie de sfeer zullen gaan bepalen. Geweldadige confrontaties zullen dan een kwestie van tijd zijn. Missie geslaagd. 

Kamerleden, neem de  uitspraak van Einstein ter harte, kijk niet weg en beuk er richting Wilders met al zijn extremisme harder in. Behandel ‘m niet als een gewoon Kamerlid. Laat de moslim landgenoeten duidelijker zien dat jullie ook niets van die gevaarlijke retoriek moeten hebben. Laat hem niet elke keer z’n gang gaan en de agenda en de sfeer bepalen. Do something. (jv)

 

164. Dominique van der Heyde, de framester.

1 november 2017

De vaste Haagse NOS-vrouw, Dominique van der Heyde is zeker competent, kent haar feitjes, heeft goede ingangen bij de Haagse politieke incrowd, maar is ook een meesteres in het framen van van alles en nog wat. Vooral de begrippen geloofwaardigheid en wantrouwen liggen haar in de mond bestorven. Hoewel ze erkend VVD-er is, heeft ze de afgelopen jaren zo vaak gezegd dat Rutte een geloofwaardigheidsprobleem heeft, dat die stikker voor altijd op z’n voorhoofd zit vastgeplakt, met drie componentenlijm. En dat heeft ze niet alleen met Rutte gedaan.

In de Nieuwsuur uitzending van verleden week donderdag kwam ze inzake de lange duur van de formatie met de stelling: “De kiezer blijft door die lange formatieduur wantrouwen houden in dit kabinet”. Hier eens even goed op kauwen. Los van het geven dat het kabinet toen nog maar 10  uur in functie was en dan al wantrouwen:  wat is in de logische relatie tussen wantrouwen en formatieduur? De formatie van het vorige kabinet was heel snel gepiept en toen zei ze precies hetzelfde: “Dit kabinet is zo snel in elkaar getimmerd, dat slechts weinig burgers daar vertrouwen in hebben.” Gelul van matje dus. Snel formeren is niet goed voor het vertrouwen, maar langzaam formeren dus blijkbaar ook niet. 

En altijd maar weer dat oreren over “de” kiezer. Die bestaat helemaal niet. ‘De kiezer wantrouwt dit kabinet’? Echt? Alle kiezers? Nee, natuurlijk niet.  De meeste kiezers dan? 60%? Of heel wat? 30%? Er zijn zoveel soorten kiezers, die allemaal wat anders vinden, voelen en willen. Ja, oké, een fors deel van de burgers, misschien wel een meerderheid, zal maar beperkt tevreden of zelfs ontevreden zijn met deze combinatie van partijen en zal ook een aantal beleidsvoornemens totaal niet zien zitten. Maar is dat wantrouwen? Of zijn het gewoon de normale verschillen in visie en beleidsvoorkeuren? 

Heel wat kiezers, lijkt me, worden op den duur wel wantrouwend als er vanuit de media almaar wordt beweerd dat de kiezer wantrouwend is. Dat wordt dan een zichzelf waarmakende voorspelling. (jv)

163. De eerste ontmoeting met alle nieuwe kabinetsleden!

31 oktober 2017

Verleden week donderdag had de NOS een interessante lange uitzending waarin de tijd werd genomen om alle bewindslieden van Rutte III aan het kijkersvolk voor te stellen. Een uitzending zonder pretenties, poespas of egotrippende interviewers en misschien daarom wel het aankijken waard. De formule was simpel. Gewoon de kabinetsleden kort introduceren en dan een paar zinnige vragen stellen en op de antwoorden ook doorvragen. En wel zo dat we een goede eerste indruk van de dames en heren konden krijgen. Geen stroopsmeren of inkoppertjes, maar ook geen afzeiken, iets waar ze in de nieuws- en talkshows een handje van hebben als het om politici gaat.

Die afzeikformule wordt blijkbaar effectief gevonden. Hoe meer je ze in een hoek kunt drijven, hoe beter het bij een bepaald publiek scoort. Vooral deze verse, nog wat argeloze bewindslieden kun je met een indringend cameravoering, zuigende vragen en sluw monteren simpel laten afgaan. Overigens: afzien van provoceren, betekent niet dat je geen inhoudelijk scherpe vragen kunt stellen. Dat moet altijd, maar het liefst wel zonder te persoonlijk, agressief of onbeschoft te worden.

Maar ze konden zich donderdagavond dus beheersen. Ondanks deze relaxte aanpak kon je uit de antwoorden en lichaamstaal van de bewindslieden al goed een eerste indruk krijgen van wie er zometeen soepel met de media omgaan en wie daar nog hard aan moeten werken. Er zitten snelle types tussen die zich niet in een hoek laten lullen, zelfverzekerd en met de gave van het woord, maar ook aarzelaars die hapklare brokken kunnen worden voor de hyena’s van PowNews.

Maar wat zegt het nog. Nu nog onzeker formulerende bewindspersonen blijken later misschien toppers die niet te kraken zijn. En de slimmen van nu kunnen ineens op hun bek gaan. Omdat hun voorgangers een politieke doodzonde hebben begaan of vanwege aanhoudende incidenten op hun beleidsterrein, maar ook omdat ze in de thuissituatie iets raars hebben gedaan wat media en TK gaan uitbenen.  Stenen of zelfs kiezeltjes genoeg waarover ze zomaar kunnen struikelen. (jv)

162 Buma is niet consistent, maar wel kappen met het referendum.

30 oktober 2017

Zaterdag j.l. liet Sybrand Buma in een interview met de Volkskrant weten dat het CDA een negatieve uitkomst van een referendum over de ’Sleepwet’ niet zal overnemen. Omdat, zo onderbouwt Buma, in het regeerakkoord staat dat de referendumwet zal worden ingetrokken. Maar dat lijkt me geen valide argument. Wanneer het referendum plaatsvindt, bestaat die wet gewoon nog. Dus hij toch met een betere argumentatie moeten komen. 

Maar Buma zit hier met een lastig vlekje uit het verleden. Hij moet recht praten wat krom is. In de vorige regeerperiode vond hij namelijk dat de uitkomst van het Oekraïne referendum moest worden gerespecteerd en overgenomen. Anders zou de politiek haar geloofwaardigheid verliezen, was zijn redenering toen. Terwijl het CDA in het jaar daarvoor het Oekraïneverdrag mee had onderschreven en het raadgevend referendum uitwees dat slechts 18.3% van 'het volk' tegen het verdrag was. (t.w. 63% van de opgekomen 31%). Dat Buma desondanks vond dat de uitslag moest worden overgenomen, was louter een kwestie van ‘kabinetje pesten’. Zo doorzichtig. Er lag ook toen geen steekhoudende argumentatie aan ten grondslag.

Dit gehannes laat overigens zien dat we inderdaad snel van het fenomeen referendum af moeten. Het is onwerkbaar. Complexe vraagstukken laten zich niet tot een ‘voor’ of ‘tegen’ reduceren en er is altijd gesodemieter over de interpretatie van de uitkomsten. Was de opkomst wel hoog genoeg? Heeft men de vraagstelling wel begrepen? Waarom bleven de niet-stemmers thuis? Hadden de stemmers wel voldoende kennis van zaken? Stemde men echt over het betreffende onderwerp of leidde de onderbuik vooral naar een afwijzen van de zittende regering?

Zelfs bij het wel of niet aanleggen van een brug is het referendum een moeilijk bruikbaar instrument. Want een deel van de bevolking kan belang bij die brug hebben, terwijl een ander deel er alleen maar last van heeft en het een grote groep geen bal uitmaakt, maar die ziet het zittende college niet zitten. Hoe verhoudt elk deelbelang zich hier tot het belang van de stad als geheel? Hoe moet je de uitslag ‘53% van de opgekomen 40% is tegen de brug’ nu wegen? De tegenstanders zullen victorie kraaien: zij hebben gewonnen. Maar ik zou zeggen: bouwen die brug, want slechts 21% van de kiesgerechtigden heeft zich er tegen uitgesproken. Maar gelukkig hebben we op democratisch wijze mensen gekozen die naar het belang voor de stad als geheel kijken en de verschillende deelbelangen, inclusief korte en lange termijn effecten, goed tegen elkaar af kunnen wegen. Om daarna een legitiem meerderheidsbesluit te nemen.

Catalonië  laat zien waar referenda toe kunnen leiden. Tot een heilloze verdeling van het land, de regio en de stad in twee kampen die elkaar ook na de uitslag blijven bestrijden. Omdat de voorstanders van afscheiding hun gelijk halen uit de uitslag van een onwettig referendum; 90% van de opgekomen 40%, stemde voor, dat is dus 36% van de kiesgerechtigde bevolking. Uit diverse onderzoeken blijkt dat ongeveer 43% van de Catelanen mordicus tegen afscheiding is. Die zal zich daar met hand en tand tegen verzetten. Zo leiden referenda vaak tot het scherp oppoken van tegenstellingen en tot bittere strijd. Eerst nog met woorden, maar later wellicht ook met grof geweld.

Referenda leveren alleen maar verliezers en ontevredenheid op. En waarom willen we het? Om ‘het volk’ een stem te geven, zeggen de voorstanders. Maar ‘het volk’ bestaat niet. Dat begrip wordt altijd misbruikt voor andere doeleinden. We zijn een verzameling subculturen die allemaal iets anders willen. En om geweld te vermijden, kiezen we om de vier jaar een soort tussenpersonen die van al die verschillende meningen chocola proberen te maken. Je kunt hen natuurlijk regenten noemen of leden van een partijkartel, maar ook gewoon volksvertegenwoordigers.

Gaan we echt een referendum over de ‘Sleepwet’ houden? Bizar. Twee jaar geleden wilde, zo bleek uit onderzoek, 80% van de bevolking dat de politie en inlichtingendiensten meer bevoegdheden zouden krijgen om het terrorisme en de georganiseerde misdaad aan te pakken. Dat, en heel veel meer, wordt nu via een nieuwe wet geregeld. Het is een complexe materie, opgeschreven in een dik juridisch-technisch document dat maar weinigen zullen lezen. Welke vraagstelling gaan we in het referendum nu voorleggen? Hoe leggen we de complexiteit van die nieuwe wet überhaupt aan de kiezers uit?

En als vervolgens bij een opkomst van 40% zo’n 60% de nieuwe wet afwijst (dat is dus maar 24% van alle kiesgerechtigden), stellen we de wet dan echt buiten werking? Hoe leggen we dat dan uit aan die grote groep burgers die sterk pleitte voor uitbreiding van de bevoegdheden van politie en inlichtingendiensten, maar niets van een referendum wil weten en dus niet zijn gaan stemmen? Inderdaad, dat kun je niet uitleggen.

Dan neem je als gekozen volksvertegenwoordigers je verantwoordelijkheid: je legt de uitkomst van dit raadgevend referendum naast je neer en stelt z.s.m. de referendumwet buiten werking. Want verwarrende schijndemocratie. (jv)

161. Carpe Diem?

28 oktober 2017 

Moet je nu elke dag leven of het je laatste dag is of juist leven alsof het nooit ophoudt? Het eerste hoor ik vaker dan het tweede. En dan in combinatie met de wijsheid dat wanneer je leeft alsof het je laatste dag is, je alleen maar dingen doet waar je echt zin in hebt, zonder je druk maken over de gevolgen. Veel lekkere hapjes snaaien, ongeremd zuipi zuipi, de beest uithangen, klojo's op de bek slaan. Het leven van de guilty pleasures dus. Maar je gaat je tijd dan natuurlijk niet meer vermorsen aan onbenullig gedoe, aan gekibbel, aan gezond leven, aan........de rij is, vrees ik, verdomd lang. 

Zou het in die bovenkamer echt zo werken? Als je leeft alsof het je laatste dag is, begin je natuurlijk niet meer aan een goed boek. Je krijgt het niet eens uit en wat moet je met die kennis? En waarom zou je nog naar het journaal kijken? Alles wordt op zo’n laatste dag nog zinlozer dan normaal. De een zal wegsomberen en nauwelijks nog aanspreekbaar zijn, de ander koortsachtig nog wat dingetjes regelen. Maar ook leuke dingetjes? Laat maar lopen. Leven alsof het je laatste dag is  zal je nog weinig vreugde bezorgen, vrees ik. 

Daarom kun je beter gewoon doorgaan alsof er nooit een einde aan komt. En dan zie je wel wanneer het licht ineens uitfloept. Wat onverlet laat dat Carpe Diem in de zin van “geniet een beetje van de dag” een mooie lijfspreuk blijft. Waarbij we vooral de illusie moeten koesteren dat we zelf ook echt invloed kunnen uitoefenen op wat er geplukt gaat worden. Die risicomijdende routinedieren die vooral geleefd worden door hun wisselende stemmingen en angstig in hun  vertrouwde holletje blijven zitten, dat zijn immers de anderen. Wij, de autonomen, regelen dat allemaal zelf en bepalen elke morgen weer dat we er een bijzondere en spannende dag van gaan maken, met out of the box denken en acties waarmee we onszelf en anderen verrassen. Pffff. 😴👎👺💣  (jv)

NB1 Dit soort overpeinzingen heb ik heel soms, m.n. als ik er door de buitenwereld expliciet aan herinnerd word dat ik niet het eeuwige leven heb. Zo kreeg ik verleden week een uitnodiging van het UMCG voor een coloscopie. Iedereen bij wie ooit zwarte darmtumoren zijn verwijderd en daarna ook nog een chemokuurtje heeft gekregen, wordt om de zoveel jaar opgeroepen om de darmen weer te laten inspecteren op gevaarlijke indringers. Dat stelt enerzijds gerust, maar heel even levert het toch ook een momento mori momentje op.

NB 2 de bedenker van de metafoor Carpe Diem, de Romeinse dichter Horatio, bedoelde er overigens vrij zakelijk mee dat we niet tot morgen moeten uitstellen wat we vandaag ook kunnen doen. Daarna gaf Epicurus er een geheel andere draai aan: “Droom niet met de schim van het verleden en wees niet bang voor het spook van de toekomst, maar leef met plezier in het heden”. Dat is wijsheid. Later zetten de Hedonisten het nog wat scherper aan met: “geniet zoveel mogelijk van de dag van heden”. Maar Carpe Diem is ook een alcoholvrije drank. Kijk, daar ga je al met je ‘genieten’.

160 Gemeenteraadsverkiezingen 2018 : maak er nu eens een spektakel van!!

26 oktober 2017 

Volgend jaar zijn er op 21 maart eindelijk weer gemeenteraadsverkiezingen. Een van die hoogtepunten van de democratie. Toch? Moeten we daar nu al aandacht voor vragen? Ja. Want voor dat feest der democratie kwam er in 2014 maar 54% van de kiesgerechtigden in Groningen opdagen. Ook landelijk werd zo’n percentage gescoord. Treurigmakend weinig. Wat doen onze politici er aan om dat percentage substantieel op te krikken? We zijn nog maar vijf maanden van die verkiezingen verwijderd en ik heb nog geen enkel interessant idee gehoord. Gebrek aan interesse of gebrek aan creativiteit?

Of gaan we de oude rituelen gewoon weer herhalen? Wat ‘digitale dingetjes’, een poster op een verkiezingsbord, een bolderkar met promomateriaal, wat debatjes met landelijke kopstukken en een paar weken voor 21 maart de wijken in. Om burgers te vragen naar wat hen bezighoudt. Vier jaar lang onzichtbaar en ineens, floep daar sta je voor een deur en belt aan. Vreugdeloze tochten door de woestijn, die echt geen enthousiaste stemmers opleveren, maar wel onverschilligheid of irritatie. Zichtbaar verplichte nummers waar niemand gelukkig van wordt. Doe het dan toch eens anders heren politici en wacht daar niet mee tot vlak voor de verkiezingen.

Natuurlijk ligt die geringe belangstelling van burgers voor stedelijke politiek en verkiezingen niet alleen aan politici maar evenzeer aan de burgers zelf. Een deel vindt het wel goed zo, heeft wel ‘wat beters’ te doen en heeft geen zin om er tijd en energie in te steken. ‘Daar hebben we toch politici en ambtenaren voor?’ Deze groep, die zich het liefst beperkt tot mopperen, is onbereikbaar hoe goed je je best ook doet. Maar er zijn ook vele burgers die wel degelijke geïnteresseerd zijn, maar om verschillende redenen hebben afgehaakt. Als ik mijn oor te luister leg in mijn omgeving hoor ik vaak de volgende drie redenen: 1. Ze weten niet waar ze op een effectieve manier met hun ideeën of klachten terecht kunnen. 2. Ze hebben zich al eerder ingezet om problemen van hun buurt of ideeën voor de stad aanhangig te maken maar zijn afgeknapt op het luisterend vermogen van de diensten. 3. Ze vinden de bestuurders volstrekt onzichtbaar, kennen ze niet en weten niet wat ze doen

Je zou denken dat aan deze klachten van de ‘afhakers’ wel degelijk veel te doen is. Hier is betrokkenheid terug te veroveren, maar dan moeten politici het over een andere boeg gooien. Ze moeten veel meer energie en creativiteit steken in de contacten met burgers. Niet alleen een paar weken voor de verkiezingen, maar permanent. Ze moeten zichtbaar en gekend worden. Partijen moeten politici en bestuurders in spé zoeken en opleiden die een vleugje meer charisma hebben dan wat er nu naar boven komt drijven.

Willen we meer burgers naar de stembus trekken dan moet de lokale politiek meer gaan leven. Dan moeten lokale politici meer gaan spetteren. We hebben behoefte aan politici die er het hele jaar door richting burgers van alles aan doen om te laten zien waar ze mee bezig zijn, die goed kunnen luisteren, die op een zeepkist durven staan om het volk toe te spreken, die een aansprekend verhaal hebben en dat ook aansprekend kunnen vertellen, geloofwaardig, met passie en humor. Of zijn die echt niet meer te vinden? Dan houdt het op natuurlijk. Maar dan houdt onze democratie ook een keer op. Vanwege onvoldoende stemmers.

We zijn hier in Groningen in staat om prachtige evenementen, zoals Eurosonics, te organiseren, die veel enthousiasme oproepen. In heel Europa. We kunnen ‘doorsnee’ artiesten zodanig promoten dat grote groepen weten wie ze zijn en wat ze doen. Waarom lukt dat zo slecht met verkiezingen en met politici? Er moeten toch een slogans plus campagnes kunnen worden bedacht om de verkiezingen ‘in de markt te zetten’ als iets heel bijzonders, als een gebeurtenis zonder welke onze rechtstaat, democratie en welvaartsstaat niet kunnen functioneren. En zo’n happening kan toch ook van concrete inhoud worden voorzien, inhoud die uitgevent wordt door politici met een enthousiasme dat overslaat naar de burgers? Organiseer ook met enige regelmaat in wijken sprankelende evenementen waar entertainment, inhoud en politieke ‘show’ gecombineerd worden.

Politici kom zo snel mogelijk in actie, doe iets, en voorkom dat jullie rond maart weer als jehova getuigen die treurige tochten langs de deuren moeten maken, met een roos of andere symbolische prullaria. Stel om te beginnen als doel een opkomstpercentage van minimaal 75% en ga ons de komende maanden verrassen. Denk eens wat meer out of de box. (jv) 

159 Muziek die eeuwen meegaat.

25 oktober 2017 

Het zijn er maar weinig, de echt groten in de klassieke muziek: Bach, Mozart, Chopin en Beethoven en dan Mendelssohn, Haydn, Tsjaikovski en Handel, alle acht stammend uit de achttiende respectievelijk negentiende eeuw. Ze staan nu al anderhalve eeuw of meer aan de absolute top. De laatste honderd jaar is er, m.u.v. van Mahler, Satie, en Sjostakovitsj, weinig gecomponeerd dat van vergelijkbaar niveau is.

Als het gaat om de absolute top in de popmuziek blijf je hangen in de zestiger en zeventiger jaren van  de vorige eeuw. Het is, net als bij de klassieke muziek, ook maar een heel kort rijtje. Nooit meer geëvenaarde kwaliteit en originaliteit: Dylan, Stones, Kinks, Beatles, Morisson, Clapton, Young, Reed, Bowie, Cash, Springstien, Pink Floyd, Mayall, Beach Boys en Fleetwood Mac. Na hen is er, met uitzondering van U2, niets vergelijkbaars meer gemaakt. Het is nog steeds de maat der popmuziek. Een aantal gaat waarschijnlijk nog eeuwen mee. Bijna alles wat er na hen hoog in hitparades is gekomen waren hooguit epigonen, commercieel erg succesvol misschien, maar velen al weer verdampt en vergeten bij de liefhebbers. Hooguit nog bewierookt in een niche van de volaltiele muziekmarkt. 

En over smaak valt wel degelijk te twisten. Niet alles wat geluid maakt, verdient het om als muziek gereproduceeerd te worden. Luister een paar weken naar de muziek in b.v. DWDD of een willekeurig muziekprogramma. Je hoort dan muzikanten die alleen opvallen door hun babbeltje vooraf, hun kleding of hun haar. Maar hun muziek is vaak niet meer dan eentonig geluid, het hoorbaar verplaatsen van decibellen met lucht, onverstaanbaar gefluister in een microfoon, teksten die (misschien wel gelukkig) verloren gaan in het lawaai van de achtergrondbegeleiding, noten zonder een herkenbare melodielijn, diepgang, structuur of emotie. Dertien in dozijn.

Luister (en kijk vooral) naar één van Matthijs van Nieuwkerk’s grote ‘jonge helden’, Jet Rebel, en je weet genoeg. Altijd stoned, altijd warrig geouwehoer en na een grote bos veren in z’n kont van Matthijs maakt ie vooral een hoop herrie. Opa Jagger is op het podium nog steeds het toppunt van vitaliteit en muzikale opwinding. Zeker vergeleken bij al het jonge spul dat hem tegenwoordig lachwekkend probeert te imiteren.

Of het nu gaat om pop, house, techno, dance of rap: het stelt in de kern helemaal niets voor. En het is allemaal één pot nat: muziek van één dreun, veel handen in de lucht, stampie stampie, geschetter, eentonige en agressieve rijmpjes met boze gezichten opgedreund, liefst wild bewegend  met vrouwonvriendelijke videootjes op de achtergrond. Heb je binnen zo’n muziekstijl één nummer gehoord, dan heb je alles gehoord. Als je niet tot zo’n sekte behoort, kun je tijdens zo’n nummer weinig anders doen dan je vervelen of ergeren. Je bent melodie en inhoud vergeten nog voor het nummer is afgelopen. Weinig beklijft er.

Maar wanneer je deze non-muziek maar eindeloos herhaalt als een Boeddhistisch mantra, ja dan ga je, als je er gevoelig voor bent, uiteindelijk wel geloven dat je naar iets bijzonders luistert. En als de dj’s op de radio deze shit om commerciële redenen ook nog eens ophemelen, dan moet het toch wel bijzonder zijn. Je vindt het natuurlijk ook goed als  je bij die specifieke subcultuur wilt horen. Maar een jaar na een release van een nummer hoort niemand er meer iets van. Muziek die het 40 jaar vol houdt? Wordt niet meer gemaakt.

Of toch? Enkele uitzonderingen. Vooral in de blues staan er nog wel eens kanjers op waarvan je weet: jezus, die beluisteren we over 40 jaar ook nog. Zeker en vast. Een paar voorbeelden: John Moreland, Gurf Morfix, Sven Zetterberg en Javina Magness. Zoek op Spotify en geniet van die lekkere stemmen met mooie teksten. Moeiteloos bluezen ze Jet Rebel-achtigen volledig weg.  (jv) 

158 Grote verhalen leiden vooral tot grote teleurstellingen.

23 oktober 2017

Sinds Bas Heijne de PvdA niet meer hoeft te bashen, want die bestaat bijna niet meer, lijkt hij in zijn NRC-columns wat milder te worden. Maar hij blijft toch vooral de studeerkamergeleerde, die op een vrij hoog abstractieniveau precies weet wat er allemaal aan ons ‘systeem’ mankeert en politici vaak met harde persoonlijke aanvallen de les leest. Praktische voorstellen ‘ter verbetering’ heeft hij nooit.

In zijn intellectueel sterke column van zaterdag j.l. schrijft hij bewonderend over Emmanuel Macron die “iets wezenlijks heeft begrepen”. Namelijk het belang van meeslepende verhalen in de politiek, verhalen vol heroïek en betekenisvolle symboliek. Heijne stelt vast dat we niet zonder dit soort ‘grote verhalen’ kunnen, maar dat het politieke centrum daar niet aan wil. In dat centrum wordt z.i. alles teruggebracht tot zakelijkheid en pragmatisme. Er moet immers efficiënt bestuurd worden. Het elan is er daarom ver te zoeken.

Daardoor laat men volgens Heijne een groot gat vallen voor extreem rechts met haar verhalen over het grote belang van de natiestaat, het dreigende einde van onze beschaving, de noodzaak onze cultuur met alle middelen te verdedigen en de verraderlijke elite. Heijne noemt dit “kwalijke heroïek…. die tot vreselijke ontsporingen kan leiden.” Trump. Brexit. Hij begrijpt de politici die ver weg willen blijven van al die mythische verhalen, want: “Haat is een onweerstaanbaar bindmiddel.” Mooi geschreven. Exit ‘grote verhalen’? Nee.

Maar met welk ‘groot verhaal’ moet de gevestigde politiek dan wel komen? Het valt ook voor Heijne niet mee om dat te bedenken. Temeer omdat hij zelf, linkse politici en commentatoren citerend, schrijft: “Je kon wel een mooi verhaal bedenken over waar Nederland naar toe moest, maar daar bleef in dit coalitieland vrijwel niets van over.” Die denktrant heeft, volgens Heijne, “de PvdA aan de rand van de afgrond gebracht.” Ik zou zelf eerder de omgekeerde stelling willen verdedigen: de PvdA is afgestraft omdat het beleid dat ze noodzakelijkerwijs in het kabinet moest voeren, te ver afstond van het ‘grote verhaal’ uit het verkiezingsprogramma.

Heijne geeft in zijn column exact aan wat de gevaren kunnen zijn van ‘grote verhalen’: het creëren van haat die verbindt. Maar hij vindt dus ook dat het ontbreken van ‘grote verhalen’ het vertrouwen in de gevestigde politiek heeft verdampt. Ja, wat nu? Hoe dat verhaal er dan uit moet zien, lezen we niet in de column. Het is makkelijk roepen vanuit de ivoren toren, maar ik hoop ook nog eens een column van ‘m te lezen waarin hij de contouren schets van een ‘groot verhaal’ dat niet leidt tot het zich afzetten tegen andersdenkenden en dat niet zo gaat zweven dat het nooit meer land.

Overigens: politici zouden hun toekomstvisie best wat eloquenter aan de man mogen brengen. Maar liever geen opgewonden vergezichten die toch niet waargemaakt kunnen worden. Aan politici heb je meer als ze goed kunnen besturen en belangrijke zaken kunnen realiseren dan wanneer ze zich verbaal gaan uitleven. Als elke partij met haar eigen ‘grote verhaal’ komt, kan dat alleen maar leiden tot grote teleurstellingen want, het is al gezegd, door de noodzakelijke compromissen zal maar weinig van al die verheven toekomstvisies in concreet beleid omgezet kunnen worden. Dan gaan we van hoge verwachtingen naar diepe teleurstellingen. (jv)  

NB     Heijne zegt in zijn column van zaterdag j.l. over de huidige kabinetsleden: “er zit naast brandhout ook nieuw talent tussen.” Een snel en makkelijk oordeel van een wijsneus die al die drukke mieren in de politieke arena minzaam gadeslaat. En een opmerkelijke woordkeuze voor een man die politici vaak de maat neemt vanuit een verheven beschavingsideaal. Maar mensen die zich nog moeten bewijzen bij voorbaat als  “brandhout” affakkelen, is weinig beschaafd. 

157 Welk ‘slag’ mensen moet ons dan besturen?

22 oktober 2017

In de zaterdagkranten dit weekend heel wat oordelen vooraf over het nieuwe kabinet. “Weinig ministeriële ervaring”. Klopt. “Een frisse club”. Klopt ook. “Meest lieden die op verschillende niveaus de nodige politiek-bestuurlijke ervaring hebben opgedaan”. Inderdaad. Het zijn bepaald geen groentjes, maar het wordt spannend of ze het ook gaan redden in de onvoorspelbare Haagse hectiek.

De nieuwe bewindslieden. De Volkskrant komt met een nogal zurig, misprijzend oordeel en kwalificeert ze als behorend tot het “slag mensen dat Nederland al decennia bestuurt.” Er wordt volgens de VK met deze club geen handreiking gedaan aan de groep boze Nederlander die zich niet in ‘de Haagse politici’ herkent. Pff. Nou en? 

De logische vraag, waar de VK helaas niet op in gaat, is dan: als dit het niet is, welk ‘slag’ moet ons land dan gaan besturen? Wat zou volgens de VK hun profiel moeten zijn? Wat moeten ze kunnen? Waar vinden we ze? Hoe kiezen we ze? Het moet volgens de VK niet gaan om mensen met de nodige bestuurlijke ervaring in de Tweede Kamer of gemeenten, want die zijn te weinig herkenbaar voor een deel van het volk. Dis geen politici met een zodanig profiel dat ze kunnen worden weggezet als ‘behorend tot het partijkartel’. Maar, nogmaals, wie dan wel?

Vragen we lachebekje Gordon om minister van Kunst en Cultuur te worden? Herkenbaarheid verzekerd. Of vragen we racist Annabel Nanninga als minister voor asielbeleid? Het zal elke dag feest zijn. Misschien kunnen Wilders en Baudet ons nog meer namen van herkenbare personages leveren, die niet tot het partijkartel behoren. 

We moeten dus vooral bewindslieden zoeken zonder wortels in bestuurlijk Nederland. Dus mensen zonder ervaring met complexe democratische processen? Gaan we dan voor apolitieke topexperts die als minister de politieke afwegingen moeten maken en wetten in het parlement moeten verdedigen? Zijn dit soort technocraten dan wel herkenbaar voor ‘de boze Nederlander’? Maar maken we onze democratie via zo’n technocratische bemensing niet zo apolitiek dat nog minder mensen zich er in herkennen?

Want de VK vergeet: de types die voor de boze Nederlander wel herkenbaar zijn en toegejuicht worden, zijn voor het overgrote deel van ons land onaanvaardbare schertsfiguren die incapabel zijn om wat dan ook te besturen. Ik vrees dat uit de tegengestelde wensen van de verschillende maatschappelijke subculturen w.b. dit vraagstuk geen werkbaar compromis te braaien is. Dus moeten de democratisch gekozen volksvertegenwoordigers die het kabinet gaan steunen maar op de gebruikelijke manier de bewindslieden selecteren. 

Misschien dat de VK ook nog eens een artikel kan wijden aan ‘het slag’ mensen dat volgens haar wel voldoende herkenbaar is voor de bozen en onverschilligen. En dat ook capabel genoeg  is om het land te besturen en complexe vraagstukken door de besluitvorming te loodsen.  Ik wens de VK er veel succes mee.

Nederland staat altijd hoog op de internationale lijstjes waarop landen worden gerangschikt op basis van de kwaliteit van het landsbestuur. Het zal niet meevallen om ‘een slag’ mensen te vinden dat ons land beter gaat besturen dan ‘het slag’ dat nu weer is gevraagd. Het lijkt me overigens niet slim om hier populistische experimenten mee uit te voeren. We hebben veel prestige en welvaart te verliezen. (jv) 

156 Haiku’s

20 oktober 2017 

De haiku. Had me er nooit in verdiept. Ik associeerde het met mysterieus en Oosters. Las laatst dat de vorige voorzitter van de Europese Commissie, Herman van Rompuy, intelligente haiku’s maakte. Erudiete man. En kort geleden kregen we een boekje in huis met mooie haiku’s. Nadenkertjes. Heb er toen wat meer over gelezen. Een haiku is dus een kort, niet rijmend gedicht, geschreven in drie regels waarvan de eerste regel 5, de tweede regel 7 en de derde regel weer 5 lettergrepen telt. De basis is een zintuigelijke ervaring van de dichter.

Gelijk proberen natuurlijk. Mijn eerste, jammerlijk mislukte, haiku noteerde ik op 17 oktober in trein van Groningen naar Gouda.

“Denkend over mijn denken. Dieper kom ik niet.

Onmacht. Irritatie. Berusting. Denken gaat over in voelen.

Denken over voelen. Rommelig boven.”

In alle opzichten mislukt. Zo staan er veel meer lettergrepen in dan “toegestaan” namelijk 11/15/10, i.p.v. 5/7/5. Maar het is ook mislukt omdat er gevoelens in staan, terwijl een haiku vooral zintuigelijke waarnemingen moet weergeven. Het gaat om zien, ruiken, voelen of horen. De lezer moet door associaties met bepaalde woorden een diepere betekenis ontdekken. Verder heeft een goede haiku een verrassende wending. Japanners waren en zijn er meesters in.

Een kloppende haiku van de grote specialist Issa (1763-1828):

“In het ziekenhuis

Dooft een flakkerend licht uit

Een sneeuwstorm steekt op”

Of een van Basho (1644-1694), een andere (Japanse) grootheid:

“Een bliksemschicht flitst

en een purperreiger schreeuwt

in de duisternis”

Oké, beschroomd na de bekroonde haiku’s van deze grootmeesters, probeer ik het nog een keer:

“Onze Siamees, op bed

Strekt zich spinnend in de zon

Nu regent het weer”

20-10-2017

Tsja, het valt niet mee. Ook mijn tweede haiku kan me nog niet echt bekoren. Maar het 5/7/5 schema zit er helemaal in. Als je er eenmaal mee begint, weet ik nu al, werkt het wel verslavend. Bij alles wat je leest of hoort, denk je: “zou er een haiku’tje in zitten?” En vervolgens ga je dan weer een eind weg zitten associëren met de bedachte woorden. Of het een bevredigende tijdsbesteding gaat worden…? Ben er nog niet van overtuigd. Als ik er 10 heb die 'kloppen' beslis ik  of ik er verder mee ga. jv)

155 "Jij dikke, vette leugenaar".

19 oktober 2017 

Trump ligt behoorlijk onder vuur na zijn uitspraken over de nazorg van gesneuvelde militairen. De ellende begon nadat hij de vrouw van een in de strijd omgekomen soldaat opbelde om haar te condoleren, maar de naam van haar man niet wist te noemen en haar vervolgens zei dat hij toch wist waarvoor hij getekend had en welke risico’s er aan het vak verbonden waren. De weduwe vond de opmerking harteloos en was geheel van slag. Toen de commotie hierover goed op stoom kwam en hij vervolgens de vraag van een journalist kreeg waarom hij nog niet gereageerd had op de dood van vier VS-soldaten in Niger, was de president het spoor volledig bijster. Hij probeerde zich er improviserend uit te bluffen met: "Vorige presidenten namen bijna nooit de moeite om familieleden van gesneuvelde soldaten te bellen." Dat was een verzinsel dat hem nog lang zal worden nagedragen.

De waarheid is dat zowel Bush als Obama altijd belden met of schreven aan de nabestaanden van gesneuvelde militairen. Ze stonden bekend om de goed gekozen woorden waarmee zij hun oprechte compassie toonden. Daar werden ze beiden om geroemd. Trump zoog zijn bechuldiging aan het adres van zijn voorgangers gewoon uit zijn duim.  Maar kwam er nu niet mee weg. Hij raakte bij veel Amerikanen een open zenuw. Nabestaanden en opiniemakers laten nu massaal  via de media weten dat ze zich beledigd voelen door zijn woorden. De zus van een omgekomen Amerikaanse soldaat noemt hem zelfs een "dikke, vette leugenaar".

"Zeggen dat president Obama de familieleden van gesneuvelde soldaten niet opbelde, is een verdomde leugen. Hij is een gestoord beest", twitterde Obama’s vroegere adjunct-stafchef Alyssa Mastromonaco. "Dit is een ongelooflijke leugen, zelfs naar Trump-normen", voegde de voormalige vice-veiligheidsadviseur Ben Rhodes hieraan toe.

Gregg Popovich, Air Force-veteraan, ging het verst in zijn kritiek. "De manier waarop de president dit land leidt, ontgoochelt me telkens opnieuw. Hij blijft de bevolking maar verdelen. Maar zijn leugens zijn nu zodanig onder de gordel dat ik er geen woorden meer voor heb. De man in het Witte Huis is een zielloze lafaard die denkt dat hij enkel maar groot kan zijn door anderen te kleineren. Dat heeft hij altijd al gedaan, maar lager dan dit kan hij niet meer zinken. We zitten opgescheept met een pathologische leugenaar: zowel intellectueel, emotioneel als psychologisch schiet hij tekort voor deze functie. De hele wereld weet het en zijn medewerkers nog het meest: zij zouden beschaamd moeten zijn omdat ze daar niets tegen ondernemen."

Ik kan mij niet herinneren dat er in dergelijke bewoordingen over een zittende president is gesproken door gezaghebbende Amerikanen. Nixon werd ook een pathologische leugenaar genoemd, maar er was altijd nog wel een zekere bewondering voor zijn briljante strategische en geopolitieke inzichten. Maar Trump heeft eigenlijk niets waar je enige bewondering voor kunt hebben. Het wordt uitzitten met deze politieke randdebiel die inhoudelijk en karakterologisch volledig ongeschikt is voor zijn functie. (jv)  

154 Winkeliertje pesten in Gouda

18 oktober 2017

Dinsdag j.l. liet mijn vader mij een stukje lezen uit zijn Algemeen Dagblad van die morgen. Het ging over een Goudse winkel die bordspelletjes verkocht. De eigenaar, ene Valenijn Eekels, organiseert in zijn winkel al geruime tijd twee avonden per week bordspelletjes voor buurtbewoners. Die avonden worden goed bezocht en voorzien dus in een behoefte. Andere faciliteiten om op dit niveau gezellig iets met elkaar te doen, zijn in de loop der jaren wegbezuinigd, dus je zou denken dat de gemeente zo’n initiatief om de sociale contacten in de buurt een beetje te stimuleren van harte zou toejuichen.  

Maar niet in Gouda. Eekels vertelde in het AD dat de gemeente hem in juli had gewaarschuwd dat hij die avonden niet mocht organiseren. Hij moest een ‘omgevingsvergunning strijdig gebruik’ aanvragen. Eekels was het daar niet mee eens omdat in het bestemmingsplan staat dat een dergelijk evenement is toegestaan als het ondersteunend is aan de winkel. Wat hier z.i. evident het geval is. Verder vindt hij het  aanvragen van zo’n vergunning behoorlijk prijzig, terwijl het onduidelijk is of de vergunning ook toegewezen wordt.

Desondanks vroeg Eekels die vergunning acht weken geleden toch maar aan. Maar nog steeds heeft hij geen reactie ontvangen van de gemeente, die daarmee de wettelijke termijn waarbinnen gereageerd moet worden heeft overschreden. Het AD sluit het  bericht fijntjes af met: “Gouda was gisteren niet in staat om te reageren”.

Je kunt zo’n voorval weglachen of afdoen met “klein bier”, maar voor veel burgers is dit symptomatisch voor hoe ‘hun’ overheid te werk gaat. Het negatieve beeld wordt alleen maar bevestugd. De reacties zijn natuurlijk voorspelbaar: “Ze hebben geen tijd en expertise om de echte problemen in de stad aan te pakken, maar zo’n mooi initiatief willen ze wel even om zeep helpen.”  “Ze willen alleen maar laten zien wie de baas is.” “Ze zijn star en bureaucratisch.” Het doet het imago van het stadsbestuur bepaald geen goed.  

Op basis van de informatie uit het artikel kun je de houding van de gemeente toch niet anders dan als tamelijk kleinzielig kwalificeren. Zelfs als ze formeel in haar recht staat en die vergunning nodig is, hadden de verantwoordelijke ambtenaren hier toch wel wat sneller en klantvriendelijker richting de winkelier kunnen optreden. Dom. (jv)

153 Tussen cynisme en naïviteit

15 oktober 2017

Van de Bulgaarse schrijver Maria Popova is de prachtige zin: “kritisch nadenken zonder te hopen is cynisme, maar te hopen zonder kritisch na te denken is naïviteit”.

Vanuit deze houding zou je als burger ook onze politici kunnen benaderen. Ze wel kritisch volgen natuurlijk, maar er in beginsel vanuit gaan (hopen) dat ze te vertrouwen zijn, menen wat ze zeggen en doen wat ze beloven. Zover mogelijk weg blijven dus van cynisme en naïviteit. Dat is, vooral als het gaat om cynisme, bij de ene politicus makkelijker dan bij de andere. Sommigen vind je om tal van redenen sympathiek en betrouwbaar, de ander hoeft z’n gezicht maar te vertonen en je krijgt al een vervelend gevoel in je maag. Dit alles los van de inhoud, waar het natuurlijk echt om gaat.

Een politicus waar ik niet op stem maar wel sympathie voor heb, is Jesse Klaver. Welbespraakt, sterk op de inhoud, bekwaam strateeg, goede ideeën, niet-dogmatisch en fatsoenlijk in de omgang met tegenstanders. Misschien heeft ie wel een wat te groot ego, maar ach, hij is nog jong en is waarschijnlijk (terecht) trots op hoever ie het al heeft geschopt. Van deze Klaver valt het me dan tegen dat hij zo’n groot nummer maakt van die btw-verhoging. Waarom beperkt hij zich niet tot de echt kwalijke voornemens uit het regeerakkoord, zoals die welke betrekking hebben op migratie, vluchtelingenbeleid, het bevoordelen van multinationals en het nauwelijks aanpakken van de flexbanen?

Alle aandacht die Klaver richt op de btw-verhoging van 3% naar 6% gaat ten koste van de aandacht voor de genoemde beleidsvoornemens die echt slecht zijn. Want waar gaat het bij die btw-verhoging nou helemaal om? Voor een mand boodschappen die nu € 33 kost, ga je volgend jaar € 34 betalen. Ja, dat moeten we vooral framen als een schandalige maatregel. Welke woorden kun je dan nog gebruiken voor het nieuwe vluchtelingenbeleid?

En nog los van het feit dat het qua kostenstijging dus om peanuts gaat, die ook nog eens meer dan volledig wordt gecompenseerd door een lagere inkomstenbelasting: die btw-stijging past op zich toch binnen de GL-filosofie van consuminderen? Om langs deze weg onze gezondheid te verbeteren en het klimaat te redden. Klaver pleitte nog geen half jaar geleden voor een verhoging van de btw op vlees van 6% naar 21%, de vleestax. Een beetje een flipflopper dus  op dit punt?

We eten en drinken teveel, ook veel ongezonds, en betalen er te weinig voor. Rosanne Hertzberger legde het in haar NRC-column van zaterdag j.l. helder uit. De gemiddelde Nederlander geeft 11% van zijn inkomen aan voedsel uit. De laagste inkomens 12%, de hoogste 9.7%. Voedsel is hier spotgoedkoop stelt zij vast. Naast de negatieve gevolgen voor de volksgezondheid, levert dat ook een gigantische afvalberg op van 44 kilo per jaar per Nederlander. Om die stuitende afvalberg te bestrijden diende Klaver in 2013 een motie in. En nu zet hij, aldus Hertzberger, “een brede maatschappelijke beweging op touw tegen de btw-verhoging op voedsel. Terwijl die maatregel misschien wel effectiever is tegen voedselafval dan zijn oorspronkelijke wetsvoorstel”.

Dat Klaver zich nu zo afzet tegen die minieme btw-verhoging en dat verkoopt als een strijd voor het verminderen van de ongelijkheid moge politiek-strategisch te begrijpen zijn, maar laten we niet zo naïef zijn om dat ook te geloven. Het is ook geen aanleiding om nu cynisch over de politicus Klaver te doen. Een groot deel van ‘het volk’ pruimt die btw-verhoging immers niet. En soms moet je als politicus een beetje met de stroom meezwemmen om niet te verzuipen. Je hebt immers belangrijke idealen te verwezenlijken. Maar hij moet niet teveel van dit soort geintjes uithalen. (jv) 

 

152 Lichaam en geest zijn niet te scheiden.

13 oktober 2017 

De filosoof en wiskundige René Descartes (1596-1650) wordt vrij breed beschouwd als de grondlegger van de moderne filosofie. Zijn geniaal eenvoudige uitspraak “Cogito ergo sum”, ik denk dus ik besta, is in ons land waarschijnlijk bij meer mensen bekend dan de ook beroemde uitspraak “elk voordeel heb z’n nadeel” van een latere, net overleden filosoof van eigen bodem. Descartes legde met zijn nieuwe denksysteem de basis voor het rationalisme en gaf als een van de eersten een push aan de wetenschappelijke revolutie die Europa fundamenteel zou veranderen en dit continent een paar honderd jaar een beslissende voorsprong zou geven.

De geniale Descartes heeft zich op veel gebieden onderscheiden. Niet alleen op de terreinen wiskunde en filosofie was hij vernieuwend en trendsettend maar ook als het gaat om de theorie van het licht en de kleuren, muziek, elementaire deeltjes, de zwaartekracht en de banen van planeten heeft hij baanbrekende gedachten ontwikkeld, waarop de reuzen na hem verder konden bouwen.

Over sommige van Descartes’ stellingen wordt tot op de dag van vandaag nog wetenschappelijk gediscussieerd. Zo is er het nog immer felle discours over de relatie tussen lichaam en geest/bewustzijn. Geest en lichaam zijn volgens Descartes twee gescheiden entiteiten. De samenwerking tussen beide vindt plaats in de pijnappelklier in de hersenen. Hier worden indrukken uit de buitenwereld geïntegreerd tot bewuste herinneringen. Het was een stelling die Descartes en de vele aanhangers van deze gedachte na hem, nooit empirisch hebben kunnen onderbouwen. 

De Amerikaanse filosoof Daniel Dennett stelt vast dat die scheiding tussen lichaam en geest onbewezen is en onzin. Volgens hem is het bewustzijn of de geest een puur lichamelijke fenomeen dat voortkomt uit chemische processen. Dennett: “We zijn alleen maar lichaam, ook ons brein is lichaam, materie. Een geest ergens in ons brein is nooit ontdekt. Er is geen enkele empirische evidentie voor het bestaan van zo’n stoffelijke entiteit. De veronderstelde scheiding  is een menselijk construct, een verzinsel nog stammend uit de tijd van Descartes.”

Als je wat in de literatuur over deze materie duikt dan valt vooral op hoe vaag begrippen als geest, bewustzijn of ziel worden gedefinieerd. In ieder geval zo ongrijpbaar dat er geen empirisch onderzoek naar gedaan kan worden. En als er niets gemeten of aangetoond kan worden, dan wordt het een kwestie van ‘geloof’.

Nu zijn we meteen ook bij een belangrijke verklaring voor de heftigheid en hardnekkigheid waarmee die scheiding tussen lichaam en geest wordt verdedigd door religieus geïnspireerde filosofen. Als je namelijk gelooft dat er een leven na de dood is (en er zijn er nogal wat die dat zelfs zeker weten), dan moet je natuurlijk ook vinden dat lichaam en geest (of ziel) gescheiden entiteiten zijn. Want als het lichaam is verbrand of door de wormen is opgevreten, dan kan de geest of de ziel nog heel lang in z’n uppie voortleven. En al die dingen doen waar ie vroeger het brein voor nodig had? Hoe aannemelijk klinkt dit? 

Hoe meer ik hier over lees en hoe langer ik er over nadenk, des te meer ik Dennett’s opvatting onontkoombaar vind. Descartes was zelf een rationeel denker die van mening was dat beweringen pas zinvol zijn als ze empirisch gestaafd kunnen worden. Maar hij was ook een kind van zijn tijd en, hoewel kritisch en sceptisch over veel religieuze zaken, kon hij zich niet voorstellen dat het met de dood ook echt afgelopen was. Hij kon mentaal blijkbaar niet die ene beslissende stap zetten naar: ik kan niet meer denken want ik ben dood, dus ik besta niet meer. Die geest moest, ook in Descartes’ denken, in z’n eentje, gescheiden van het lichaam, gewoon door kunnen gaan (jv) 

151 “Het is een samengeraapt zootje”. Over snelle oordelen.

12 oktober 2017

‘Het is een samengeraapt zootje’ is de kop boven het artikel van Mac van Dinther in de Volkskrant van gisteren. Hij interviewt een paar willekeurige inwoners van Tubbergen over het nieuwe regeerakkoord. Daar gaan we weer dacht ik. Het nieuwe kabinet is nog niet eens begonnen of ‘de mens in de straat’ mag weer ongeremd los gaan. Met negatief framen kun je als krant blijkbaar niet snel genoeg beginnen.

De vrouw in het artikel die Rutte III “een samengeraapt zootje” noemde, was het blijkbaar ontgaan dat dat kabinet er nog helemaal niet is omdat de bewindslieden nog aangezocht en benoemd moeten worden. Maar wat maakt dat uit: de klaagkonten weten vooraf al dat het een zootje wordt. Het regeerakkoord hebben ze nog niet gelezen, maar op basis van een paar losse flodders in de media mogen ze hun gal nu al spugen over de voornemens van het nieuwe kabinet. Wat we horen zijn alleen maar variaties op het thema: wat er uit Den Haag van ‘het partijkartel’ komt, deugt bij voorbaat niet.

Wat is nu eigenlijk de meerwaarde van dit soort oppervlakkige straat-interviewtjes met enkele  ‘gewone Nederlanders’? Wat worden we wijzer van een paar volstrekt willekeurige meningen? Geeft zo’n artikel van van Dinther echt een relevant beeld van hoe burgers over dit regeerakkoord denken? Ik kan wel tien positieve reacties op het regeerakkoord uit mijn omgeving ophalen. So what? Waarom selecteert van Dinther met name negatieve reacties? Heeft dat meer gewicht dan even willekeurige positieve reacties? Verkoopt het negatieve beter? 

Onderzoeksjournalistiek wordt schaarser en de balans tussen artikelen met negatief geklaag en stukken met constructieve opvattingen, slaat steeds meer uit het lood. Wat zeg ik: het negatieve domineert volledig. Ook in de krant die ik al 40 jaar als een goede nummer 2 beschouw als het gaat om de Nederlandse kwaliteitskranten.

Vanwege de christelijk-conservatieve dominantie heb ik zelf ook geen warme gevoelens bij het komende kabinet. Bepaald niet. En naast de vele verstandige voorstellen in het regeerakkoord lees ik ook heel wat maatregelen die ik totaal niet zie zitten. Jammer voor mij, maar da‘s democratie. Nederland heeft een stijf rechtse Tweede Kamer gekozen en dus krijgen we een tamelijk rechts beleid. Maar waarom zouden we ze bij de start niet het voordeel van de twijfel geven? Waarom zouden we niet eerst eens een poosje volgen wat ze er van bakken, zonder ze bij voorbaat af te branden? Al die klagende burgers, die over elk kabinet ontevreden zijn, kunnen dan later wel weer het hoogste woord krijgen.

En misschien dat de Volkskrant bij dit soort inkijkjes in het brein van de ‘gewone Nederlanders’ zo nu en dan ook eens een paar tevreden, blije, positieve burgers aan het woord kan laten. Mensen die wél beseffen dat ze in één van de welvarendste landen ter wereld wonen, waarin ze, als ze een beetje normaal doen, van de wieg tot het graf verzorgd worden. Nergens krijgen ze het beter dan hier. Ik lees en hoor er maar weinig over. (jv) 

NB. Uit de VK van gisteren: “Het valt te verwachten als je zeven maanden over een formatie doet: dan worden je plannen door het volk met enige argwaan begroet. Slechts een klein kwart van de respondenten van onderzoeksbureau I&O Research is tevreden over het regeerakkoord.” Het volk begroet de plannen met argwaan? Onnozele constatering. Wie is ‘het volk’? Slechts 25% is tevreden over het regeerakkoord? Mijn inschatting: nog geen 1% heeft het gedownload en ook gelezen. Prietpraat. 

150 Nobelprijswinnaar economie 2017: Richard Thaler

9 oktober 2017 

Eindelijk heeft een van mijn favoriete economen de Nobelprijs gewonnen. Richard Thaler. In tegenstelling tot de meeste economen gaat hij niet uit van de ‘homo economicus’: de rationeel calculerende mens die, voorafgaande aan een keuze, alle relevante informatie vergaart, afweegt en dan tot een keuze komt die voor hem, ook op lange termijn, het beste uitpakt. Bijna alle economieboekjes waaruit op de middelbare scholen les wordt gegeven, gaan uit van dit wat dwaze mensbeeld van de immer rationeel handelende mens. De meeste Nobelprijswinnaars ook.

Zo niet Richard Thaler. Hij  behoort tot de school van de gedragseconomen, die bij het doordenken van economisch gedrag ook gebruik maken van psychologische inzichten. Thaler heeft via veel baanbrekend onderzoek aangetoond dat de meeste mensen vaak juist irrationele keuzes maken. Zij laten zich vooral leiden onderbuik gevoelens, angsten, onberedeneerd optimisme, gebrek aan zelfbeheersing en statusdenken.  Ze hebben vooral oog voor korte termijn bevrediging, zonder rekening te houden met hun eigen belang op de wat langere termijn. Daarbij komt dat de meeste mensen zich ook nog eens gedragen als kuddedieren, die zich vooral spiegelen aan het gedrag en de opvattingen van hun ‘peergroup’. Vanuit dit mensbeeld zijn veel keuzes, ook economische, te verklaren

Dat de mens meestal irrationeel tegen zijn eigen belangen in handelt, blijkt uit grote en kleine keuzes. Zo zijn het vooral de lager opgeleiden die voor de Brexit en Trump hebben gekozen, terwijl juist zij het meest zullen worden getroffen door de economische gevolgen van die keuzes.

En wat te denken van de man die is uitgenodigd voor een etentje bij een vriend die een lekkere viergangen maaltijd heeft bereid, maar voorafgaande aan die maaltijd nog even een bak met cashewnoten neerzet. De gast begint hier in hoog tempo van te eten, wetende (?) dat als ie daarmee door blijft gaan hij nog voor het voorgerecht geen trek meer heeft. Toch kan hij zich niet beheersen, kaant door, tot zijn gastheer de bak met noten weghaalt.

De les: je moet als overheid interveniëren om de onmatig dooretende mens tot ander gedrag te prikkelen. Dat lukt doorgaans het best door goed gedrag op een creatieve manier te belonen. Dat noemde Thaler nudging. Via nudging kan een keuzeproces dat voor het individu op termijn slecht uitpakt in positieve richting worden bijgestuurd.  

De voorbeelden van irrationeel gedrag dat wordt gevoed vanuit onderbuik, angsten en korte termijn bevrediging zijn talloos. Iedereen kan ze uit zijn eigen omgeving bedenken. Eigenlijk hangt onze hele economie van irrationele korte termijn keuzes van consumenten, bedrijven en overheden aan elkaar. We hebben er de klimaatcrisis, de milieuvervuiling, economische crises, ongelijkheid en armoe, de schuldenproblematiek en zieke werknemers aan te danken. Met de inzichten van Thaler kunnen overheden, bedrijven en consumenten hier veel aan doen. Als ze maar willen, creatief nadenken en durven. (jv)

149 Bloemrijk en creatief schelden in de zeventiende eeuw.

6 oktober 2017

In mijn colleges over Oekraïne wordt de hele geschiedenis van dit land behandeld. Van de conceptie tot en met de actuele politieke, economische en culturele situatie. In die geschiedenis spelen de Kozakken lange tijd een wezenlijke rol. Een uitermate kleurrijk, maar vooral ook vechtlustig volkje. De Russische schilder Iilja Repin schilderde tussen rond 1880 een prachtig schilderij waarop een groep Zaporozje Kozakken te zien is, met in het centrum aan de tafel de hoofdman die, op de rug gezien, bezig is een brief aan de Ottomaanse sultan Mehmet IV te dicteren. Het gaat om een ‘stevige’ brief die in het jaar 1676 verstuurd is. Het tafereel van Repin verbeeldt het moment na een overwinning van de Kozakken in de Russisch-Turkse oorlog. De sultan sommeerde de hoofdman na die overwinning zich aan hem te onderwerpen. Dat viel niet lekker bij de heren. Hieronder de oekaze van de sultan en de bloemrijke reactie van de Kozakken.

De brief van Mehmet IV luidde:

Ik de sultan, heer van de hoge poort, zoon van Mohammed, broer van de zon en de maan, kleinzoon van de stadhouder van God, heerser van de koninkrijken van Macedonië, Babylon, Jeruzalem, Groot- en Klein-Egypte, keizer der keizers, koning der koningen, buitengewoon ridder, nooit verslagen, standvastige bewaker van het graf van Jezus Christus, vertrouweling

van God zelve, hoop en troost der Moslims, de schrik en grote beschermheer der Christenen - ik beveel u, Zaporozje-Kozakken, u vrijwillig en zonder tegenstand aan mij te onderwerpen, en op te houden met mij lastig te vallen met uw aanvallen.

Het antwoord van de Kozakken:

Jij Turkse duivel, broer, kameraad van de vervloekte duivel en compagnon van Lucifer zelf. Wat voor een ridder ben jij, voor de duivel, als je met je blote kont niet eens een egel kunt doden. Wat de duivel schijt eet je leger op. Jij klootzak, jij zult geen Christenzonen aan je onderwerpen. Wij zijn niet bang van je leger, we zullen je bevechten te land en ter zee, jij hoerenjong.

Jij Babelonische keukenjongen, raddraaier van Macedonië, varkenshoeder van Groot- en Klein-Egypte, bierbrouwer van Jeruzalem, zwijn van Armenië, Tartaarse bok, dief van Podolië, beul van Kamjanets, nar van de hele wereld en de onderwereld en daarbij de domkop van God, neef van de vleesgeworden satan en angel in onze penis. Varkenskop, paardenkont, slagershond, ongedoopte wenkbrauw, neuk je moeder.

Aldus verklaren wij, Zaporozje-Kozakken, jij gladjanus. Je bent niet eens in staat de varkens van de Christenen te hoeden. Nu gaan we ophouden. De datum kennen we niet want we hebben geen kalender. De maan staat aan de hemel, het jaar is des heren en we leven op dezelfde dag als jij. Kus onze reet.

Dergelijk taalgebruik moge nu in de sociale media normaal zijn, maar in de zeventiende eeuw (en daarna) baarde deze 'diplomatieke' brief toch de nodige opzien. Wat vooral opvalt, is de  creativiteit in het vinden van weinig flatteuze benamingen voor de sultan. Ze hebben er echt hun best op gedaan. Zelfs Trump kan hier nog iets van leren. Hoewel, het is teveel tekst voor een tweet. (jv)

 Afbeeldingsresultaat voor brief van Zaporozje-Kozakken,aan turkse sultan 

 

148 Ga echte boeven vangen

5 oktober 2017

Een bizarre discussie over vegetarisch vlees. De Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) gaat de strijd aan met de producenten van vegetarische vleesvervangers. De productbenamingen deugen niet volgens de NVWA en dus moet de Vegetarische Slager m.i.v. 2018 stoppen met namen als “Vegetarische Kipstuckjes” en de “Vegetarische Gehacktbal”.  Die zouden misleidend zijn omdat ze teveel aan ‘echt’ vlees doen denken!!! Wat voor beeld heb je dan als NVWA van de consument? Er staat toch duidelijk ‘vegetarisch’. 

Je kunt je ook afvragen of ze bij de NVWA wel de juiste prioriteiten stellen. De vele maffiosi in de vleessector moeten ze laten lopen omdat ze, zeggen ze zelf, te weinig mensen hebben. En ook bij het opsporen en aanpakken van de grote problemen met de voedselkwaliteit is het vaak too late en too little. Daarbij komt dan nog eens dat men nauwelijks op kan of durft tegen de lobby van de almachtige bio-industrie. Die heeft het in ons land voor het zeggen als het er om gaat welk voedsel hoe geproduceerd wordt. En in de landelijk politiek is er maar een kleine minderheid die echt iets aan de uitwassen (en de milieuverzieking) wil doen. Helaas heeft de nieuwe Tweede Kamer heeft ook op dit punt een sterke ruk naar rechts gemaakt.

Dus rest de NVWA weinig anders dan wat kleine visjes in de vegetarische sector het zwemmen onmogelijk te pakken. Dat levert dan in ieder geval publiciteit op. Of ze met de recente publiciteit gelukkig moeten zijn, is nog maar de vraag. Je leest vooral schampere en cynische commentaren over de NVWA die w.b. haar aanval op de vegetarische sector met een slecht afgesteld kanon op een mug schiet.

De directeur van de Vegetarische Slager, Jaap Korteweg, reageert met humor op het besluit van de NVWA: “Een misleidende productbenaming bij de “Vegetarische Gehacktbal”?  Maar hoe zit het dan met Slavinken? Daar zit geen sla in en ook geen vink. Toch mag die naam. Of biefstuk van de haas. Hier is geen haas bij in de buurt gekomen. Geen probleem blijkbaar. Zigeunersaus. Mag dat wel? Maar waar is die zigeuner dan?

Wat een onnozele operatie van de NVWA. Laat ze achter de echte voedselboeven aan gaan. (jv) 

147 Over de rug van twee doden weer even scoren. 👍

4 oktober  2017

Eerst dat sneue protestbaardje dat hij naar eigen zeggen pas af doet als er een nieuw kabinet is. En gisteren stond ie daar dan in een clowns-outfitje achter het katheder in de TK. Niets is Baudet te dol. Als ze hem maar weer even zien.

Er is een serieus debat gaande over de fouten bij Defensie die aan twee soldaten het leven heeft gekost. Maar dan wil de FvD-er vooral laten zien dat ie er is. De aandacht trekken met een jasje. Wat moet je daar nu nog over zeggen? Elk woord er over is er eigenlijk een teveel.

Nee, toch niet. Je kunt ook dodelijk uithalen. En weinigen kunnen dat zo genadeloos effectief als Sheila Sitalsing. Vanmorgen schreef ze in de Volkskrant over Baudet als de man die tijdens het Hennisdebat gisteren “een verkleedkunstje opvoerde om zich over de rug van de twee dode militairen te verzekeren van een plekje in de tv-journaals”. Durf je je nog ergens te vertonen als dit over je gezegd wordt?

Helaas ja. Baudet kent geen schaamte. Hij heeft ooit de aanwezigheid van één miljoen Nederlanders van allochtone origine een homeopathische verdunning van onze samenleving genoemd, daarmee, volgens kenners, dicht aanschurkend tegen het sociaal-darwinisme van de nazi’s. Baudet haalt zijn schouders er over op. Zijn supporters vinden het prachtig. Hoe meer kritiek hij krijgt van de ‘gevestigde orde’ hoe mooier ze het vinden.

Ook zijn inbreng in de Tweede Kamer is van een grote treurigheid. Die gaat namelijk niet verder dan bij elk debat, waar het ook over gaat, drie woorden te roepen die elke analyse blijkbaar kunnen vervangen: partijkartel, uit Europa en referendum.  Het eerste is de schuld van bijna alles, het tweede kan Nederland redden van de ondergang en met het derde kunnen we zowel het partijkartel wegvagen als Europa verlaten. 

Helaas slaagt Baudet wel steeds in zijn opzet om met zijn mantra’s publicitair te scoren. Foto’s in kranten. Een minuut op het journaal. Gisteren trok hij in de journaals met alleen zijn clownsjasje ongeveer evenveel aandacht als ex-minister Hennis. Voor andere woordvoerders, met wel een zinvolle inbreng, was er nauwelijks aandacht. Welke filosofie zit hier bij de media achter?

Het zijn blijkbaar vooral de clowns die in beeld moeten. Hoe gekker, hoe meer kijkers en lezers. Baudet. Hiddema. Wilders. Voor de media inwisselbare types. Als ze maar iets controversieels roepen dan mogen ze binnenkomen. Het zijn niet alleen in de peilingen communicerende vaten, maar ook voor de media. Nu mogen Baudet en Hiddema een tijdje keet trappen en elke drol van hen wordt uit het potje gevist. Die van Wilders blijven er nu even in liggen.

Waarom doet ook de publieke omroep hier aan mee? FvD, met slechts twee zetels in de TK, scoort zoveel aandacht dat ze daardoor in de peilingen doorgroeien naar vijf of tien zetels. En daarna krijgen ze vanzelf de wind mee. Ze worden omhoog geblazen.

Zo maken de media partijen met excentrieke leiders en wat opruiende slogans groot. Politici van fatsoenlijke partijen met een degelijk verhaal worden naar de marge gedrukt. Want saai. De democratie gaat het op deze manier toch lastig krijgen. Er verdwijnt steeds meer stabiliteit uit het politieke systeem. Het nieuwe kabinet, waar weinigen echt enthousiast van lijken te worden, zal dat niet gaan stoppen vrees ik. (jv) 

146 Kun je afschuwelijke gebeurtenissen uit je jeugd echt vergeten?

29 september 2017

Zelf heb ik nooit iets gelezen van Griet Op de Beeck. Ik hou niet van het genre waarin doorsnee relaties tussen gewone mensen eindeloos worden uitgesponnen en van psychologisch laagjes worden voorzien, maar als Griet net zo kan schrijven als praten, dan zit het met haar literaire kwaliteiten wel goed. Heb haar verleden jaar in Zomergasten zien schitteren en afgelopen maandag was ze in de DWDD ook goed op dreef. Supergoed. Het is een fascinerende vrouw. Mooi ook, met die vurige blik en grote ogen. Formuleert prachtig, zoals alleen Belgen dat kunnen. Maar diep inside dacht ik maandag ook: “een briljant verhaal, maar dat vergeten van incest, dat kan toch niet kloppen?” 

Het is hier een kwestie van geloof versus wetenschap. Ik geloof nooit op voorhand mensen die ‘verhaaltjes’ vertellen die mij niet waarschijnlijk lijken. D.w.z. ik neem niet snel iets aan alleen omdat iemand met prestige het met veel passie brengt. Ik wil dan een logisch-consistent verhaal horen met bewijzen die het aannemelijk maken. Weg van alleen de passie en het gevoel. 

En dit verhaal van Griet’s incest is typisch een gevalletje van “nooit meer te bewijzen, maar wel erg onwaarschijnlijk”. Tussen je vierde en negende regelmatig door je vader zijn betast? Aangerand? Verkracht? En daar dan helemaal niets meer van weten? Dat vind ik op zich al volstrekt onwaarschijnlijk. Ik weet nog precies hoe en waarom ik op mijn vijfde boos werd toegesproken door mijn favoriete kleuterjuf.

En het wordt bij Griet nog bizarder als ze, ondanks het feit dat ze zich tot voor kort niets meer van die vreselijke gebeurtenis herinnerde, toch op enig moment tot de zekere conclusie komt dat haar vader incest op/met haar heeft gepleegd. Maar pas nadat dat er door een “briljante psychiater” is uitgetrokken. Het 'naar boven halen van verstopte herinneringen.'  Een soort parapschygologie. Het is een typisch geval van ‘naar een conclusie toe rechercheren’. Onwetenschappelijk. Ongeloofwaardig. Misschien ook een beetje Griet onwaardig? 

Uit de colleges en boeken van Douwe Draaisma heb ik geleerd dat je je wel degelijk veel details kunt herinneren uit de periode van tussen je vierde en je negende. Wat vooral blijkt: eerste ervaringen en schokkende gebeurtenissen weet je je bijna altijd heel scherp te herinneren. Hoe schokkender de ervaring, hoe groter de kans dat je het nog uitermate gedetailleerd weet. En  incest is toch wel een dingetje. Dat vergeten? Kom nou.

Maar waarom zouden we ons druk maken om de onthullingen van Griet? Wat maakt het uit of die incest wel of niet gebeurd is? Wat maakt het uit of ze het wel of niet verzonnen heeft? Hier is toch zeker sprake van een win-win-situatie? Ze zegt dat die incest haar heeft duidelijk gemaakt waarom ze zich altijd zo depressief heeft gevoeld, een wetenschap die haar, zegt ze, heeft behoed voor zelfmoord. En het incestverhaal geeft ongetwijfeld ook nog eens een slinger aan de verkoop van haar laatste boek. Over incest. Maar er zit ook een schadelijke kant aan haar incestontboezeming. Een bepaald type shrink krijgt nu de wind weer mee.  En dat is link.

Er zijn veel treurige gevallen bekend van psychiaters die met hypnose en andere trucjes zogenaamde incestherinneringen bij vrouwen naar boven wisten te halen. Herinneringen die vrouwen nooit hadden gehad, aan een vader die aan hun lijf rommelde, popten na langdurige indoctrinatiesessies op en werden ineens als onomstotelijke feiten gepresenteerd. De vrouwen gingen het na verloop van tijd zeker weten en wilden niets meer van hun vaders weten. Voordien goede relaties voor altijd kapot. 

Maar dan kwam vervolgens pas jaren later uit dat het nooit gebeurd was, nooit gebeurt kon zijn. Hele gezinnen naar de kloten. Vaders veroordeeld. Gelukkig is de vader van Griet al dood. Griet heeft gevaarlijke psychiatrie weer geloofwaardig gemaakt.  Op een voetstuk wordt geplaatst zelfs. 

Geheugen, wat moet je er mee? Dat die mariniers niet meer precies weten hoe ze de treinkapers in 1977 hebben uitgeschakeld en vergeten zijn wie toen wat heeft gezegd, kan ik me goed voorstellen. Maar ik zou ze niet geloven als ze zouden zeggen dat ze zich die kaping en hun aanwezigheid daarbij niet meer kunnen herinneren. En geloof mij niet wanneer ik na een aantal psychiatrische interventies ineens ga beweren dat ik ook in die trein zat. Want ik weet 100% zeker dat ik die bewuste zaterdagmorgen in Warffum was waar ik in alle vroegte straaljagers laag over hoorde vliegen. 40 jaar gelden Griet!!!  (jv) 

145 Crematoria zou je moeten mogen mijden

28 september 2017

Er is momenteel niemand in mijn directe omgeving die op doodgaan staat en zelf heb ik ook nog geen concrete voornemens in die richting. Toch spookten er vannacht, tijd genoeg, allerlei gedachten over crematies door m’n hoofd. Je begrijpt niet waarom zoiets zonder enige aanleiding ineens oppopt. Ik kwam er ook maar moeilijk vanaf. 

Het waren vooral naargeestige gedachten. Over die vaak treurigstemmende bijeenkomsten in een aula rond een kist, waarin iemand ligt die niemand meer is en die niets van het hele gebeuren meekrijgt. Over al die aanwezigen die een uitnodiging hebben gekregen en zich dus bijna verplicht voelen te komen. Over mensen die je nauwelijks kent en waarvan je je afvraagt wat ze hier doen. Over die goedbedoelde toespraakjes waarmee niet zelden ook het lijk in de kist wordt toegesproken. Over die onmisbare zwarte kraaien die de hele show super professioneel organiseren. Over de voorspelbare laatste woorden waarmee zo'n gebeuren bij het afscheid nemen doorgaans wordt afgesloten: “het was een mooie en waardige bijeenkomst, Wim zou het ook fijn gevonden hebben, goed dat we het zo gedaan hebben.” 

Voor wie organiseren we zo’n circus eigenlijk? Niet voor het stoffelijk overschot in de kist. Dat is letterlijk 'overschot'. Geen mens meer, maar een omhulsel dat vrij snel na de show wordt omgezet in een hoopje as ofwel een verzameling onherkenbare moleculen. Doen we het dan voor de achtergebleven partner? Oké, dat zou kunnen. Maar wil die het echt? Voelt die zich gesterkt door de lof die de overledene (eindelijk) toegezwaaid krijgt? Of ziet de partner het vooral ook als een maatschappelijke verplichting: afscheid nemen doe je nu eenmaal op deze manier. Maar zou dat ook de keuze zijn als hij/zij het helemaal vrij zou mogen bepalen?

Maar als er geen partner meer is en er alleen familie, vrienden en kennissen resteren: dan ben je toch volledig vrij om een vorm van ‘afscheid nemen’ te kiezen die wat minder deprimerend, stijf en voorspelbaar is dan de doorsnee crematie?

Persoonlijk wil ik het liefst een crematie zonder enige ceremoniële poespas. In ieder geval geen gedoe in een crematorium. Als het gaat om m'n eigen crematie maakt het me natuurlijk geen bal uit. Maar mijn advies zou zijn: kist afleveren bij crematorium, geen praatjes, desnoods in gezelschap van een paar meest naasten een half uurtje luisteren naar wat mooie muziek van Stones of Dylan en dan met een selectief clubje ‘onder elkaar’ thuis of in een kroeg onder het genot van een drankje en een hapje ontspannen wat herinneringen ophalen. Meer niet.

Het moet bij de dood en de dode alleen gaan om de herinneringen. Om de mooie herinneringen wel te verstaan. Herinneringen aan de gesprekken en ervaringen met de persoon die er nu niet meer is. Die indrukken en beelden moet je koesteren. En die wil je dan toch niet laten wegdrukken door die laatste deprimerende herinneringen aan dat kille crematorium, aan die kist met het lijk erin, aan die praatjes en aan die mensen met wie je niet echt iets had? (jv)

144 “Vreemdelingen in eigen land”. Over mensen uit een andere wereld. (5)

27 september 2017

Waarom kiezen zoveel blanke, niet rijke Amerikanen steeds weer iemand van de Tea Party, de partij die vooral de belangen van het grootkapitaal, de multinationals, de aandeelhouders, de klimaatontkenners de milieuverwoesters behartigt. Het is, zo blijkt uit de gesprekken die Hochschild voert, vooral vanwege hun belofte om “The Great American Dream” weer te laten functioneren zoals vroeger. Zij beloven om alles af te breken of ‘weer in hun hok terug te schoppen’ wat herstel van die droom in de weg staat: de federale overheid, die miljoenen nietsnuttende ambtenaren die alleen maar veel belastinggeld opslurpen en al die minderheidsgroepen die ‘voorkruipen in de rij’.

Om het belang van die American Dream te verhelderen gebruikt Hochschild de prachtige metafoor van een lange rij mensen op een heuvel, een rij waarin iedereen (ooit) geduldig op z’n beurt wachtte om via zijn talenten, hard werken en een beetje mazzel stap voor stap een paar plaatsen in de rij naar voren te schuiven. Tot je op enig moment, net achter de heuvel, de American Dream had bereikt. De droom van vooruitgang. Die droom hield je op de been. Je stond als niet rijke blanke zo’n beetje midden in de rij en achter je stond een lange rij zwarten en andere groepen die veel minder kansen hadden dan jij, blanke man. Die gingen je tenminste niet voorbij. Dat vond je normaal. Dat was nu eenmaal altijd zo geweest.

Maar vanaf de zestiger jaren kwam er een soort culturele revolutie over het land heen. Eerst de burgerrechtenbeweging, toen de vrouwenemancipatie en daarna de emancipatiebewegingen van homo’s en andere minderheidsgroepen. Die lieten zich niet meer zo makkelijk wegdrukken en wilden ook opschuiven in de rij. En dat gebeurde ook. Mondjesmaat. Vooral “de oudere blanke man met weinig diploma’s” voelde zich daardoor voorbijgelopen. Die legde dat uit als oneerlijk spel. Hij vond dat er allerlei groepen niet meer geduldig in de rij op hun beurt bleven wachten, maar stiekem voorkropen of voor werden getrokken. “Want hoe kan zo’n Obama, zwart, anders studeren op Harvard en nog president worden ook? Daar moet toch een complot achter zitten”. Dat stak.

De machteloze boosheid van de blanke man die niet meer vooruit komt in de rij, maar soms juist achteruit kachelt, werd/wordt steeds groter. En hij projecteert die boosheid op groepen die z.i. voorkruipen in de rij. Hij vindt dat ze werden/worden voorgetrokken: de zwarten, de Mexicanen en andere migranten, geëmancipeerde vrouwen, jongeren met diploma’s, kosmopolieten, werklozen met hun uitkering, ambtenaren, homo’s en lesbiennes. En de woede richtte zich ook op hen die voor dit voortrekken verantwoordelijk werden gehouden: de federale overheid, de linkse media, de liberalen, de milieugekken etc. Eigenlijk was alles wat niet ‘stijf rechts’ was en in de rij vooruit leek te komen, verantwoordelijk voor hun misère. Afgunst.

 Als je geen eer of trots meer kunt ontlenen aan een mooie baan en die ‘linksen’ bespotten dan ook nog eens jouw opvattingen over het milieu, familie, kerk, abortus en het homohuwelijk: dan slopen ze dus ook jouw morele codes, jouw laatste stukje eergevoel. Tientallen miljoenen blanken in de VS voelen zich dus cultureel, economisch en demografisch bedreigd door ‘voorkruipers in de rij’. Dat maakt ze rancuneus.

Dit was, samengevat, het ‘diepste verhaal’ dat ze Hochschild vertelden, het verhaal waarmee ze hun keuze voor de Tea Party motiveerden.

Maar toen was er Trump. Die zei precies wat zij dachten, vonden en voelden. In hun eigen taal. Met hun eigen woorden. En ze zagen ineens dat ze met velen waren. De niet rijke en arme blanken, zeker in het Zuiden, voelden zich daardoor een beetje minder “vreemden in hun eigen land”. Ze zagen dat iemand met hun morele code zelfs president kon worden. Ze hadden hun eergevoel weer een beetje terug. Dat was het belangrijkste van alles. Dat hun Trump soms ook een rare snuiter was en niet kon waarmaken wat ie had beloofd….jammer dan. Hij zou  “the strangers in their own land great again” maken. Dat is ‘m in overdrachtelijke zin dus al behoorlijk gelukt.

Tijdens het lezen van “Strangers in Their Own Land” moest ik regelmatig denken aan de cultfilm Easy Rider uit 1968. In de laatste scenes zien we Dennis Hopper en Peter Fonda, langharig, op hun prachtige Harley’s met hoog stuur, crossend door het lege platteland van Louisiana. Ze worden ineens belaagd door twee tabak kauwende oude blanken in een pick-up. Een van hen bedreigt de twee met een geweer. Zomaar. Hopper steekt zijn middelvinger op, rijdt onverstoorbaar door, maar wordt direct doodgeschoten. Fonda die hulp wil zoeken, ondergaat daarna hetzelfde lot. Hun dromen van vrijheid en geluk worden in een schitterend landschap kapotgeschoten. Door haters van het vreemde, die zich in hun cultuur bedreigd voelden. 1968. Toen al. (jv) 

143 “Vreemdelingen in eigen land”. Over mensen uit een andere wereld. (4)

25 september  2017 

Hochschild doet er echt alles aan om de Tea Party aanhangers uit Louisiana te begrijpen. Ze kruipt in hun brein. Wat ze in feite ook doet, maar niet expliciet vermeldt, is het verzamelen van excuses voor hun harde opvattingen. Door gesprekken met sleutelfiguren komt ze er achter dat haar streng gelovige gesprekspartners van de Tea Party doorgaans mensen zijn die misleid zijn/worden door de industrielobby, de rechtse politici, de kerk en de media, vier gremia die vaak samenspannen. Als je dag in dag uit dezelfde boodschap hoort, is er niet aan te ontsnappen. Deze hersenspoeling valt overigens heel goed op de zeer vruchtbare voedingsbodem van hun bigotte opvattingen over de Bijbel en God, over culturele waarden en over eer. 

De onderzoeker/schrijver zegt het nergens met zoveel woorden, maar ook Hochschild, die gaandeweg de nodige sympathie heeft ontwikkeld voor haar gesprekspartners, vindt heel wat van hun standpunten abject. Ze noemt het zelf “verwarrend”. Zoals hun harteloosheid als het gaat om zieke en arme mensen die het in de keiharde VS-maatschappij niet redden. Als ze niet tot de blanke stam van de lokale gemeenschap behoren, moeten ze het maar uitzoeken. Gen spoor van compassie. Nee, daar moet zeker geen belastinggeld naar toe. Afschaffen die uitkeringen en Obamacare. Of neem het milieubeleid en het klimaatbeleid: weg met al die regels, ook als de aarde en hun eigen directe leefmilieu naar de knoppen gaan. Deze Grote Paradox vindt ook Hochschild niet te pruimen, zelfs als ze vanuit alle hoeken en gaten geïndoctrineerd worden. 

Illustratief voor het (gelaten) accepteren van een desastreus klimaat- en milieubeleid dat het eigen leefgebied onleefbaar maakt, is het gesprek dat ze had met ene Derwin. Het gebied waar hij woont, het prachtige Bayou d'Inde aan de Missisippi rivier, is op veel plaatsen verwoest door de vervuilende industrie en dat gaat maar door vanwege de mega-investeringen die er gepland staan. Die leveren een handjevol banen op in de olie-en chemische industrie, maar kosten heel veel banen in de toeristisch sector en de voedingsindustrie. Toch wil de meerderheid niets weten van beperkende maatregelen. 

Derwin, legt, citerend uit het Boek Openbaringen, zijn visie op het milieubeleid als volgt uit: "De aarde zal, zo staat er 'het boek' te lezen, met een verschroeide hitte branden. Vuur zuivert, zodat de aarde over duizend jaar gezuiverd zal zijn. Tot die tijd gaat de duivel uitzinnig te keer. We zullen de  baai waarschijnlijk nooit meer zien zoals God hem heeft gemaakt, tot Hij hem zelf weer herstelt. En dat zal over niet al te lange tijd gebeuren, zodat het niet uitmaakt hoeveel de mens verwoest" (blz 78). Ja, geen spelt tussen te krijgen. 

Gesprekspartner Harold maakt zich ook niet zo druk over al die milieuschade. "We zijn een beperkte tijd op aarde. Maar als we onze ziel gered kunnen krijgen, gaan we naar de hemel. En die hemel is er voor de eeuwigheid. We zullen ons vanaf dat moment nooit meer zorgen hoeven te maken over het milieu. Dat is het belangrijkste. Ik denk op de lange termijn". (blz 80). Dit bedoelt hij niet cynisch. Dit is zijn diepste overtuiging. Gevaarlijk? Lijkt me wel. Te meer omdat het grootste deel van de Tea Party zo denkt en daar naar handelt. 

Ook Madonna heeft een verhaal dat velen bizar in de oren zal klinken, maar dat leidend is voor het denken en handelen van velen. Zij citeert uit het hoofd passages uit de Bijbel: "De aarde zal kreunen en er zullen aardbevingen, tornado's, overstromingen, regens, sneeuwstormen en twisten plaatsvinden." En de aarde kreunt nu inderdaad, vervolgt ze. Ze is er op basis van het boek Openbaringen van overtuigd dat binnen duizend jaar de gelovigen "van de zwaartekracht bevrijd zullen worden en naar de hemel zullen opstijgen, terwijl de niet-gelovigen op een aarde zullen achterblijven, die een hel wordt". (blz 166). Dus waarom zul je je dan zorgen maken over het milieu. God had het toch al voorspeld dat dit alles zou gebeuren. En dan gebeurt het ook. Daar moet je niet tegenin willen gaan. Het enige wat je volgens Madonna dan kunt doen, is stemmen op iemand die ook strak in God gelooft. 

Madonna twijfelt geen moment aan haar politieke keuze. Net als 41% van de Amerikanen, gelooft ze in de "wegvoering ten hemel". Het enige dat telt is dat je mee mag als het zover is. De rest is 'klein bier'.

Het reservoir van gelovigen waar de Tea Party uit kan putten zou wel eens omvangrijker kunnen zijn dan de 27% van de kiezers van dit moment. Hochschild toont overtuigend aan dat het hier gaat om een mensentype dat niet gevoelig is voor rationele en redelijke argumenten en, als het er op aan komt, bereid is alles op te offeren voor dat ene ultieme doel waarvoor ze hier op aarde zijn: God dienen en gehoorzamen. Ik vrees dat ze op enig moment zelfs bereid zijn om de even maffe Trump te volgen in een kernoorlog. Dan kunnen ze daarna eindelijk 'opgehaald' worden voor de 'wegvoering ten hemel'. Waar het milieu toppie is. (jv) 

142 “Vreemdelingen in eigen land”. Over mensen uit een andere wereld. (3)

24 september 2017 

Hochschild constateert in haar boek dat de kloof tussen links en rechts in de VS steeds groter en dieper wordt, vindt dat gevaarlijk en pleit er voor meer moeite naar te doen om naar elkaar te luisteren. Echt te luisteren. Want, zo denkt ze, die wederzijdse antipathie en zelfs minachting komt o.a. omdat we elkaar steeds vaker gewoon niet kennen, niet weten wat de ander bezig houdt en daardoor kunnen we ook geen empathie meer voor de ander opbrengen. Ze spreekt over de empathiebrug die we over moeten om elkaar de hand te reiken. En met ‘we’ lijkt ze dan in eerste instantie haar ‘linkse vrienden’ te bedoelen.

Er zit zeker een kern van waarheid in wat ze hier zegt. En het is mooi dat ze zelf het goede voorbeeld geeft en met uitgestoken hand op de ‘andersdenkenden’ afstapt. En ze wordt meestal hartelijk ontvangen door aardige mensen. Maar ze maakt met de verhalen in haar onthullende boek tegelijkertijd ook duidelijk dat de aanhangers van de Tea Party onbuigzame mensen zijn die de begrippen rationaliteit, redelijkheid en rechtvaardigheid zo totaal anders definiëren dan mensen die niet tot deze stroming behoren, dat je je kunt afvragen of een dialoog wel tot de mogelijkheden behoort. Twee voorbeelden om aan te geven hoe onoverbrugbaar groot de kloof is.

Hoe gaan we de pechhebbers in de samenleving helpen? Een van de goeroes van de Tea Party is Ayn Rand en haar boek Atlas Shrugged is hun bijbel. Hierin noemt Rand het helpen van hulpbehoevenden een “monsterlijke gedachte”. Iedereen moet zichzelf helpen. Liefdadigheid is volgens haar slecht. Hebzucht en egoïsme zijn deugden. “Anderen helpen is schadelijk als het niet past binnen een rationeel eigenbelang”, aldus Rand. Hoe kunnen de “warme en open mensen” waar Hochschild mee sprak dit goed vinden? Haar gesprekspartners waren er van overtuigd dat de overheid geen uitkeringen moest geven “aan mensen die niet werkten of met hun werk te weinig verdienden”. Met welke inzet ga je hier dan de empathiebrug over?

Hoe gaan we om met het milieu? Alle mensen die Hochschild sprak, wilden een schoon milieu. Maar, leve de Grote Paradox, ze verzetten zich scherp tegen regels die de industrie zouden dwingen om de vervuiling te stoppen en kozen steeds die politici die beloofden de milieuregels te schrappen en bedrijven alle vrijheid te geven. Ook de milieu-inspecties die milieuregels moesten handhaven, moesten worden opgeheven. Gevolgen: rampzalige milieusituaties in Louisiana. Grote gebieden met een verhoogde kans op kanker. Prachtige natuurgebieden verwoest. Schokkende verhalen in het boek. Hoe kom je bij zo’n thema dan ‘on speaking terms’? Hier lijkt geen sprake meer van politieke desinteresse of ongeïnformeerdheid, maar van absolute en onverantwoorde domheid. Politici kiezen enkel en alleen omdat ze beloven ‘jouw culturele waarden’ te verdedigen. En de rest…jammer dan.  Hoezo de empathiebrug over? 

Nu ik door Hochschild’s boek beter begrijp wat de Tea Party types denken en waarom ze zo denken, is mijn behoefte om die empathiebrug over te gaan bepaald niet groter geworden. In tegendeel. Hoe kun je mensen met empathie benaderen die er voor kiezen het milieu totaal te verzieken, de armen te laten verrekken en rijken rijker te maken? Zijn die mensen nu dom of slecht? Het zit het nog een laag dieper.

Ze haten de overheid en belasting betalen zo erg en ze willen zo graag terug naar ‘vroeger’ toen ze hun zekerheden (qua baan, kerk en gewoontes) nog hadden, dat ze elke politicus steunen die belooft hun wensen op deze punten te vervullen. En de rest accepteren ze als ‘collateral damage’. (jv)

141 “Vreemdelingen in eigen land”. Over mensen uit een andere wereld.(2)

23 september 2017 

Arlie Russell Hochschild, vroeger werkzaam op Berkeley University, wilde dus weten wat de aanhangers van de snel groeiende Tea Party zo fanatiek rechts maakt. Zij vestigde zich daartoe gedurende vijf !!! jaar, met tussenpozen, in een stadje in Louisiana, waar zij honderden gesprekken voerde met 60 'locals', meest aanhangers van de Tea Party.

Louisiana is in bijna alles het tegendeel van Hochschild’s Californië. Het is de ‘slechtste’ staat van de VS en scoort op alle lijstjes met indicatoren die iets zeggen over welzijn en welvaart onderaan. Het laagste gemiddeld inkomen, hoogste werkloosheid, grootste milieuvervuiling, hoogste kindersterfte, laagste levensverwachting, hoogste percentage echtscheidingen, laagste percentage schoolgaande kinderen, slechtste gezondheid, meeste obesitas gevallen etc etc. Het scoort op bijna alles als een ontwikkelingsland.

Je zou denken: tijd voor een sterke overheid die hier iets aan gaat doen. Maar nee. In tegendeel. De overheid wordt juist als het probleem gezien, niet als de oplossing. Dus hier een 50% score voor de Tea Party (landelijk 27%) die de staat tot de grond wil afbreken. Ze kozen twee maal achtereen 'hun' gouverneur Bobby Jindall die beloofde de belastingen te verlagen en de overheid te verkleinen. Hij hield zich strak aan zijn belofte en na 8 jaar waren alle overheidsdiensten zo goed als ontmanteld. Het onderwijs, de sociale verzieningen, de milieudiensten, het onderhoud van de wegen en bruggen etc: niets functionererde er meer. Louisiana had weer een nieuwe stap gezet op weg naar de afgrond. Masochisme of onnozelheid? Ze kiezen blind voor de leider met de juiste ideologische beloftes, zijn nauwelijks geinteresseerd in feiten, hebben hun 'eigen feiten' en lijken bijna wezenloos de puinhoop die het gevolg is van hun keuzes, te accepteren. Als gods wil.  

"Strangers in Their Own Land". Wat een boek. Als appetizer een stukje uit gesprek met Madonna Massey, die gek is op Rush Limbaugh, de extreem rechtse hostman van Fox News. Een soort Wilders maar dan gestoorder. Rush fulmineert op de Fox zenders onophoudelijk tegen “de communistische liberalen, de nazistische feministen en de milieugekken”.  Waarom vindt Madonna de extreme Limbaugh ‘te gek’? Omdat hij haar verdedigt tegen de beledigingen van links zegt ze. Hier ben ik het spoor al behoorlijk bijster, maar dan ze vervolgt ze met : “..linkse mensen denken dat de in bijbel gelovende inwoners van het zuiden onwetend, achterlijk, ultraconservatief en losers zijn. Ze denken dat we racisten, seksisten, homofoob en dik zijn”. (blz 43).

Of veel linkse mensen dit denken weet ik niet, maar uit wat er in het boek staat, kun je in ieder geval de conclusie trekken: als linkse mensen zo denken, dan dat klopt wel. Want veel van die aardige “in de bijbel gelovende inwoners van het zuiden” zijn ook, blijkens hun uitspraken, seksisten, homofoob, racisten, ultraconservatief, ongezond en dik. Hochschild noteert het uit hun eigen mond. En waarom zouden we dat niet serieus nemen? Maar deprimerend is het wel.  (jv) 

140 “Vreemdelingen in eigen land”. Over mensen uit een andere wereld.(1)

21 september 2017 

Waarom verzetten zoveel mensen in de VS zich met hand en tand tegen “progressieve” overheidsinterventies waar zij zelf het meest van kunnen profiteren? Waarom kiezen er zoveel blanke, weinig bemiddelde Amerikanen voor de Tea Party die maatregelen bepleit die, als ze ook uitgevoerd worden, 'de gewone man' in de shit laten zakken en vooral de rijken bevoordelen? De Grote Paradox.

De linkse socioloog Arlie Russell Hochschild diept die Grote Paradox uit via vele gesprekken op lokatie met 'gewone' aanhangers van de Thea Party. Zij heeft een prachtig en inzichtgevend boek geschreven over het ‘denken en voelen’ van blank rechts Amerika: “Strangers in Their Own Land".

Hochschild  heeft zich veel moeite getroost om uit haar linkse bubbel over te stappen naar de rechtse bubbel van de Tea Party. En ‘rechts’ is dan niet een beetje ‘VVD-rechts’, maar heel erg rechts. Zeker op thema’s als klimaat, milieuvervuiling, regulering, hulp aan de armen, de rol van de overheid en inkomensongelijkheid worden er standpunten ingenomen die vaak bizar zijn. Wij hebben in Nederland en de rest Europa geen partijen van enige omvang met de wereldvreemde en asociale standpunten van de Tea Party. Als de voorstellen van deze dogmatische fractie binnen de Republikeinse partij echt uitgevoerd zouden worden, zouden de VS het pad inslaan op weg naar een failed state. We zien nu al jaren dat ze de besluitvorming in het Congres totaal verlammen. Want beter geen besluit dan een compromis. Zo gijzelen ze ook de gematigden in de Republikeinse partij. De kloof met de Democraten wordt steeds groter. Het land onbestuurbaarder. 

Het is vaak schokkend wat je in het boek aan standpunten van “gewone, aardige en open mensen” ter rechterzijde leest. Je kunt soms een eindje meegaan in hun angsten en hun boosheid over de overheid en politici, maar net als je enig begrip voelt opkomen, worden er zulke enge  standpunten ingenomen over de armen, de vervuiling of "die buitenlander Obama” dat je snel weer terugvlucht naar je eigen gematigde bubbeltje. Je stuit dan op grenzen fatsoen, menselijkheid, redelijkheid en rationaliteit die je niet moet willen overschrijden.

Maar Hochschild blijft in controll, weet blijkbaar een sfeer van oprechte interesse te creëren, gaat soepeltjes mee in hun denken, zonder te slijmen, en weet haar gesprekspartners met goede vragen te laten zeggen waarom ze denken wat ze denken. En dan blijkt het bijna altijd vooral over gevoelens te gaan. Feiten zijn absoluut niet relevant voor de aanhangers van de Tea Party. En het doordenken van de gevolgen van Tea Party maatregelen voor hun eigen situatie is bij de mensen van 'erg rechts’ niet aan de orde. Ze verlangen vooral terug naar vroeger toen alles nog overzichtelijk en duidelijk was. Ze zijn niet zozeer economisch, maar vooral cultureel gedreven. Nationalistisch. Diep religieus. Tegen overheid. Veel markt Pro wapens. Tegen regels. Geen 'milieu -en  klimaatonzin'. Geen homo's. Zwarten die hun plaats kennen. Geen abortus. Geen vreemdelingen. En dat alles wordt in de gesprekken bepaald niet onder stoelen of banken gestoken. Het is al met al een uitstekend lesboek om “the stranger” in de VS een beetje te begrijpen. (jv)

 

139 Over het afmaken van reeksen en intelligentie

20 september 2017 

Leonardo van Pisa was een bijzondere man. Toch zullen maar weinigen van deze Italiaanse wiskundige hebben gehoord. Na zijn dood in 1250 kreeg hij de bijnaam Fibonacci, omdat hij behoorde tot het koopmansgeslacht Bonacci. Voor wiskundigen was en is Fibo een icoon: briljant, creatief en origineel. Hij was de eerste die het cijfer nul plus een geheel nieuw cijferstelsel vanuit de Perzisch-Arabische wereld hier in Europa introduceerde. De tot dan toe gebruikte Romeinse cijfers konden worden vervangen door een stelsel waarmee veel makkelijker gerekend kon worden. En we rekenen er nog steeds mee. Je kunt het je bijna niet voorstellen dat we tot 1200 optelden, aftrokken, deelden en vermenigvuldigden via de Romeinse letters I, II, III, IV, V, XI etc. en zonder het cijfer 0 rekenden 

Deze Fibonacci introduceerde, naast vele andere wiskundige noviteiten, een getallenreeks die bekend is geworden als, het ligt voor de hand, ‘de reeks van Fibonacci’.  Die ziet er zo uit: 1, 1, 2, 3, 5, 8, 13....enz. Wat is het volgende getal? Oplossen voor je verder gaat. De reeks kent toepassingen in de muziek, de architectuur en andere terreinen. Zo gebrukte Fibonacci de reeks om uit te rekenen hoeveel konijnen er na een jaar zijn als je begint met 2 konijnen die elke maand 2 konijntjes werpen die er op hun beurt ook weer elke maand 2 werpen. 

Deze reeks en complexere varianten daarvan worden vaak bij intelligentietesten gebruikt. De eerste 4 getallen worden gegeven en de vraag is dan: wat is het volgende getal in de reeks? Je moet dus ontdekken welke logische regel erin zit. De één ziet het in een oogopslag, de ander komt er in de test niet uit en zal misschien denken dat ie niet slim genoeg is. Wat vaak ook zo is. :-)

Althans, je zult iemand die de vrij simpele reeks van Febonacci niet af kan maken niet snel terugzien in beroepen als piloot, natuurkundige, ICT-er of econoom. Want het vermogen om complexe vraagstukken te analyseren en op te lossen is dan doorgaans niet hun sterkste punt. Maar dit hoeft geen ramp te zijn. Er zijn nog talloze beroepen waarin je best ver kunt komen zonder reeksen te kunnen afmaken. Zoals politicus, beleidsadviseur, profvoetballer of socioloog.  

De logische regel in bovenstaande reeks?  Na de 1 is elk volgend getal de som ivan de 2 voorgaande getallen. (jv)

NB Nog een paar reeksjes als oefening. Je hoeft alleen het vraagteken maar in te vullen. 

3, 9, 27, ?

8, 16, 20, 40, ?

16, 48, 12, 36, ?

10, 20, 15, 25, ?

138. Het geweld van extreem rechts krijgt veel te weinig aaandacht.

19 september 2017

"In het proces tegen de Duitse extreemrechtse terreurbeweging NSU heeft de openbare aanklager dinsdag tegen hoofdverdachte Beate Zschäpe een levenslange celstraf geëist. De Nazionalsozialistische Untergrund heeft tussen 2000 en 2006 in diverse Duitse steden negen moorden gepleegd op mensen met een buitenlandse komaf. Ook heeft de groep een agent gedood, aanslagen met explosieven en gepleegd en vijftien roofovervallen”. Het was een kort, wat ondergeschoven berichtje in de NRC van 12 september j.l. 

Extreem rechts in Duitsland: ze plegen aanslagen, ze infiltreren in het leger, ze intimideren bestuurders, ze vinden dat we eens moeten ophouden met de gezeur over de Holocaust en roepen dat de Duitsers weer trots moeten morgen zijn de Wehrmacht van 1939-1945 die in Oost-Europa en Rusland massale moordpartijen op de burgerbevolking heeft gepleegd. Deze vermomde neonazi's doen steeds vaker hun maskers af en komen zondag met misschien wel 12% van de stemmen het Duitse parlement binnengemarcheerd. Het kan allemaal zonder dat het veel deining in de media veroorzaakt.

Maar niet alleen in Duitsland blijft rechts geweld onderbelicht. Het geldt voor alle Europese landen. Toch worden er door extreem rechts in Europa ongeveer evenveel aanslagen gepleegd als door het islamitisch geïnspireerde terrorisme. Maar alleen het laatste krijgt veel aandacht. Die permanente aandacht zorgt voor angstgevoelens onder de bevolking en versterkt de rechts populistische bewegingen. 

Daarentegen is er voor het fysieke en verbale geweld van extreem rechts betrekkelijk weinig aandacht. De dreiging van rechtse terroristen wordt door de autoriteiten en de media bijna systematisch genegeerd. Blijkbaar beschouwt met het als losse incidenten zonder samenhang die de maatschappelijke orde niet echt bedreigen. En ook onze terrorisme-experts hoor je er maar heel weinig over. Ook zij concentreren zich bijna geheel op het moslimterrorisme.

Ten onrechte lijkt me. Want het rechts populistische gedachtengoed met haar verheerlijking van natiestaat en nationalisme, met haar voortdurende gezever over de ‘eigen identiteit’ en hun gebral over het Avondland dat wordt bedreigd en van vreemde smetten gezuiverd moet worden, wordt steeds populairder. Bovengronds met partijen als AfD, Pegida en FvD en hieraan gelieerde opiniemakers en ondergronds met types zoals de massamoordenaar Anders Breivik en terroristen als Beate Zschäpe. Het is een bont gezelschap met veel ideologische overlap. 

Op welke wijze besteden de overheden en veiligheidsdiensten aandacht aan de rechtse terroristen en hun bovengrondse handlangers die hun obscure gedachtengoed legaal via alle media aan de man mogen brengen?  

De autoriteiten zouden hun inzichten als het gaat om rechts terrorisme wel wat actiever met het publiek mogen delen. Al was het alleen maar om zo duidelijk te maken dat hier geen sprake is van een blinde vlek.  (jv)

 

137 Allochtone agenten betrokken bij 30 corruptiezaken. Is dat veel of weinig?

18 september 2017 

Allochtone agent extra kwetsbaar voor corruptie” kopte de Volkskrant verleden week vrijdag (15/9) op de voorpagina. Uit onderzoek van het Kenniscentrum van de politie blijkt dat er 70 corruptiezaken lopen en dat bij 40% daarvan allochtone agenten betrokken zijn, terwijl zij maar 7.5% van het corps uitmaken. Hier kun je dus zonder overdrijven van ‘oververtegenwoordiging’ spreken. Daar schrik je toch wel even van. Temeer omdat het absoluut noodzakelijk is dat er juist veel meer agenten met een allochtone achtergrond worden aangetrokken.

Die extra gevoeligheid voor corruptie wordt door de onderzoekers vooral verklaard uit het feit dat er in hun uitgebreide familie- en kennissenkring relatief vaker criminelen rondlopen die hen actief benaderen. En het wordt blijkbaar lastig gevonden om de druk vanuit die contacten te negeren. Verder blijkt dat nogal wat agenten met een allochtone achtergrond tijdens het sollicitatieproces slecht gescreend zijn. Om meters te maken met het diversiteitsbeleid heeft men ook teveel concessies gedaan inzake de competentie-eisen. Dit beleid is inmiddels wel aangepast, maar men zit nog wel met een lichting die veel extra aandacht behoeft.

Op zich is het natuurlijk winst dat dit soort feiten gewoon keihard gemeld kunnen worden zonder in het racistische strafbankje gezet te worden, maar het is wel belangrijk om zo’n kop in de juiste context te plaatsen. We hebben zeker een probleem te pakken, dat is duidelijk, maar hoe groot is het probleem nu eigenlijk, dus om hoeveel integriteitsschendingen van allochtone agenten gaat? Om 30 zaken!!! Is dat nu veel of weinig? Waar moet je het mee vergelijken?

Er werken 60.000 mannen en vrouwen bij de politie. Daarvan hebben er 4500 een migratieachtergrond en 30 daarvan waren betrokken bij omkoping of andere integriteitsproblemen. Dat is 0.6%. 1 platte pet op 150 allochtone agenten. Dat zijn natuurlijk 30 zaken teveel, maar het is nu ook weer geen aantal op basis waarvan je zegt: stoppen met het aannemen van allochtone agenten.

Misschien is het nog wel zorgwekkender dat onder burgers met een allochtone achtergrond de politie erg impopulair is en (derhalve) een baan bij de politie, eufemistisch uitgedrukt, niet erg gewild is. Je kunt er in de familie- en vrienden- en kennissenkring bepaald geen goede sier mee maken. In tegendeel: je loopt een behoorlijke kans er met je politiebaan niet meer bij te horen. De politie moet echt populairder gemaakt worden in de allochtone gemeenschap.

Werk aan de winkel voor de politie. Op alle niveaus. Van hoog tot laag moet worden uitgestraald dat de allochtone collega’s erbij horen. Bestrijdt dus in ieder geval de discriminatie op de werkvloer. De opleiding en screening moet veel beter. Integriteit en elkaar daar ook op bewaken en aanspreken moeten de hoogste prioriteit krijgen.

Het aandeel van agenten met een migratieachtergrond bedraagt 7.5% terwijl het aandeel allochtonen in de totale bevolking 12% is. Maar met dit soort landelijke cijfers kun je niet zoveel, als je weet dat in een stad als Rotterdam bijna 50% van de inwoners een allochtone achtergrond heeft. Dan kunt je natuurlijk niet effectief in de wijken optreden met een politiecorps dat voor meer dan 90% uit witte autochtone agenten bestaat.

Het verkleuren van de politie, zeker in de steden met veel allochtonen, wordt steeds bepalender voor de effectiviteit van de politie en dus voor onze veiligheid. Dat mag niet door 30 corruptiegevallen gefrustreerd worden. (jv) 

136 Zwemmen: een lesje in nederigheid.

15 september 2017

Als je nooit serieus hebt gezwommen, in de zin van: in stevig tempo baantjes trekken, waarom ga je daarvoor dan op je 67-ste nog naar een overdekt zwembad? Vreemd ja. Het ging ook niet van harte. Maar door een voetblessure kon ik even niet hardlopen, dus zocht ik naar een andere manier om de conditie op peil te houden en wat overtollige energie kwijt te raken. Het werd zwemmen om de voet even niet zwaar te belasten.

Hardlopen geeft me een kick, maar zwemmen vond en vind ik niks. Ik hield nooit van dat eindeloze baantjes trekken, zeker niet in overdekte baden, met die akelige chloorlucht, die schelle akoestiek, dat poedelende volkje met lelijke badmutsen, die muffe omkleedhokjes en joviale badmeesters waar niet zelden iets mis mee was.  

Zwemmen. Dagelijks een uurtje, 25 meter heen en weer. Niet alleen ontzettend geestdodend, maar voor mij ook slopender dan 5 kwartier hardlopen door een mooi gebied. Dat komt omdat mijn beenspieren door het hardlopen inmiddels behoorlijk ontwikkeld zijn, terwijl m’n armen de dikte hebben van lucifershoutjes. Nauwelijks spieren te bekennen. Dus moet ik heel veel moeite doen om in het chloorwater vooruit te komen, moeite doen zelfs om te voorkomen dat ik zink. Na 3 sessies zwem ik nog steeds als een zieke slak. 

Dat zou op zich nog niet zo erg zijn als er geen andere zwemmers aanwezig zouden zijn. Maar die zijn er wel. Tussen 8.00 en 9.00 uur een stuk of 10. Dat lijkt weinig, maar ik vind het er toch 10 te veel. Niet alleen omdat ze me in de weg zwemmen en me meewarig aanschouwen, maar ook omdat ze veel harder zwemmen dan ik!!! En dan ga je letten op ‘kleine dingen’. Het blijkt een speciaal soort mensen te zijn, daar zo ’s morgens vroeg in dat zwembad. Ze zijn namelijk behoorlijk dik en behoorlijk oud. De meesten zijn zo dik dat wanneer ze zich als uitgegroeide zeerobben in het water laten zakken, het waterpeil met zeker 5 cm stijgt. En dat dus maal 10. Hun grote voordeel is wel: ze hebben ook dikke armen, met behoorlijk wat spieren. Ze zwemmen daarom allemaal, zonder uitzondering, harder dan ik, veel harder (en eleganter, dat moet gezegd). Grrr. Ze zwemmen routineus, alsof ze het al jaren te doen.

En ze zijn dus ook behoorlijk oud. 75 plussers. Ik bewonder ze. Heb veel respect voor ze. Maar toch….Toen ik gisteren met mijn zoveelste baantje bezig was, kwam er zo'n oud baasje aanschuifelen op een manier dat ik dacht "waar is z’n rollator". Ik had verwacht dat de badmeester ‘m voor z’n eigen bestwil wel tegen zou houden, maar nee hoor, hij werd hartelijk begroet. Een oude bekende dus. Hij liet zich tergend langzaam via het trapje in het water zakken en werd vervolgens een ander mens. Hij werd een otter. Ik zag alleen nog maar een grijs koppie met een brede snor die mij op Kromowidjojo-achtige wijze soepeltjes voorbij zwom. Als hij sierlijk en stoer 2 baantjes borstcrawl had gedaan, was ik net klaar met mijn eerste baan schoolslag, niet stoer en zeker niet sierlijk. Dan is leeftijd wel een dingetje waar je op gaat letten. Je generen hoort soms bij het leven.

Kijk, dit is allemaal niet goed voor je ego, je zelfvertrouwen en je humeur. Maar ik heb nu A gezegd, dus B, C etc gaan zeker volgen. Stoppen is geen optie. Ik drink de beker helemaal leeg. Het is, zoals met bijna alles, gewoon een kwestie van wennen. Oefenen in nederigheid. En over een jaar 5, als ik ook oud en dik ben, pak ik die jonkies na mij weer in. (jv) 

135 Begin van het einde voor de PvdA?

14 september 2017

Onder de kop ‘Heibel’ stond er gisteren in de Volkskrant een mooi stuk van Ariejan Korteweg over de verkiezing van de nieuwe voorzitter van de PvdA. Als je iets ‘hebt’ met deze partij dan wordt het je na lezing toch zwaar te moede. Wat een deprimerende treurigheid. De staat waarin de PvdA momenteel verkeert, vraagt om een aansprekende voorzitter met evidente bestuurlijke kwaliteiten, iemand die met elan de nieuwe koers van de partij kan ontwikkelen en aansturen en die ook eloquent kan uitleggen aan een breder publiek. Iemand die in ieder geval binnen de partij gekend wordt en ook daarbuiten gezag heeft opgebouwd.

En wat krijgen we? Niets van dit alles. In tegendeel. Aardige mensen, misschien, maar wie in de PvdA, laat staan daarbuiten, kent deze kandidaten? En uit de onthullende schets van Korteweg bekruipt mij de vrees dat wanneer deze kandidaten in een talkshow bevraagd gaan worden, we nog bijzondere momenten gaan beleven. Hilarische momenten voor de neutrale kijker, tenenkrommende voor die paar die de partij nog sympathiek gezind zijn.

Deze afgang, gevoegd bij het gegeven dat een aantal partijprominenten geweigerd heeft zich te kandideren (schande), lijkt er op te wijzen dat de PvdA zich aan het einde van haar levenscyclus bevindt. Ik was/ben een supporter van de huidige paarse combinatie die veel goed werk heeft verricht, maar over de toekomst van de sociaal-democratie word ik even somber als van de coalitie die er nu dreigt te komen.  (jv)

 

134 Het politieke jargon is goed uit te leggen.

13 september 2017 

Elk beroepsgroep heeft haar eigen jargon. Vaak een dieventaaltje waaruit moeilijk is af te leien wat die beroepsgroep nu eigenlijk uitspookt. Zelfs met een goede uitleg is het vaak nog lastig of zelfs onmogelijk om sommige beroepen echt te doorgronden.

Neem de astrofysica. Deze wetenschap bestudeert het ontstaan en de ontwikkeling van sterren en sterrenstelsels. Het gaat over de oerknal, het uitdijende heelal, zwarte gaten, supernova’s, wormgaten, ruimtestormen, neutrino’s, donkere energie etc, verschijnselen die zich over vele miljarden jaren hebben ontwikkeld op vele miljoenen lichtjaren afstand van de aarde. Daarbij komt nog eens dat de belangrijkste inzichten van de astrofysica vooral middels complexe wiskundige formules worden weergegeven.

Er zijn slechts een paar duizend mensen op de wereld die de inzichten van de astrofysici echt begrijpen. En dan is er nog 1% van de meest briljante geleerden die er hooguit 10% van begrijpt. Daarnaast kunnen hoog-intelligente leken na een sterk versimpelde uitleg misschien 1% volgen van wat er door de astrofysica bedacht is. Zelf vind ik het razend interessant om die meest gesimplificeerde stukken te lezen. Om er vervolgens nauwelijks iets van de begrijpen. Alleen verbazing en verwondering. Zoals een aap vol belangstelling naar een computer kijkt.  

Over het jargon van politici en ambtenaren wordt vaak geklaagd. Dat zou onnodig ingewikkeld zijn en vaak niet te volgen. Met het aantreden van het nieuwe kabinet, de troonrede en de vele debatten die daarop volgen, zullen de media het politiek/ambtelijke dieventaaltje weer breed uitserveren: onderuitputting, instrumentenmix, synergie, realloceren, uitfaseren, uitrollen, procesmanagement, postprioriteiten, benchmarking, volatiel, implementeren, proactief, prealabel, stakeholders, spin-off, kaasschaafmethode, perverse prikkels, stip op de horizon, beleidsresistent……

De lijst is eindeloos aan te vullen. Geen begrippen die in de meeste huiskamers dagelijks gebruikt worden. Maar in tegenstelling tot de astrofysica kun je elk begrip uit het politieke woordenboek zo aan een geïnteresseerde leek uitleggen dat duidelijk wordt wat er mee bedoeld wordt en wat het belang er van is.  

Je kunt je afvragen waarom politici niet die woorden gebruiken die het merendeel van de burgers ook direct begrijpt. Is het gewichtigdoenerij? Gemakzucht? Of gebrek aan inlevingsvermogen? Deels misschien. Maar voor een groot deel is het politieke jargon ook onvermijdbaar. Vaktaal is voor de insiders de meest efficiënte taal. Als je de ‘moeilijke woorden’ steeds moet vervangen door woorden die voor outsiders beter te begrijpen zijn, heb je doorgaans heel veel meer tekst nodig. Dat maakt debatten onverteerbaar lang. En politici hebben al de naam veel te veel woorden te gebruiken.

Het lijkt het een lastig oplosbaar probleem, maar politici mogen best wat meer moeite doen om zich richting burgers die niet dagelijks met politiek bezig zijn begrijpelijker uit te drukken. Laten ze een voorbeeld nemen aan Robert Dijkgraaf, astrofysicus, gespecialiseerd in de snaartheorie, die altijd zijn best doet om volstrekt onbegrijpelijke zaken ietsjes minder onbegrijpelijk te maken. 

De filosoof Ludwig von Wittgenstein schreef in 1920 in zijn Tractatus: "Wat gezegd kan worden, kan duidelijk worden gezegd; en waarover niet duidelijk kan worden gesproken, moet men zwijgen." Politici zouden zich dit meer moeten aantrekken dan astrofysici. (jv) 

133 Modewoorden om te toetsen in welke subcultuur je leeft.

12 september 2017

“Dat gaf een boost.” Nooit hoorde je het en ineens zegt bijna iedereen het. Oudjes die nauwelijks gevoelig zijn voor modieuze taaltrends en zelfs 10-jarigen die nog geen woord Engels spreken, krijgen regelmatig ergens een ‘boost’ van. Derk Jan Eppink krijgt in zijn VK-column elke keer weer ‘boost’ van zijn held Trump. Een voetballertje van 15 krijgt een geweldige ‘boost’ van het Nederlandse Dames Elftal. Vooral sporters ligt de ‘boost’ in de mond bestorven.

De introductie, opkomst, verspreiding, populariteit en het ook weer verdwijnen van dit soort woorden of uitdrukkingen intrigeren. Elk modewoord heeft zo z’n eigen geschiedenis. Wat zijn daarbij de bepalende factoren? Geen idee. Ik heb geen studie kunnen vinden waarin dit is uitgezocht. Wat ik wel weet is dat er modewoorden zijn die op enig moment door bijna iedereen (een tijdje) gebruikt woorden en woorden die het prerogatief zijn van een specifieke subcultuur. Als je daar niet toe behoort, zet je jezelf een beetje voor joker als je die woorden toch gebruikt.

Denk er vijftien seconden over na en de modewoorden rollen makkelijk het brein uit: cool, absoluut, echt wel, vet, onwijs gaaf, in een deuk liggen, een stukje extra, focus aanbrengen, je ding doen, transparant zijn, game-changer etc, etc. Er zijn ontelbare van dit soort stopwoorden en uitdrukkingen waar ik dertig jaar geleden nog nooit van gehoord had. Het schijnt dat vooral de pleintjes waar laagopgeleiden uit de verschillende etnische groepen samenscholen de broedplaatsen zijn voor nieuwe modewoorden. En vandaaruit vindt een deel van die creatieve woordenstroom z’n weg omhoog naar de rest van de samenleving.

Als lid van de subcultuur van achtergebleven bejaarden, ongevoelig voor welke modetrends dan ook, schreef ik hier voorbeelden op van woorden die in de categorie ‘oubolligheid’ inmiddels vast hoog scoren. In de meeste andere subculturen zijn ze natuurlijk allang passé. Op de gekleurde pleintjes zijn ze al weer veel verder. Maar ik heb absoluut geen benul van de uitdrukkingen die je op dit moment moet gebruiken om duidelijk te kunnen maken dat je ‘bij bent’. Ik ben in deze volledig afgekoppeld. Het begin van het einde. (jv)

132 Leidt kritiek op extreem rechts tot geweld tegen hen?

11 september 2017

Hoever mag je gaan in het bestrijden van mensen met, in jouw ogen, ‘foute’ opvattingen? Natuurlijk is fysiek geweld of het vernielen van eigendommen uit den boze. Ook verbaal geweld, intimideren met woorden dus, draagt niet bij aan een beschaafd debat. Maar wat de één als intimiderend ervaart, zal door de ander als niet meer dan een stevige repliek worden beschouwd. De één is in deze wat fijngevoeliger dan de ander. Overigens zijn de grenzen van wat er nog gezegd moet kunnen worden de laatste jaren fors opgerekt.  Wat vroeger in debatten werd beschouwd als het overschrijden van elementaire fatsoensnormen is nu het nieuwe normaal geworden. 

Wat verder opvalt bij het beoordelen van de toonhoogte en inhoud van debatten, is dat er vaak met twee maten wordt gemeten. Op het ridicule af. Zo ligt het populistisch rechts in de mond bestorven om luid “ze demoniseren ons” te roepen als hun xenofobe opvattingen worden bekritiseerd. Met de toelichting dat ‘Pim’ werd vermoord omdat hij door links werd “gedemoniseerd”? “De kogel kwam van links”, werd een gevleugelde uitspraak. Sindsdien durft progressief Nederland nauwelijks meer hard in te gaan op de gevaarlijke denkbeelden van de rechtse ultra’s. Die hebben daardoor vrij spel gekregen in het politieke discours over zaken als migratie en integratie. Ze kunnen hun politieke tegenstanders en slim gekozen zondebokken in de meest grove bewoordingen aanvallen, zonder het risico te lopen daar stevig op aangepakt te worden.

Het politieke debat met populisten is daardoor een ongelijk, bijna asymmetrisch debat  geworden. De ene groep heeft van demoniseren haar handelsmerk gemaakt en de andere groep loopt op haar tenen om het verwijt te vermijden dat zij demoniseert. Zie nu weer de reacties op het bekladden van de voordeur van de leider van Forum voor Democratie. Fout en dom natuurlijk, dat bekladden. Het dient geen enkel doel en maakt de leider, die racistische theorieën weer salonfähig probeert te maken, alleen maar populairder. Weer een paar virtuele zetels erbij.

Maar nogal wat commentatoren reageren er zodanig politiek correct dat je denkt: overdrijven we hier niet een beetje? Die reacties gingen namelijk in de richting van: dat bekladden van die deuren zou wel eens een gevolg kunnen zijn van de scherpe wijze waarop Baudet in de media wordt aangepakt!!!??? Want die kritiek zet labiele geesten aan tot geweld!! Zou het echt? Het moet natuurlijk niet gekker worden. Baudet en zijn grote voorbeeld Geert doen niets anders dan hun tegenstanders grof en persoonlijk aanvallen en wanneer er ook maar iets teruggeroepen wordt, zou dat een sfeer creëren waarin deuren worden beklad (of nog erger). Dus gewoon maar helemaal niets meer tegen of over die heren zeggen? Zelfcensuur? 

De conservatieve denker Joshua Livestro waarschuwt vandaag in het NRC voor het gevaar van deze terughoudendheid. Hij stelt dat al die apaiserende commentaren de indruk wekken dat kritiek op extreme politici gevaarlijker wordt gevonden dan hun abjecte standpunten. Daar moeten we stevig tegengas op geven. 

Als we om te beginnen nu eens van extreem rechts gaan eisen dat ook zij hun extreme opvattingen onderbouwen met deugdelijke argumenten en met feiten die aantoonbaar kloppen. En ook dat zij er niet elke keer weer met gestrekte benen in gaan richting de personen en etnische groepen die ze weg willen hebben. Maar ik vrees dat zo’n pleidooi voor fatsoenering van het debat tegen dovenmansoren gericht is. Van hun unique selling points gaan ze echt geen afstand doen. Daarom moeten ze op de inhoud en fatsoenlijk, maar wel keihard van repliek worden gediend. Elke keer weer.  (jv)

131 Conservatief, pessimistisch en nationalistisch: het CDA van Buma.

9 september 2017

Toen Buma met zijn CDA vier jaar geleden de VVD rechts passeerde en daarna een harde conservatieve oppositie voerde tegen alles wat het paarse kabinet voorstelde, dacht menigeen dat hij na de verkiezingen wel weer het sociaal-christelijke centrum zou opzoeken. Daar heeft het CDA immers gedurende haar hele bestaan gezeten. Veilig tussen de liberalen en de sociaal-democraten in. Maar dat gebeurde niet. Het werd alleen maar gekker.

De bepaald niet progressieve politieke columnist van Trouw, Hans Goslinga, schrijft er vandaag in zijn krant het volgende over:  "Buma kiest in zijn Schoo-lezing tussen de regels door lezend en lettend op half verscholen bijzinnen, positie op de rechtervleugel als een Trump-light, die 'de boze Nederlander' tot normale Nederlander verklaart, de Islam als onverlicht buiten de deur wil houden en met een sterk cultureel maakbaarheidsideaal de publieke ruimte betreedt".

Ook Bas Heijne valt in zijn NRC-column van vandaag Buma scherp aan. Niet zozeer vanwege zijn conservatisme, want daar is, schrijft Heijne terecht, op zich niets onoorbaars aan, maar hij hekelt wel zijn "conservatisme dat iets wil bewaken wat er niet meer is – of er nooit is geweest. Het eerste is nostalgie, het tweede leidt tot haat tegen vermeende krachten die een terugkeer onmogelijk maken". Waarna hij de Schoo-lezing vergelijkt met de film "Jesse" en dan verzucht : "Zo gaan we dus de toekomst tegemoet – met een centrum-rechtse partij die zich steeds meer verliest in verbeten nostalgie naar een verzonnen verleden en een linkse partij die zich volledig verliest in de persoonlijkheidscultus rondom iemand zonder veel persoonlijkheid. Dat kan niet alles zijn?" 

De steile Buma wil naar een nieuwe moraal. O.a. uitdrukking komend in het bestrijden van de culturele diversiteit en het propageren van de nationale identiteit. Bij die nationale identiteit komt Buma niet veel verder dat het bekende mantra van conservatief Nederland dat die identiteit berust op onze joods-christelijke beschaving. Een lachertje. 2000 jaar christendom was 2000 jaar geweld en klerikale onderdrukking. Pas na de Verlichting, waar de kerk zich sterk tegen verzette, is met het propageren van de vrijheid van denken de basis voor onze huidige kernwaarden gelegd. En via de Franse Revolutie is die basis verder versterkt: vrijheid, gelijkheid en broederschap. Allemaal tegen de wil van de christelijke kerk in. Onze kernwaarden hebben wij juist bevochten op de almachtige christelijke kerk. En ook die referentie aan de joodse pijler van onze beschaving is niet serieus te nemen. In de naam van het christendom is de joodse beschaving in Europa waar mogelijk kapotgemaakt: vervolgingen, verdrijvingen, pogroms en massamoord. Hoezo: onze nationale identiteit heeft joods-christelijke wortels? 

Deze nationale identiteit moet volgens Buma worden versterkt door het zingen van het Wilhelmus op de scholen. Daarover schrijft Heijne is zijn column: " Wie de zoektocht naar een idee van gemeenschap in een pluriforme samenleving terugbrengt naar het staand zingen van het Wilhelmus, is cynisch bezig. Dat is geen visie, dat is bejaarden kietelen". 

Het is dieptreurig dat er in het CDA geen enkele ophef is over deze Buma-koers. Waar zijn de nazaten gebleven van Lubbers, van Agt en Balkenende die in hun tijd een veel progressievere en socialere boodschap hadden? En nu nog steeds overigens. In het CDA blijkt er weinig zichtbare behoefte aan een publiek debat over de conservatieve koers. 

Buma heeft een pessimistische, conservatieve, nationalistische en ook benepen visie op Nederland en Europa. Wat moeten VVD en D66 hier mee? Beide zijn immers optimistische partijen die met een open mind naar de wereld kijken. Dat wordt alleen maar vechten, verhullen en ergeren. (jv) 

130. Waarom het ‘poeder van Drion’ verbieden?

7 september 2017

Aankomend psychiater Sisco van der Veen schrijft in de Volkskrant van gisteren dat hij tégen het middel is dat de Coöperatie Laatste Wil wil inzetten om het mensen die het leven niet meer aan kunnen mogelijk te maken er op humane wijze uit te stappen. Zijn belangrijkste argument tegen “het poeder van Drion” is dat het onnodig levens gaat kosten van een kwetsbare groep mensen, zoals die met psychiatrische problemen. M.i. een onbewezen stelling. Je kunt met misschien wel meer recht stellen dat je psychisch kwetsbare mensen die echt dood willen met het poeder een grote dienst bewijst. Zij kunnen er dan op een menswaardige manier uitstappen zonder, zoals nu, hun toevlucht te moeten nemen tot gruwelijke methoden. 

Ook voor van der Veen’s bewering dat de drempel zodanig wordt verlaagd, dat er veel meer mensen veel sneller suïcide zullen plegen, bestaat geen hard bewijs. In tegendeel: de wetenschap dat je er op het moment dat je echt niet meer wilt zelf een einde aan kunt maken, geeft rust en kan tot een voortdurend uitstel, en misschien wel afstel, leiden. De angst dat je het zelf niet meer kunt doen en van het oordeel en de bereidheid van anderen afhankelijk bent, zal met het middel verdwijnen. Ook het gegeven dat je met het poedertje in je bezit het geweten van artsen niet hoeft te belasten als het zover is, lijkt me een pré. 

Maar wat het belangrijkste is: waarom moeten de mensen die er op een door henzelf gekozen moment een einde aan willen maken, lijden onder het mogelijke risico dat er ook wel eens iets ‘mis' kan gaan met het poeder? Als we alles moeten gaan verbieden waarbij er ook wel eens onbedoeld slachtoffers kunnen vallen, is het einde zoek. Breed geaccepteerde collateral damage, en wel met heel veel bewezen dodelijke slachtoffers, heb je bij roken, zoete frisdranken, autorijden, alcohol gebruik, anti-depressiva en veel andere medicijnen, ongezond eten etc etc. Overal loert het gevaar dat je te vroeg en ongewild aan je einde komt. En dat zal bij het 'poeder van Drion', op zeer beperkte schaal, ook wel eens gebeuren. Maar waarom zouden we nu uitgerekend dit gaan verbieden? 

De goed bedoelde zorgen die aankomend psychiater van der Veen heeft, slaan hier door naar paternalisme en moralisme. Waar blijft het onvervreembare recht om zelf over je eigen leven (en je eigen dood) te beschikken? Van der Veen noemt het niet eens. Dat hij in het artikel wel meldt dat hij lid is van de Jonge Democraten is geen relevant argument lijkt me. Het roept eerder verbazing op. (jv)

129 Brengen religies het slechtste in de mens naar boven?

3 september 2017

Religies. Wat heb je er aan? Wat moet je er mee?

Ze hebben menselijkheid en naastenliefde allemaal hoog in het vaandel staan, maar dan wel alleen voor de eigen groep, en zelfs dat vaak nog niet eens. Door de  geschiedenis heen bestrijden ze niet alleen elkaar op leven en dood, maar ook binnen de groep zijn er weer verschillende denominaties die elkaar het licht in de ogen niet gunnen. Onverdraagzaamheid, onderdrukking en geweld ‘in de naam van…’, dat is wat religieuzen kenmerkt. Zeker wanneer ze in een land tot de dominante machtselite behoren. Wat je ze wel moet nageven: hun PR hebben ze vaak wel goed voor elkaar. De meeste wereldreligies weten een beeld van zichzelf te creëren, dat vaak haaks staat op de werkelijkheid. Hoewel: de Islam wordt al geruime tijd met een stevige imago-dipje geconfronteerd.

Het Boeddhisme heeft als geen andere godsdienst het aureool van vredelievendheid. Meestal, zo is het beeld, accepteren ze elk hen aangedaan onrecht gelaten en als ze zich al eens ergens tegen verzetten dan doen ze dat geweldloos. Op zich wel begrijpelijk, want ze zijn in bijna elk land een minderheid en dan is het een slimme strategie om je sjakies houden. Maar daar waar ze de macht wel hebben, zoals in Myanmar/Birma, waar 90% Boeddhist is, zijn onderdrukking en geweld aan de orde van de dag. Sinds kort heeft de militaire dictatuur formeel de macht overgedragen aan een burgerregering, maar de meedogenloze strijd tegen minderheden met een ander geloof, zoals de islamitische Rohingya’s, gaat onverminderd verder. Ze worden al vele decennia, buiten het zicht van de wereldpubliciteit, onderdrukt, verdreven en bij bosjes afgeslacht. Pas nu druppelt er iets van door in de Westerse media: tienduizenden vluchtende Rohingya’s. Hun huizen steken ze volgens de regering zelf in brand om de soldaten in discredit te brengen. Geweldloze Boeddhisten?

Dan het Hindoeïsme. Ook deze religie heeft bij veel Westerse dromers iets heiligs. Maar de geschiedenis is er één van grof geweld en onderdukking. Aan het kastenstelsel, het maatschappelijk fundament van deze godsdienst, is niets heiligs te ontdekken. Het Hindoeïsme is in essentie een fascistische religie, waarin de kaste waarin je toevallig geboren bent, jouw positie voor het leven vastlegt. Deze standenmaatschappij, met een kleine oppermachtige elite, is altijd met veel geweld in stand gehouden. Op het overschrijden van de grenzen stonden zware straffen. Zelfs nu de individuele rechten netjes formeel bij wet zijn geregeld, is het nauwelijks mogelijk om de kaste-grenzen te overschrijden. Zeker op het platteland loop je dan nog grote risico's.  Als een vrouw uit een lagere kaste er vandoor gaat met een man uit een hogere is er grote kans dat de familie er voor zorgt dat ze dat niet overleven.

Het Hindoeïsme is een religie die vol zit met mafheid. Zo timmert er nu een belangrijke partij aan de weg die de doodstraf wil herinvoeren voor het eten van rundvlees. Immers een heilig koe slacht je niet. Doe je dat wel, dan slachten we jou ook. Natuurlijk, we moeten om het klimaat en de wereld te redden minder vlees eten, maar dit zijn daarvoor toch wel erg stevige maatregelen. Ben benieuwd hoe Marianne Tieme hier tegen aan kijkt. 

En zo kun je eindeloos doorgaan met die dwaze religies. De moslims die elkaar op grote schaal aan het bevechten zijn, met daarbinnen weer een specifieke categorie: IS (baas-boven-baas) die de christelijke Yezidi’s wil uitroeien. De christelijke Europeanen die eeuwen lang de Joden hebben vervolgd en daarbinnen ook weer een specifieke groep, de Duitsers, die het nu eens goed wilden doen en alle Joden wilden uitroeien, en daar bijna in waren geslaagd. Dan de Joden op hun beurt die de Palestijnen van hun land hebben verjaagd naar vluchtelingenkampen waar ze nu al 70 jaar uitzichtloos verblijven en vervolgens het gebied waar ze dan wel mochten blijven, militair bezetten. Het is moeilijk te bevatten dat een etnisch-religieuze groep die zelf zoveel leed heeft meegemaakt dat vervolgens een andere groep aan kan doen en hen als de derderangs burgers behandeld die ze zelf ooit waren.

Religie. Vreedzaam? Elke religie brengt het slechtste in de mens naar boven? Of: een religie kan niet voorkomen dat het slechtste in de mens naar boven komt?

Andries Knevel zou, denk ik, zeggen dat al dat slechte niets met de religie te maken heeft, maar met ‘de mens’. Niet geloofwaardig als je tegelijkertijd beweert dat alles wordt bepaald door een ‘almachtige goede God’. Zou die de mensen niet een beetje kunnen helpen om wat minder agressief te zijn? Wil ie dat niet? Kan ie die dat niet? Of bestaat ie niet? Voor een gelovige lijkt elke antwoord me even teleurstellend. (jv)

128 De HBS van toen was beter dan het VWO daarna?

1 september 2017

Eén Vandaag, dagelijks om 18.15. Deze rechtsbuiten van de Publieke Omroep geeft graag af op linkse politici, bericht altijd in doemdenkers termen over migratie en integratie en wil steeds maar weer laten zien dat vroeger alles beter was. EV concurreert met Wakker Nederland, van de Telegraaf, om de gunsten van de boze blanke Nederlander.

EV had gisteren een volstrekt onbeduidend itempje in elkaar geflanst over de HBS van vroeger. Die HBS zou beter zijn dan al het VWO-onderwijs dat we erna hebben gekregen. Toen geen pretpakketten zoals nu op het VWO, maar ‘wel 20 vakken’, zoals Maarten ‘t Hart beweerde. Wat gewoon niet klopt, zie ik op mijn bewaarde rapport van de derde klas HBS. Het waren er maar 12. Het item werd een lofzang op de HBS en degenen die er hun diploma hebben gehaald. Die wisten natuurlijk meer en waren slimmer dan de leerlingen die nu voor het VWO slagen.

Dat laatste is onbewezen onzin. Je zou met meer bewijskracht ook het omgekeerde kunnen beweren. Als je b.v. kijkt naar het niveau van vakken als wiskunde of economie ligt de moeilijkheidsgraad op het VWO een paar niveaus hoger dan vroeger op de HBS. De stof die je voor beide vakken toen in het eerste jaar op de Universiteit kreeg, krijg je al jaren op het VWO. De vakinhoudelijke lat ligt in het eerste jaar op de Universiteit over de hele linie hoger dan ten tijde van de HBS. Dus de aspirant studenten moeten veel diepgaander kennis hebben van het vak dat ze gaan studeren. Het voor velen lastige statistiek en kansberekening werden op de HBS nooit onderwezen, op het VWO wel.  Ja, inderdaad je had op de HBS een iets groter pakket verplichte vakken. Maar wat bleef er van natuurkunde, scheikunde en frans hangen als je later economie ging studeren. Na een paar jaar was je bijna al die ingestampte kennis weer kwijt. Je werd er dus niet echt erudieter van.

Op één punt is er wel sprake van een treurige verelatief van het niveau en dat is de beheersing van grammatica en schrijfvaardigheid. Al jaren armoe troef. Veel studenten kunnen wel veel ingewikkelder wiskunde opgaven maken dan vroeger op de HBS, maar kunnen geen stuk meer schrijven in fatsoenlijk Nederlands. Dit heeft echter niets met de schoolvorm te maken, maar met veranderde prioriteiten. Overigens: veel leraren die nu op het VWO Nederlands geven hebben vroeger wel de HBS gedaan !! :-)

Vanwaar die plotselinge belangstelling voor de HBS. Simpel. Er is net een boek verschenen: “Wij van de HBS”, geschreven door het duo Bouman en Steenhuis. Zij noemen de HBS ‘de parel van de onderwijsgeschiedenis’. Veel bekende politici, oud-ondernemers, Nobelprijswinnaars en kunstenaars zijn oud-HBS-sers. Ze laten in het boek o.a. Jan mulder, Gerrits Zalm en Herman Koch aan het woord. Nostalgisch wegzwijmelen naar een prachtige tijd. Maar of die (terecht) bewierookte periode nu met de HBS als schooltype te maken heeft, betwijfel ik. Dat gevoel is volgens mij direct terug te voeren tot de impact die de jaren zestig en zeventig sowieso, los van de HBS, hebben gehad op oude knarren van boven de zestig. Ongekende vrijheid, zorgeloosheid, briljante muziek, veel experimenteren en alle belangrijke ervaringen die je voor de eerste keer had.  Onvergetelijk. Maar dat zou het ook geweest zijn als we toen op een Atheneum hadden gezeten.

Ad Verbrugge zei in de EV-rapportage dat leerlingen die nu het VWO hebben gedaan, denken dat de “Verlichting” iets met lampen te maken heeft. Daarmee suggererend dat HBS-sers filosofische bolleboosjes waren die hun klassieken kenden. Flauwekul.

De samenleving is oneindig veel complexer geworden dan vroeger in de HBS-periode. Toch weten de afgestudeerden van Universiteiten en Hogescholen met een VWO-diploma in hun ransel in die complexiteit goed hun weg te vinden. Ook als het gaat om HBS versus VWO is daarom de stelling ‘vroeger was alles beter’ onbewezen onzin.

Wat wel waar zou kunnen zijn, is dat de zestigplussers maatschappelijk en politiek veel breder geïnteresseerd zijn, toen en nu, dan de jongeren van nu. Maar dat is maar een gevoel. Feiten ontbreken. (jv)

127 Hobby’s wel zelf betalen.

31 augustus 2017

De Volkskrant berichtte gisteren over een Gronings experiment om via crowdfunding mensen te voorzien van een basisinkomen. Om ze langs deze weg “te verlossen van de noodzaak om een baan te zoeken of een uitkering aan te vragen.” Er is ruim € 12.000 nodig om een proefpersoon een jaarinkomen te geven. Het experiment is nog niet echt succesvol te noemen: slechts twee geslaagde inzamelingen, terwijl twintig de doelstelling was. Een van de twee gelukkigen betreft een beeldend kunstenaar, die, gevraagd naar de betekenis van het basisinkomen voor haar, liet optekenen: “Ik ben gescheiden van mijn man en verhuisd. Ik woon nu in een antikraakwoning met een atelier. Ik kon kunst maken zonder dat ik hoefde te bedenken of dat commercieel aantrekkelijk was.”

Tsja, ik geloof niet dat dit soort argumenten echt pleit voor het invoeren van een basisinkomen. Hoewel ik er niet van uitga dat vanwege dit basisinkomen eindelijk een lang gekoesterde wens in vervulling kon gaan, scheiden van haar man, heb ik ook niets met haar tweede argument: kunst maken zonder te denken aan de verkoop er van. Natuurlijk is een dergelijke instelling legitiem, maar doe dat dan naast een baan in je vrije tijd. Alle grote kunstenaars deden dat of hebben armoe geleden tot ze hun talent te gelde konden maken. Maar alleen maar ‘kunst voor jezelf maken’ is een hobby en hoeft toch niet via crowdfunding of een uitkering gefinancierd te worden?

Ik zou misschien nog wel bereid zijn om een bedrag(je) beschikbaar te stellen (als een investering) voor iemand in de bijstand die daar op een creatieve manier uit probeert te komen, juist door iets te doen of te maken waar anderen behoefte aan hebben. Die mag daar dan wat extra geld en de tijd voor krijgen, zonder de druk om snel een baan te accepteren. Maar een basisloon om je alleen uit te leven op je hobby, daar zal nooit een breed draagvlak voor komen, denk ik.

Van iedereen die geld van de belastingbetaler vraagt, mag, uitzonderingen van fysieke of mentale aard daargelaten, verwacht worden dat ze zich inspannen om daar iets voor terug te doen. (jv) 

126 De nieuwe coalitie begint strompelend?

30 augustus 2017

"Wezensvreemd strompelt Rutte II naar het einde" kopt de Volkskrant vanmorgen. Als je dan de inhoud leest, vraag je je af waar dat "wezensvreemd" en "strompelt" op slaan. Een kabinet dat bijna vijf jaar in redelijke harmonie een behoorlijk succesvol beleid heeft gevoerd, levert bijna probleemloos ook een laatste begroting van ca € 260 miljard af, maar heeft op de valreep een meningsverschil over het wel of niet verhogen van de lerarensalarissen. Kosten slechts € 275 mln. De PvdA wilde dit perse nog in deze begroting regelen om de salarisverhoging al in 2018 te laten ingaan en de VVD vond het iets voor de nieuwe coalitie. Dit verschil van mening leverde strijd op, maar strijd is een wezenskenmerk van politiek. Dus waarom dat "wezensvreemd strompelen" noemen? Toen Rutte en Asscher er verleden week in feite uit waren, kon je concluderen: ook dit probleem is weer opgelost. 

Maar de nieuwe coalitiepartners blokkeerden dit compromis en floten Rutte terug. Want de PvdA mocht hier geen succes boeken. Het kabinet dreigt in haar laatste dagen te vallen. De nieuwe coalitie gaat dus zo wel profiteren van de gecreëerde financiële ruimte, maar wil degene die hier voor verantwoordelijk is niets gunnen. 

Als dit scenario uitkomt, is dat een slechte dag voor de politiek. Zeker omdat de nieuwe coalitie de lerarensalarissen zo zelf gaat verhogen. De burgers die dit spel serieus volgen, hebben echt wel door dat men dit voorstel nu blokkeert om de PvdA van scoren af te houden en dit kabinet op de valreep nog een schram te bezorgen. Politiek met een heel kleine p.  Een slechte start voor het christelijk-conservatieve kabinet dat toch al van niemand is en grote moeite zal krijgen om zich een beetje geliefd te maken. Het is ook politiek niet slim. Ze zullen de PvdA nog hard nodig hebben om de komende jaren meerderheden te krijgen. De nieuwe club begint zo strompelend.

Of vinden ze vandaag nog een muizengaatje om gezichtsverlies te voorkomen? Hoe dan ook: Asscher heeft, ook als het kabinet alsnog valt, zijn eerste succesje binnen als nieuwe frontman in de oppositie. Zijn naam zal gekoppeld blijven aan de salarisverhogingen voor de leraren. Voor de leraren zelf zal het bedrag waar de nieuwe coalitie waarschijnlijk mee komt lang niet genoeg zijn. De € 275 miljoen noemden ze al een fooi.

Bij de begrotingsbehandeling over drie weken kan de PvdA  dan een motie indienen om het bedrag substantieel te verhogen. De onderwijspartij D66, die voor de verkiezingen € 2 mld meer voor het onderwijs wilde, kan daar moeilijk tegen zijn, zodat een kamermeerderheid in het verschiet ligt. Maar D66 moet tegen stemmen. Coalitiedwang. Prijsschieten voor de oppositie. Regeren is lastig. En de leraren leggen het Nederlands onderwijs plat. Het wordt een stormachtige herfst en misschien zelfs een koude winter.  (jv) 

125 Don’t ask, don’t tell. Be stiekem.

28 augustsus 2017 

Als het gaat om LHBT-ers is er in Nederland nog wel wat missiewerk te verrichten. Uit recent onderzoek van het bureau Movisie blijkt namelijk dat niet minder dan 35% van dit volkje behoorlijk vijandig tegenover mensen staat die anders geaard zijn. Niet dat ze het direct strafbaar willen stellen (daar is niet expliciet naar gevraagd), maar in het openbaar hun geaardheid kenbaar maken, moeten ze achterwege laten. Zo vinden de anti’s het vervelend als homo's of lesbiennes elkaar in het openbaar zoenen.

Natuurlijk zullen er in die 35% heel wat moslims zitten, want het conservatisme zit op dit punt diep in hun cultuur ingebakken. Maar aangezien moslims maar 7% van de bevolking uitmaken, zijn het toch vooral autochtone Nederlanders die in het anti-LHBT kamp zitten. Uit het onderzoek van Movisie blijkt verder dan van de Nederlanders die de wekelijks een kerk bezoeken slechts 40% positief oordeelt over de LHBT-ers en van de niet-kerkelijken 80%.

Er is dus een grote groep, m.n. gelovige, Nederlanders die vindt dat LHBT-ers, zich in de publieke ruimte anders moeten gedragen dan de seksueel ‘normalen’. Als ze zo nodig gay willen zijn, moeten ze dat wel voor zich houden. Stiekem doen dus.

In het Amerikaanse leger hadden ze hier het ‘don’t ask, don’t tell’ beleid voor bedacht. Tot Obama hier een eind een maakte en LHBT-ers gewoon voor hun geaardheid uit mochten komen. Trump zoekt, als de aanvoerder van een ultra consevatieve beweging, nu naar wegen om de transgenders uit de krijgsmacht te weren, maar wordt daarin sterk tegengewerkt door de generaals.

Bizar: een traditioneel conservatieve legerleiding die hun reactionaire baas er aan moet herinneren dat alle Amerikanen voor de Grondwet, en dus ook  voor het leger, gelijk zijn.(jv)

 

124 Adromeda gaat onherroepelijk botsen met de aarde. So what.

27 augustus 2017 

De meeste sterrenstelsels bevinden zich miljarden lichtjaren van ons vandaan. Maar Andromeda is een sterrenstelsel dat heel dichtbij staat. Het is slechts 2 miljoen lichtjaren van ons verwijderd: 15.000.000.000.000.000.000 km (1) . 15 + 18 nullen. Andromeda bestaat uit 100 miljoen sterren en een veelvoud daarvan aan planeten, die om die sterren heen draaien, zoals de aarde om de zon. Het stelsel komt met een snelheid van 400.000 km per uur op ons af. Dat wordt dus oppassen.

De onvermijdelijke botsing wordt over 4 miljard jaar verwacht. Maar geen zorg….dan is onze zon al lang uitgedoofd en de aarde daardoor een onleefbare ijsklomp geworden. ‘Wie dan leeft, die dan zorgt’ is niet meer van toepassing. Er leeft dan al een paar miljard jaar heel weinig meer, zeker geen mensachtigen, hooguit nog wat bacteriën. Een geruststellende gedachte? Of een frustrerend perspectief gezien al onze inspanningen om zoveel mogelijk van waarde voor het nageslacht te bewaren?

Als 100% zeker is dat al het aardse leven plus alles wat er ooit bedacht en gecreëerd is, gedoemd is te verdwijnen, waarom je dan nog druk maken om…..? Vul maar in. (jv)

(1) Het licht legt 300.000 km per seconde af ofwel 1 miljard km per uur, dat is 24 miljard km per dag. Objecten op één lichtjaar afstand staan dus ca 7500 miljard km van ons verwijderd. 

123 Je wel of niet distantiëren van gewelddadige geloofsgenoten? Dilemma’s

26 augustus 2017

Soms, of misschien wel vaak, kun je van twee tegenovergestelde standpunten de redelijkheid wel inzien. Dat geldt b.v. in het geval van terreuraanslagen die in naam van een bepaalde religie worden gepleegd: welke reacties mag je dan verwachten van degenen die niets met die aanslag te maken hebben, maar wel die religie belijden? De één zegt: ze moeten zich van die aanslagen distantiëren, want ze worden uit naam van hun geloof gepleegd. Een ander vindt het helemaal niet nodig dat ze elke keer weer afstand moeten nemen van een aanslag, omdat ze het recht hebben om als gewone Nederlanders behandeld te worden en niet als belijders van die religie. Voor beide standpunten valt wel iets te zeggen. Maar toch…

NSB-ers had je voor en in de oorlog in alle soorten en maten. Van echte schurken met bloed aan de handen tot meelopers, simpele ‘gelovigen’. Maar na de oorlog moesten ook de meelopers toch echt verantwoording afleggen voor de misdaden die uit naam van het nationaal-socialisme waren gepleegd. Je kwam niet weg met een “dit was niet mijn nationaal-socialisme”. Je was lid van een foute club, dus je was fout en werd met de nek aangekeken. Of erger.

Datzelfde geldt voor de communistisch geïnspireerde aanslagen in de zestiger en zeventiger jaren in Europa. Je kon na zo’n aanslag als communist wel zeggen: “da’s niet mijn communisme”, maar erg geloofwaardig kwam je dan niet over. Je moest wel wat meer uitleg geven en je er expliciet van distantiëren. Zo niet dan stemde je blijkbaar in met die aanslagen. Types die heden ten dage als extreem rechts of neonazi door het leven gaan, worden ook beoordeeld, en veroordeeld, op het gewelddadige gedrag van een deel van die groepen. Ik heb de neiging dat terecht te vinden.

Bij de Islam ligt dat blijkbaar gecompliceerder. Er zijn hier binnen de moslimgemeenschap duidelijk twee kampen. Er is een groep die vindt dat je elke keer weer moet zeggen dat je de aanslagen afkeurt. Lijnrecht daar tegenover staan de moslims die bij de vraag: “wat vindt je van die aanslag?” beledigd zijn dat je hen linkt aan terroristen en boos reageren met: “wat heb ik er mee te maken?” Zij willen niet anders worden benaderd dan andere, niet-moslim Nederlanders.

Ik kan me die irritatie wel voorstellen. Zij behoren tot die 99% van de moslims die niets van terreur moet hebben, maar na elke aanslag wel in het frame ‘moslim en terreur’ worden geplaatst. Toch zouden ze ook iets meer begrip mogen hebben voor de bange niet-moslims die veel horen en zien over moslimterreur, maar ook niet aan iemands gezicht kunnen zien of daar wel of niet mee gesympathiseerd wordt.

Ook het mantra van vele moslims dat terroristen geen ‘echte moslims’ zijn, helpt niet echt. Zo vanzelfsprekend is dat nu ook  weer niet. Want hoe wordt bepaald en door wie, wat een ‘echte moslim’ is. Helaas zien we in bijna alle moslimlanden erg veel geweld, onrecht  en onderdrukking. Allemaal door ‘geen echte moslims’? Maar het zal toch wel iéts met de religie te maken hebben? En de gewone moslim is altijd en overal de lul.

Je expliciet van al dat geweld door geloofsgenoten distantiëren, is dan toch geen al te zware opgave? En het gaat uiteindelijk ook om het imago van je eigen religie? (jv)

122 Hoeveel ruimte krijgen de rechtse opruiers hier in Nederland?

24 augustus 2017

Wat hebben die neonazi’s, racisten en alt-right types in de VS toch met Rusland en Poetin? Vroeger de grootste vijand die te vuur en te zwaard bestreden moest worden, the empire of evil, en nu dat schaamteloos flirten. In Volkskrant van vandaag geeft Richard Spencer, voorganger van de alt-right en bewonderaar van Hitler, het simpele antwoord: Rusland is de enige raszuivere witte natie, ze hebben geen democratie en aan het roer staat een totalitaire machthebber. Zo moet het dus in de VS ook worden. Kan het duidelijker?

Dit is dus de agenda, niet eens meer een verborgen agenda, van enge clubs die door de huidige president van de VS salonfähig zijn gemaakt. Z.i. deugen deze mensen. Hij flirt met hun waarden, normen en ideologische uitgangspunten. Het enige waar ie nog een beetje mee in z’n maag zit, is hun virulent antisemitisme. Met een joodse schoonzoon en joodse kleinkinderen is dat zelfs voor T toch een dingetje. Maar voorlopig steekt ie zijn sympathieën niet onder stoelen of banken. Alt-right is dus euforisch. Nog nooit is een Amerikaanse president moreel zo diep gezonken.

Alt-right en daaraan gelieerde duistere bewegingen misbruiken de democratie om macht te verwerven waarmee ze vervolgens de democratie en de rechtsstaat kunnen afbreken. De voormalige adviseur van T, Steve Bannon, predikte dat openlijk in zijn vroegere stukken voor Breitbart News. Hij heeft aangekondigd dat hij daar nu, na zijn ontslag, mee doorgaat. En als T niet naar 'm luistert, dreigde hij, "dan halen we hem neer".  Spencer en Bannon zijn niet zomaar onbetekenende lulletjes. Ze kunnen geweldig debatteren en raken gevoelige snaren bij de ultra rechtse conservatieven, orthodoxe christenen en de blanke paupers. De heren hebben T in het zadel geholpen en zijn graag gehoorde gasten in tv- en radioprogramma's, waar ze hun obscure ideeën zonder tegenspraak mogen ventileren. Progressief Amerika heeft momenteel geen charismatische  leiders die voldoende tegenspel kunnen bieden. Zorgelijk.  

Ook in Nederland hebben deze extreem rechtse populistische stromingen duiders die er met enthousiasme, dan wel begrip over praten en schrijven: Leon de Winter in Elsevier, Weird Duk in het AD en Derk Jan Eppink in, god betere het, de Volkskrant. Natuurlijk kun je deze goedpraters van abjecte ideeën het recht op een podium niet ontzeggen, maar dring ze terug naar de donkere krochten van xenofobe media als PostOnLine of PowNed. Dan is het voor iedereen duidelijk waar ze bij horen. Als je ze die ruimte in de meanstream media geeft, zonder kritisch weerwerk, gaan we sluipenderwijs een donkere tunnel in. Beschaving stelt grenzen aan wat ethisch nog door de beugel kan.

Opiniemakers die hun reactionair gif de samenleving in willen laten druppelen, moet je in de beschaafde media of doodzwijgen of met sterke argumenten keihard ontmaskeren en bevechten. Het onweersproken laten en doen alsof het ‘normale opvattingen’ zijn, kan zo opruiend werken richting complotdenkers, overheidhaters en ander 'white trash'  dat verbale strijd overgaat in fysieke strijd, waardoor uiteindelijk de rechtstaat in gevaar komt. In de VS kun je zien hoe ver extreem en gewelddadig rechts kan komen als je ze de ruimte laat. (jv) 

121 Epicurus en Epictetus: over gemoedsrust en het managen van verlangens.

23 augustus 2017

Epicurus werd ver na zijn dood (in 270 voor Chr.) vooral door de christelijke kerkvaders gezien als de filosoof van het Hedonisme, wat staat voor het onbelemmerd bevredigen van genot. Het streven naar genot en het vermijden van de pijn zouden het grootste geluk opleveren. En dat was het hoogste doel van de filosofie en het leven. De genotszoekers konden toenmaals in ‘De Tuin van Epicurus’ hun filosofie in praktijk  brengen.

Maar Epicurus zelf legde dit ‘onbelemmerd zoeken van genot’ behoorlijk wat genuanceerder uit. Als het gaat om het genot waarschuwde de meester er juist voor dat een overdaad aan bepaald genot ook negatieve effecten kan hebben en dus vermeden moet worden. We moeten ook niet steeds méér en van alles willen ‘hebben’, want dat leidt alleen maar tot geestelijke onrust en uiteindelijk tot irritaties en ontevredenheid. Het jachtige ‘op zoek zijn naar…’ tast onze gemoedsrust c.q. ons geluk aan.

Het ging Epicurus er vooral om dat het individu door het slim managen van zijn verlangens, zodanig in balans komt, dat hij zich tevreden en onverstoorbaar voelt en dat hij een blijvend gevoel van welbehagen ervaart, in combinatie met de afwezigheid van angst. De angst voor de dood b.v. rationaliseerde hij weg met de uitspraak: “Zolang wij leven is de dood er niet en wanneer de dood gekomen is, zijn wij er niet meer”. Zo simpel kan het zijn, als je niet in zoiets raars als een leven na de dood gelooft.

Zo’n 400 jaar later werkte een andere Griek, Epictetus, deze ideeën verder uit. Ook hij vond dat onze gemoedsrust centraal moest staan, maar legde daarbij sterk de nadruk op onthechting van materiele zaken en op relativering. Hoe minder je je hecht aan dingen, hoe minder je geraakt kan worden door het verlies ervan. Als je van streek raakt door bepaalde gebeurtenissen, probeer er dan op een andere manier tegen aan te kijken, aldus Epictetus, die vond dat we alle gebeurtenissen waar we toch geen directe invloed op kunnen uitoefenen kalm en nuchter moeten accepteren. Onverstoorbaar. Vandaar dat deze stroming het Stoïcisme wordt genoemd.  Epictetus vond wel dat we verantwoordelijk zijn voor onze eigen daden, die we via zelfdiscipline en zelfreflectie moeten onderzoeken en beheersen.

Epicurus en Epictetus zagen de filosofie niet als wetenschap of een theoretische leer, maar als een levenswijze en reiken suggesties aan die je gewoon in de praktijk van alle dag kunt benutten. Stel jezelf in situaties die zich daarvoor lenen steeds de juiste vragen en geef antwoorden met in het achterhoofd de lessen van beide heren.

Kern van die lessen: via het managen van onze verlangens kunnen we stadia bereiken van onverstoorbaarheid, onthechting, relativering en tevredenheid. Hier in het brein de nodige ruimte voor vrijmaken vraagt om het opruimen van ‘oude reflexen’ en om de nodige zelfreflectie. En om het vermogen ook emoties met ratio in goede banen te leiden. (jv) 

120. Het wordt tijd voor een nieuwe beeldenstorm.

22 augustus 2017

In ‘Zomergasten’ van zondag j.l. ging primatoloog Frans de Waal kort in op het racistisch geweld in Charlottesville, waar neonazi’s, KKK-leden, antisemieten en ander blank tuig ‘oorlog maakten’ tegen burgers die vreedzaam protesteerden tegen hun komst. De alt-right partijen gingen volledig los omdat het standbeeld van één van hun helden uit de Burgeroorlog, generaal Lee, verwijderd zou worden. Er staan in de VS nog zo’n 700 van dit soort standbeelden, m.n. in het Zuiden, die het slavernijverleden levend moeten houden. Ze zijn toenmaals neergezet om de ‘witte superioriteit’ te tonen: de zwarten laten zien dat de blanken, ondanks de verloren oorlog en de afschaffing van de slavernij,gewoon de baas bleven en nu nog steeds de baas zijn.

De Waal zei dat hij voorstander is van een beeldenstorm waarbij dit soort beelden die de herinneringen aan het Amerikaanse slavernijverleden moeten oproepen uit de openbare ruimte worden verwijderd. “Als het toevallig bijzondere beelden zijn, dan zet je ze maar in een museum”.

Wat doen wij in ons land met onze 'foute' standbeelden? Jammer dat zo weinig gezaghebbende figuren  zich expliciet over dit onderwerp uitlaten. Zodat het vooral een dingetje blijft van Sylvana Simons. Maar het is toch evident dat beschaafde landen geen beelden neerzetten van massamoordenaars, oorlogsmisdadigers, slavenhandelaren of ander gespuis. Wie kan zich voorstellen dat er in Berlijn, of welke Duitse stad ook, een beeld van Adolf Hitler zou staan? Maar in het Noord-Hollandse Hoorn staat wel een standbeeld van Jan Pieterzoon Coen, de massamoordenaar, die in naam van onze glorieuze VOC, rond 1620 een genocide op de Banda-eilanden pleegde, waarbij uit louter winstbejag 40.000 mannen, vrouwen en kinderen werden vermoord. Etnische schoonmaak zouden we het nu noemen. 

Wanneer beginnen wij hier met onze schoonmaakoperatie als het gaat om het verwijderen van 'foute' standbeelden uit de openbare ruimte? Waar blijft de nieuwe beeldenstorm? Zo snel mogelijk alle controversiële beelden van hun sokkel halen. En wanneer ze cultuur-technisch voldoende niveau hebben, kunnen ze voorzien van de juiste historische context een plaats krijgen in een museum. (jv) 

119 Het Wilhelmus verplichten? Ze zijn van het padje.

20 augustus 2017

Het zittende kabinet moest regeren tijdens de grootste naoorlogse crisis. Het maakte zich niet populair met de harde, maar noodzakelijke maatregelen. Toch voerde het zo’n succesvol beleid dat het nieuwe kabinet kan beginnen met een miljarden overschot en bizar hoge groeicijfers. Rutte II bedanken voor de moeite en snel van profiteren, zou je zeggen. Er is eindelijk voldoende geld om nu ook om de onderkant van de samenleving een inhaalslag te laten maken en er ligt een berg aan majeure vraagstukken waar de tanden in gezet kunnen worden.

Maar waar lijkt het in de formatiebesprekingen vooral over te gaan? Over vertrouwen in elkaar. Over boekhouderdingetjes. Over ethische zaken. Over identiteit. En, niet te geloven, over het Wilhelmus!!!  Gaan we kinderen zo echt via het nieuwe regeerakkoord dwingen om het Wilhelmus op school te zingen? Dagelijks? Wekelijks? Of slechts één maal per jaar? En gaat D66 daar dan mee akkoord? Je kunt het je toch niet voorstellen. Natuurlijk moet je in zo'n nieuwe coalitie concessies doen, soms ook aan je principes. Geen probleem. Maar doe dat op serieuze punten. Maak je niet belachelijk. Als het verhaal klopt: wat een treurnis, wat een leegheid, wat een onzin.

Zoals je liefde niet af kunt afdwingen, kan dat ook bij vaderlandsliefde niet. Ik krijg bij het Wilhelmus voorafgaande aan een voetbalinterland altijd wel een heel klein brokje in m'n keel. Maar als het zingen van de nationale hymne op scholen verplicht wordt, enkel en alleen om ons een oerconservatieve identiteitsagenda door de strot te duwen, dan gaat het Wilhelmus me tegenstaan.

Net zoals dit nieuwe conservatief-christelijke kabinet in oprichting, voorzien van een progressief schaamlapje, me bij voorbaat tegen staat. Omdat ze goede sier gaan maken met de resultaten van andermans werk en omdat de combinatie geen enkel elan uitstraalt. Vlees noch vis. Op de winkel passers. Wilhelmus zingers.  (jv) 

118 Waarom wordt Neymar misgunt wat voor Bill Gates normaal is?

9 augustus 2017

De Braziliaanse voetballer Neymar gaat bij zijn nieuwe club in Parijs, SGP, € 60 mln per jaar verdienen. Maar dat is dan wel bruto, dus….:-) Bijna de helft, € 27 mln, gaat naar de Franse belastingdienst. Daar worden dan weer de sociale uitkeringen voor arme Fransozen van betaald. Goed werk van die Neymar zou je zeggen. :-)  Nou nee, heel wat talking heads vinden dit niet kunnen. Een voetballer die zoveel verdient. Schande.

Waarom is er bij Neymar veel meer ophef over zijn inkomsten dan bij de bazen van multinationals zoals Apple, Facebook of Microsoft, die nog veel meer verdienen? Je zou eerder het omgekeerde verwachten. Bewondering en respect dus voor iemand uit de sloppenwijken die zich zonder opleiding zo weet op te werken. Neymar is een keihard werkende arbeider. Heeft zijn positie geheel aan eigen talenten te danken. Hij verdient z’n geld zonder te stelen of anderszins de wet te overtreden en verrijkt zich ook niet over de ruggen van medewerkers die hij via lage loontjes uitbuit. Kom daar eens om in de meedogenloze wereld van het grote geld.

Clubs willen en kunnen zijn salaris betalen omdat ze nog veel grotere bedragen terug kunnen verdienen vanwege het in dienst hebben van Neymar. Omdat heel veel mensen hem willen zien spelen en daarvoor willen betalen. En ook zijn shirtjes worden als zoete broodjes verkocht. Vele grote  bedrijven willen grof geld betalen voor gebruikmaking van zijn naam, gezicht en acties. Ze kunnen er hun omzet sterk mee vergroten. Neymar is een brand. Via deze omweg zorgt hij voor extra economische groei, banen en inkomen. Maar ook voor veel plezier en ontspanning bij mensen die weinig hebben. Tallozen liefhebbers worden ‘gelukkig’ als ze hem zien spelen. En zijn bereid om daar een paar euro’s extra voor te betalen. En al die kleine beetjes extra vormen voor Neymar een groot bedrag. Hij kost de belastingbetaler niets, maar levert de belastingdienst wel veel op. 

Wat voor Neymar geldt, geldt  eigenlijk voor veel topsporters. Ze zitten in een sector waarin, net als in de muzieksector, de maker van het product, als ie echt top is, het meeste verdient. Vele malen meer dan de directeur van de bedrijven waar ze in dienst zijn. Dat lijkt me terecht en rechtvaardig. Rechtvaardiger dan wat we in de meeste andere sectoren zien. Zo verdient in de auto-industrie de maker van het product, tegenwoordig een soort assistent van de robot, het minst en de man aan de top, die weinig meer met de auto’s te maken heeft, honderden malen meer. In een verzorgingstehuis verdienen degene die het echte werk doen,  de handjes aan het bed, een fractie van wat de managers verdienen. Dat is pas een schande.

Peter de Waard had er gisteren in de Volkskrant nog een mooie column over met als kop: Is beloning Neymar niet een voorbeeld voor bedrijven?” En als laatste zin: “De voetbalwereld is een modelvoorbeeld voor hoe bedrijven moeten worden ingericht”. Zo is het. Neymar zou op het schild moeten worden gehesen. Het zou qua hoogte van zijn beloning misschien best een paar onsjes minder kunnen, maar het extra belonen van degenen waar het echt om gaat, zou een voorbeeld moeten worden voor alle economische sectoren.

Niet de bazen en zijn adviserende onderknuppeltjes moeten de hoogste beloning krijgen, maar de talenten, de bedenkers, de uitvinders, de makers en hun directe, onmisbare, hulptroepen. Dat zijn degenen die de meeste waarde toevoegen aan een product. Zonder hen is er überhaupt geen product. Dus valt er ook niets te verdienen. Alle andere werknemers in het bedrijf die van deze groep afhankelijk zijn, moeten beloont worden naar rato van wat zij werkelijk toevoegen aan de waarde van een product.

Dat betekent vooral voor veel kantoormuizen, managers en directeuren dat zij heel wat veren moeten laten. En de jobs die niet echt iets toevoegen, de bullshit banen dus, kunnen geheel worden geschrapt. Maar zet de Neymar’s wel aan de top van het loongebouw. (jv)

117 Ayahuasca en over kots die nog iets terug wil communiceren

8 augustus 2017

Ayahuasca-sessies. Ze schijnen vooral aantrekkingskracht uit te oefenen op types die op zoek zijn naar ‘iets’, maar niet weten naar wat. Het gaat hier om veredelde ‘theekransjes’, maar wel met thee waaraan ayahuasca is toegevoegd, een sterke (en verboden) drug die wordt verkregen door de extracten van twee Zuid-Amerikaanse planten met elkaar te mengen. De drug werd en wordt in Latijns Amerika vooral gebruikt bij rituelen van inheemse stammen. Deskundigen waarschuwen voor nare en soms gevaarlijke bijeffecten. De Volkskrant had er vandaan een mooi stuk over. Vooral ook hilarisch.

 Waarom trekken dit soort seances toch vooral mafkezen aan. Naïeve mafkezen die het ondergaan en handige mafkezen die behoorlijk wat geld verdienen aan de therapeutische theesessies waarvoor je zo’n € 350 tot 675 pp per weekend moet schuiven. Terwijl de ingrediënten waarmee je de uren durende trip kunt maken niet meer dan € 10 kosten. Kassa. Maar wel voorzien van zweverige hokuspokus en de boodschap dat het allemaal gebeurt om mensen beter te maken, zich zelf weer terug te laten vinden.

De meest hilarische passages in de VK gaan over de poep- en kotsgevolgen van het spulletje. Na een paar koppen thee schijn je niets meer binnen te kunnen houden. Naast elk bedje staat daarom een emmertje. Wat zal dat daar lekker ruiken. De begeleiders ruimen die viezigheid echter niet direct op. Daar heeft één van de begeleiders een voor de hand liggende verklaring voor: “Soms gebeurt het namelijk dat datgene wat jij eruit hebt gegooid, tijdens jouw reis nog iets terug wil communiceren. We hebben wel eens meegemaakt dat een vrouw allerlei handen en gezichten uit de emmer zag komen. We proberen als begeleiders jouw proces zo min mogelijk te verstoren”. Alle aanwezigen zaten volgens de VK-journalist begripvol te knikken. Je ziet de verzameling hulpeloze zielen voor je.

Deskundigen trekken aan de bel omdat ze zich zorgen maken over de gevolgen van het ayahuasca gebruik en de afwezigheid van deskundige begeleiding als er tijdens of na de theetrips iets vreemds in het brein van de theedrinker gebeurt. Nogal wat gebruikers schijnen raar te gaan doen. Raarder dan voor het gebruik? 

Volgens mij is er voorafgaande aan de trip al iets goed mis in het hoofd van de gebruikers. Want je bent toch al wel heel ver op het verkeerde padje als je gelooft dat je met je eigen kots kunt communiceren. Maar de net iets slimmere kotsduiders verdienen er goed aan. (jv)

116 Statements

5 augustus 2017 

“Onder de Wilders- en Trump-stemmers zitten inderdaad de metaalarbeiders die hun banen hebben verloren, maar ook de vastgoedmiljonairs die zich in de nek gekeken voelen door het establishment, miskende schrijvers, gesjeesde intellectuelen – zie Thierry Baudet. Ik denk dat we nu zien hoezeer rancune niet slechts uit een onderlaag van de maatschappij komt, maar dat het een verticale emotie is die door de hele samenleving heen snijdt.” (Ian Buruma in de Groene van 2 augustus j.l.).

Aan de gesjeesde intellectueel en geslaagde vastgoed parvenu:  

Rancune is dus de drijfveer voor jouw agressieve politieke acties en laatdunkend afgeven op de elite. Een elite waar je eigenlijk graag bij wilt horen. Maar zij niet bij jou. Dat zit je dwars. Want je voelt jezelf een hele meneer, intelligent, een echte intellectueel of een geslaagde zakenman.  Maar je weet toch niet door te dringen tot de groep van mensen met veel gezag: de experts, adviseurs, politici, wetenschappers en opiniemakers waar in de samenleving met waardering over wordt gesproken. Jij kunt die sprong naar die groep mensen met gezag gewoon niet maken. Maar dat ligt niet aan jouzelf natuurlijk. Ze willen jou er niet bij hebben omdat je te goed bent, te veel weet. Je bent dus bedreigend. Daarom sluit het kartel jou buiten. Dat kartel maakt Nederkand volgens jou kapot. En het spant samen met krachten van buiten. Asielzoekers en andere vreemden die onze cultuur ondermijnen. Dat buitensluiten maakt jou rancuneus. Jij wilt dat kartel daarom vernietigen. En een eigen kartel oprichten. Maar je maakt slechts piepende geluiden voor een achterban van vergelijkbare losers. Je weet, diep in je hart, dat je nog geen speeltuivereniging kunt besturen, laat staan een stad of een land. Je hebt het gewoon niet in je. Dat maakt je boos op degenen die dat wel kunnen. Begrijpelijk. (jv)

 

 

115 J’accuse. Sylvana en de gunfactor

4 augustus 2017 

Silvana Simons is niet direct mijn type politica. Ze is privé vast aardig, ze is vasthoudend, welbespraakt en zeker ook slim. En ze komt op voor een goed doel. Maar toch….Ze doet me heel in de verte denken aan Cato de Oude (234-149 v Chr.) die o.a. bekend is geworden door de consequente vasthoudendheid waarmee hij elke toespraak, waar die ook over ging, afsloot met de woorden: “Overigens blijf ik van mening dat Carthago verwoest moet worden.” De stadsstaat Carthago vond hij een te grote bedreiging voor Rome.

Marianne Thieme doet het ook. Elke plenaire kamertoespraak, ook al gaat die over de instroom van asielzoekers, sluit zij af met de woorden: “Voorts zijn wij van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie”. Gewoon gejat dus van die oude Cato, maar het blijft sterk. Vooral door die voorspelbare herhaling. Ik vind het ook wel leuk, zoals ik meer aan/van Thieme leuk vind, terwijl ik nooit op haar zal stemmen. Ze irriteert niet snel, heeft een bepaalde gunfactor.

Simons irriteert me soms wel. Dat ze mij aan Cato doet denken, heeft te maken met de wijze waarop ze consequent ieder onderwerp weet te plaatsen in de context van racisme of discriminatie. Zelfs in een gesprek over zoiets onschuldigs als het vrouwenvoetbal wordt binnen enkele minuten de racismekaart getrokken. Ze weet altijd wel een muizenpaadje te vinden dat het gesprek naar het onontkoombare thema leidt. In bijna elke discussie slaagt zij er in om bij haar opponenten, hoe politiek correct die ook zijn, iets te ontdekken dat riekt naar discriminatie. J’accuse.  Dat doet ze vaak met een hardnekkige geforceerdheid die gaat irriteren. Waarom roept Simons een ongemakkelijker gevoel op dan Thieme? Het zal, heel diep verborgen, toch niet iets met kleur te maken hebben?  Meer zelfonderzoek is hier nodig.

Ondanks de beperkte gunfactor vind ik Simons’ strijd rechtvaardig, noodzakelijk en bewonderenswaardig. Racisme en discriminatie zijn ook in onze samenleving, ondanks de inhoud van artikel 1, nog steeds virulent. In alle hoeken en gaten vind je het terug. Vooral de stiekeme vormen. Hoe donkerder je bent, hoe slechter je kansen, op welk gebied dan ook. Hoe vreemder je accent of hoe moeilijker je achternaam, hoe slechter je scoort bij sollicitaties. Je kunt ook hier in Nederland maar beter blank zijn en Jansen of zo heten. Dan ben je bijna altijd beter af. Althans beter dan iemand met een kleur. En als je er als benadeelde iets van zegt dan loop je ook nog eens een risico op het verwijt in de slachtofferrol te kruipen. Zit je al moeilijk en dan krijg je ook nog een trap tussen de benen van hen die door de ‘witte geboorte’ al een paar strepen voor hebben. En die etnisch profileren natuurlijk normaal vinden. Want hen zal het nooit overkomen.

Hoe verwoordde Bob Dylan het ook al weer in Only a Pawn in Their Game?

A South politician preaches to the poor white man

“You got more than the blacks, don’t complain

You’re better than them, you been born with white skin” they explain

Simons voert een moeilijke en ook wel eenzame strijd. 88% van Nederland is blank en "die 12% moet niet zo zeuren, want wij discrimineren niet". Vinden ze zelf, die blanken. Het is dus voor Simons zwemmen tegen de stroom in. Vechten tegen de bierkaai. Wil je dit kunnen volhouden moet je misschien wel een paar oogklepjes voordoen en er met gestrekt been ingaan. Anders word je helemaal niet gehoord. Met al die beschaafde debatjes schiet je natuurlijk ook geen donder op. Dat blijkt wel. In de sociale media wordt steeds onbeschaamder en onbeschofter gescholden op “die negers en andere kleurlingen”, zonder dat er in de normale media verontwaardigd op wordt gereageerd. Laat staan dat autoriteiten er iets aan doen.

Als je in dit verziekte klimaat toch door blijft vechten, is dat vooral dapper en verdient het respect i.p.v. gezeik over toon en vorm van het debat. Misschien moeten we Simons vooral beoordelen op haar intenties. (jv) 

114 Werken met ‘de sluier van onwetendheid’ bij de kabinetsformatie.

3 augustus 2017 

In de meeste samenlevingen zijn de kansen (erg) ongelijk verdeeld. De één heeft (veel) meer kans op een zorgzame opvoeding, uitstekend onderwijs, een mooie baan, een hoog inkomen of een goede gezondheid dan de ander. Er zijn samenlevingen waar je als vrouw, zwarte of homo zwaar gediscrimineerd wordt en nauwelijks kansen hebt. Of samenlevingen waar je praktisch nooit meer uit de (lage) klasse komt waarin je ooit bent geboren. Het zijn, naast pech en mazzel, de regels, wetten, normen, waarden en instituties die de kansen op vrijheid, werk, inkomen of geluk van individuen in een samenleving bepalen.

Die geschreven en ongeschreven regels zijn niet ‘van god gegeven’, maar ‘man made’, ooit bedacht om bepaalde belangen te dienen. Soms lijken ze in beton gegoten en schier onveranderbaar. Dan weer blijken ze toch aangepast te kunnen worden aan veranderende omstandigheden. Vaak door politieke strijd, de emancipatie van bevolkingsgroepen, invloeden van buitenaf of technologische ontwikkelingen. Vele samenlevingen zijn door die aanpassingen in de loop der tijd steeds een stukje rechtvaardiger geworden, in die zin dat steeds meer mensen steeds meer kansen hebben gekregen hun lot te verbeteren. Maar zelfs een blinde kan zien dat er nog steeds heel veel ‘onrechtvaardigheid’ is, voortkomend uit de ‘regels’ waarmee samenlevingen zijn georganiseerd.

Hoe zou dat allemaal veel beter kunnen? De filosoof Rawls bedacht hier een gedachtenexperiment voor. Zet een groep mensen bij elkaar, die zich moeten inbeelden dat zij als nieuwgeborenen onwetend zijn van de plaats in de samenleving waar zij later terecht komen. Door die “sluier van onwetendheid” weten zij niet of het lot hen later als paria of rijke, man of vrouw, zwart of blank door het leven laat gaan. Wat zouden ze dan vanuit die onwetendheid  nu rechtvaardige wetten, regels, normen en waarden vinden? Ze zullen er in ieder geval rekening mee houden dat ze zelf in een uitermate zwakke startpositie geboren kunnen worden. En kiezen voor wetten die ook voor die groep rechtvaardig uitpakken.

Zouden ze bij de kabinetsformatie zo’n gedachtenexperiment ook niet eens kunnen overwegen. Wat zou de uitkomst zijn als je los van partijpolitieke dogma’s, vooringenomen standpunten, smalle groepsbelangen, korte termijnprofijt en je eigen persoonlijke positie moet bepalen wat op de belangrijkste dossiers het beste is voor Nederland en voor de meeste Nederlanders?

De onderhandelaars kunnen alle beleidsvoornemens beoordelen vanuit de vraag: stel dat je (ooit) behoort tot de zwakke groep die door de maatregelen geraakt wordt, hoe zou je dan willen dat die maatregelen er uit zien? Kies je dan bij klimaatmaatregelen voor ‘meer welvaart nu’ of voor ‘een nog leefbare wereld over 50 jaar’? Kies je bij inkomenspolitiek voor de onderste 10% of de bovenste 5%? Kies je voor ’grenzen potdicht’ of voor ‘een humaan immigratiebeleid’?

Maatregelen ontwikkelen vanuit die ‘sluier van onwetendheid’ kan een veel rechtvaardiger regeringsprogramma opleveren voor de zwakke groepen en toekomstige generaties. (jv)

113 Kwaadwillende en cynische retoriek in het euthanasiedebat.

2 augustus 2017 

Ben het bijna altijd eens met wat Grunberg in zijn Voetnoot te berde brengt en leer van zijn scherpe ultrakorte observaties. In drie zinnen kan hij een situatie kernachtig typeren, waar ik zelf een A-4je voor nodig zou hebben. Als ik al op die gedachte zou zijn gekomen. Maar de Voetnoot van vandaag heeft me wel een beetje geschokt, omdat het qua eerbied voor de feiten en rationele redenering volledig afwijkt van wat ik van Grunberg gewend ben.

Het ging over het m.i. laakbare artikel in The Wall Street Journal van onze streng gereformeerde Kees van der Staay over euthanasie in Nederland. Van der Staay maakte hier een karikatuur van de nieuwe euthanasiewet. Alsof artsen iedereen die dat wil maar zo een spuitje geven. Grunberg schrijft over dit arikel: ”Van der Staay keerde zich vooral tegen het idee dat gezonde mensen boven een bepaalde leeftijd mogen bepalen wanneer hun leven voltooid is. Ik geeft van der Staay daarin gelijk, om redenen die hij niet noemt”.

En dan komt Grunberg met zijn eigen argument: “In een samenleving die draait om geld is het altijd een verkapte bezuinigingsmaatregel als de overheid mensen indirect aanmoedigt zelfmoord te plegen”. Een denkfout van Grunberg? Is ie bij hoge uitzondering het spoor bijster? Of is het de behoefte om eens even lekker een keer heel erg tegendraads te zijn? Het is in ieder geval een uitermate kwaadwillende en onjuiste uitleg van wat de voorstanders van de nieuwe euthanasiewet beogen. Iets wat je van gereformeerden of ander kerkelijk spul kunt verwachten, maar Grunberg onwaardig. Het kwaadwillende zit ‘m in de relatie die hij legt tussen de bedoeling van de wet en de wens te bezuinigen. Je moet wel erg cynisch zijn om de voorstanders van de nieuwe wet te beschuldigen van een verkapte bezuinigingsmaatregel.

En dan die aanname dat de overheid, de meerderheid van ons parlement bedoelt hij natuurlijk, via die nieuwe wet mensen indirect wil aanmoedigen om zelfmoord te plegen. Hij probeert deze groteske bewering dan wel een beetje te nuanceren door er ‘indirect’ tussen te zetten, maar het blijft een bizarre beschuldiging. Welke feiten onderbouwen dit? Welke logische redenering ligt er onder? Als een wet vrouwen in de gelegenheid stelt om onder bepaalde voorwaarden abortus te plegen, dan moedigt ze die vrouwen toch niet ‘indirect’ aan om dat dan ook te doen? Het blijft, net als bij euthanasie, een vrije keuze.

Die nieuwe euthanasiewet in wording (die mij persoonlijk nog lang niet ver genoeg gaat) stelt mij in staat om op een enigszins humane manier uit het leven te stappen als ik het echt niet meer zie zitten. Daar beslis ik dan zelf over. Nergens toe gedwongen. Maar wel met een beetje medische hulp graag. Grunberg wil mij dat (voor-)recht met twee bizarre argumenten onthouden. Als hij er geen behoefte aan heeft: mijn zegen heeft ie.  Maar gun de mensen die het leven niet willen uitlijden ook hun rust.

Natuurlijk mag iedereen die euthanasie niet ziet zitten daartegen fulmineren. Het gaat mij om de redenering en om de feiten. Die deugden niet bij van der Staay. En ook niet bij Grunberg. Beiden bedienen zich van een kwaadwillende en cynische retoriek. (jv) 

112. Twee invalshoeken die beide kloppen.

1. augustus 2017 

"Alsof van der Laan over een ander land sprak" is de kop boven stuk van Arjan Korteweg in de Volkskrant van vandaag. Hij gaat in op de kritiek die Eberhard van der Laan had op de Nederlandse politieke 'bazen'. In Zomergasten zei hij daar zondagavond over dat zij elkaar te vaak vliegen willen afvangen en de tent uitvechten, ipv samen problemen oplossen. "En de mensen haten dat", aldus de burgemeester. 

Korteweg betoogt dat wij nu juist een polderland bij uitstek zijn waarin politici vaak hun geschillen opzij zetten en proberen er gezamenlijk uit te komen. Maar op gezette tijden moeten zij natuurlijk ook scherp aangeven waar de verschillen tussen de partijen liggen, aldus Korteweg, anders denken burgers ( nog meer dan nu) dat het 'een pot nat is'. Het scherp aangeven van verschillen is dus noodzakelijk om de bevolking ook iets te kiezen te geven. 

Als volger van het politieke gebeuren vind ik dat de heren beiden voor een groot deel het gelijk aan hun zijde hebben. Ik erger mijzelf niet aan felle debatten waarin de 'partijbazen' aangeven waar zij voor staan en waarin zij verschillen van de anderen. Dat is in een democratie namelijk de essentie van de politiek.  De irritatie zit 'm vooral in de manier waarop het debat wordt gevoerd.  Niet zelden worden 'kleine dingetjes' zo uitvergroot dat je denkt "waar gaat dit nog over?". En te vaak is de toon in elkaars richting onwellevend, hard, onbeschaafd en soms ronduit onbeschoft. 

Dat elkaar beschimpen en die toonhoogte, dat is wat veel burgers haten en hen doet vervreemden van de politiek. Zeker als de politici na zo'n debat, waarin men elkaar ongenuanceerd in de bek heeft gezeten, buiten het zicht van de camera's weer lachend om tafel gaat zitten om (noodzakelijke) compromissen te sluiten. Die scherpe overgang wordt dan ongeloofwaardig gevonden. 

Die bereidheid om steeds weer constructief te zoeken naar compromissen is op zich een zegen voor de Nederlandse politiek. Maar dat elkaar kleingeestig en op hoge toon de maat nemen is een vloek. 

Van der Laan wilde in zomergasten vooral dat laatste benadrukken. Terecht. Korteweg vindt vooral dat we ook onze zegeningen moeten tellen als gaat om constructief samenwerken. Ook terecht. Hopelijk willen onze politici wat meer naar beide heren luisteren. 'Hard on cases, soft on people'. (jv) 

 

111 Jinek, Wilders, katten en andere komkommers.

27 juli 2017

Verleden week vrijdag gaf Jinek in haar avondprogramma ruim baan aan Wilders om zijn ‘zachte kant’ te veinzen. Heb het programma toen zelf niet gezien, maar bij toeval stuitte ik er op toen ik wat opzocht via YouTube. De talkshowdame had enkele overbekende Nederlanders, zoals de allesweters Jort Kelder en Johan Derksen, uitgenodigd om met hun kat voor hen op tafel iets over de slimheid van het beest te zeggen. Onnozele tv. Zelfs niet grappig.

Aan deze sneue vertoning ging een opgenomen stukje met Wilders vooraf. In een soort "uitzending  voor politeke partijen" mocht de PVV-baas op z’n alleraardigst en met z’n breedste glimlach babbelen over zijn liefde voor zijn Pluisje en Snoetje. Jeuk. Jinek keutelde vrolijk mee. Het geneuzel werd afgesloten met een eng plaatje: het blonde hoofdje van Jinek liefdevol tegen de schouder van de doorgaans grofgebekte en sacherijnige haatzaaier, die zich nu van zijn menselijke kant mocht laten zien. Met daarnaast in beeld de semi-fascistische PVV-slogan: “Nederland weer van ons”. Je wordt er beroerd van. I.p.v. ‘m bij z’n ballen te grijpen en hem naar de studio te sleuren voor een echt interview over politieke zaken, slijmt ze er weer een paar virtuele zetels bij voor ‘m. Een walgelijke vertoning.

Toen Trouw-columniste Seada Nourhussen iets over deze Wilders-reclame schreef, werd zij in de sociale media afgemaakt. Door The Post Online, van de racistische Annabel “dobberneger” Nanninga, werd ze als “die negerin van Trouw” gediskwalificeerd. Zo ver zijn ze al gezonken: je hoeft alleen nog maar iemands ras te noemen en argumenten zijn niet meer nodig.

Heb geen enkele kritiek van de journalistieke collega’s op het geslijm van Jinek met Wilders gelezen. Ook niets gehoord of gelezen van collega’s die het voor Nourhussen opnamen en die schande spraken over de racistische aanvallen. Zijn ze te bang om ook aangepakt te worden? Of is dit soort racisme al zo ingeburgerd dat het niet meer opvalt?

Het moge in Nederland dan komkommertijd zijn (omdat onze journalisten op vakantie zijn), maar in de rest van de wereld gebeuren meer belangrijke dingen dan ooit. Dus ‘er is momenteel geen echt nieuws’ kan niet het argument zijn om met die kattenflut en andere komkommers te komen aanzetten. Het is gewoon een gebrek aan creativiteit en belangstelling voor de wereld. Intellectuele luiheid. 

Ja, een beetje leuteren aan een tafel en met een leuk gezichtje slappe obligate vragen stellen, dat kan iedereen, maar belangwekkende gasten opsporen en die met doordachte vragen interessante inzichten ontlokken, vereist brede kennis en journalistiek vakmanschap. Het is beide niet ruim voorradig op de Nederlandse tv. Zeker niet in onze veelbekeken talkshows. Waarmee ik niets ten nadele van de kat wil zeggen. (jv) 

110 Richard Dawkins niet meer welkom bij het progressieve radiostation.

26 juli 2017

Richard Dawkins was door het progressieve radiostation KPFA, zendend vanuit de universiteitsstad Berkeley, VS, uitgenodigd voor een interview over zijn boeken. Ook over zijn boeken waarin hij met wetenschappelijke argumenten onderbouwt dat het niet aannemelijk is dat er een God bestaat en alle onderzoek nog eens op een rij zet waaruit blijkt dat de mens (zoals alle levende wezens) het product is van een evolutionair proces en niet in één keer met gods toverstokje is gecreëerd. Van eencellige microben hebben we ons in vele honderden miljoenen jaren via talloze mutaties ontwikkeld tot wie we nu zijn.

Die Richard Dawkins dus. Niet alleen via zijn boeken, maar ook via talloze publicaties, lezingen, talkshows, interviews en sociale media draagt hij zijn visie uit. Dat hij daarbij met grote regelmaat op de (lange) tenen van gelovigen gaat staan, is niet te vermijden. M.n. vanuit de Islamhoek wordt er behoorlijk agressief op Dawkins gereageerd. Het is niet anders. Maar hoe het ook zij: het kan niemand zijn ontgaan, ook de intellectuelen van KPFA niet, hoe Dawkins over religie denkt. Juist vanwege die ideeën werd hij uitgenodigd.

Maar vrijdag j.l. werd bekend dat het progressieve bestuur van het progressieve radiostation KPFA het optreden van Dawkins heeft geannuleerd. Formeel omdat ze er nu pas achter zijn gekomen (!!??) , zeggen ze, dat veel gelovigen ‘m niet echt zien zitten. Om hun vreemde besluit nog een beetje te kunnen rechtvaardigen hebben ze Dawkins beschuldigd van islamofobie.

Besluit en toelichting komen nogal hypocriet over. Iedereen die Dawkins heeft gevolgd, weet dat hij alle religies even stevig aanpakt, hun historische claims onderuit haalt, hun huidige praktijken toetst aan de beginselen van rechtstaat en wetenschap en dan tot de conclusie komt dat we waakzaam moeten zijn.  Maar vooral zijn opmerkingen over de Islam in relatie tot het onderdrukking en geweld worden er steevast uitgepikt, uitvergroot en hem door het radiostation (blijkbaar) zwaar aangerekend.

Een zichzelf progressief noemend radiostation, dat iemand weigert omdat ie kritiek heeft op een conservatieve religie….en op laatste ogenblik haar uitnodiging intrekt….je kunt het je bijna niet voorstellen. Maar wat zijn de echte motieven? Is hier sprake van een nieuwe politieke correctheid? Is er misschien gedreigd met geweld als Dawkins zou komen?

Welke indruk maakt het? Ongeloofwaardig? Laf? Onnozel? Zeg het maar. Vroeger waren  de critici van conservatieve religies graag geziene gasten in de progressieven media. Daar smulden we van. Hoe harder ze de oren werd gewassen, door types als Reve en Hermans, hoe mooier het werd gevonden. Heel wat papen en refo’s moesten het allemaal met gekrulde tenen aanhoren. Maar als je nu de conservatieve Islam bekritiseert, dan kom je bij de progressieven blijkbaar niet meer binnen.

Voor het almaar bashen van moslims, joden en andere religieuzen moet natuurlijk geen podium worden geboden, maar serieuze religiekritiek blijft noodzakelijk om de uitwassen te kunnen bestrijden. Dat het progressieve radiostation dat blokkeerde, is goed nieuws voor de echte Islamofoben. (jv) 

109 De nieuwe VS-ambassadeur: een “eervolle voordracht”, die Hoekstra?

25 juli 2017

Trump heeft eindelijk zijn nieuwe ambassadeur in Nederland benoemd: Pete Hoekstra. Op zijn derde jaar van Groningen naar de VS verhuisd. De man is on-Nederlands conservatief. Hij staat blind en onvoorwaardelijk achter Trump. Is een Fox News aanhanger en één van de oprichters van de Tea Part. Hard en onverzoenlijk anti-Islam. Is voorzitter van de Inlichtingencommissie van het Huis van Afgevaardigden.

Dat deze Hoekstra niet zomaar iemand is en niet alleen de wereld, maar ook Nederland goed kent, blijkt uit zijn observatie, zoals die in de NRC van vandaag uit zijn mond werd genoteerd:  "door de heimelijke jihad in Europa heerst chaos in Nederland. Auto’s gaan in brand, politici worden in brand gestoken; ja, er zijn no-go-zones in Nederland.”

Heb ik iets gemist de afgelopen jaren of zwamt Pete hier hilarisch uit z’n nek? Hij weet dus absoluut niet waar ie het over heeft. Zeker door vriendje Wilders bijgepraat.

Als dit je informatiepositie is, als voorzitter van de Inlichtingencommissie nota bene, dan kun je toch tot geen andere conclusie komen: deze Hoekstra is een reactionaire, ongeïnformeerde dombo, waar wij als Groningers beter niet trots op kunnen zijn. We gaan vast nog veel lol van ‘m beleven.

Hij heeft in ieder geval al één fan hier: het VVD kamerlid Han ten Broeke (die bijna zeker in het nieuwe kabinet komt) noemde de benoeming van Hoekstra volgens de NRC “een eervolle voordracht” voor Nederland. Waar dit oordeel van ten Broeke op opgebaseerd is, werd er niet bij vermeld. Heb zelf via internet niets over de man kunnen vinden wat 'm "eervol" maakt. In tegendeel: hij zit in de VS in een netwerk van racististen, Islamofoben en andere extremisten die je niet graag over de vloer wilt hebben.  (jv) 

108 Wil de meerderheid echt “een sterke leider, die orde op zaken stelt”?

24 juli 2017

De Volkskrant publiceerde gisterenmorgen de uitkomsten van een breed populisme-onderzoek in een aantal Europese landen. Uit dit onderzoek blijkt o.a. dat van de ondervraagde Nederlanders:

  • slechts 35% liever door een gewone burger wordt vertegenwoordigd, dan door een beroepspoliticus; een mooie uitslag voor onze politici
  • 50% negatief denkt over politieke partijen en maar 39% positief; een minder mooie score voor de politici
  • 68% positief denkt over de democratie; een aardige meerderheid, maar dat moet toch beter. Duitsland scoort hier b.v. 90%
  • 50% vindt dat er meer voor vluchtelingen wordt gedaan dan voor de eigen bevolking; waar halen ze het vandaan?
  • 65% vindt dat we een sterke leider nodig hebben die orde op zaken stelt.

Die laatste score vind ik de meest intrigerende. En meest verontrustende.

“Wilt u een sterke leider die orde op zaken stelt?” Hoe moet je de uitkomsten op die vraag duiden? Zijn respondenten die op deze vraag “ja” antwoorden in meerderheid populisten die geen boodschap hebben aan de democratie? Volgens de ‘populisme-expert’ Cas Mudde is dit niet het geval. Je kunt volgens hem een fatsoenlijke democraat zijn en toch een daadkrachtige politicus aan het roer wensen.

Mee eens. Dat kan. Iedereen wil natuurlijk het lieftst daadkrachtige politici. Maar de vraag was niet of ze een daadkrachtig politicus willen, maar of ze een sterke leider willen die orde op zaken stelt. Dat is toch wel even heel wat anders. Je zou dus eigenlijk wat dieper moeten graven in de echte motieven en wensen van de ondervraagden. Wat willen ze nu precies als het om sterke leiders en democratie gaat?

Ik vrees dat er in die 65% heel wat mensen zitten die de vraag letterlijk nemen en niet zozeer een daadkrachtig politicus willen maar een echte ‘sterke leider’ om een einde te maken aan “dat gezeur met trage democratische procedures”. Dat zijn ze zat. Het moet veel sneller. Er moet een sterke leider komen die even geen boodschap heeft aan al die verschillende opvattingen in de Tweede Kamer, met politici “die alleen maar me zichzelf en elkaar bezig zijn”.

Nee, dan liever een ‘sterke man’ die er met krachtige maatregelen voor zorgt dat wordt gedaan wat ‘het volk’ wil, dat er snel voor iedereen een mooie baan komt, dat alles in de zorg beter en goedkoper wordt, dat er geen immigranten en vluchtelingen meer binnen komen, dat er strenger gestraft wordt en dat die D66-rechters worden teruggefloten. Niet teveel babbelen meer daar in Den Haag, maar zaken die moeten gebeuren gewoon doordrukken en uitvoeren.

Als een aanzienlijk deel van die 65% behoefte heeft aan zo’n “sterke man”, hoe is dat dan te rijmen is met die 68% die positief denkt over de democratie? Niet dus. Dat gaat niet samen. Binnen ons democratisch systeem van zorgvuldig overleg voeren, van consensus zoeken en van meerderheden organiseren, past geen sterke leider. Wie gaat voor een sterke leider die orde op zaken stelt, gaat voor een soort dictator die zich niets hoeft aan te trekken van alle verschillen van mening die er in ons land en dus ook in de Tweede Kamer over alle denkbare kwesties bestaan. Daar moet hij dus gewoon over heen walsen. Maar dat lukt alleen als hij de democratische spelregels buiten werking stelt.

Het percentage respondenten dat behoefte heeft aan een sterke man in ons land vind ik griezelig hoog. De 65% staat in schrik contrast met de 24% in Duitsland. Die trekken toch meer lering uit hun bloedige geschiedenis met “sterke leiders die orde op zaken stellen”.  (jv) 

107 De beste luchtgitarist van de HBS

23 juli 2017 

Hij was de beste luchtgitarist van de HBS

Vooral bij twee nummers van de Stones kon Theo helemaal los gaan

Around and Around en Under The Boardwalk.

Vrolijke Theo, de spil in een netwerk met veel vrienden. Populair.

Altijd als ik beide nummers hoor (wat vaak is), zie ik 'm voor me.

In tranche op zijn luchtgitaar Around en Around wild meespelend.

Theo ben ik na de HBS vanaf 1968 uit het oog verloren.

Op een zaterdag in de zomer van 1980 hoorde ik dat hij dood was, 30 jaar oud.

Hij had zich twee dagen daarvoor verhangen in Amsterdam.

Vrolijke Theo bleek jarenlang eenzaam en opgejaagd. Ongelukkig blijkbaar.

Waar, wanneer en waarom is het zo misgegaan?

Voor mij een mysterie.

Gelukkig herinner ik me bij de nummers Around and Around en Under The Boardwalk alleen die vrolijke gozer, met wie je uitbundig kon lachen en lekker kon ouwehoeren.  

Vreemd genoeg moet ik bij “Strange Fruit”, het aangrijpende nummer van Billie Holyday over drie gelynchte zwarte jongens, die als ‘vreemd fruit’ aan een boom bungelden, wel vaak aan een hangende Theo denken.

Macaber en triest. (jv)

106 “In the Netherlands, the doctor will kill you now”

22 juli 2017 

Kees van der Staay wordt in Nederland al sinds jaar en dag geframed als “een eerbiedwaardig man”. Terecht? Als je alleen naar zijn publieke optredens in de Tweede Kamer kijkt: ja. Hij komt daar fatsoenlijk, deskundig, spitsvondig en soms ook wel humoristisch over. Nooit onbeschoft, altijd correct. Zijn opponenten benadert hij met respect.

Toch is deze van der Staay de voorman van een politieke partij die een religieuze sekte vertegenwoordigt, waarvan je mag hopen dat die nooit de politieke macht in Nederland zal verwerven. Want dan wordt ons land getransformeerd in een theocratie. Dan worden onze liberale waarden en verworvenheden aan de wilgen gehangen. Blijkbaar vindt niemand dit een echt probleem. "Het is de SGP maar"? Met drie kamerzetels zal het met die 'machtsovername' natuurlijk ook wel meevallen. Maar het gaat om het principe, om hun principes. Zijn die niet strijdig met de grondwet en de gangbare normen en waarden in dit land? 

De SGP wilde tot voor kort geen vrouwen in politieke functies. Nog steeds niet, maar de rechter dwong dit af. Toch blijven ‘de mannen’ het waar mogelijk blokkeren. De vrouw mag geen lange broek of hoofddeksel dragen. Tegen stamcelonderzoek. Tegen euthanasie. De doodstraf moet ingevoerd worden. Homo’s moeten worden genezen, want dat is een ziekte. De SGP wordt op al deze toch wat achterlijke standpunten bijna nooit kritisch bevraagd. Van der Staay komt hiermee altijd weg met wat grappige dooddoeners. Want van der Staay is een eerbiedwaardig man.

Deze vrome kerkganger heeft donderdag j.l. in een ingezonden brief in de conservatieve The Wall Street Journal het Nederlandse euthanasiebeleid zodanig aan de schandpaal genageld, dat de krant de kopte met: “In the Netherlands, the doctor will kill you now”. In zijn stuk rukt van der Staay het Nederlandse euthanasiebeleid volledig uit zijn verband. Hij schildert het af als een soort 'licence to kill'. En roept de Amerikanen op om hier tegen te protesteren!!!???  Dit verhaal vertelt hij in meerdere landen.  Holland bashing. 

Met zijn vunzige campagne over de ruggen van mensen die uitzichtloos lijden en graag humaan willen sterven, maakt hij Nederland, en vooral de medische stand hier, te schande. Hij blijkt toch ook een beetje een gereformeerde stiekemerd. Helaas is hier maar mondjesmaat in ons land op gereageerd. Ze vinden de man blijkbaar te aardig en te ‘eerbiedwaardig’ om tot de orde te roepen. Of zou men denken:  “we hebben ‘m zometeen als gedoger van het nieuwe kabinet nog hard nodig”.

Van der Staay: een vroom, wat uitgestreken gelaat, handjes altijd netjes voor de buik gevouwen, de kerkelijkheid druipt er van af. Hij staat voor een setje ideeën en een maatschappijvisie dat  ons terug voert  naar de late Middeleeuwen toen de kerk en de man het nog voor het zeggen hadden en homo’s en lesboos nog niet bestonden. (Alleen in de kloosters) 

Waarom wordt er door extreem rechts steeds zo’n angst gecreëerd voor een machtsovername van de moslims in ons land (die met 7% van de bevolking nog niet eens een partij in het parlement hebben), maar blijft van der Staay met z’n SGP altijd buiten beeld als het gaat om partijen met gevaarlijke ideeën?

Het zou niet verkeerd zijn als we eens wat vaker denken aan die andere kant van het ‘eerbiedwaardige' kamerlid. Van der Staay is met zijn botte en reactionaire campagne in het buitenland een stapje te ver te gegaan. Hij is niet leuk meer. (jv)

105 Kim Peek, het geheugen en het hardlopen

21 juli 2017

Uit heel wat wetenschappelijk onderzoek blijkt dat veel lichaamsbeweging goed is voor het geheugen. Hoe meer je beweegt, hoe beter de bloedtoevoer naar de hippocampus, het deel van de hersenen dat essentieel is voor het geheugen. Langetermijnherinneringen voor feiten en gebeurtenissen worden daar opgeslagen. Bij mij ligt daar vast ook het één en ander. Maar de kunst is wel om daar bij te komen. Want een geheugen is pas zinvol voor zover je de opgeslagen feiten en gebeurtenissen ook weer op kunt halen. En dat 'ophalen', dat gaat niet altijd even soepel. Waarom lukt dat de een beter dan de ander? 

Hoe vaak ik ook beweeg en hoe hard ik ook rondren, nooit zal ik met mijn hippocampus kunnen wat Kim Peek er mee kon. Deze Amerikaan(1951-2009) liep nooit hard en bewoog erg weinig, maar beschikte wel over een eidetisch ofwel een fotografisch geheugen. Hij werd geboren met een vergrootte schedel, miste de hersenbalk  die beide zijden van de hersens verbindt en had schade aan de kleine hersenen, als gevolg waarvan hij een aantal lichamelijke en verstandelijke beperkingen had. Maar hij was wel uitzonderlijk begaafd als het om zijn geheugen ging.  Die combinatie van beperkingen en begaafdheden noemt men het savantsyndroom.

Het vermogen om (bijna) alles te onthouden werd al vastgesteld toen Peek twee jaar was. Verhalen die hem verteld werden, kon hij woordelijk navertellen en hij ontwikkelde een niet te stillen leeshonger. Hij las in ongeveer een uur een gemiddeld boek uit, twee bladzijden tegelijk; met zijn linkeroog las hij de linker bladzijde en met zijn rechteroog de rechter. En hij kon de boeken, ook veel later nog, geheel uit zijn hoofd woordelijk reproduceren. Op zijn 43-ste zaten er 12.000 boeken in zijn hoofd. 

Hetzelfde had hij met cijfers. Hij kende de duizenden postcodes en alle erbij behorende gebieden van de VS uit zijn hoofd. Hetzelfde met data en de dagen van de week. Tijdens optredens hoefde je alleen maar de datum te noemen waarop je geboren was en Peek noemde direct de dag. Hij had de hele kalender in zijn brein zitten.  Door de fenomenale manier waarop hij kon hoofdrekenen, werd zijn bijnaam: ‘Kimputer’.

Peek stond in de film Rain Man model voor de Raymon Babbitt (gespeeld door Dustin Hoffman), die in één oogopslag zag dat er 163 lucifers uit de doos op de grond vielen.

Het brein, het geheugen en de uitzondeerlijke prestaties van Kim Peek werden uitvoerig wetenschappelijk begeleid en onderzocht, maar wat in zijn hippocampus nu precies verantwoordelijk was voor zijn extreme geheugen, werd nooit echt duidelijk. Jammer, want als je weet hoe iets werkt,  kun je het ook nabootsen. En misschien met specifieke ingrepen het geheugen van minder begaafden wat opkrikken. Beetje verbouwen hier, een prikje of een pilletje daar. Maar ze  kwamen er gewoon niet goed achter.

Zolang er niet succesvol in of aan mijn hippocampus gesleuteld kan worden, blijf ik m’n dagelijkse ronde langs het meer maar lopen. Baat dat het geheugen niet, schaden doet het (hopelijk) ook niet. En na zo’n 110 minuten hardlopen voel je je in ieder geval fitter en mentaal beter. (jv)

104 Feitjes zonder context: anti-journalistiek

19 juli 2017

Het NOS-journaal blinkt er in uit: veel actuele feitjes en weetjes zonder een historisch perspectief, zonder context, zonder wat dieper te graven in de oorzaken van hetgeen opgedist wordt. Is allemaal te ingewikkeld. Werken volgens de 3 Sjes: simpel, schokken en snel.

Met alleen maar feitjes zonder context kun je een gewenst beeld creëren en zonder te liegen de waarheid verdraaien of verbergen. Gisteren, dinsdag 18 juli, een typisch voorbeeld van deze NOS-cultuur: Monique van Hoogstraten, ‘onze vrouw’ in Israël, bracht een itempje over de machtsstrijd tussen Hamas Gaza en de Palestijnse Autoriteit van Fatah-leider Abbas die op de Westelijke Jordaanoever 'regeert'. Zogenaamd natuurlijk want  Israël bepaalt wat daar echt gebeurt en zal blij geweest zijn met haar anti-Fatah stukje zonder context.

Nu zijn de Nederlandse media traditioneel pro-Israël (uit een soort schuldgevoel waarschijnlijk), maar van het NOS-journaal zou je toch een evenwichtige benadering van het wereldnieuws mogen verwachten, vergelijkbaar met de werkwijze van CNN en BBC, maar helaas. En dan wordt het er met iemand als van Hoogstraten ook niet beter op. Israël kan zich geen betere pr-mevrouw wensen. Als ze iets negatiefs over de Palestijnse zaak kan melden is ze er als de kippen bij, maar nooit een onvertogen woord over de acties van de Israëlische regering. De keiharde bezetting? De illegale bouw van nederzettingen? De vernietiging door Israël van met Nederlands geld gefinancierde Palestijnse ontwikkelingsprojecten?  De illegale onteigening van Palestijnse gronden en buldozering van hun huizen? Nooit zul je er een kritische rapportage van van Hoogstraten op het NOS-journaal over zien. Het is een vrouwelijke Leon de Winter. De Elseviercolumnist die op elke kritische kanttekening bij de daden van Israël pavloviaans reageert met: “da’s antisemitisme”.

Natuurlijk moet je in Israël op je woorden passen, want anders word je, net als de NRC-correspondent Derk Walters, twee maanden geleden, het land uitgezet, maar van Hoogstraten slaat als spreekbuis van de Israëlische regering wel erg ver door naar de andere kant.  Waarom besteedt de publieke omroep nog geld aan haar? Het voorlezen van persberichtjes van de regering kun je net zo goed vanuit de studio in Hilversum  doen.

W.b. de rapportage van gisteren: ja, er is een machtstijd tussen Hamas en Fatah. Van Hoogstraten bracht die terug tot het item “Israël wil een meisje met kanker uit de Gaza wel behandelen, maar Abbas/Fatah weigert haar de uitreispapieren te geven. En Abbas vraagt Israël ook om de stroomtoevoer naar Gaza te verminderen”. Het beeld dat ze hiermee wil neerzetten: het humane Israël wil weer ‘goed doen’, maar die onmenselijke Palestijnen vechten elkaar zoals altijd de tent uit, ten koste van mensenlevens. Met dat soort mensen kun je toch ook geen vrede sluiten.

Dit beeld moet er elke keer weer ingehamerd worden. Missie ook nu weer geslaagd. Maar een goede journalist gaat, als hij hoort van deze feiten, op onderzoek uit aan de hand de vragen zoals: Wie heeft er belang bij het zo naar buiten brengen van deze feiten? Wie heeft er belang bij de verdeeldheid tussen Hamas en Fatah? Hoe is die verdeeldheid ontstaan? Kortom: kloppen de feiten en wat zit er achter die feiten?

En zijn er een paar voor de hand liggende antwoorden. Fatah heeft geen enkel belang bij deze negatieve publiciteit, want, zeker Abbas, moet het bij gebrek aan andere machtsmiddelen juist volledig hebben van positieve publiciteit, van een goed imago. Alleen daar kan hij internationale steun mee verwerven. En waarom zou Israël nu ineens doen wat Abbas wil: een meisje met kanker niet toelaten en de elektriciteit naar Gaza verminderen? Israël doet anders nooit wat Abbas wil. Toen Fatah, toen nog met leider Yasser Arafat, ook nog invloed had in Gaza, heeft Israël er alles aan gedaan om die macht te breken door de fundamentalistische Hamas, een splinter zonder betekenis, met alle middelen te steunen. Toen dat was gelukt en Hamas de positie van Fatah had overgenomen, bleek na verloop van tijd dat ze er een lastige klant had bijgekregen. Samenwerkend waren ze sterker dan Fatah alleen daarvoor.  Dus ging Israël over tot verdeel en heers: via geheime operatie en liquidaties beide partijen zo tegen elkaar opzetten dat ze elkaar niet meer vertrouwden en elkaar gingen bevechten.

Zo lang Israël er in slaagt om Fatah en Hamas elkaar te laten uitputten, kan zij in de bezette gebieden haar gang gaan. De perfecte internationale pr-politiek van Israël doet de rest. Maar een kritische journalist moet daar niet aan meewerken. Die moet tegenwicht bieden. Een land dat tot twee maal toe de Gaza half plat heeft gebombardeerd, met in 2014 nog 2100 dode burgers en 11.000 gewonden, maakt zich echt niet druk om een Gaza-meisje met kanker. Dat misbruikt zo’n meisje voor propagandadoeleinden. En de NOS speelt dat spel mee. (jv) 

103 Jan Terlouw spreekt met Annabel Nanninga? Vreselijk.

16 juli 2017

De Volkskrant heeft deze zomer elke zaterdag een gesprek met twee ‘bekende Nederlander’ die elkaars tegenpolen heten te zijn. Gisteren een heel aardig gesprek tussen staatssecretaris OCW Sander Dekker en René Kneyber, een even slim type,  wiskunde docent, die de afgelopen jaren nogal wat kritiek op de stas heeft gehad.  Maar hij heeft, zo blijkt in het gesprek, ook veel waardering voor Dekker.

De beide heren, die in het gesprek bepaald niet met het meel in de mond praten, lijken elkaar wel te mogen en te respecteren. Maar ze blijven het op enkele cruciale punten oneens. Twee mannen die een gesprek op niveau voeren, waarin eerlijkheid, redelijkheid, rationaliteit en fatsoen de leidraad vormen. Zo kun je alleen met elkaar spreken als je de grondbeginselen van zindelijk redeneren met elkaar deelt.

Het is een mooie formule die de VK van de NRC heeft gejat. Maar dat maakt niet uit. Iets wat goed is, mag gekopieerd worden. De formule werkt overigens alleen als de gasten ook iets te vertellen hebben, elementaire fatsoensnormen in acht nemen, logisch kunnen redeneren en elkaar enigermate respecteren. Er moet iets van een morele en/of intellectuele klik zijn, hoe verschillend ze ook denken.

Volgende week heeft de VK voor het tweegesprek, Jan Terlouw en Annabel Nanninga uitgenodigd!!!?? Bizar. Verbazingwekkend dat JT er mee akkoord is gegaan. Hij is waarschijnlijk te fatsoenlijk (en misschien ook een beetje te wereldvreemd) om haar te kennen of om een gesprek met haar uit de weg te gaan. Ik zou haar (gelukkig) ook niet gekend hebben als ik een jaar of twee geleden de Voetnoot van Grunberg niet had gelezen, met o.a. de volgende passage: 

 “Waar het om gaat is dat het primitieve schelden wordt opgevat als een bijdrage aan het debat. Dat is de ondergang van het debat, uiteindelijk ook van de maatschappij”. 

Grunberg refereert met deze zinnen aan een interview met een zekere Annabel Nanninga in de Volkskrant. Deze Annabel heeft zichzelf via ThePostOnline een podium verschaft om zoveel mogelijk te beledigen onder het mom van (haar eigen woorden): “ik mag beledigen, dus doe ik het ook”. Ze zegt zo het debat tegen ‘de islamisering van Nederland’ te willen voeren. Met slechts 7% moslims in ons land vindt ze die islamisering hier een grote bedreiging.

Daarnaast trad Nanninga op in het wekelijkse politieke babbelprogramma van PowNews. Samen met Thierry Baudet, Prem Radhakishun en Youri Albrecht. Dan heb je een mooi stel ‘genuanceerde debaters’ bij elkaar. Slechts één aflevering van dit chaotische zwamprogramma bekijken en je weet precies wat Grunberg bedoelt. Het is inmiddels van de buis gehaald, omdat zelfs die omroep het te plat vond, maar vooral omdat er te weinig mensen naar keken.

Het sneue is dat deze notoire beledigers waarschijnlijk zelf denken dat ze ook echt een bijdrage leveren aan een maatschappelijk debat. Terwijl ze niet verder komen dan een weinig subtiel moslimbashen, met zo nu dan woorden als ‘dobberneger’ om duidelijk te maken dat ze echt niet politiek correct zijn.  Nanninga: "Ik mag dobberneger zeggen, dus ik laat me er niet van weerhouden dat ook te doen".

Want: je ziet die vluchtelingen daar in de zee ronddobberen en ze zijn zwart. Ja, dan ligt ‘dobberneger’ toch voor de hand als bijdrage aan het debat. Is dat erg? Nee joh, het is pas echt erg als je dit niet meer durft te zeggen!!! Stoere meid dus. Kan het dommer en gevoellozer?

Maar hoe gaat Terlouw met deze gestoorde racist om? Ik hoop met een gestrekt been en niet met een “touwtjes-door-de brievenbus-verhaaltje. Fileer dit scheldende viswijf zodanig dat ze zich nooit meer ergens durf te vertonen.  Want: of je weigert zo’n gesprek met dergelijke dame of je laat haar alle hoeken van de kamer zien. Maar alsjeblieft geen ‘we-houden-het vriendelijk’ gekeuvel.

Ik vind het vreselijk dat hij zo’n type een podium geeft, maar haar niet ontmaskeren zou een deceptie betekenen. Dan ben ik wel een oude politieke held kwijt. (jv)

102 "Oostenrijkste artsen blunderen. Nouri heeft geen hersenletsel. Volledig herstel mogelijk"

15 juli 2017 

Helaas is de kans op zo'n krantenkop uitermate gering. De Oostenrijkste artsen die hem behandelden hebben een uitstekende reputatie en ongetwijfeld de juiste foto's correct geïnterpreteerd.  En omdat we tegenwoordig ook niet meer in wonderen hoeven te geloven, zijn de perspectieven voor Abdelhak Nouri dramatisch. Het resterende deel van zijn zoveel belovende leventje wordt het vegeteren als een plant. Liggend aan de beademing of vastgebonden in een rolstoel. En dat voor iemand die een en al dynamiek was. Zijn leven is over voor het goed en wel is begonnen. En wat waren de verwachtingen groots. Hij zou de nieuwe Cruijff worden. Dit jaar zou ie ook voor het grote publiek doorbreken wisten we. 

De bijna-hersendood van Appie heeft veel emoties losgemaakt. Niet alleen bij de Ajax-supporters, maar bij alle voetballiefhebbers en zelfs bij mensen die niets met voetbal hebben, maar 'm via de sociale media volgden. Talloze invoelende en treurende reacties in de media. Hordes mensen stroomden samen bij de woning van zijn ouders, waar ie nog inwoont. Om hun medeleven te betuigen. De groepen rouwenden waren etnisch en cultureel behoorlijk gemengd. Mensen die je anders nooit bij elkaar ziet staan, stonden nu met de armen om elkaars schouders.  Ajax supporters van de 'harde kern' troostten een huilende man in een Feijenoord shirtje. Wat onder normale omstandigheden volstrekt ondenkbaar is. Blanke mannen met tattoo's op de armen stonden te treuren om een Marokkaans ventje van twintig, terwijl ze vroeger misschien "minder, minder, minder" hadden geroepen. Ongekende taferelen van verbroedering. 

Sentimenteel gedoe of oprechte emoties? Het zag er allemaal spontaan en gemeend uit. Hoe kan dat? Het heeft ongetwijfeld sterk met Appie zelf te maken. Hij is geliefd en dat ie er nu zo bij ligt, vindt men oprecht erg. Voor hemzelf in de eerste plaats natuurlijk, en voor zijn familie, maar ook voor henzelf, de supporters. Hen wordt iets ontnomen. Het idee dat er een nieuwe Cruijff aankwam, maakte de volgers enthousiast. Dat werd genieten de komende jaren. Men gunde hem dat komende succes ook omdat het een modelkereltje was. Beleefd, vriendelijk, rustig, bescheiden, behulpzaam, goed karakter, woonde nog bij z'n ouders. Maar zei ook dat ie volgens zijn religie wilde leven. En de islam is nu niet iets waar je je bij de doorsnee blanke voetbalsupporter populair mee maakt. Bij Appie werd dit geen probleem gevonden. Hij was 'een van ons'. 

Maar misschien speelt er naast al die directe emoties ook nog wel iets diepers en fundamentelers: de brede behoefte aan verbinden en aan saamhorigheid. Als tegenwicht tegen al die onredelijke polarisatie, tegen dat wij-zij-denken, tegen dat elkaar de tent uitschelden. Alsof al die blanke voetbalsupporters wilden zeggen: "wij hebben niets tegen Marokkanen, niets tegen de islam, wij moeten gewoon normaal doen met elkaar". 

Als dit soort saamhorigheid zich als een olievlek zou kunnen uitbreiden, dan zou het drama Nouri toch nog ergens goed voor zijn geweest. Maar dit is waarschijnlijk hopen op een hetzelfde soort wonder als hopen op het herstel van Appie. Als de droevenis wat is weggeëbd, dan staat er vast wel weer een rattenvanger op die "minder, minder, minder" roept. Het zal niet meer tot Appie doordringen. (jv) 

 

101 Winnaars: maak je wat meer zorgen om de verliezers

12 juli 2017

De Vlaamse denker en schrijver over geo-politieke vraagstukken, Jonathan Holslag, stelt in Trouw van zaterdag 8 juli j.l. vast dat vrijheid altijd in het voordeel van de sterksten is. Degenen met macht weten overal het meest van de vrijheid te profiteren. Het zijn de winnaaars. Maar 'het systeem' produceert ook verliezers. Dat lijkt een evidentie, een open deur zelfs, maar het is toch goed als mensen die daar studie naar doen, gezag hebben opgebouwd en breed gerespecteerd worden wijzen op de grote risico’s als die macht niet wordt ingetoomd en de effecten ervan niet worden gecorrigeerd. Want als de kloof tussen de winnaars en de verliezers als te groot wordt ervaren, zal dat een samenleving op den duur ondermijnen.

Holslag bedoelt hier met ‘de sterksten’ niet specifiek degenen die in een democratie zijn gekozen om gelegitimeerd en gecontroleerd formele macht uit te oefenen. De groepen die het meest van alle vrijheden weten te profiteren zijn veelvormig samengesteld. Het kan gaan om de rijke ‘1%’  met veel vermogen of om de bazen en experts in de top-banen. Ze regelen voor hen voordelige belastingconstructies, hoge salarissen en bizarre bonussen. Ze kunnen langs allerlei wegen grote delen van het nationaal inkomen naar zich toe harken. Veel rijker geschakeerd en omvangrijker zijn de groepen hoogopgeleiden met aantrekkelijke, goed verdienende stabiele banen die in de regel ook goed profiteren van globalisering, vrijhandel en nieuwe technologische ontwikkelingen. 

Maar Holslag constateert terecht dat er ook grote groepen slachtoffers zijn van de neoliberale politiek van globalisering en vrijhandel. M.n. de laagopgeleiden, de onderklasse, maar ook steeds grotere delen van de middengroepen. Zij hebben hun baan verloren, dreigen hun baan te verliezen, moeten genoegen nemen met onzekere flexbaantjes en voelen zich in hun werk, bestaan en wijk bedreigd door arbeidsmigranten en vluchtelingen (voor hen één pot nat). De winnaars hebben van al deze zaken geen last, maar zouden zich wel meer moeten bekommeren om de zorgen van de verliezers. Anders zullen die via extreme politieke keuzes ‘wraak nemen op de elite’. Aldus Holslag, die pleit voor een politiek met een positief inspirerend verhaal en een breed scala aan maatregelen, die ook aanslaan bij de groepen die zich nu bedreigd voelen.

Als voorbeeld van de gevaarlijke kant van het neoliberalisme noemt Holslag de manier waarop het rijke Noorden van Europa omgaat met het economisch zwakkere Zuiden. Alle voordelen van de vrijhandel en de eurozone komen in het Noorden terecht, de nadelen in het Zuiden. Winnaars van het huidige systeem, zoals Duitsland en Nederland, bouwen gigantische handelsoverschotten op. Dat wordt niet productief geïnvesteerd, maar opgepot of omgezet in aandelen of vastgoed. Waardoor er weer gevaarlijke luchtbellen ontstaan op de aandelen- en vastgoedmarkten. Ondertussen worden de handelstekorten in het Zuiden steeds groter. Door de euro kunnen zij hun munt niet devalueren en zo hun export goedkoper maken. Hun economisch systeem echt concurrerend maken door hervormingen zal nog jaren duren. 

Dit kan niet goed blijven gaan. We concurreren het Zuiden nu het ravijn in. En als ze daar eenmaal in liggen: wat dan? Als de winnaars hier niet méér aan de verliezers denken dan snijden zij zichzelf al op korte termijn in vingers. Zoveel onevenwichtigheid kan een systeem niet dragen.

Er moeten systeemwijzigingen komen, waarvan ook de huidige verliezers, in eigen land en in het buitenland, een beetje kunnen gaan profiteren.  (jv) 

100. Twee lichtpuntjes tussen een verzameling narcisten

11 juli 2017

De G20 in Hamburg is niet ongemerkt voorbij gegaan. De aandacht van de media was helaas vooral gericht op het extreme gedrag van een paar honderd amok makende hooligans. Dat er ook nog vele duizenden vreedzaam protesteerden bleef wat onderbelicht. De demonstranten hadden overigens genoeg legitieme redenen voor een fel protest en grote bezorgdheid.

De mega-problemen waar de wereld op dit moment mee wordt geconfronteerd vragen om sterke, betrouwbare, gezaghebbende leiders die in gezamenlijkheid die problemen onderkennen en afspraken maken over de aanpak. Maar als je naar het ‘politieke zootje ongeregeld’ kijkt dat op G20 aanwezig was, dan zakt de moed je behoorlijk in de schoenen. Dus veel respect voor de demonstranten die toch de moed konden opbrengen hier hun stem te laten horen. Daarbij moesten ook heel wat vreedzamen de fanatiek knuppelende ME-ers trotseren, die ruim gebruik maakten van pepperspray en waterkanonnen.

Sterke, betrouwbare leiders met groot internationaal gezag en een visie op welke kant het op moet met de wereld? Ze waren erg dun gezaaid op deze G20. Omringd door vooral dictators, corrupte types en narcisten waren er slechts twee lichtpuntjes in Hamburg die ook internationaal het nodige gezag hebben: Merkel en Macron.

Door wie werden zij zoal omringd? Recep Erdogan, Xi Jinping, Vladimir Poetin, Donald Trump, Michel Temer, Jacob Zuma en Inbrahim Al Assaf. Als het gaat om een vreedzamer, democratischer, politiek stabieler, veiliger, eerlijker, gezondere en welvarender wereld hebben we van deze heren geen moer te verwachten. 

Er rust daarom in Europa een zware verantwoordelijkheid op de schouders van Merkel en Macron. Nederland moet zich nu haasten om in Europa positie te kiezen. Onze grote vriend Engeland stort zich steeds fanatieker in een ongekende chaos. Weet absoluut niet meer wat ze moeten doen. Dus ook voor ons geen paard om nog langer op te wedden. Rest maar één optie: de Europese Unie met elkaar sterker, socialer en vooral slagvaardiger maken. Engeland, de VS, Rusland, China en Turkije zullen ons daar niet bij helpen. In tegendeel. Die hebben vooral belang bij een verdeeld Europa, met natiestaten die elkaar bestrijden. (jv) 

99 Van etnische profilering naar etnische zuivering

10 juli 2017

De schrijver Tommy Wieringa heeft niet veel op met ‘de politiek’ en laat zich er weinig over uit. Hooguit zo nu en dan een beetje badinerend. Maar zaterdag j.l. was ie in zijn wekelijkse column in het Dagblad van het Noorden ongemeen scherp voor zijn doen. Hij serveerde Geert Wilders volledig af. Eerst weerlegde hij de harde kritiek van Wilders op Ahmed Marcouch, na zijn benoeming tot burgemeester van Arnhem. Wieringa noemde Marcouch één van de meest geïntegreerde Marokkanen van Nederland en concludeerde vervolgens dat Wilders met zijn “minder, minder, minder” niet alleen de criminele Marokkanen bedoelde, maar alle Marokkanen. Wat hij tijdens het proces laf ontkende.

Wilders, zo sloot Wieringa zijn column af, volgt de weg van etnische profilering naar etnische zuivering. Als het aan Wilders ligt, wordt Nederland volledig Islam-vrij gemaakt. Te beginnen bij de Marokkanen. Dat zal natuurlijk niet zonder slag of stoot gaan. Hoe dan wel, daar zijn voorbeelden te over van in buitenlanden een paar uur vliegen hier vandaan. .

Je kunt natuurlijke vinden dat er aan kritiek op Wilders geen eer meer aan te behalen valt, dat het makkelijk scoren is, dat hij alleen maar baat heeft bij al die (ook negatieve) publiciteit etc. Maar moet je dan alles maar laten lopen, zodat het haat zaaien steeds normaler wordt? Je ziet het ook in de Tweede Kamer waar de PVV en Forum voor Democratie nauwelijks nog serieus tegenspel krijgen. ‘La maar lullen’ of doodzwijgen lijkt de mainstream strategie te zijn. Dat kan effectief zijn, maar dan moet het ook slim en hard gebeuren.

Nu gebeurt het soft en halfslachtig. Men laat hun gevaarlijke praat en beledigingen onweersproken, maar gaat wel normaal en vrolijk met de heren om. Gewoon ‘one of the guys’. Maar etnisch zuiveren is niet normaal. (jv)

98. Ahmed Marcouch: “een verschrikkelijke vergissing”.

6 juli 2017

Ahmed Marcouch wordt de nieuwe burgemeester van Arnhem. Hij heeft daarmee de toorn van extreem rechts en de Telegraaf opgeroepen. Dan zit je meestal wel goed. De meerderheid van de gemeenteraad van Arnhem, waar de PvdA nauwelijks een positie heeft, vond hem de beste van alle kandidaten. Dus van pvdA-vriendjespolitiek was geen sprake.

Toch protesteerde Geert W. gisteren tegen de benoeming van deze "moslim", samen met een handjevol PVV-trawanten plus Pegida plus de fascisten van de Nederlandse Volks Unie. GW was slechts een kwartiertje in Arnhem en blèrde tegen de journalisten, die hem het podium gaven waar hij op hoopte:  “De benoeming is een verschrikkelijke vergissing. Dit is niet zo maar een moslim. Dit is de man die moslimgroeperingen steunt die homo’s van het dak willen gooien”.

Zegt hij over de man die op een boot bij de Gay Parade meevoer en er door heel wat moslims van wordt ‘beschuldigd’ een ‘homovriendje’ te zijn en veel te hard op te treden tegen moslims.

Een zekere Koos laat de verslaggevers weten dat de benoeming van Marcouch weer laat zien dat er sprake is van een nationaal probleem: “Overal in het land nemen de moslims de macht over. Dit is een landelijke trend”. Je kunt alleen maar zuchten over de absolute domheid van dit soort onnozele halzen, die totaal niet weten wat er in dit land echt gebeurt. Ze kunnen van alles roepen en het wordt ook nog in de Volkskrant gezet.  Ik zie overigens nauwelijks moslims die hier ergens de macht overnemen. Ze mogen blij zijn als ze ergens een leuke baan krijgen. Maar ze zitten nog nergens op posities waar ze 'de macht' hebben. 

De Volkskrant vond het niet nodig om bij alle vijandige onzin die hier werd gedebiteerd een nuancerende kanttekening te maken. Onbegonnen werk ook. PVV-ers  willen toch niet weten hoe het echt zit en lezen ook de VK niet. (jv) 

97. De briljante denker

5 juli 2017

"Het is absurd dat er geen universiteiten zijn die mij vragen om bijzonder hoogleraar te worden. Dat slaat echt nergens op. Ik ben een van de meest briljante denkers van Nederland. In elk geval van mijn generatie. Ik zou gewoon politieke filosofie moeten kunnen doceren, ergens ".

Aldus Thierry Baudet, in een gesprek met de geestverwante journalist Tom Kellerhuis in HP/De Tijd van deze week. Een heel bijzonder interview, in dier voege dat het vele pagina’s lang is, zonder dat er ook maar één gedachte in staat die het herhalen waard is. Behalve dan het bovenstaande citaat natuurlijk. Oeverloos geouwehoer van een wat sneue narcist, die nooit begrepen werd/wordt omdat ie daarvoor een paar treden te hoog stond/staat op de beschavingsladder. Als kind al. En daarna als middelbare scholier, als student en als collega op de Universiteit. Altijd stond Thierry alleen. Onbegrepen. Hij wilde er ook niet bij horen. Niet zijn niveau.

Geen enkel belangrijk vraagstuk wordt er in het interview ook maar een beetje interessant uitgewerkt. Wel veel gelamenteer over alles en iedereen. Talloze ditjes en datjes. En ‘scherpzinnige’ statements van het niveau: “Mijn meningen zijn feiten, die van anderen onjuiste feiten”, “Tweede Kamer: veel geneuzel, geen hoofdlijnen”, “Wij leven dus in een onvrij land….geestelijk” en “Alles is nep aan Rutte.”

Als je zo’n onbenullig interview op je in laat werken en je ziet ‘m stoethaspelen in de Tweede Kamer waar ie de meest simpele huisregels nog steeds niet onder de knie heeft, dan denk je wel: iets meer zelfreflectie zou ‘m kunnen helpen in zijn streven om zijn doelen te bereiken: een conservatieve revolutie bewerkstelligen,  “het partijkartel” in ons land te vernietigen, de Europese Unie te ontbinden, de natiestaat Nederland weer in haar ‘oude glorie’ terug brengen, de etnische vermenging in Nederland te stoppen en z.s.m. een kabinet Baudet installeren. Waar staat dat je geen ambities mag hebben?

Je kunt natuurlijk lachten om zo’n blaaskaak met maar twee zeteltjes, maar er is in Nederland een behoorlijk kiezerspotentieel voor aparte mafkezen, zeker als ze de gave van het woord hebben, intelligent en belezen zijn en aanschoppen tegen de ‘gevestigde orde’. Wat hem ook zal helpen is  dat hij al heel wat oproerkraaiers uit de “anti-migratie, anti-moslim”-beweging tot zijn volgelingen mag rekenen. Zoals Weird Duk, Ebru Umar en Annabel Nanninga (die het woord ‘dobberneger’ muntte voor Afrikaanse migranten die in de Middellandse Zee verdronken). Allemaal hebben ze hun eigen duistere hoekjes op de sociale media.

En omdat ook de reguliere media niet genoeg van dit type kunnen krijgen, zullen we nog veel van Baudet gaan horen. Daarbij zal hij vast ook het nodige van Trump’s mediastrategie opsteken: een beperkt aantal simpele mantra’s er in blijven rammen en je publiekelijk zo ‘weird’ mogelijk gedragen, dan scoor je bij bepaalde doelgroepen als de neten. (jv) 

96. Die ene treffende zin van Bert Wagendorp.

4 juli 2017

Staatssecretaris Klijnsma heeft een aantal experimenten met bijstandtrekkers in gang gezet. Belangrijkste vraag: hoe krijg je ze het snelst uit de bijstand? Er worden verschillende modellen uitgeprobeerd in een vijftal steden. Wetenschappers begeleiden de experimenten. Na twee jaar wordt geëvalueerd wat de effecten zijn en welk model het beste werkt bij welk type mens.

Gisteren mocht Klijnsma bij Jinek e.e.a. toelichten. Dat was geen feest voor de staatssecretaris. Zonder de bedoeling en opzet van de experimenten goed te kennen mochten de gasten onder aanvoering van Jinek een klein onderdeel van het experiment afbranden. Dat was niet tegen dovemansoren gezegd. Jinek zelf gaf het 'goede voorbeeld'. Aan tafel vooral zzp-ertjes die het ook altijd zonder bijstand hadden gered: dus staatssecretaris, dit is fout beleid. Klijnsma was niet krachtig genoeg om de criticasters over de tafel te trekken. 

Als tegenwicht vanmorgen een mooie column over deze materie van Bert Wagendorp in de Volkskrant. Wagendorp legt in een paar zinnen helder uit wat de bedoeling is en memoreert dat  D66 veel verder wil gaan dan Klijnsma en wil experimenteren met een vorm van basisinkomen. Dit wordt vaak als een utopische linkse hobby gepresenteerd, maar het was nu juist de erg rechtse neoliberale econoom Milton Friedman die hier al in de jaren tachtig voor pleitte. 

Maar de VVD is mordicus tegen, aldus Wagendorp. Want 'gratis geld bestaat niet". En dan schrijft hij, na de opmerking over Friedman, de treffende alinea: "Bij de VVD krijgen ze niettemin de rilbibbers van zulke gratis-geldplannen. Gratis geld vinden ze daar alleen acceptabel in bonusvorm of als resultaat van handige belastingconstructies" . 

Het mens- en wereldbeeld van rechts kun je niet beter samenvatten, dan met  deze ene zin van Wagendorp. Mensen die al veel hebben nog veel meer toeschuiven. Maar mensen die weinig tot niets te makken hebben een paar dubbeltjes extra en een wat relaxter leven zonder formulierenbrij misgunnen. De eerste groep heeft er natuurlijk gewoon recht op. En de tweede groep moet je het vooral niet te makkelijk maken. Voor hun eigen bestwil natuurlijk.

Het is een mentaliteit die in de VS een absoluut dieptepunt heeft bereikt met het afschaffen van Obamacare. De Republikeinen hebben nu een eigen zorgwet in stemming gebracht, die leidt tot 30 miljoen extra onverzekerde Amerikanen. Met het geld dat daarmee wordt bespaard, wordt een belastingverlaging gefinancierd voor de 0.5% allerrijksten. 

Hoe slecht moet je zijn om zo'n voorstel te kunnen verdedigen?  Omdat er zelfs verzet van republikeinse kiezers verwacht wordt, aarzelen er nog 3 senatoren. Net genoeg om de nieuwe wet in de Senaat te blokkeren. De stemming is daarom uitgesteld. Maar uitstel betekent vast geen afstel.

Alles is dus relatief en qua asociaal beleid kan het altijd nog erger. Vergeleken bij de mentaliteit van de VS-republikeinen is de VVD hier een progressieve partij. Ondanks hun instinctmatige voorkeur voor de have's. (jv) 

95. Het moet vooral niet teveel over de inhoud gaan.

4 juli 2017 

Wat kondigde Macron gisteren in zijn eerste State of the Union aan?  Revolutionaire hervormingen van het kiesstelsel. Maatregelen op het terrein van de Veiligheid. Modernisering van de arbeidsmarkt. Verder gaf hij zijn visie op het 'nieuwe' Frankrijk en op Europa. En zoals gebruikelijk in het Franse systeem zet de president de lijnen uit en komen de premier (Philippe) en zijn vakministers daarna met concrete maatregelen. Voor een president die net krap  2 maanden bezig is, heeft de nieuwe president al aardig wat in gang gezet. Daarnaast weet hij de richting van zijn beleid op een aansprekende manier over het voetlicht te brengen. Hij heeft de gave van een woord en durft zijn nek uit te steken. Na een paar zwakke presidenten toch een verademing. 

Maar wat zien wij op NOS-journaal over de Franse State of the Union? Niets over het nieuwe beleid. Dat wordt afgedaan met "nog niet erg concreet". Verder wordt 90% van de NOS-rapportage, van ene Frank Renault, gevuld met obligate prietpraat en wat statements uit het persbericht. Niets inhoudelijks over de rede zelf. Wel de framing van Macron als de nieuwe Zonnekoning. Alleen omdat de rede wordt gehouden in het historische Versailles. En hier weten zijn Franse politieke opponenten wel raad mee. Renault maakt er dankbaar gebruik van. 

Gelukkig later op de avond op CNN een veel dieper gravende rapportage over dezelfde gebeurtenis. Uitleg over de inhoud en interviews met insiders. Bij CNN vond men de keuze van Versailles sterk omdat Macron daarmee het 'historische' van de machtswisseling ook in beelden en geschiedenis markeerde.

Wij zullen het de komende tijd met Frank Renault moeten doen. Dat wordt geen feest. Macron heeft genoeg tegenstanders om er elke avond een rapportage van Frank mee te vullen. Want hij wil veel overhoop halen en het wordt geen president die iedereen zal gaan pleasen. Hij neemt nu een aanloop om het land diepgaand te hervormen. Een complexe operatie die lang gaat duren en waarover moeilijk te communiceren is. Half Frankrijk zal over hem heen rollen. Alles zal uit de kast worden gehaald om hem te beschadigen. Gouden tijden voor de Franse media. 

Hoe willen we daarover geïnformeerd worden? Via de makkelijke quootjesjournalistiek van Renault, vooral gericht is op beeldvorming of via professionele verslaggeving van journalisten die inhoudelijk in de diepte gaan en de komende gevechten ook van de juiste context weten te voorzien? Ik vrees dat we in dit opzicht niet veel van het NOS-journaal hoeven te verwachten. 

Het gaat overigens niet alleen om de vaak magere inhoud. Nederlandse journalisten hebben ook de neiging om de uitersten op te zoeken. Want de nuance is te saai. Dat verveelt de kijker, luisteraar en lezer.  Daarom moet er drama gemaakt worden. Eerst hijst men een politicus zo hoog op het schild dat ie een soort popster-status krijgt. En als de heiligverklaring lang genoeg heeft geduurd en men denkt dat het grote publiek er genoeg van heeft, dan wordt de held weer even makkelijk van het schild afgeflikkerd en tot onder de knie afgezaagd. Renault is nu al met het zagen begonnen. ( jv)

 

94 Islamofobie van een gristelijke stiekemerd

3 juli 2017

Zag verleden week Tijs van de Brink bij Jinek. Hij bleek nog steeds dezelfde EO-gluiperd te zijn die hij altijd was. Met z’n uitgestreken smalbakkes promootte hij onder het mom van ‘ik wil twee kanten laten zien’ het eigen geloof, vooral door een ander geloof verdacht te maken. 

TvdB heeft een documentaire gemaakt. Over hoe moslims tijdens ramadan leven en hoe ze denken over hun geloof, Nederland en de rechtsstaat. Hij heeft daartoe ook meegedaan met het vasten zei ie stoer. Twee dagen!!!. Dat zal wel heel zwaar geweest zijn. Hij had voor zijn documentaire onderdak gekregen bij een gastvrij en erg aardig moslimgezin. Twee van hen, goed van de tongriem gesneden, zaten ook bij Jinek en sloegen behoorlijke liberale taal uit. Was verfrissend om te horen. Maar Tijs nuanceerde dat direct door er op te wijzen dat heus niet alle moslims zo in het leven staan. O nee? Goh, dat was een eye-opener zeg. Het was Tijs zeker ontgaan dat we bijna dagelijks niet anders horen dan over die enge kant van de islam.

Maar van de Brink deed daar nog eens een paar schepjes bovenop met een gesprek dat hij had gevoerd met een oude islamitische baardman, die lachend zei dat afvallige moslims natuurlijk “dood moesten”. Dat was dus 1-1. Die liberale moslims waar ie gastvrij was ontvangen versus deze sharia-aanhanger. En dat was ook het beeld dat Tijs ons probeerde te verkopen: het ligt een beetje fifty-fifty, liberaal-orthodox. 

Op basis van een aantal gesprekken dat van de Brink had gevoerd was zijn conclusie dat er in de moslimgemeenschap erg verschillend over van alles werd gedacht (!!??). Ja, in welke gemeenschap niet. In de bijbelbelt houden ca 2 miljoen christenen er standpunten op na w.b. vrouwen en homo’s die niet veel afwijken van die van orthodoxe moslims. Zij vinden de bijbel belangrijker dan de grondwet. Maar daar zal Tijs niet snel een kritische rapportage over maken, waarin hij wijst op de gevaren van…..

Maar het dieptepunt van het ‘representatieve’ verhaal van van de Brink moest nog komen. “Veel moslims willen natuurlijk graag dat ze de meerderheid In Nederland krijgen en dan de sharia invoeren” aldus Tijs. Het was natuurlijk de bedoeling dat dit statement bleef hangen: er zijn natuurlijk ook heus wel liberale moslims, maar de orthodoxen willen hier uiteindelijk de meerderheid en dan zijn we echt het haasje.

De (demografische) werkelijkheid is dat slechts 5.8% van de Nederlanders moslim is en daarvan het grootste deel bepaald niet fanatiek. Hoezo: ze willen de meerderheid worden. Dat worden ze in nog geen 500 jaar. Waarom dan toch die indruk wekken? Stiekem angst zaaien. Wilders light.

Misschien moeten we niet alleen oppassen voor moslimfundamentalisten, maar ook of vooral voor gristenfundamentalisten: bijbelbelttypes die over een paar decennia misschien wel zijn gegroeid van 2 naar 3 miljoen. Via hun stembusmacht kunnen ze dan proberen al onze liberale verworvenheden ongedaan maken. Dat risico acht ik groter dan dat moslims hier de macht overnemen en een sharia invoeren.

Het is wel een gotspe. De diep gristelijke van de Brink die ons angst voor moslims en sharia probeert aan te praten, is met hart en ziel verknocht aan een geloof dat zo’n 1500 jaar in heel Europa een strenge sharia heeft afgedwongen en in veel landen nog steeds hun enge mores oplegt. Het is nog maar kort geleden dat we ons daarvan in de verlichte delen van de wereld bevrijd hebben. En als ze hier de macht weer zouden krijgen, zouden ze hun sharia zo weer invoeren.

Maar ondertussen wel waarschuwen voor een clubje dat nog geen 6% van de bevolking vormt. Jinek zat ‘m uitbundig te prijzen. Sommige tv-gezichten kunnen zich alles veroorloven zonder publiekelijk tegengesproken te worden. (jv) 

93 Alle mensen gereduceerd tot platte egoïsten.

2 juli 2017

In de NRC van zaterdag een uitermate irritant tweegesprek met Sander van de Pavert en Victor Lamme. De eerste maakt Lucky TV, filmpjes waarin hij de stem van bekende Nederlanders vervangt door die van hemzelf. Met soms humoristische teksten. Lamme is een gerenommeerd hersenonderzoeker die vooral naam heeft gemaakt met onderzoek waarin de hypothese centraal staat dat de vrije wil niet bestaat en vanuit ons brein alles wordt geregeld zonder een ingebouwde 'ik' die bewust stuurt. 

Wat het interview onverteerbaar maakt, is het bijna puberale cynisme van beide heren. De mens wordt terug gebracht tot een platvloerse egoïst. Lamme stelt dat alle menselijke handelingen te reduceren zijn tot eigenbelang. 

Lamme: "Geloof, liefde, goedheid kun je platslaan tot eenvoudige zaken. Angst. Hebzucht. Kuddegedrag. Dat vind ik leuk, dingen zo plat mogelijk slaan.”

Van de Pavert: "Ik kan het er niet méér mee eens zijn. Ik zou misschien mezelf wel cynicus noemen. Angst zie ik op alle niveaus. En ijdelheid. Mensen doen uit ijdelheid een boel dingen die ze beter niet zouden kunnen doen. Dat levert aardige televisie op.”

Voor een deel hebben ze natuurlijk gelijk. Misschien is dat het wel dat irriteert. Maar ze overdrijven zo dat het hilarisch en ongeloofwaardig wordt. 

Het is vrij algemeen aanvaardt dat het menselijk brein louter reageert op prikkels en dat die reacties evolutionair gezien gericht zijn op overleven. Maar je kunt als individu alleen overleven als je als groep overleeft. En dat vraagt ook om het opbouwen, in stand houden en zelfs koesteren van sociale relaties. Daarvoor kun je niet zonder morele principes, altruïsme, eerlijkheid, vertrouwen, compassie en toewijding. Zonder ook deze drijfveren functioneren groepen niet. Die drijfveren betrekking hebbend op groepsbelangen moeten dus ook in ons ‘systeem’ zitten.

En ja, je kunt dan, zoals Lamme doet, cynisch redeneren dat ook altruïsten louter uit eigenbelang handelen. Niet alleen omdat het een goed gevoel geeft, maar ook om 'de groep' een betere kans op overleven te geven. Maar ik betwijfel of egoïsme meestal de intrinsieke motivatie is om anderen te helpen. Zowel egoïsme als altruïsme lijken me eerder emotionele drijfveren, voorgekookt in het brein, waaraan, conform de basishypothese van Lamme, geen 'vrije wil' aan te pas komt. Het ene brein reageert vooral met compassie op externe prikkels en het andere brein, op dezelfde prikkels, met een 'hoe kan ik hier zelf beter van worden'.

Als je Lamme's boek “De vrije wil bestaat niet” leest, dan kun je ver meegaan met zijn basishypothese, zoals verwoord in deze titel. Talloze overtuigende voorbeelden in zijn boek van een brein dat reacties op prikkels al heeft 'voorgekookt' voor dat er een 'ik' of een 'in het brein verborgen bewustzijn’ aan te pas is gekomen. Maar als er vanuit het brein wel wordt gestuurd op 'eigen belang', waarom dan niet op 'iets voor een ander over hebben''? De argumenten, laat staan bewijzen daarvoor ontbreken.

Argumenten voor het tegendeel zijn er wel. In de echte wereld buiten de hersenscanner zijn er naast onaardige mensen, ook veel aardige. Er zijn gewelddadige mensen, maar ook veel vredelievende. Evidente egoïsten, naast echte altruïsten. Mensen met idealen en types die het allemaal geen donder kan schelen. Je hebt mensen in alle soorten en maten, met alle soorten emoties en drijfveren. Maar Lamme en van de  Pavert scheren al deze mensen over een kam en slaan ze plat tot uiteindelijk alleen maar egoïsten. 

Dit soort cynisme ondergraaft de morele principes waarop elke relatie en elke samenleving is gebouwd. Niemand die zich inzet om de samenleving wat beter te maken is dan nog te vertrouwen. Allemaal een verborgen agenda?  Geen enkele goede bedoeling is nog gemeend? Dat werkt ontwrichtend. Mandela, Havel, Obama zijn een pot nat met de massamoordenaars  Hitler, Stalin en Mao? Alle zes gedreven door hetzelfde soort eigenbelang?  

In het denken van de heren Lamme en van de Pavert passen geen mensen met gemeende idealen. De heren laten zich kennen als nihilisten, waar je er in een samenleving niet teveel van moet hebben.   (jv ) 

92 Onvrede hoort bij democratie zoals misbruik bij de katholieke kerk.

Name it and people will blame it

30 juni 2017 

Natuurlijk is er onvrede over "Den Haag". Dat is er altijd geweest en zal er altijd blijven. Alleen is aantal megafoons waarmee het chagrijn heden ten dage wordt doorgetoeterd exponentieel gegroeid. Iedereen kan nu zijn boosheid breed ventileren. En de 'oude' media bieden tegen elkaar op om vooral die onvrede ruim baan te geven. De nuance verschrompelt. En je moet heel goed je best doen om geïnformeerd te worden over het overwegend positieve dat dit tijdsgewricht kenmerkt. Die onbalans zal alleen maar toenemen moet je vrezen. 

Onvrede is een gemoedstoestand die inherent aan de menselijke natuur. Onvrede over het leven, de medemens en de instituties. Dus ook onvrede over onze democratie, de politieke partijen, politici, de regering, de Tweede Kamer: name it and people will blame it. Los van het gegeven dat de meeste mensen in hun normale staat altijd wel ergens ontevreden over zijn, zit er ook een zekere logica in die onvrede als het gaat om onze democratie. 

Immers, in een democratie functioneren er meerdere partijen, elk met hun eigen idealen, plannen en voornemens. De ene partij zie je helemaal zitten, andere partijen een beetje, maar sommige partijen absoluut niet. Je kunt van bepaalde visies en plannen zelfs een afkeer hebben. Uiteindelijk kies je voor een partij die het best past bij wat jij ook wilt en je hoopt dan dat ze na de verkiezingen een coalitie kunnen vormen met andere partijen die niet te ver van jouw opvattingen afstaan en dat het eindresultaat een mooi compromis is, waar nog voldoende van jouw gading in zit.

Nooit ideaal zo’n compromis, je mist soms teveel van je eigen belangrijke punten, maar op enig moment is het wel het meest haalbare. Maar als zo'n coalitie er niet in zit en er komt een geheel andersoortige verbond met geheel andere beleidskeuzes, dan ben je daar natuurlijk ontevreden over. Elke combinatie van partijen en een daarbij behorend pakket regeringsvoornemens levert logischerwijs ook een (groot) 'pakket' ontevreden burgers op. 

In de huidige Nederlandse verhoudingen mogen regeringen blij zijn als ze door 60% van de TK-zetels gesteund worden. Het kabinet waar nu aan wordt getimmerd, steunt op slechts 50.6% van de TK-zetels.  Een heel groot deel van Nederland voelt zich door zo'n kabinet dus niet gerepresenteerd. Die zijn bij voorbaat ontevreden over veel beleid dat zo'n kabinet voornemens is te voeren. Maar dat kan dus niet anders. Je kunt het per regeerperiode maar een deel van de burgers naar het zin maken. De rest moet weer wachten tot de volgende verkiezingen en hopen dat wat zij willen dan wel door een meerderheid wordt gesteund. 

Politici moeten zich dus nooit laten opfokken door enquêtes waaruit blijkt dat hun beleid door 40% van de bevolking wordt afgewezen. Want er is meestal geen enkele andere combinatie haalbaar die op een grotere steun had kunnen rekenen. Bewindslieden moeten gewoon goed blijven luisteren, hun verhaal uitleggen, durven te regeren en accepteren dat ze niet met iedereen vriendjes kunnen zijn.

Het komende “rechtse kabinet met den bijbel”: ik moet er niet aan denken. Jammer. Treurig. Maar meer zit er voor 'de progressief' niet in. Het parlement is op dit moment in meerderheid rechts, conservatief, christelijk. Maar ik kan zo'n rechts kabinet nog beter pruimen dan de partijen die de onvrede proberen op te poken met slogans als  “het partijkartel dient alleen haar eigen belangen” en “we hebben een regering nodig die doet wat het volk wil”. 

Welk meerderheidskabinet er ook komt, ze is door de kiezers gelegitimeerd om dat te doen wat een meerderheid van de vertegenwoordigers van het volk haar toestaat. Daar kunnen populistische jokers, met slechts 15% van de stemmen, gelukkig niets aan veranderen. Hoeveel bellen ze ook blazen. (jv) 

91. Problemen? Wat zijn nou eigenlijk problemen?

29 juni 2017

Een paar ervaringsfeiten inzake leed veroorzakende problemen.

  • 50% van die problemen is bij goed doordenken geen echt probleem in de de zin van “waard om over te tobben”. Het zijn gewoon vraagstukken waar een oplossing voor is en daar moet je dan even naar zoeken.
  • 25% is niet oplosbaar. Dus je moet er mee leren leven. Nooit tobben over problemen waar je niets aan kunt doen. Verspilde energie.
  • 20% blijkt achteraf helemaal geen echt probleem. Dus zonde van het getob.
  • 5% slechts zou wel eens en echt probleem kunnen zijn. Een zaak dus waar ook het nodige leed achterweg komt. Maar begin pas met tobben en geweeklaag als het probleem ook echt voor de deur staat.

Je kunt met een beetje oefenen veel selectiever worden in het je zorgen maken over  problemen. Het is om te beginnen natuurlijk een illusie dat je het leven door kan komen zonder grote problemen, zonder leed. Een leven ‘zonder’ is misschien ook wel een saai leven. En gelukkig: iedereen krijgt zijn portie. Treurig is wel dat ook bij leed veroorzakende problemen de duivel altijd op een grote hoop schijt. Leed is erg disproportioneel verdeeld over mensen en over de wereld. Hier kun je een onthullende wereldkaart van maken. Dan houden velen wel op met miepen. 

Hier in dit welvarende landje kun je, als het je even teveel wordt, je leed dus altijd nog vergelijken met het dagelijkse leed van sneu-aards in vele andere delen van de wereld. Om niet gelijk met de ergste oorlogsgebieden aan te komen: wat zou je denken van jongelingen in een land als Togo die bijna zeker weten dat zij in de rest van hun  leven geen enkele kans hebben op  iets wat op perspectief lijkt. Het enige perspectief dat ze hebben, ligt in Europa. Dat ze op weg daar naar toe de ergste ontberingen moeten doorstaan en een grote kans lopen te verzuipen, houdt ze niet tegen. Problemen? Leed? Wie? 

Ja maar, hoor je vaak, je kunt het leed van de één toch niet vergelijken met het leed van de ander? O, waarom niet? Dat kan namelijk heel makkelijk. En dat moet ook.  Het ene leed is toch echt het andere niet. Je hebt een ‘beetje leed’ en ‘hartverscheurend leed’ en het nodige daartussen. Veel leed zou toch moeten verdampen als je het vergelijkt met het echte leed van anderen?

Problemen oplossen en leed verminderen is voor een belangrijk deel ook de kunst van het doordenken, reduceren, vergelijken en relativeren. In ons deel van de wereld hebben we die luxe.  (jv) 

90. Stel je hoort alleen maar ruis i.p.v. woorden. Gek?

28 juni 2017 

Grappig is dat het menselijk brein maar heel weinig energie nodig heeft om op volle toeren te kunnen draaien. Niet meer dan de energie die nodig is om een lampje van 60 watt te laten branden. En dat terwijl het brein een elektrisch apparaat is dat al onze gevoelens, gedachten en bewegingen aanstuurt. Via 100 miljarden neuronen, verbonden door 100 triljarden synapsen ontvangt en reguleert het alle prikkels die vanuit de omgeving tot ons komen en creëert het de reacties daarop. Het brein is niet alleen bizar ingewikkeld, maar ook uiterst kwetsbaar. Er hoeven maar een paar celletjes in de neuronenbrij niet goed te functioneren en de transmissie van prikkels gaat mis. Soms volstrekt mis. Daar kun je zelf helemaal niets aan doen. Toch wordt het je vaak kwalijk genomen als een dergelijk defect (opeens) tot deviant gedrag leidt.

Het lijkt alsof de wereld bestaat uit herkenbare voorwerpen, kleuren, geuren en geluiden, die direct toegankelijk voor ons zijn. Maar in werkelijkheid zijn er slechts lichtstralen en geluidsgolven, trillende atomen en bewegende moleculen die ons lichaam allemaal tegelijkertijd bestoken. De hersen zetten al die prikkels om in bekende voorstellingen via een ingewikkeld proces. De lichtgolf met informatie over een object komt het oog binnen, gaat via de neuronen en synapsen naar een gespecialiseerd hersendeel en na een halve seconde ‘zien’ we het object. Zo gaat het ook met geluid, geuren en kleuren. Er is geen ‘ik’ of ‘bewustzijn’ dat daar sturing aan geeft.

In die halve seconde van binnenkomst tot omzetting kan er soms van alles op het traject misgaan. Dan zien we b.v. objecten niet die er wel degelijk zijn, of we zien objecten wel die niet zijn, dan wel we zien totaal andere objecten die niemand anders ziet. In een van zijn boeken beschrijft de psychiater Oliver Sacks het geval van een man die elke deurknop aanzag voor een meisjeshoofd, dat hij ook nog eens ging aaien. De man was verder volstrekt normaal, maar was getroffen door een klein defect in het ‘omzettingsproces’.

Je kunt ook dingen horen die er niet zijn. Geluiden of stemmen. Of je hoort, als iemand een verhaal tegen je afsteekt, alleen maar ruis. Je ziet de lippen bewegen, je hoort geluid, maar de verantwoordelijke neuronen en synapsen zetten de opgevangen geluidsgolven niet om in herkenbare taal. Soms is het een structureel defect en dan heb je een groot probleem. Soms is het een tijdelijk defect, b.v. a.g.v. verminderde concentratie. De hersens zijn dan met andere acties bezig, die zich op dat moment niet verdragen met het omzetten van de geluidsgolven in iets wat begrepen wordt. Niets aan te doen. Die concentratie kun je niet sturen. Dat wordt ‘intern’ geregeld. Maar voor degene die tegen je aan zitten te kleppen, is het natuurlijk wel vervelend.

In de gespecialiseerde breingebieden, waar de zintuigelijke prikkels worden omgezet in iets herkenbaars, worden ook de emoties gevormd. Als de prikkels zijn omgezet in beeld, geluid of geur gaan ze naar de amygdala, die verantwoordelijk is voor het ervaren, verwerken en aansturen van emoties. Hier heb je totaal geen vat op. Gevoelens verdringen wel regelmatig de ratio, maar met rationele gedachten kun je geen emoties verdrijven of oproepen. Je kunt het zelf heel simpel testen. Maar je kunt er ook heel veel over vinden op ‘het net’.

Heel wat mensen zijn van mening dat we een zekere controle hebben over het complexe brein. Dat we bewuste keuzes kunnen maken als het gaat om onze gedachten, gevoelens en bewegingen. Maar dan zou de ‘ik’ al die elektrische en chemische processen die daar verantwoordelijk voor zijn bewust een bepaalde richting op moeten kunnen sturen. Uit veel onderzoek blijkt dat dat een illusie is. Het regelen, beheersen en sturen van ons lichaam is tot op grote hoogte een autonoom proces.

Je zou willen dat je veel preciezer weet wat er nu echt in die bovenkamer gebeurt. Maar vooral ook: waar kun je geen enkele invloed op uitoefenen en moet je maar gelaten en relaxed over je heen laten komen? En waar kun je wel iets aan doen en wat dan? Een puzzel waar ik onderhand wel uit ben.

Ook het gegeven dat je maar weinig meer kan doen dan je lijf en brein een beetje in vorm houden, en vooral veel mazzel hebben, geeft rust.  (jv) 

89. Ingecalculeerd gedonder voor een goede zaak.

27 juni 2017

Lodewijk Asscher heeft iets gedaan wat nooit eerder is gedaan en er behoorlijk wat rumoer mee veroorzaakt. Hij heeft er in zijn rol als oppositieleider voor gepleit om in de rijksbegroting 2018 voorstellen op te nemen voor een eerlijker inkomensverdeling en extra salaris voor leraren in het basisonderwijs. Op zich een legitieme actie. Wordt dit door het kabinet niet geregeld, dan, zo laat Asscher weten, zullen de PvdA-leden in het kabinet niet voor de begroting 2018 tekenen. Een ongebruikelijke move, maar noodzakelijk als je de beide eisen ook serieus neemt. Je loopt nu wel het risico op een kabinetscrisis. Dan zullen de PvdA-ers uit het kabinet moeten treden. Op zich een unicum in geval van een demissionair kabinet. So be it.

Asscher zit in een uitermate ongelukkige situatie. Hij moet in de nieuwe Tweede Kamer twee (soms) strijdige rollen zien te combineren. Die van kersverse oppositieleider van een kleine partij die elke keer weer zo scherp mogelijk moet aangeven waar de ‘nieuwe’ partij voor staat. Maar tevens moet hij als minister een aantal lopende zaken afhandelen, zoals het opstellen van de nieuwe begroting. Je kunt moeilijk van ‘m vragen om zich als oppositieleider gedeisd te houden tot er een nieuw kabinet is. En hier deed zich een kans voor om het ijzer te smeden toen het nog heet was. Wetende dat er gedonder van zou komen. Vanuit PvdA-perspectief is het gedonder voor een goede zaak. Op dit soort issues zal de partij zich vanaf nu moeten profileren.

Het verwijt dat Asscher dan verleden jaar maar had moeten komen met voorstellen om de salarissen te verhogen, is niet valide. Verleden jaar is er namelijk ook al het nodige  gedaan. De leraren hebben toen € 500 mln extra gekregen. Dat was, gezien de toenmalige budgettaire situatie, nog een stevig bedrag, maar onvoldoende om aan de eisen van de leraren tegemoet te komen. Nu de rijksfinanciën er uitstekend voorstaan en de economische groei boven verwachting is, is er alles voor te zeggen om nu wel aan reële wensen van de leraren tegemoet te komen. En dat moet bij deze begroting geregeld worden, anders wordt het pas 2019, met effectuering in 2020.

Wil de PvdA in de oppositie iets voor elkaar krijgen, dan zal ze scherp aan de wind moeten zeilen. En dat geldt zeker op een terrein als inkomen. Het afgelopen decennium is er een steeds groter deel van het nationaal inkomen naar de bedrijfswinsten en aandeelhouders gegaan. Dit ten koste van de lonen. De PvdA moet er nu voor gaan zorgen dat er een veel groter deel van de koek naar de lonen gaat. De lagere en middeninkomens moeten nu ook gaan merken dat het beter met de economie gaat.

Asscher moet zich vanaf nu veel scherper profileren als oppositieleider dan als demissionair minister die geacht wordt om slechts op de winkel te passen. Als je maar negen zetels hebt, zul je een constructieve, intelligente, maar ook een harde oppositie moeten voeren. En dan krijg je soms de wind van voren, zoals nu. Geen probleem. Want “zonder tegenwind kan een vlieger niet opstijgen” luidt een gezegde. (jv)

NB

De helderheid van Asscher is te verkiezen boven het vreemde gedraai van partijen rond de bonuswet. In de nasleep van de bankencrisis in 2008 was iedereen het erover eens: we moesten de banken aan banden leggen, werken aan een veel kleinere bankensector  en af van de bonuscultuur daar. Jeroen Dijsselbloem introduceerde in Nederland in 2013 een zeer strenge bonuswetgeving. Nu, negen jaar na de crisis, is er een krachtige lobby om deze wetgeving terug te draaien. Gevoed vanuit Amsterdam. Het motorblok van VVD, CDA en D66 wil er graag vanaf om zo de bankiers uit de Londense city te verleiden naar Amsterdam te komen. Niet onderbouwd wordt dat bedrijven hier vanwege die bonuswet wegblijven. Dat geldt ook voor het aantal banen dat we zo zouden mislopen. Maar we moeten die bedrijven hier helemaal niet willen. Ze creëren een veel te groot financieel systeem dat bij de eerste de beste crisis als eerste weer in elkaar dondert. En wie moet de schade dan weer opruimen? De overheid. Gistermiddag bleek bij de stemming dat naast VVD, CDA en D66 ook Christen Unie (de ethische partij die altijd mordicus tegen de bonussen was) de strenge regels willen loslaten. Een meerderheid. Partijen met een verdomd slecht geheugen. 

88  Zoals de wind waait, waait m’n vestje?

25 juni 2017

Politiek commentator Hans Goslinga haalde zaterdag in Trouw een mooi statement van een Engelse politicus aan: "Waar je staat, hangt af van waar je zit". Ofwel de opvatting die je op een bepaald moment hebt, wordt bepaald door de positie die je dan hebt. Er zit een behoorlijk cynisch kantje aan deze uitspraak. Het komt dicht in de buurt van het Nederlandse gezegde: "zoals de wind waait, waait m'n vestje". Hierin zit hetzelfde opportunisme als in: “met alle winden meewaaien.” “Where you stand, depends on where you sit” klinkt dan net weer even wat aanvaardbaarder.  Dat zal deels aan de taal liggen, maar toch ook aan het feit dat er een legitieme relatie kan zijn tussen je mening en de positie die je op een bepaald moment bekleedt .

Soms is het lastig om de opportunist te scheiden van de realist. Het kan namelijk uitermate aanvaardbaar zijn om van mening te veranderen. Nieuwe feiten kunnen leiden tot nieuwe inzichten. Maar je kunt ook op basis van dezelfde feiten gewoon tot een andere mening komen. Je kunt ineens ‘het licht zien’  of je hebt je laten overtuigen door de goede argumenten van anderen. Het wordt al wat lastiger als je moet uitleggen dat je nu als minister anders tegen dit vraagstuk aankijkt, dan toen je nog kamerlid was. Maar het kan.

Je moet die andere opvattingen bij positiewisselingen dan wel overtuigend kunnen uitleggen. En je moet het niet te vaak doen. Als het evident een kwestie is van “wiens brood men eet, diens woord men spreekt” dan word je ongeloofwaardig. In die zin is het voor een politicus ook gevaarlijk om je meningen te veel te laten afhangen van de wisselende achterbannen die je wilt pleasen. Je gaat dan een keer voor de bijl.

Bij de lopende formatie was dat ‘goede verhaal’ om verschuivende opvattingen uit te leggen, nog al eens ver te zoeken. Van een goed politicus mag je in ieder geval verwachten dat ie niet alleen consistent overkomt, maar dat ook is. Want dat staat toch voor betrouwbaarheid .

De komende weken zullen we het weer vaak in de media kunnen lezen en horen: toen zei ie dit en nu vindt ie dat. Een maand geleden pleitte hij op het migratiedossier nog voor X en Y en nu gaat hij akkoord met het voorstel Z, dat daar haaks op staat. Ja, maar toen was hij nog fractievoorzitter en nu zit hij in het kabinet. Wat hij vindt, is nu eenmaal afhankelijk van hij waar hij zit. (jv) 

87.  Veelpraters en luisteraars

24  juni 2017

Je hebt mensen die bereid zijn om naar anderen luisteren. En je hebt er die vooral graag zelf praten. Veel praten. Sommigen zijn het liefst zoveel mogelijk aan het woord. Nemen direct het initiatief en geven dat, als het maar even kan, niet meer uit handen. Ze stellen voor de vorm nog wel eens een vraagje, maar in het antwoord zijn ze niet geïnteresseerd. Ze geven het liefst dat antwoord zelf nog. De obsessieve praters: je hebt ze snel in de smiezen. Een speciaal slag

Hoewel geen notoire zwijger, voel ik me toch, als ik moet kiezen, meer thuis in het kamp van de luisteraars, dan in dat van de veelpraters. Ik vind luisteren geen straf. Natuurlijk heb ik ook m’n momenten dat ik evident geklets probleemloos als achtergrondruis kan laten verdampen, maar er zijn veelpraters die wel degelijk mijn interesse wekken. Hen volg ik scherp. Luister aandachtig. Kijk naar hun lichaamstaal. Probeer in hun brein te kruipen. Wat beweegt hen? Vinden ze zelf echt dat ze belangwekkende zaken te melden hebben? En waarom denken ze dat ik geïnteresseerd ben in al hun ditjes en datjes?

Ik denk dat de veelpraters zich dit allemaal in het geheel niet afvragen. Dat maakt hen bijzonder. Ze zitten structureel in hun oreer-modus. Het is niet zozeer dat ze geen enkele oprechte belangstelling hebben voor de luisteraar (dat hebben ze vaak niet), nee, ze zijn er van overtuigd dat zij het interessantste verhaal te vertellen hebben. En willen anderen daarmee een plezier doen.

Ze missen daarbij vaak helaas ook nog eens elke vorm van zelfreflectie. Zijn niet in staat om door de ogen en oren van de luisteraar de impact van hun eigen gepraat te doordenken. "Hoe zou wat ik zeg bij de ander indalen? Daalt het überhaupt in?" Die vragen zijn meestal diverse bruggen te ver voor de veelprater. Laat staan dat het antwoord hen interesseert. Ze weten niet waar we het over hebben. Maar what’s the problem?

Ik vind de veelprater een interessant psychisch verschijnsel. Het geeft mij een dieper inzicht in de drijfveren van mensen. En trouwens: zonder sociaal geklets wordt het leven wel erg saai. Je kunt het niet altijd over politiek of economie hebben. Ik geef ze dus geen moment het gevoel dat het me niet interesseert. In tegendeel. Ik probeer er achter te komen waarom ze me al die dingen vertellen. Vraag door. Diep uit. Geef feedback. Buig mee. Treur mee. Net zo lang tot de prater is uitgeput of zijn hele repertoire heeft afgewerkt. Meestal is het dan ook weer tijd om op te stappen. 

Volgens mij worden de luisteraars en vragers veel wijzer van dergelijke gesprekken dan de veelpraters. En zo niet, dan schrijf je er toch een stukje over. (jv) 

86  George Clooney en Barack Obama. Gunnen of blamen?

23 juni 2017

George Clooney zette, volgens een berichtje in de Volkskrant van 22 juni, 4 jaar geleden met twee vrienden een Tequila-bedrijfje op: Casamiga’s. Gewoon, als een leuke hobby. Met minimale investeringen. Het werd ‘vermarkt’  als Tequila waar je geen kater van krijgt. Wie wil dat niet drinken? En als Cloony himself dat aanbeveelt, geloven veel drinkers dat katersprookje. Het bedrijfje werd dus snel een bedrijf en Casamiga’s werd een brand.

Nu is Casamiga’s recent verkocht voor € 627 miljoen!!!! In de VK staat er vervolgens: ”Clooney en Gerber ontvangen ieder een derde van de koopsom. De rest gaat naar zakenpartner Meldman.” Grappige formulering. De rest? Als je 2/3 al hebt verdeeld, hoeveel blijft er dan nog over? Ja, 1/3. Dus waarom staat er dan niet simpel dat de drie zakenpartners elk 1/3 van € 627 krijgen? Heb er toch nog wel even over na zitten denken. Mis ik iets?

Maar los van deze rekenarij: de duivel schijt bij megaverdiener Clooney wel erg op een grote hoop. Zelfs aan een hobby houdt ie nog ruim € 200 miljoen over. Maar iedereen gunt ’m dat, begrijp ik uit de reacties.  

Terwijl Obama de wind van voren krijgt als hij van het Wall Street bedrijf Canor Fitzgerald € 350.000 krijgt voor een speech. Rukt ie Wall Street eindelijk eens een poot uit en dan krijgt hij daar ook weer gezeik over. Hij had een miljoen moeten vragen. Of twee. Hij heeft die graaiende klojo’s nota bene van de ondergang gered toen hij net president werd en een financiële meltdown moest voorkomen.

Clooney steek al z’n inkomsten in z’n eigen klep. De inkomsten die Obama verwerft met zijn optredens gaan naar de stichting waarmee de bouw van de Obama-bibliotheek wordt gefinancierd. Het is een mooie gewoonte in de VS. Ex-presidenten zijn na hun presidentschap actief met fund raising voor een imposante bibliotheek die hun naam draagt.

Obama verzamelt de fondsen voor een bibliotheek die wordt gebouwd in de South Side van Chicago. Het is een wijk die veel last heeft van drugshandel, criminaliteit en vechtspartijen tussen bendes. De verwachting is dat er daar met de bibliotheek ongeveer 2000 banen worden gecreëerd en dat de wijk door deze investering van Obama een ontwikkelings-impuls krijgt. Obama, die hier nog steeds een huis heeft, gaat ook weer in Chicago wonen.

Ik zie Clooney, die 100 x meer voor zijn optredens krijgt dan Obama (alleen de onbenullige koffie-reclame van 1 minuut levert hem al € 40 miljoen op)  niet snel zijn geld inzetten op de ontwikkeling van een arme wijk. George investeert, heel lucratief, in drank, Nespresso en zichzelf. (jv) 

85.  Angst voor aanslagen: perceptie en emotie

20 juni 2017

Steeds meer Nederlanders, en andere Europeanen, zijn bang voor terreuraanslagen. Terwijl de kans om in Nederland getroffen te worden door een aanslag bijna nul is en in andere landen van Europa kleiner dan de kans om met een vliegtuig neer te storten. En die kans is al mega klein. In ons land is er de afgelopen13 jaar niemand door een terreurdaad getroffen en daarvoor waren er slechts 2 dodelijke aanslagen. 

In de NRC van verleden week donderdag memoreert Luuk Koel dat er in Groot Brittannië dit jaar sprake was van een extreme uitschieter: tot dusver 34 mensen gedood door aanslagen. Maar er stierven daar in dezelfde periode 70.000 mensen aan longkanker. Zijn stelling is dat we ons veel te bang laten maken door terroristen, hen teveel aandacht geven en hen daardoor in de kaart spelen. Terwijl “zij nog geen deuk in pakje boter kunnen schieten”. Want in absolute termen stelt het aantal slachtoffers dat zij maken bitter weinig voor vergeleken bij het aantal sterfgevallen als gevolg van andere doodsoorzaken. Sterfgevallen waarvan er heel veel vermijdbaar zijn, waar we heel weinig aan doen om ze te voorkomen, maar waarvan de bizar grote aantallen ons blijkbaar nauwelijks opwinden. Want we worden bepaald niet collectief angstig of boos over die vele duizenden vermijdbare verkeersdoden. Maar fokken ons wel op over die paar terreurdoden. 

In 2015 stierven er ongeveer 150.000 Nederlanders. Hiervan nul a.g.v. een terreuraanslag, maar 45.000 aan kanker, 40.000 aan hart- en vaatziekten, 16.000 aan longziekten en 7.000 aan niet-natuurlijke oorzaken: zelfdoding, verkeersongevallen en valpartijen.

Door niet te roken, gezonder te eten, meer te bewegen, voorzichtiger te zijn in het verkeer en minder zelfmoord te plegen, kunnen er tienduizenden !!! mensen per jaar minder sterven. Waarom doen we hier dan zo weinig aan? Waarom maken we ons nauwelijks druk om die grote aantallen? Maar waarom eisen we wel steeds meer repressie om terreur aan te pakken, terwijl die zo weinig slachtoffers maakt? 

Premier May wil zelfs de mensenrechten inperken “want die mogen de terreurbestrijding niet dwarszitten”, aldus May. Stevige taal om de publieke opinie te paaien en gerust te stellen. Natuurlijk moet er alles aan worden gedaan om terreuraanslagen te voorkomen, maar wel een beetje proportioneel graag. Het is wat onlogisch om  de rechtstaat te gaan aftuigen om 'm tegen terroristen te beschermen. We verbieden toch ook het roken niet terwijl het alleen al in Nederland jaarlijks 20.000 sterfgevallen tot gevolg heeft.

Het kan toch niemand ontgaan dat hij/zij nauwelijks kans loopt om door een aanslag te worden getroffen? Feiten. Maar het gaat niet om de feiten. Bij angst draait het om beelden, perceptie en emotie. Angst wordt gecreëerd. Met dank aan de opklopjournalistiek. Koel noemt het tranentrekkersjournalistiek.

Terreurslachtoffers 'verkopen' goed, stervende rokers niet. Bij de ene groep kunnen we daders aanwijzen. Bij de andere groep zijn we het zelf. (jv) 

84  What....if? Wat als we niets doen?

19 juni 2017 

Als 'onze' militairen omkomen bij buitenlandse missies ligt het mensen met snelle oplossingen voor ingewikkelde problemen op lippen bestorven: "we moeten ons zo snel mogelijk terugtrekken uit die zinloze oorlog". Zinloos? Wat is zinloos? En wat zijn de gevolgen van het hazenpad kiezen? Wordt het daar dan beter of slechter? Misschien is het slimmer om het doel van zo'n missie en de mogelijke baten en offers af te wegen tegen de gevolgen van weggaan en niets doen. What…. if?

Los van de geopolitieke overwegingen: voor nabestaanden is er niets zo erg als pacifisten die beweren dat soldaten voor niets zijn gestorven in een zinloos conflict. Nabestaanden weten, en willen bevestigd horen, dat hun zonen, dochters, vaders en moeders zijn gestorven in een missie waarmee zij een rechtvaardig doel dienden. Een doel waarmee zij het verschil wilden maken. Waarmee zij de bevolking wilden helpen en de regio wilden stabiliseren om de overgang naar een meer leefbare situatie mogelijk te maken. Wetende dat dat heel veel jaren zou duren en zeer moeizaam zou gaan. Twee stappen vooruit en één achteruit. Met het risico gewond of gedood te worden. Toch gingen ze.

Deze discussie is nog steeds erg actueel voor Afghanistan. Westerse interventie werd toenmaals door de hele beschaafde wereld gesteund. Het heeft de problemen daar nog lang niet opgelost, maar er is wel al heel wat bereikt. Vooral voor vrouwen, kinderen en minderheden. Met vallen en opstaan kon er iets van een legitiem centraal gezag worden opgebouwd. De Taliban werd naar de uithoeken van het land verdreven, maar bleef wel aanslagen plegen. Toen Obama uit politiek opportunisme besloot de VS-militairen terug te trekken, kreeg de Taliban weer meer ruimte voor destabiliserende acties en aanslagen. En nu gaat land weer snel de verkeerde kant op. Want elk machtsvacuüm wordt opgevuld. Vaak door boze krachten. Het verhaal is dat we minsten een jaar of 25 bereid moeten zijn om het legitieme gezag tegen de Taliban te ondersteunen. "What….. if" we dat niet doen?

De kosten zullen hoog zijn. De Taliban zal steeds meer gebied veroveren. De strijd zal extreem escaleren. Vrouwen en meisjes zullen weer worden onderdrukt en niet naar school mogen. De economie zal achteruit hollen. Het land zakt terug naar de Middeleeuwen. Miljoenen vluchtelingen zullen richting Europa komen. Meer aanslagen. Ook hier in Europa. We zullen ze niet tegen kunnen houden. De hoge kosten hiervan kun je berekenen. Ze zullen veel hoger zijn dat de combinatie van lang volgehouden militaire, diplomatieke en opbouw acties daar. 

Onze militairen daar weghalen betekent dus niet dat we niets meer van het land zullen merken. In tegendeel: Afghanistan wordt Talibanstan. Voor de Afghanen en de rest van de regio een ramp. En voor Europa een megabedreiging. Wat voor Afghanistan geldt, geldt mutatis mutandis ook voor andere brandhaarden in de wereld. Ook voor het Midden-Oosten en Afrika. 

Ons als Westen proberen te distantiëren van die brandhaarden is dus geen optie. Een illusie. We zitten er gewoon aan vast in deze globale wereld waarin alles met alles samenhangt. Daar weglopen omdat we tegen geweld zijn, zal leiden tot extreem veel meer geweld. Daar en uiteindelijk ook hier. Lange termijn missies, inclusief onze bijdragen in de opbouw van de staat, het recht en de economie kunnen bijdragen aan vermindering van geweld.  (jv) 

83.  De katholieke maffia weert homo's. 

18 juni 2017 

"Bisschop Den Bosch gelast speciale Roze Zaterdagviering met homoseksuelen af" stond er boven een artikel in de Volkskrant van donderdag 15 juni jl.

Bijna altijd sla ik artikelen met zo'n kop automatisch over. De combinatie 'katholiek' en 'homo' vind ik bij voorbaat volstrekt oninteressant. En als ik zo'n artikel per ongeluk toch lees en het gaat al ergens over, is de inhoud vaak misdadig of ranzig. Over het verbieden van condooms in Afrika ter voorkoming van aids en kinderen. Of over priesters die niet van kinderpiemels af konden blijven en slachtoffers die daar 60 jaar later nog mee naar buiten komen en onder lijden. Eerst wordt het altijd ontkend en als dat niet meer lukt, wordt het afgedaan als een 'incident'. Katholieken dus.

Als ik 'katholieke kerk' lees of hoor zijn mijn eerste associaties altijd: 'maffia', 'ontucht', 'pedofilie', 'stiekem', 'onbetrouwbaar', 'hypocrisie', 'niet slim maar wel geslepen' en 'hardvochtig'. En pas na deze reeks wil ik best erkennen dat er ook heus wel een paar 'goeien' tussen zullen lopen. Als je goed zoekt.

Maar over 'goeie' katholieken ging het VK-stukje niet. Natuurlijk niet. Het ging over bisschop Gerard de Korte van Den Bosch. Die had een geplande oecumenische viering met homoseksuelen in de Sint Janskathedraal afgelast. De als progressief (!!!???) bekend staande GdK was gezwicht voor de protesten van conservatieve priesters en parochianen. Die waren stijf tegen een dienst met homo's. "Homoseksualiteit blijft binnen onze kerk een open zenuw" schreef GdK  in een brief aan zijn 'broeders en zusters'. Maar in plaats van eens even lekker in die open zenuw te gaan peuren, trok ie z'n progressieve keutel snel in. Bang voor een meute katholieke engerds, die de bisschop er graag bij wilde houden. Want er komen al zo weinig kerkgangers. Jammer voor die homo's. 

Je vraagt je om te beginnen af waarom die homo's zo graag bij zo'n vreselijke kerk willen horen. Je wordt toch geen lid van een louche gezelschap dat mensen met jouw geaardheid inferieur vindt, dat vunzige praktijken van haar pedofiele lidmaten stijf onder de pet wil houden en dat altijd de kant van de macht en van conservatieven kiest. 

Maar wat uit dit VK-artikeltje vooral weer eens duidelijk blijkt, is hoe bekrompen de doorsnee katholieken zijn en, als puntje bij paaltje komt, hoe laf die voormannen met hun uitgestreken papenkoppies. (jv)

82. De pil van Drion: een mensenrecht

17 juni 2017 

Oké, dood gaan is natuurlijk een dingetje. Als het ineens 'paf af' is: no problem. Geen beter einde dan in een split second geluidloos wegmuizen. Liever zo, dan zo'n geplande euthanasie met al die verstandige, goed doordachte tussenstapjes, verhoren door scanartsen en invoelende gesprekken met stervensbegeleiders. Allemaal uitmondend in een laatste spuitje met treurende types om je heen. Ongemakkelijke emoties. Zo'n einde is overigens weer te prefereren boven langzaam wegkwijnen in een verpleeghuis. Met een brein dat langzaam of snel zo verkruimelt dat je niet meer kunt lezen, denken en praten. En ook niet meer zelfstandig kunt douchen, eten, poepen en pissen. Ja, erg leuk allemaal. En zo menselijk ook. 🖕Hoezo, het hoort er nu eenmaal  bij? 

De christenmens vindt het zo uitdoven van wat eens een spiritueel leven was en het verliezen van alle decorum een 'genade van god', waar de mens zelf geen einde aan mag maken wanneer hem dat goeddunkt. Wie dit serieus meent, is gevaarlijk. Het is een nachtmerrie. Ook als je in zo'n verpleeghuis de best denkbare zorg krijgt.

Maar volgens al die jokers die zich verzetten tegen de pil van Drion, moeten we die verpleeghuisellende berustend doorstaan. We moeten het leven volledig uitleven. Creperen dus. Daarom heb ik zo'n hekel aan die religieuze zotten die voor ons in de TK beslissen dat de pil om er zelf een eind aan te maken, er niet mag komen. Ze zijn goedbedoelend dom of onwetend slecht.  Ze willen liever dat we als een vegeterende mens pijnlijk en heel langzaam aan ons einde komen, dan dat we er op tijd zelf een einde aan kunnen maken. Met als belangrijkste argumenten: 'god verbiedt dat je zelf een einde aan je leven maakt' en 'de pil van Drion kan tot misbruik leiden.' 

Van het eerste argument kan ik alleen maar zeggen: te stompzinnig om serieus op te reageren. Een beroep doen op iets dat niet bestaat met argumenten die nooit gecheckt kunnen worden. Het tweede argument snijdt wel hout. Maar daar kun je met wetten en controle veel aan doen. En indien dat ontoereikend is: jammer dan. Liever nog door een vals familielid tegen m'n zin de pil ingepropt krijgen, dan wegkwijnen in een o zo humaan verpleeghuis. 

Kortom: het recht op de pil van Drion moet gewoon in de Grondwet worden opgenomen. Zo snel mogelijk. Dus in ieder geval een vette streep door een kabinet  met de CU. En dan zal het nog jaren duren voor het netjes geregeld is. Tot het zover is zullen we ons moeten behelpen met risicovolle producten via het internet.  (jv) 

81.   14 dagen weg. Wat vond de kat er van?

Villa Aliki. Donderdag 15 juni 2017. 8.00 uur. Warm. Heet al bijna. Stil. Nog even vanuit 'ons' huis uitkijken over het dorp, de zee en de vallei. We wachten in villa Bay View 3, te Mirtos, op de taxi die ons naar de luchthaven in Heraklion zal rijden. Wieder nach hause. 

Al vijf jaar achtereen brengen we 14 dagen per jaar door op het complex Villa Aliki. En elk jaar weer dezelfde rituelen die niet gaan vervelen. Vooral ook vanwege de relaxte ambiance. De rituelen worden niet direct gekenmerkt door spanning en sensatie. Het zijn routines waar je je aan gaat hechten: ontbijten, tocht uitstippelen, met de rugzak op pad, omgeving scannen, lezen, muziek luisteren, naar het dorpje, drankje aan het strand, zwemmen, boodschappen doen, aperitieven op eigen terras, mijmeren met uitzicht op zee, bord met lekkere hapjes, wijntje, Retsina, rusten, DVD-tje kijken en de bedstee in. Rituelen waarvan je wel na 14 dagen denk "shit, weer naar huis, jammer, maar misschien ook niet verkeerd, weer even iets geheel anders". Maar het zijn ook rituelen waar je zo rond de jaarwisseling weer sterk naar terug verlangt. En dan boeken we weer. 

De ambiance die 1 op 1 bij die rituelen hoort, wordt gevormd door de uitzichten, de zee, de warmte, de rust, 'ons' huis, het café, het strand, het restaurant, de kruideniers, het dorpje, de Grieken, de geiten, de olijfboomgaarden, de bergen en natuurlijk en vooral het gebied als totaalervaring, waar  je eindeloos door heen kunt dolen. Waarin je tochten kunt maken die je nergens anders kunt maken. Geen mooie ansichtkaartenlandschappen (bijna kitch) zoals in Zwitserland of Oostenrijk. Maar ruige, moeilijke landschappen waar je aan moet wennen.

De taxi is zowaar een half uur te vroeg. Onze laatste excursie start. Duurt ca 80 minuten. Zonder verplicht gebabbel van de driver. Zou alleen maar afleiden. De beelden volstaan. Een prachtige rit dwars door het Kretenzer hooggebergte. Uitstekende wegen. 

11.00. De luchthaven van Heraklion. Lange rijen voor de vele balies, maar wij zijn, met dank aan de taxichauffeur, de eersten in de Tui-rij. Wat eigenlijk nog geen rij mag heten. Zo 'op tijd' waren we. Soepeltjes door de  controles. En dan begint het wachten. Nog ruim 2 uur voor de  take-off.  Rondrennend grondpersoneel met lichtgroene hesjes schreeuwen hard en vaak Griekse woorden in hun krakende walkietalkies. Een kakofonie van geluiden. Dwars door elkaar heen. Zouden ze elkaar echt verstaan of doen alsof? Ogenschijnlijke chaos. Zoals dat hier hoort. Maar wel een georganiseerde chaos. Uiteindelijk komt alles bijna altijd goed. Ze laten zich moeilijk echt opfokken, die Grieken. Het volkje is doorgaans opgewonden, relaxed en aardig tegelijk. 

Het is op HERAKLION AIRPORT in alle opzichten totaal anders dan op SCHIPHOL. Maar ik  vind de wat rommelige ambiance hier veel aantrekkelijker, menselijker en gezelliger, dan het imposante, zakelijke, koude en efficiënte Schiphol. Overigens slaan wij op onze Kreta-reizen Schiphol gelukkig altijd over. Wij vliegen, met een tussenlanding in Eindhoven, vanuit en naar Luchthaven Eelde. Alles simpel daar. Kleinschalig. Groningse knauwpraat. Een kort bagagebandje. Makkelijk te vinden ook, want er is er maar 1. Snelle afhandeling. Je stapt uit het vliegtuig. En de koffers liggen binnen een minuut of 10 op de band. In no time sta je buiten bij je taxi. Slechts 25 minuten nadat we uit het vliegtuig waren gestapt, waren we thuis. Met de koffers. 

Slechts 14 dagen weggeweest. Het is snel gegaan. Of de Siamees daar ook zo over denkt, is moeilijk te zeggen. Hij is gewend om, wanneer hem dat uitkomt, de hele dag menselijk contact te zoeken. En dan ineens is er 14 dagen lang niemand om op te zitten, op te liggen of tegen aan te mauwen. Alleen  2x per dag even een paar minuten de dames van de poezenbrigade om zijn etensbakje te vullen. Hoe ervaart hij dat? Heeft ie het überhaupt door? Heeft ie een zodanig tijdsbesef dat ie na twee dagen denkt: "waar blijven die 2 klojo's die hier normaal de hele dag zijn?" Of maakt het 'm allemaal geen reet uit, als het bakje maar gevuld is?  We zullen het nooit weten want hij laat zich er nooit over uit. 

Als we donderdag rond 18.15 de sleutel in de deur steken, horen we z'n klagend gemiauw al. Maar als we de deur open doen om 'm te begroeten, loopt ie knorrig miauwend langs ons heen naar buiten. Geen spontane begroeting met kwispelende staart waarmee honden je sentimenteel kunnen maken. Nee, dit type speert zonder ons de gewengste aandacht te schenken langs ons heen de tuin in. Waar hebben wij ons nu 14 dagen zorgen over gemaakt? "O, wat sneu voor die kat. Dat ie zo alleen is. Wat zal ie ons missen". Forget it. Menselijke projectie.

Maar na een paar minuten komt ie weer binnen. Alsof er niets gebeurd is. En dan gaat ie los. Heen en weer rennend. Trap op, trap af. Naar buiten, naar binnen. Luid aandacht vragend. Hij laat zich vallen. En stuift weer weg. En een uurtje later.....Alles is weer zoals het 14 dagen geleden was. Drie gewoontedieren, die elkaar niets kwalijk nemen. Het schept een band. (jv) 

80.   Parlementair werk doodzonde? 

15 juni 2017

Dat de briljante wiskundige Cedric Villani in het Franse parlement is gekozen vindt Martijn van Calmthout zaterdag in Sir Edmund van de VK  "doodzonde".  Hij verwacht dat Villani zich vier jaar "kapot zal vervelen". Toch vreemd. Zo intelligent en dan niet weten wat je in een parlement mag verwachten? Zou hij daar echt niet over nagedacht hebben? Of kijkt Villani misschien toch wat positiever naar de politiek en het parlement dan van Calmthout?

In het stukje krijgt ook Ronald Plasterk nog een sneer omdat ie het als minister gewaagd heeft om de concurrentie tussen wetenschappers te stimuleren. Volgens van Calmthout hoeft Plasterk er daarom niet op te rekenen dat hij nog ooit naar de wetenschap kan terug keren. Als hij dat al zou willen. Maar zouden wetenschappers echt zo rancuneus zijn?

Het voorbeeld van Plasterk laat wel mooi laat zien, dat een briljante wetenschapper nog niet direct een briljante politicus hoeft te worden. Politiek is een complex vak. Politieke processen zijn vaak erg ingewikkeld. Je moet hard werken en over een aantal specifieke vaardigheden beschikken om in de politiek te slagen. Villani hoeft zich dus helemaal niet te vervelen. Hij moet gewoon hard werken om het ambacht onder de knie te krijgen en er dan goede wetten doorheen loodsen. Het getuigt van dedain om dat "doodzonde" te vinden.(jv)

79. Zinvolle en zinloze vragen.

14 juni 2017

Lopend over een Grieks eiland met grillige geologische landschappen ontkom je bijna niet aan de vraag hoe deze vaak wonderlijk patronen zich hebben gevormd. Zinvolle vraag, lijkt me, waarop een goed onderbouwd antwoord mogelijk is. 

Er is namelijk veel interessant en goed empirisch onderzoek gedaan om dit soort vragen te kunnen beantwoorden: onderzeese vulkanische uitbarstingen spuiten vloeibaar magma omhoog, een deel van dit magma stolt boven de zeespiegel tot basalt, daar komen door nieuwe uitbarstingen steeds weer nieuwe lagen basalt boven op, aardbevingen zorgen er voor dat die lagen schots en scheef over elkaar heen komen te liggen, de zee gaat er regelmatig overheen en zet sedimenten af, waarna erosie door wind en water allerlei grillige patronen in de steenmassa's slijpt en schuurt. Zo ontstaan deze landschappen. Op elke plaats door een specifieke combinatie van vormende krachten weer andere patronen. 

Maar vanmorgen kwam er al lopende uit mijn redelijk verweekte hersens, zomaar vanuit het niets, en bepaald niet voor eerste keer, de vraag naar boven: is de vraag naar het begin van alles ook een zinvolle vraag?

Alles vanaf de oerknal is vrij simpel te volgen, zeker als je wat achterademig bent vanwege het naar boven sjokken, maar de problemen beginnen dan pas, als je doorvraagt. Want wat was er voor de oerknal? Iets? Maar wat dan? Of was er niets? En is dat logisch, want kan er iets ontstaan vanuit niets? Of is er altijd 'iets' geweest'? Maar ook dat lijkt me gevoelsmatig niet heel erg waarschijnlijk. 'Iets' heeft toch altijd een begin? En zo blijf je al steunend maar doorvragen. De ene helft van het brein stelt de vragen, de andere helft moet kreunend toegeven de antwoorden niet paraat te hebben. Het kraakt. Overal. 

Ik heb niet de illusie dat ik in mijn leven nog relevante antwoorden op al deze vragen krijg. Ik betwijfel zelfs of de antwoorden ooit zijn te geven. Ja, filosofisch kunnen we er eindeloos over mijmeren en er zullen vast ook wiskundig razend ingewikkelde simulatiemodellen bedacht worden waarmee we een eind kunnen komen. Maar bevredigende empirische onderbouwingen? Ik zie het er nooit van komen. De vraag naar het begin en of er wel of niet een begin van 'iets' was, zal altijd alleen maar speculatieve antwoorden opleveren. Of ben ik nu te somber? Dat moet wel want de meest briljante wetenschappers graven zich dagelijks diep in dit soort vragen in. En komen tot inzichten (en wiskundige formules) waar je duizelig van wordt. En waarmee ze andere briljante vogels tot euforie kunnen brengen. 

Maar ik blijf toch malen over het fenomeen zinvolle vragen. Wat moet je met vragen waarop misschien nooit een wetenschappelijk robuust antwoord komt? Zijn dat nog wel relevante vragen? Of ligt zo'n vraag in hetzelfde domein als de vraag naar het bestaan van een god en naar de zin van het leven? Dat lijkt me bepaald niet. De vraag naar de oorsprong van het heelal lijkt me zinvol en wetenschappelijk erg relevant. En kan ook wetenschappelijk onderzocht worden. De vraag naar het bestaan van een god is een volstrekt zinloze omdat die niet wetenschappelijk onderzocht kan worden. En voorzover dat wel is geprobeerd, is de hypothese "god bestaat" in alle serieuze onderzoeken verworpen.

Ik blijf maar vasthouden aan het uitgangspunt dat vragen waar je geen zinvol antwoord op kunt geven omdat ze niet onderzoekbaar zijn, ook geen zinvolle vragen zijn. Maar zinloze vragen kunnen nog best interessant zijn. En of ze zinloos zijn, blijkt baak pas achteraf, na bestudering.

Laatste tocht hier in Mirtos. Vakantietje zit er al weer op. De zinloze, maar toch ook interessante vragen zullen ook in Groningen wel blijven oppoppen.  (jv)

78.   Klaver : onervaren in het machtsspel en te gehecht aan schone handen

3 juni 2017 

Als je met 12% van het aantal kamerzetels denkt het spel te kunnen bepalen, ben je naïef. Je mag best je eisen stellen, maar moet wel weten op welke momenten je met welke zetten je belangrijkste punten kunt binnen halen. Hij had een paar sterke troeven, maar wist ze niet uit te spelen. In tegendeel: hij heeft nu z'n goodwill bij andere partijen zodanig verspeeld, dat ik me afvraag of ie de komende vier jaar nog wel iets voor elkaar kan krijgen.

Twee dagen geleden dacht ik nog dat Jesse Klaver over strategische gaven beschikte. Maar op basis van wat er nu bekend is geworden over het afbreken van de formatiepoging met GroenLinks ga ik aan deze inschatting twijfelen. En is ie eerlijk? De leiders van VVD, CDA en D66 zeggen dat Klaver twee maal akkoord is gegaan met een gezamenlijke tekst over migratie, maar daar later op terug kwam. Klaver ontkent dit. Ik ben geneigd hier de andere drie en HTW te geloven. 

Wat betreft zijn strategisch inzicht: daar heb ik geen hoge pet meer van op. Zo dicht bij regeren komen en het dan op deze wijze op het onderwerp migratie laten afketsen!!? Volgens HTW was het, vergeleken bij de vele belangrijke punten die ook ter tafel lagen, een mineur punt en voldeed het voorliggende tekstvoorstel een alle eisen van het vluchtelingenverdrag. Alle beschaafde partijen in Europa zouden er mee akkoord zijn gegaan volgens direct betrokkenen. GL wees het niet alleen af, maar kwam ook nog eens met aanvullende eisen inzake het aantal op te nemen vluchtelingen. Terugonderhandelen dus.

De inzet van GL op migratie klonk mij sympathiek in de oren, maar voor zulk een humane opvang van vluchtelingen is in Nederland en Europa helaas geen groot draagvlak onder de bevolking. Dan moet je genoegen nemen met een second best, maar nog steeds 'een beetje' beschaafd, voorstel. Jesse wilde dit dus eerst wel, maar bij nader inzien blijkbaar niet. Schone handen houden bleek toch belangrijker dan een compromis dat niet helemaal 'fout' was. Onder druk van de fractie waarschijnlijk. Klaver miste de moed die Samsom in 2012 en daarna wel had. En daarom verdient hij het niet om mee te regeren. Nu gaat hij net  als de SP altijd vier jaar lang machteloos "tegen" roepen. Zonde van al die stemmen op GL. 

De voormannen van VVD, CDA en zelfs D66 begrijpen Klaver niet meer. En willen 'm niet meer. Over en uit voor Klaver. Kansen gemist. Toch nog niet die Obama die hij in zichzelf zag. En ook nog lang geen Macron. Met 12% van het electoraat is ie nu gedwongen om vier jaar lang vrijblijvend voorstellen in te dienen waar never nooit een meerderheid voor te krijgen is. Frusterend. Zeker als je regeringsdeelname, en dus belangrijke dingen realiseren, voor het grijpen had. (jv)